Dinsdag 21/01/2020

De juiste leugens op het juiste moment

In zijn nieuwe roman laat Umberto Eco zien dat het weinige wat we van de twaalfde eeuw weten, wel eens bij elkaar kan zijn gelogen door één persoon. Baudolino is een samenvatting van alles wat Eco ooit geschreven en gedaan heeft, maar het is ook een heel erg goede roman.

Umberto Eco

Baudolino

Bert Bakker, Amsterdam, 480 p., 1.005 frank.

Als auteur van romans is Umberto Eco niet echt een veelschrijver. In de twintig jaar na de publicatie van zijn bestseller De naam van de roos is het net vertaalde Baudolino amper zijn vierde roman. Dat heeft natuurlijk een en ander te maken met het feit dat Eco de romanschrijverij alleen maar als een bijbaantje ziet: op de eerste plaats is hij een literatuurwetenschapper, dan een semioticus die zowel in geleerde boeken als in krantenstukken zijn vinger aan de pols van de tijd heeft. Waar een zo productief auteur de tijd vindt om ook nog eens even dikke en geleerde romans te schrijven is mij een raadsel, maar in zijn vierde verschijningsvorm, de verzamelaar van boeken (het resultaat is een bibliotheek met meer dan 30.000 titels), heeft hij er alle belang bij dat er om de zeven of acht jaar een nieuwe roman verschijnt om met de opbrengst nog meer zeldzame en dus dure boeken te kopen.

De fans moesten dit keer maar vijf jaar wachten na het verschijnen van Het eiland van de vorige dag en toch beweert Eco dat het dit keer een heel moeilijke bevalling was. Het product van die ijver is op de eerste plaats een schelmenroman. De titelfiguur is iemand die we kennen uit de folklore van alle landen en die ook in de eenentwintigste eeuw nog steeds bestaat, de schelm, de sluwe vos, de totaal niet-gesofisticeerde man-uit-het-volk die de dure heren beetneemt en altijd het laatste woord heeft. Deze figuur is zo in onze cultuur ingebakken dat intelligente mensen maar al te graag beweren dat ze maar een 'eenvoudige boerenlul' zijn: iedereen weet dat je slimme mensen niet kunt betrouwen.

De recentste Italiaanse incarnatie van de schelm komt uit een boerengat in Piemonte, waar hij als kind een reputatie opbouwt door op het juiste ogenblik de juiste leugens te vertellen en als hij op een donkere dag een onbekende gastvrij ontvangt, begint voor hem een heel nieuw leven. De onbekende is Frederik Barbarossa, de keizer van het Romeinse Rijk. Die is van zijn troepen gescheiden op een van zijn vele expedities om de Italiaanse steden onder de knoet te houden en hij is zo onder de indruk van Baudolino, die in korte tijd Duits heeft leren spreken, dat hij de knaap van zijn vader afkoopt en meeneemt naar het hof.

Van een joch dat liegt dat hij een eenhoorn heeft gezien, verandert Baudolino zonder veel moeite in een gewiekste hoveling wiens opvattingen zwaarder wegen dan die van Frederiks officiële raadgevers. Zo is Baudolino verantwoordelijk voor de heiligverklaring van Karel de Grote (als die heilig wordt, dan staat zijn afstammeling Frederik weer een stukje sterker in zijn machtsstrijd met de paus) en vindt hij eigenhandig de autonomie van de universiteiten uit.

Maar daar blijft het niet bij. Baudolino wordt tragisch en vergeefs verliefd op de jonge keizerin, trekt dan maar naar Parijs om te studeren en zo begint zijn carrière als aartsleugenaar pas. Zonder dat hij daar slechte bedoelingen mee heeft, komt hij steeds weer terecht in situaties waarin de voor iedereen gemakkelijkste oplossing een leugen blijkt te zijn. In de woelige atmosfeer van het Parijs van het midden van de twaalfde eeuw leert hij een boel nieuwe vrienden kennen. De eerste is een Duitser die zo graag dichter wil worden dat men hem gewoon Dichter noemt, maar die helaas niet kan schrijven, zodat Baudolino voor hem een paar gedichten maakt die hem een baantje in het gevolg van een van de belangrijkste raadgevers van Frederik bezorgen. De tweede is Abdul, een Arabisch-Provençaalse Ier die een tijdje de gevangene is geweest van een drugskoning in Libanon, die droeve en romantische liederen schrijft voor een verre geliefde uit zijn dromen en die zijn vrienden laat delen in de voorraad geestverruimende middelen die hij bij zijn ontsnapping gestolen heeft. Daarnaast is er nog Boron, een geleerde vagant die er vast van overtuigd is dat de leegte niet bestaat en die een hele theorie heeft over het Aards Paradijs, de jood Solomon uit Gerona, die op zoek is naar de tien verloren stammen van het jodendom, en ten slotte Kyot, een dromerige jongeman die in Bretagne allerlei verhalen over dolende ridders heeft gehoord.

