Zaterdag 04/02/2023

De Israëlisch-Palestijnse kwestie dringt binnen in 'Sesamstraat'

Gaza, de Westelijke Jordaanoever: dat is het vertrouwde oorlogsterrein van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar nu ligt een andere plek op de kaart van het hopeloze vechten onder vuur, een plaats waar de zon altijd schijnt, de lucht helblauw is en alles in een rozengeur baadt: Sesamstraat.

Jeruzalem

New York Times

Julie Salamon

Vier jaar geleden ging de kindershow in de ether, een samenwerking tussen joden en Palestijnen. Het was in de nasleep van de Oslo-akkoorden en de ongebruikelijke combine leverde zeventig uitzendingen op, elk met Hebreeuwse en Arabische stukken. Maar nu er een nieuw akkoord is voor de coproductie, met Jordaanse inmenging, duiken de problemen op. Sesamstraat werd Sesamverhalen, omdat het concept van een enkele plaats waar mensen en poppen van die drie bevolkingsgroepen samenleven, simpelweg onhoudbaar geworden is.

De originele show werd opgebouwd rond de hoop dat Israëlische en Palestijnse kinderen, evengoed als poppen, vriendjes kunnen worden. Maar nu, in een bittere reflectie van de sombere vredesvooruitzichten in het Midden-Oosten, zijn de producers allang tevreden als ze de eeuwenoude vijand wat menselijker kunnen maken voor de kinderen, via parallelle verhaallijnen. "We beseffen dat vriendschap te hoog gegrepen is, in het licht van de huidige situatie", zegt Charlotte Cole, vice-voorzitter van de tak internationale research van Sesame Workshop, het vroegere Children's Television Workshop, in New York.

Andere problemen waren van praktische aard. Palestijnen gaan niet langer naar Tel Aviv om er zoals vroeger te werken, zoals het in de show nog is. Het creatieve geschipper, bepaald in vergaderingen in Londen en New York, is fragiel. Iedere uitspraak van een pop is potentieel explosief. De producers raken er niet eens uit of ze de afgewerkte afleveringen nog wel op de buis kunnen brengen. De Israëli's willen ze wel zo snel mogelijk tonen, vermoedelijk in het begin van volgend jaar. "We moeten een manier vinden om kinderen in aanraking te brengen met de harde werkelijkheid. De volwassenen brengen het er met hun aanpak niet zo best vanaf", zegt Alona Abt, de Israëlische producer.

Haar Palestijnse tegenpolen zeggen dat het ronduit zinloos is als ze een serie uitzenden die vrede promoot zonder dat een vredesakkoord getekend is. "De kinderen in Palestina zullen het niet smaken, niet verstaan en zeker niet positief reageren", zegt de Palestijnse producer Daoud Kuttab, wiens studio op Ramallah op de Westelijke Jordaanoever beschadigd werd door Israëlische soldaten. "Je vertelt hun tolerant te zijn voor Israëli's terwijl de Israëlische tanks voorbij hun huis rollen." En toch werd het productieproces niet onderbroken, met een bijwijlen surrealistische mengeling van goede wil en weerzin. "In het huidige klimaat kunnen we enkel proberen het vijandsbeeld te humaniseren en te ontkrachten", zegt Cole, "en tonen dat andere kinderen spelen op het speelplein of genieten van het samenzijn met hun grootouders. Zodra je dat niveau van menselijkheid bereikt hebt, wordt het moeilijker te haten."

Het project werkt met acht verzekeraars, zes Amerikaanse, de Europese Unie en de Canadese Kahanoff-stichting. Zij hebben zes miljoen dollar verzameld. Zeven miljoen is nodig om de 26 shows van elke partner af te maken. De belangrijkste donor is de Charles H. Revson-stichting.

Na 11 september zijn de transportmogelijkheden behoorlijk gekrompen voor de partners. Ze zijn bang om te vliegen. Ze hangen voortdurend aan de telefoon en sturen elkaar e-mails om de verhaallijnen en personages te bespreken. Onlangs ontmoetten schrijver en producers uit Israël, Jordanië en Palestina elkaar in de Sesame Workshop in Manhatten en gingen ze aan het brainstormen. Op een ontmoeting in levenden lijve lachten de medewerkers van de verschillende teams om elkaars grappen.

Tijdens een lunchpauze keuvelden twee Israëli's gemoedelijk met een Jordaanse schrijver. "Daar zaten we", zegt Gluckson, "met een kamer vol mensen die wanhopig een ander leven wensen voor hun kinderen. We zouden het project kunnen laten schieten maar welke hoop rest ons dan nog?" Wereldvreemd? Naïef? Misschien, vooral in een streek van de wereld waar het zoeken naar menselijkheid bij de vijand verraderlijk wordt geacht. "Maar wat is het alternatief?", vraagt Cole zich af. "Helemaal niks riskeren?"

