Donderdag 29/07/2021

De juiste noot op het juiste ogenblik

Johann Sebastian Bach als kind van de Verlichting

door Geert Lernout

Christoph Wolff

Oxford University Press, 599 p., 1.881 frank.

J.S. Bach. Zijn naam is klein, maar zijn daden bennen groot en dat zult u dit jaar geweten hebben. Beethoven zei al dat Bachs naam veel te bescheiden was voor iemand met een dergelijk oeuvre: dit was hoegenaamd geen beek, hij had Johann Sebastian Oceaan moeten heten. Bach was nogal een regelneef en hij zal het dus wel leuk gevonden dat we hem in ronde jaartallen gedenken, om de vijftig jaar op jaartallen die eindigen met twee nullen of met 50. Maar natuurlijk kon hij niet voorzien dat hij net op 28 juli 1750 zou sterven, hoewel er ergens twee Nederlandse heren rondlopen die daar anders over denken. Zij hebben namelijk na een grondige studie van de getallensymboliek in de Kunst der Fuge moeten vaststellen dat in dat werk niet alleen Bachs naam, maar zelfs zijn exacte sterfdatum staat ingeschreven.

Een dergelijke interpretatiedrift bewaart men gewoonlijk alleen voor Heilige Geschriften en Bach is dan ook geen gewoon componist; het is moeilijk om aan de verleiding te weerstaan hem in een heel eigen categorie onder te brengen. De Duitsers zijn ermee begonnen door hem vanaf de Romantiek als de vader van de Duitse muziek tegen alle buitenlandse concurrenten uit te spelen en sinds deze eeuw lijkt men dat in de rest van de wereld te geloven.

Grote componisten moet je op gepaste wijze eren. De eerste belangrijke datum kwam in 1850, een eeuw na de dood van Bach. Op dat ogenblik begon men aan de eerste grote uitgave van het verzameld werk, een project dat gesteund werd door alle gekroonde hoofden in Europa en dat uiteindelijk bijna een halve eeuw in beslag zou nemen. Nog eens vijftig jaar en twee wereldoorlogen later kwam men tot de ontdekking dat men het hele zaakje beter nog een keer kon overdoen, maar dit keer dan grondig.

In 1880 kwam ook de eerste grote biografie uit van Philip Spitta, die daarmee voor een primeur zorgde. Na zijn werk kon men biografieën van componisten niet langer samenstellen op basis van bij elkaar gefantaseerde nonsens. In meer dan 1.800 pagina's bracht Spitta een immense hoeveelheid materiaal over het leven van Bach samen. Maar niet alleen over Bach, onder impuls van Spitta werd ook het werk van andere barokcomponisten als Buxtehude, Sweelinck en Schütz grondig onderzocht. Van de laatste werkte Spitta een paar dagen voor zijn dood de volledige werken af. De belangrijkste boodschap van deze eerste grote componistenbiograaf was dat Bach geen boven zijn tijd verheven genie was, maar dat zijn werk juist moest worden begrepen in de context waarin het was gecreëerd.

Dat amper vijftig jaar na het afwerken van de eerste volledige editie zo dringend een nieuwe uitgave nodig was, had alles te maken met het gedetailleerde werk van weer een nieuwe generatie onderzoekers, die de Bach-manuscripten te lijf gingen met de modernste technieken. In 1950 publiceerde Wolfgang Schmieder nog een volledige lijst met alle werken die met zekerheid aan Bach konden worden toegeschreven en dat is de bron van de BWV-nummers die nog altijd worden gebruikt om een werk aan te duiden. Maar onmiddellijk na de publicatie van dat werk deed men op basis van de studie van het papier en het handschrift van Bach de ene ontdekking na de andere. Vooral de cantates waarvan originele manuscripten bestonden, konden nu tot op een week nauwkeurig worden gedateerd. Daardoor werd bijvoorbeeld duidelijk dat Bach niet de laatste zevenentwintig jaar van zijn leven cantates schreef, maar nagenoeg zijn hele productie in enkele jaren bij elkaar pende, soms in een tempo van twee of drie per week.

Al die studie leidde ook tot een heel nieuwe uitvoeringspraktijk. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt probeerden de muziek van Bach te spelen op de wijze waarop Bach zelf zijn werk zou hebben uitgevoerd, met dezelfde instrumenten, dezelfde tempi, versieringen, enzovoort. En ondanks alle vernietigingen van de Tweede Wereldoorlog werden er zelfs nog nieuwe bronnen gevonden. In de jaren zestig dook in een Amerikaanse universiteitsbibliotheek een lutheraanse bijbelcommentaar op waarin Bach aantekeningen had gemaakt. In 1974 ontdekte men in Straatsburg Bachs eigen exemplaar van het vierde deel van de Clavierübung, waarin hij niet alleen correcties had aangebracht maar ook nog eens veertien canons op het basthema noteerde. In 1984 vond men in een album van Johann Neumeister dertig nieuwe orgelpreludes van Bach, wat meteen ook het vermoeden bevestigde dat er nog heel wat andere dergelijke verzamelingen verloren zijn gegaan. Vorig jaar nog publiceerde men een schriftje van Johann Elias Bach, die een tijd voor zijn oom brieven schreef en daar aantekeningen van bijhield.

De Bachologen zaten niet stil, maar wat er nog altijd ontbrak was een nieuwe biografie van Bach waarin al deze nieuwe inzichten mooi bij elkaar gebracht werden. Als de belangrijkste Bach-specialist van zijn generatie, medeauteur van het Bach Compendium, mede-uitgever van het Bach-Jahrbuch en auteur van tientallen boeken en artikelen was Christoph Wolff zonder twijfel een van de belangrijkste kandidaten voor de opvolging van Spitta.