Met deze groep specialisten schrijft Baudolino een brief die de macht van Frederik moet vergroten. Samen combineren ze een hele reeks verhalen tot een legende van een Priester Johannes die heel ver weg zou heersen over een christelijk rijk van vrede en rechtvaardigheid. Als deze almachtige heerser in zijn brief Frederik als zijn gelijke aanspreekt, dan betekent dit niet alleen dat de macht en reputatie van de keizer groter zijn dan die van de paus maar ook dan die van de basileus of keizer van Constantinopel. De brief schrijven ze op perkament dat ze gestolen hebben uit de bibliotheek van Saint Victor uit Parijs en in de tekst combineren ze alle elementen uit hun verschillende dromen en verhalen tot één prachtig en volledig verzonnen geheel. De brief spreekt de keizer aan als Heilige Roomse keizer en het is natuurlijk de bedoeling dat Frederik zo door de machtigste christelijke vorst van de wereld als een gelijke, en dus niet alleen als koning maar ook als priester wordt herkend.

Ondertussen is Baudolino ook nog eens verantwoordelijk voor het verhaal (en de namen) van de Drie Koningen, vindt hij de minnelyriek uit, schrijft hij de brieven van Abelard en Héloïse en helpt hij bij de bouw van een nieuwe stad in de buurt van zijn geboortedorp die de macht van de keizer uitdaagt, maar met de hulp van zijn oude vader kan Baudolino zijn heer zover krijgen dat hij de belegering van de stad opgeeft. Maar ook de rest van de wereld staat niet stil: nog voor men de brief van Priester Johannes kan laten 'terugvinden', wordt hij gestolen door een Byzantijnse spion die er onmiddellijk een heleboel kopieën van laat maken die nu allemaal gericht blijken te zijn aan basileus Manuel, de keizer van het oosterse rijk.

De samenzweerders worden dus niet alleen door de Byzantijnen, maar ook door de paus in snelheid genomen: die schrijft zelf een brief aan Priester Johannes en neemt zo het initiatief uit handen van de keizer. Baudolino slaagt er niet in de kaart van Cosmas te veroveren, die hij nodig heeft om het land van Priester Johannes te vinden. Maar hij vindt wel de graal (de drinkschaal van zijn net overleden vader) en daarmee gewapend trekt de keizer samen met Baudolino en zijn vrienden uit Parijs op de derde kruisvaart. Het is de bedoeling om na de verovering van de Heilige Plaatsen verder te trekken en Priester Johannes persoonlijk de graal te overhandigen.

Maar alles gaat verkeerd: de keizer sterft of wordt vermoord, dat is niet helemaal duidelijk, de graal is verdwenen en Baudolino trekt met een bonte bende van net geen twaalf wijze mannen op zoek naar het land van Priester Johannes. Op zijn tocht komt hij de vreemdste wezens en dieren tegen, hij trekt door een land waar het altijd nacht is, ontmoet wezens die maar één voet of hun gezicht midden in hun borst hebben. Uiteindelijk vindt hij niet wat hij zoekt, maar hij ontdekt wel hoe zijn geliefde keizer gestorven is, vindt de graal terug, komt tot inkeer en wordt zelfs één seizoen lang pilaarheilige om uiteindelijk en voor de laatste keer te vertrekken, terug naar het land van Priester Johannes.