Zelfs de allereerste Israëlisch-Palestijnse samenwerking - en die ging toch onder een veel gunstiger gesternte van start - vereiste veel onderhandelen. Heikel waren vooral de ontmoetingen tussen het Israëlische stekelvarken Kipi en het monster Dafi enerzijds en de Palestijnse haan Karim en het monster Haneen anderzijds. De Israëlische poppen konden niet zomaar opduiken op Palestijns territorium, want dat riep de nare herinnering aan Israëlische kolonisten op. Ze moesten uitgenodigd worden.

Toen en nu hadden de partijen praktische en idealistische motieven. De Palestijnen, met hun relatief nieuwe tv-industrie, kregen met de Sesam-shows de kans om zich te bekwamen in animatie, poppenspel en andere productievaardigheden. De Israëli's hadden al hun eigen Sesamstraat, Rechov Sumsum, sinds 1982. Maar idealisme is een onmiskenbare factor. In een interview per e-mail vanuit het Jordaanse Amman zegt de Jordaanse producer Khaled Haddad, dat hij bij het project betrokken raakte omdat hij en zijn vrouw een baby verwachtten. "Ik wilde mijn bijdrage leveren aan vrede in de regio." Shari Rosenfeld, de projectdirecteur van Sesame Workshop in New York, is een Amerikaanse die in Israël geleefd heeft. Op het hoogtepunt van de Palestijnse intifada, in 1991, werden zij en haar achttien maanden oude zoon in de auto bekogeld in Oost-Jeruzalem. De jongen zat onder het bloed en gebroken glas. Rosenfeld, die heeft meegewerkt aan beide coproducties, startte met het project om wat ze "haar eigen stereotypen" noemt, te overwinnen.

In 1996 verhuisde ze met haar familie naar Israël, waar ze samen met Palestijnse collega's aan het educatieve materiaal voor de eerste reeks werkte. Ondanks het geweld in het Midden-Oosten dreef het enthousiasme op hoop. De shows, met de naam Rechov Sumsum/Shara'a Simsim, die nog steeds worden uitgezonden in Israël, waren erg populair bij zowel Israëlische als Palestijnse kinderen. Onderzoek toonde aan dat kinderen die ernaar keken, minder vijandig stonden tegenover de andere groep, al telde dat het meest voor Israëli's. Toch was het meteen na de start van de tweede intifada, in september 2000, duidelijk dat het oude model niet meer zou werken. Er kon geen sprake meer zijn van een neutrale straat waar Israëli's en Palestijnen elkaar ontmoeten.

In Sesamverhalen werkt elk van de drie partners drie of vier verhalen uit die de literatuur of folklore van de streek illustreren, doorspekt met een boodschap van respect en begrip. Die dertien verhalen zullen met elkaar vermengd worden in de uitzendingen, gekruid met de gebruikelijke Sesamstraat-passages met cijfers en letters. Ze zullen getoond worden op de Israëlische, Palestijnse en Jordaanse omroepen. Geen van de verhalen gaat over politiek. In een Palestijns verhaal, de Roos, vindt een meisje in een vluchtelingenkamp een weggegooid blik en ze vat het plan op er iets in te planten. Ondanks de criticasters, die haar vertellen dat in een vluchtelingenkamp niks groeit, geeft ze de plant water en zorgt ze ervoor. Zo komen anderen op het idee om weggegooid materiaal te verzamelen en een tuin aan te leggen.

Op een vergadering waren de Israëli's tegen. Niet om het thema van kinderlijke creativiteit en recyclage maar om het beeld van een kind dat dingen opraapt van straat. "We leren onze kinderen geen rondslingerende dingen op te rapen", legt een van hen uit. "Het zou wel eens een bom kunnen zijn." Na brainstormen met de Palestijnse en Jordaanse partners werd het verhaal veranderd: het blik werd een doorschijnende waterfles en een volwassene hielp haar de scherpe randjes van de fles af te plakken met tape. De Jordaniërs hadden dan weer bezwaren tegen een Israëlisch verhaal met een uil als protagonist omdat in de Arabische cultuur uilen ongeluksbrengers zijn. "Ik denk dat niemand de illusie koestert dat dit project vrede in de regio zal brengen", zegt Rosenfeld, die nu in New York woont. "Vandaag komt het Israëlische team, morgen het Jordaanse en een dag later een Palestijnse schrijver. Weten zij of dit project een verschil zal maken? Dat weten ze niet. Maar ze zijn desondanks bijzonder gemotiveerd."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234