Net als zijn voorganger is Wolff uitstekend op de hoogte van de context waarin Bach opgroeide en die hij later zo nadrukkelijk mee bepaalde. Maar Wolff heeft het enorme voordeel dat hij kan beschikken over de resultaten van al het onderzoek dat de laatste 120 jaar is gebeurd. Dat is tegelijk ook een nadeel, want het probleem blijft dat we vandaag veel meer weten over wat Bach waar en wanneer componeerde, maar we weten nog altijd bitter weinig over de man zelf. Het weinige dat we weten is gebaseerd op schaarse brieven, sporen in officiële documenten en verhalen die zijn componerende zoons zich tientallen jaren na zijn dood nog konden herinneren.

Door dit ontbreken van materiaal is de verleiding groot om op basis van de werken zelf een en ander in te vullen en dat is een verleiding waaraan romantische Bach-biografen niet konden weerstaan. De verhalen uit de eerste biografie van Johann Nikolaus Forkel werden klakkeloos overgenomen, ook als ze manifest niet klopten, zoals het verhaal van de Goldberg Variaties die gecomponeerd zouden zijn om een graaf de slaap te helpen vinden, of het vertelsel van de Kunst der Fuge die op het sterfbed geschreven zou zijn. Het was Christoph Wolff die in eerdere studies deze en andere verzinsels voorgoed te ruste legde.

Maar deze biografie is toch geen ontluisterende biografie. Bach blijft overeind, niet in zijn incarnatie als bovenaards wezen, wel als noeste werker die ervan overtuigd was dat alles kon worden aangeleerd. Hij was in zijn tijd bekender als virtuoos en leraar dan als componist en toen men hem vroeg hoe hij zo goed had leren spelen, antwoordde hij: "Het is eigenlijk heel gemakkelijk, je moet alleen maar op het juiste ogenblik de juiste noot aanslaan en dan doet het instrument de rest helemaal alleen."

De Bach van Wolff is helemaal een kind van zijn tijd, de Verlichting: zoals de ondertitel (niet in de Nederlandse vertaling) aanduidt, is de componist voor zijn biograaf op de eerste plaats een wetenschapper, iemand die voor de muziek deed wat Isaac Newton voor de natuur heeft gedaan. Bij Wolff ligt de nadruk niet langer bij Bachs godsdienstigheid (de componist wordt wel eens de vijfde evangelist genoemd), maar op Bach als een onderzoeker die de oude muziek bestudeerde om er nieuwe dingen mee te doen en die op het gebied van polyfonie en harmonie echte ontdekkingen heeft gedaan. Aangezien de structuur van de wereld en die van de muziek voor Bach zonder twijfel met elkaar te maken hadden, moet je Bach dus zien als een van die vele natuurfilosofen uit de Verlichting die alleen gewapend met gezond verstand de wereld op een heel andere manier gingen bekijken.

Zo krijgen we hier de nieuwe Bach die een nieuwe eeuw verdient. Het is alleen jammer dat Wolff er net als al zijn voorgangers voor gekozen heeft de minder mooie kantjes van de Thomaskantor te vergoelijken. Bach maakte als het nodig was gebruik van allerlei achterpoortjes om te bereiken wat hij wou en hij kon behoorlijk kruiperig doen als hij met de machtigen van deze aarde in contact kwam. Met slechte muzikanten had hij helemaal geen geduld. Er bestaat een verslag van een straatruzie waarin een student Bach bedreigde met een zwaard omdat die hem een "Zippel Fagottist" had genoemd en Wolff vertaalt het eerste woord met "greenhorn", 'groentje'. Maar in werkelijkheid betekent de uitdrukking van Bach iets als 'fagotspeler van mijn kloten', wat toch iets sterker is. Wolff zou moeten weten dat het feit dat Bach ook maar een mens was, niets afdoet van het heel andere feit dat hij een groot componist was.

Bach is natuurlijk de grootste. De meeste componisten hebben drie of vier werken die de zogenaamde tand des tijds kunnen doorstaan, maar met de grote muziek van Bach kun je een heel jaar lang elke avond een ander prachtconcert geven. Die overdaad leidt tot een even grenzeloze bewondering vanwege de volgelingen. Na een jeugd met de Actus Tragicus als soundtrack (een goede dosis "Mensch, du musst sterben" voor je zeven jaar oud bent en je hebt de rest van je leven geen stervensbegeleiding meer nodig), kan ik me een wereld zonder Bach niet meer indenken.

Ik ben niet alleen. Toen men in jaren zeventig radioboodschappen wilde uitsturen naar andere bewoonde planeten, stemde Lewis Thomas van het Memorial Sloan-Kettering Cancer Center in New York voor het uitzenden van het volledige werk van Bach, telkens opnieuw. We zouden bluffen natuurlijk, maar dat is niet erg. We kunnen ons maar beter van onze beste kant laten zien. Een beschaving die iemand van het kaliber van een Bach voortbrengt kan niet helemaal slecht zijn.

Een Nederlandse vertaling verschijnt in september bij Erven J. Bijleveld in Utrecht (gedistribueerd door Kritak, Leuven).

Aangezien de structuur van de wereld en die van de muziek voor Bach met elkaar te maken hadden, moet je hem zien als een natuurfilosoof, die alleen gewapend met gezond verstand de wereld op een heel andere manier ging bekijken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234