Dinsdag 22/06/2021

De jaren van lood kwamen uit de loop van Bouhouche

Met Madani Bouhouche (1952-2005) verdwijnt de meest enigmatische man met wie het gerecht de jongste decennia te doen had. Over de lijst misdaden waarvan hij verdacht werd of voor de rechter is gebracht zijn duizenden bladzijden vol gepend. Niet alleen het gerecht beet op hem de tanden stuk, ook een aantal parlementaire Bendecommissies deed dat. Intussen bezorgde Bouhouche en kompanen onderzoeksjournalisten als wijlen Hugo Gijsels en Walter De Bock meer dan tien jaar lang een fulltime job, speurend naar zijn echte, vermeende, of niet helemaal duidelijke rol. Hij dook altijd op, soms in de voorwaardelijke wijs, tussen misdaden en moorden die helaas al te waar waren.

Brussel

Eigen berichtgeving

Walter Pauli

Het is onbegonnen werk om een betrouwbare biografie op te stellen van Madani 'Dany' Bouhouche, de BOB'er die een topgangster werd, tijdens zijn diensturen, welteverstaan. Een begrip als normvervaging was al lang niet meer van toepassing op zijn doen en laten, dat gekenmerkt werd door normloosheid as never seen. Dat woordje Engels zou de Franstalige Brusselaar Bouhouche wel graag gelezen hebben in zijn eigen biografie. Zoals zoveel 'flikken' van zijn generatie, die van de Koude Oorlog, was hij niet vies van rechtse denkbeelden - zijn ouders waren Armeniërs, de Sovjet-Unie en het Oostblok lagen dus niet in de bovenste la - noch van een gespierd optreden. Niet dat Bouhouche een vechtjas was, als mannetjesputter was hij net te frêle. Zijn specialiteit waren vuurwapens, liefst zo gesofisticeerd mogelijk, hoe zwaarder het kaliber, hoe beter, hoe dodelijker en vernietigender de munitie, hoe liever. Hij was lid van de 'Practical Pistol Club of Belgium'. Waar het voor hem allemaal begon, is het ook fout gelopen: met zijn manie om raak te schieten.

In 1979 is Bouhouche nog lang geen dertig als hij zijn eerste grote slag beraamt. Vanaf het eerste moment valt ook het patroon op dat Bouhouche zou gebruiken. Samen met andere rijkswachters: die dekken hem in, die weten wapens te gebruiken en zo hebben ze voor en tijdens de misdaad ook een oog op het politioneel optreden en kunnen ze na de feiten van binnenuit het onderzoek in de war helpen sturen.

Die eerste plannen komen dus ook pas na tien jaar aan het licht. Veel later stuit de rijkswacht tijdens een onderzoek op een relatief recente tunnel die een oude, ongebruikte brouwerij te Brussel verbindt met de (overwelfde) Zenne. Hij ontdekt dat er vroeger nogal wat rijkswachters bij die lege brouwerij werden gesignaleerd. Onderzoek wijst naar vrienden van Bouhouche. De rijkswacht ondervraagt een van die vrienden, ex-BOB'er Christian Amory.

Amory pakt uit met een scenario waarin alleen de namen van Clint Eastwood en Charles Bronson ontbreken. De tunnel was een uitloper van een plan van BOB'ers als Bouhouche, Amory en Bob Beijer om op grote schaal warenhuizen af te persen. Toen al warenhuizen, zou een cynicus zeggen. Bouhouche had een systeem uitgewerkt waardoor hij de gasleidingen in en rond de vestigingen GB-Inno-BM kende. Die wilde hij laten ontploffen. Met de combinatie van verschillende explosies en felle branden wilde hij algemene paniek zaaien. Vervolgens wilde Bouhouche de warenhuizen geld afpersen door te dreigen met nieuwe aanslagen. Het geld zou dan bij de ingang van de oude brouwerij overhandigd moeten worden. Via de tunnel konden de gangsters met behulp van een Zodiacbootje dat ze in Knokke gestolen hadden via de Zenne wegkomen. Aan het einde van die ondergrondse tocht moesten een limousine met een Corps Diplomatiquenummerplaat klaarstaan.

