Dinsdag 01/12/2020

De jeugd moet zich wat vaker als beeldenstormers gedragen

Overigens: aan alle zuurpruimen, die sinds de eerste zin van deze inleiding ‘Editors’ en ‘Interpol’ lopen te snuiven: op Enter the Characters (HHHH) laat Customs inderdáád een beproefd geluid horen, maar net zo goed klinkt de groep even eigentijds als eigenzinnig.

“Ik maak mezelf graag wijs dat een geheim genootschap deze songs zou draaien, net voor er ondergronds een nieuwe vergadering wordt belegd”, vertelt frontman Uittebroek - hij grinnikt dan wel, maar je merkt dat de charme van zo’n clandestiene tegenbeweging hem allerminst ontgaat. Evengoed houdt een strak retrofuturistisch geluid Customs in de ban. Geen wonder dat Alex Callier zich vanaf het eerste ogenblik bekommerde om deze groep: droeg Hooverphonic immers niet nét hetzelfde signatuur van romantiek en retrofuturisme? “Als je het DNA van een song verandert, maak je het nummer meestal gewoon slechter”, drukte Callier zijn protegé trouwens vanaf het begin op het hart, en Uittebroek moest hem uiteindelijk gelijk geven ook. “‘Rex’ was de eerste song die ik voor deze groep schreef, en dat was direct een schot in de roos. Misschien net om die reden raakten we het vertrouwen in onszelf kwijt: de lat lag ineens érg hoog en twijfel sloeg toe. Was onze sound eigenlijk wel de juiste? We hadden geen zin om bestempeld te worden als een afleggertje van Editors of Joy Division. Ik ben ook geen randdebiel, hé: toen ‘Rex’ op papier stond, wist ik direct dat sommige mensen ons zouden brandmerken of verketteren. Toch wist Alex me te overtuigen om geen onnodige kunstgrepen toe te passen op onze songs, en ze te laten klinken zoals ze moesten klinken.”

De wakkere muze

“Ik begrijp de vergelijkingen met Interpol natuurlijk wel. Maar geloof me: ik kan het écht niet helpen dat ik zing zoals Paul Banks. Volgens mij is Kraftwerk zelfs een grotere invloed: hun muziek is warm en koud tegelijk, strak én ongrijpbaar. Naar dat beeld boetseerde ik mijn songs.”Naast Kraftwerk lijkt Uittebroek zich ook op te trekken aan literatuur op Enter the Characters. In ‘Rex’, ‘Justine’ en ‘Violence’ verwijst hij naar Shakespeare - “al is ‘Rex’ eigenlijk geschreven nadat ik Tongkat van Peter Verhelst opnieuw las,” nuanceert hij - terwijl er in ‘Where the Moon Spends His Days’ gewacht wordt op Samuel Becketts Godot en ‘Talk More Nonsense’ losjes geïnspireerd is op Filippo Marinetti’s Manifest van het futurisme. “De vonk van een goed boek, theaterstuk of intrigerende film slaat snel over op me”, bedenkt de frontman. “Het geeft me alleszins de energie om zélf iets te maken. Als ik geen tijd heb om boeken te lezen, blijft de muze meestal ook maar wat mompelen in haar slaap.”

Humor en wiskundige precisie

“Maar eerder nog dan een hommage aan Marinetti,” vertelt Uittebroek, “is ‘Talk More Nonsense’ een pleidooi voor de jeugd, om zich wat vaker als beeldenstormers te gedragen. Zoals wij ons ooit als naïeve pubers afzetten tegen het bestaande systeem, zou ik willen dat ook zij overboord gooien wat de oudere generatie heeft vastgelegd. Maar rebellie lijkt niet meer te leven bij de jeugd. Dat merkte je zelf toch ook bij de verkiezingen vorig jaar? Toen er gepeild werd naar de stem van studenten, boekten N-VA en CD&V het meeste succes. Tien jaar geleden zou je voor zo’n mening nog uit het raam gekieperd zijn door je medeleerlingen (lacht). Maar nu zijn ‘rechts’ en ‘conservatief’ geen vloekwoorden meer. Helaas.”Behoudsgezindheid lijkt Uittebroek zelf alvast vreemd. Zo gooide hij het roer al een paar keer drastisch om: nog voor zijn dertigste stond hij al met drie verschillende groepen op Pukkelpop. Eerst scoorde hij internationaal cultsucces met de hardcore-band Circle en daarna speelde hij gitaar in Larsson. “Een gezichtsloze groep, als ik er nu op terugkijk”, gelooft hij. “Dat wil ik met Customs te allen prijze vermijden. Het hele plaatje moest dus van meet af aan kloppen: onze muziek, ons artwork en onze présence op het podium is daarom exact op elkaar afgestemd.” Emotie en wiskundige precisie raken elkaar midscheeps bij Customs, maar toch is er ook ruimte voor humor: bewijs à charge is het bitterzoete ‘There’s Always Room for One More Poledance’ of ‘Shut Up, Narcissus’, met grappige verwijzingen naar Alphaville en Prince: “Die laatste song gaat over mijn neiging om over alles en nog wat aan de klaagmuur te gaan staan. In dat nummer steek ik dus de draak met mezelf, maar in éénzelfde beweging ook met ijdeltuiten. Die zin “forever young, I wanna be forever young” bijvoorbeeld: die klinkt tegelijk verwaand én zielig. En zo’n verwijzingen gelden ook als tegenwicht op Enter the Characters: veel duidelijker kunnen we niet maken dat Customs niet per se donker wil zijn. Ik zei je toch al dat we met Interpol nauwelijks wat ophadden? (lacht)”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234