Baudolino is op de eerste plaats een historische roman, die zich net als Eco's debuutroman voor het grootste deel aan de chronologie van de echte wereld houdt. Wie niet veel van middeleeuwse geschiedenis, van Italiaanse en Byzantijnse intriges en van theologisch-wetenschappelijke discussies weet, kan hier op een aangename wijze veel leren. Want dit is niet alles: nagenoeg alle personages in het boek zijn historische figuren. Baudolino's vriend de Dichter is niemand anders dan een vagant die een beperkt aantal Latijnse gedichten maar geen naam heeft nagelaten en die dan ook "Archipoeta" wordt genoemd. Boron is de auteur van een Parsifal en Kyot wordt door Eschenbach in zijn versie van Parsifal als een voorloper genoemd. De teksten die geciteerd worden kloppen, de relieken die Baudolino en zijn medestanders kwistig fabriceren bestaan echt en worden in de meeste gevallen nog altijd vereerd. Ook de kaart van Cosmas bestaat echt en de Byzantijnse opperrechter Nicetas Choniates aan wie Baudolino zijn hele verhaal vertelt, heeft inderdaad een geschiedenis van Constantinopel geschreven waarin de beschrijving van de plundering van de Hagia Sophia voorkomt die we in Eco's roman vinden. De boeken die volgens Baudolino in de bibliotheek van Saint Victor zitten en waarvan hij de titels zelf uitgevonden heeft, worden niet zoveel later in dezelfde bibliotheek gevonden door de al even fictieve Pantagruel van Rabelais. Zelfs de fantastische werkelijkheid in het tweede deel van het boek is niet door Eco uitgevonden, maar bevat elementen uit oude en middeleeuwse teksten maar ook uit latere reisverhalen zoals die van Marco Polo en Jonathan Swift.

Eco heeft natuurlijk ook voor een aantal nog interessantere anachronismen gezorgd, zoals wanneer de manschappen aan de grens van het land van Priester Johannes gezangen zingen in kunstmatige talen die maar amper honderd jaar geleden uitgevonden werden (in het Volapük zijn overigens een paar storende drukfouten geslopen). Dan herinner je je plots ook dat Eco boeken heeft geschreven over kunsttalen en over niet-bestaande landen en dat hij zelf geboren werd in Alessandria. Als je dan weer wat verder gaat kijken, blijkt de patroonheilige van deze stad inderdaad San Baudolino te zijn en al in het laatste deel van zijn boek Il secondo diario minimo schreef Eco over het mirakel van die heilige. En zo is er ook een legende dat de stad een belegering door Barbarossa overleefde dankzij de list die in deze roman beschreven wordt.

Het lijkt er dus op dat Eco met Baudolino in middeleeuwse termen een summa heeft geschreven, een samenvatting van alles wat hij ooit geschreven en gedaan heeft: het boek bevat elementen uit zijn drie eerdere romans (een reis, een moord, de graal, tempeliers en priesters, bibliotheken, manuscripten, wetenschap en magie), uit meer dan veertig jaar nadenken over de wereld en, kunnen we vermoeden, ook uit zijn eigen leven. Daarbij is het net als in Eco's andere boeken een uitdaging om het boek in één keer uit te lezen. Telkens opnieuw moest ik de roman even opzij leggen om een en ander in andere boeken op te zoeken. Maar het boek heeft op de eerste plaats ondanks alle spelletjes en ondanks alle humor een heel erg ernstige boodschap. Al in De naam van de roos leerden we dat het belangrijk is welke geschreven bronnen bewaard blijven en Eco laat in zijn laatste roman zien dat het heel goed mogelijk is dat het weinige wat we van de twaalfde eeuw menen te weten nagenoeg helemaal door één persoon bij elkaar is gelogen.

Als u het hele boek uit hebt, lees dan nog eens het prachtige eerste hoofdstuk. Baudolino kan nog maar net schrijven en hij noteert in zijn eigen dialect wat hem bezighoudt. Hij doet dat op een gebruikt stuk perkament dat hij heeft schoongemaakt en waarop oorspronkelijk de wereldgeschiedenis stond van zijn leermeester bisschop Otto von Freising, de grootste historicus van zijn tijd: hier en daar zie je nog een paar regels van de oorspronkelijke tekst, onder andere het begin, het "incipit", een woord waarvan geheel toepasselijk de eerste letter is weggevallen.

Natuurlijk is Eco niet, zoals op de achterflap wordt beweerd, "een van de grootste schrijvers van onze tijd", maar Baudolino is wél een spannende en heel erg goede roman.

Geert Lernout

Als je het hele boek uit hebt, lees dan nog eens het prachtige eerste hoofdstuk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234