Bouhouche startte zelfs de voorbereidingen. Ze stalen onder meer een voorraad blanco identiteitskaarten bij de BOB van Brussel. Een van de identiteitskaarten kreeg de valse naam 'Franco Hoffman'. Amory noemt de Hoffmankaart een grapje om Bouhouche te plezieren. Het grapje zegt alles over de grapjassen: 'Franco' verwijst naar de Spaanse dictator, 'Hoffman' naar de leider van de Duitse neonazimilitie Wehrsportgruppe Hoffman." Dat vond Bouhouche leuk.

Waarom het plan nooit is doorgegaan is niet helemaal duidelijk. Werd het geweer van schouder verlegd, letterlijk dan? In oktober 1981 vindt een bomaanslag plaats op de dienstauto van adjudant Guy Goffinon. Enkele weken later werd de Amerikaanse piloot Jean-François Buslik aangehouden, de maker van het ontstekingsmechanisme van de bom. Hij onderhield ook nauwe betrekkingen met schoolvriend Madani Bouhouche. Geen veertien dagen later, op 25 oktober 1981, is een tweede rijkswachter, BOB-majoor Herman Vernaillen, slachtoffer van een aanslag. De vluchtwagen, een peperdure bruine Mazda 626, werd later teruggevonden in een ondergrondse parking in Sint-Pieters-Woluwe vlak bij de ULB. De BOB'er die deze ontdekking deed en daarvoor alle felicitaties kreeg, was... Madani Bouhouche. Pas later zal duidelijk worden welke diabolische constructie er werd opgezet.

Op 31 december 1981 vindt een spectaculaire en achteraf gezien historische wapendiefstal bij Groep Diane (Speciaal Interventie Eskadron) in rijkswachtkazerne Etterbeek. Het land staat op zijn kop, want als er één plaats is waar dat niet zou mogen kunnen, dan in het streng bewaakte hoofdkwartier van de rijkswacht zelf. Achteraf stelden speurders vast dat Bouhouche, die als wapenfreak van de BOB een geregeld bezoeker was van de wapenmeester van Groep Diane, op 31 december in de kazerne van Etterbeek gesignaleerd was. Bovendien bleek dat Bouhouche korte tijd voor de diefstal met de gestolen Mazda gereden had. Veel speurders denken dat die overval de voorbereidingsperiode afsluit voor de daders van afschuwelijke en tot dan ongekende terreurgolf die het land zou teisteren, die van de Bende van Nijvel. Vanaf 1982 tot 1986 zit de Belgische rijkswacht in de greep van de ongrijpbare moordenaars. In die periode verlaten Bouhouche en zijn vriend-collega Beijer de rijkswacht.

Bouhouche komt op 7 januari 1986 in de problemen. Het is, in zijn jargon, meteen 'raak'. Die dag wordt het lijk ontdekt van Juan Mendez Blaya, wapenfreak en ingenieur bij FN én een kennis van Bouhouche. Latere getuigen zullen zeggen dat Mendez de laatste maanden van zijn leven zenuwachtig rondliep en dat hij beweerde dat hij te veel wist van de Bende van Nijvel. De avond van die moord treffen speurders onverwachts Bouhouche aan bij de weduwe van Mendez. Tijdens een huiszoeking bij Bouhouche, na de begrafenis, vinden ze een een GP Sport 9 mm Parabellum plus een hoeveelheid hollow point munitie ('holle punt', een soort dumdumkogel die verschrikkelijke schade aanricht). Een college van drie ballistische experts komt tot het besluit dat de Parabellum van Bouhouche het moordwapen van Mendez is. Op 26 januari wordt Bouhouche aangehouden. Bouhouche ontkent alles, maar zijn alibi klopt niet. Meer, met zijn alibi geeft hij speurders veel informatie die tegen hem gebruikt wordt. Hij zou op weg zijn naar wapenhandelaar Dekaise in Nijvel, een paar jaren voordien slachtoffer van een overval door de Bende van Nijvel.

Kort na de moord op Mendez ontdekken de onderzoekers dat Bouhouche en Mendez samen een gestolen witte jeep, een Mercedes 4x4, gebruikten. De auto was voorzien van valse nummerplaten, identiek aan die van een soortgelijke witte Mercedes van een directeur van een vliegtuigmaatschappij. Met hun 'gemaquilleerde' Mercedes had Bouhouche vrije toegang tot de luchthaven van Zaventem. De auto wordt vlak bij het Erasmusziekenhuis in Anderlecht teruggevonden en onder discrete bewaking geplaatst. Begin februari 1986 komt een oude bekende van justitie de auto ophalen: Jean-François Buslik. De man van de aanslag op Vernaillen. Het net sloot zich. Het wereldje bleek (héél) klein.

Tijdens zijn gevangenschap komt aan dat het licht dat Bouhouche destijds als instructeur optrad voor de extreem rechtse verenging Front de la Jeunesse. Hij bleek ook lid te zijn geweest van van het door Latinus geleide Westland New Post. Is het vreemd dat hij als raadsman kiest voor Jean-Paul Dumont, de advocaat van het Front de la Jeunesse en ook een vooraanstaand lid van de Cepic? De Cepic was de georganiseerde extreem rechtse vleugel van de PSC, de ijzeren garde rond Van den Boeynants, die later door Gerard Deprez ontbonden zou worden.

Het wordt nog verwarrender voor de speurders. In juli 1987 vindt de politie van Sint-Lambrechts-Woluwe de Volvo 245 van Bouhouche terug in een ondergrondse parking aan de ULB-campus, dezelfde parking waar in 1981 de Mazda werd teruggevonden die gediend had als vluchtwagen voor de moordaanslag op majoor Vernaillen.

Na zijn vrijlating uit gevangenschap, op 17 november 1988, beleeft Bouhouche dan toch zijn zwanenzang. Samen met Beijer 'bewerkt' hij een Libanese diamantair. De man sterft. Bouhouche vlucht naar Spanje, maar wordt aangehouden. De ene zaak brengt de andere mee en hij wordt uiteindelijk veroordeeld voor twee moorden, op diamantair Ahmad Ali Suleiman. En, dan toch op Francis Zwarts, een bewakingsofficier die in Zaventem (denk aan de gestolen Mercedes!) 'verdween' - hij werd nooit teruggevonden, de lading goud die hij vervoerde al evenmin. Maar zelfs bij die veroordeling was de uitspraak van de jury nipt: zeven schuldig, vijf onschuldig.

Net zoals Bouhouche uiteindelijk vrijgesproken werd voor de moord op Juan Mendez, nadat een van de wapenexperts ter zitting tegensprak wat hij de jaren voordien had bevestigd - de jury wist het ook niet meer. Nà de vrijspraak bleek dat de wapenexpert het fout had. Zou Bouhouche dan toch? Net zoals de 'zou'-vraag luid weerklonk toen de Bendecel van de rijkswacht de beruchte 'robotfoto's' van de killers vrijgaf, beelden die na zoveel jaren opdoken. Iedereen die het dossier maar een beetje gevolgd had, herkende in een van de koppen de trekken van Bouhouche. Maar wat is die bevinding vandaag waard? Wat zou men eruit mogen besluiten? Het enige wat vaststaat, is dat België, net als Italië in de jaren tachtig zijn 'jaren van lood' onderging, zijn jaren van bloedige terreur. En dat Madani Bouhouche in België daarin zijn rol speelde.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234