Maandag 21/10/2019

De ironicus als huiskamerfilosoof

Een vlot leesbare en heel persoonlijke inleiding op het werk van Richard Rorty

Marc Van den Bossche

Ironie en solidariteit. Een kennismaking met het werk van Richard Rorty

Lemniscaat, Rotterdam, 134 p., 650 frank.

In zijn essay De voltooiing van Amerika trok Richard Rorty ongemeen fel van leer tegen zijn Franse collega's. Zij hadden hun politiek linkse instelling verloochend door over te schakelen op een cultureel links jargon en zo het politieke veld volledig in handen van rechts gegeven. Lacan, Lyotard en Derrida voerden een achterhoedegevecht, ook al dachten ze aan het front te zitten. De bittere vraag die daarbij natuurlijk gesteld moet worden is waarom deze filosofen zich van het politieke toneel hadden teruggetrokken. En dan zien we meteen waar de linkse schoen wringt: alle filosofisch ondersteunde linkse regimes zijn in terreur en massamoord geëindigd. Je zou voor minder een boompje opzetten over de emanciperende werking van de Europese avant-gardefilm.

Traditioneel links was verschrikkelijk dogmatisch: het had een vooropgezet mens- en wereldbeeld en wou dat tegen heug en meug ook verwezenlijkt zien. En wou de realiteit niet buigen, dan barstte ze maar. Tegenover dit overduidelijk onwerkbare links plaatste Rorty zijn eigen, reformistische links: een pragmatische ingesteldheid die het bestaande discours wou ondermijnen en vertrekkend vanuit het niets - dus zeker niet vanuit een ideaal mens- of wereldbeeld - in ieder concreet geval op zoek ging naar de democratische stem. Het komt er niet op aan de werkelijkheid te scheppen naar ons eigen beeld, aldus de filosoof, we moeten eerst en vooral kijken wat de werkelijkheid wil en beseffen dat ons eigen beeld een fantasie is.

In Ironie en solidariteit brengt Marc Van den Bossche een vlot leesbare en heel persoonlijke inleiding op het werk van Rorty. Hij haalde de man ooit naar Brussel en redigeerde een essaybundel over hem. Met dit boek is hij dus niet aan zijn proefstuk toe. Het boek begint met een levendig portret van de filosoof, die opgroeide tussen Trotski en Dewey en voor de rest van zijn leven een linkse individualiteit zou verdedigen. Alleen een foto ontbreekt, zo denk je bij het lezen, want de woorden maken je nieuwsgierig naar de man achter de ideeën.

Pas echt interessant wordt het wanneer Rorty's filosofie aan bod komt. Van den Bossche begint zijn verhaal in 1967, met het verschijnen van de door Rorty geredigeerde bundel The Linguistic Turn, een boek dat naderhand zo belangrijk zou blijken dat de titel ervan een op zichzelf staand begrip werd. In zijn voorwoord schrijft Rorty dat de westerse filosofie een opeenvolging is van mensen die keer op keer denken het warm water uitgevonden te hebben. Iedere filosoof reageert op zijn voorgangers en verwijt hen een verkeerde vraagstelling. Daarop benadert hij de werkelijkheid met zijn eigen persoonlijke vocabularium en hij ontdekt iets volkomen nieuws, waarna zijn leerling alweer staat te trappelen om hem te weerleggen. Ieder filosoof denkt de essentie van het bestaan gevonden te hebben, terwijl hij er in realiteit alleen in aantreft wat hij er door zijn specifieke vraagstelling zelf in verborgen heeft. Het is de gebruikte taal die het specifieke antwoord genereert. Het idee dat de menselijke geest een spiegel zou zijn voor de natuur - een idee dat toch een paar millennia meegegaan is - wordt door Rorty dan ook verworpen. In de plaats van een nastreven van de essentie van de mens, wat tot onophoudelijke confrontatie leidt met andere opvattingen, stelt hij een pragmatisme dat wil converseren. Heb je een probleem, benader het dan onbevooroordeeld, en ga niet uit van een vooraf geponeerde waarheid, want die bestaat toch niet.

Volgens sommige van Rorty's critici moest dit tot een onwerkbaar relativisme leiden, maar dat is natuurlijk flauwekul. Het is niet zo dat opeens alles evenwaardig zou zijn en dat het verschil tussen waarheid en leugen niet meer gemaakt zou kunnen worden. De waarheid is alleen contextbepaald. Ze wordt gevormd tijdens de conversatie.

De ideale mens is volgens Rorty de ironicus, diegene die de bestaande vocabularia bekijkt en er het zijne naast plaatst, met de ondermijning van het bestaande als gevolg. Het individu dat zichzelf overwint en zijn eigen discours constant ter discussie stelt is echter niets wanneer het niet in een sociale omgeving woont, en daar komt het politieke op de proppen. Van den Bossche vertelt meer zijn eigen verhaal dan dat van Rorty, en dat geeft dit boek nog een extra dimensie. Hij haalt er natuurlijk een paar van zijn stokpaardjes zoals Arendt, Heidegger en Merleau-Ponty bij, maar hij voelt zich ook niet te beroerd om aan te duiden waar Rorty naar zijn mening in gebreke blijft. En dat is nu net op het politieke vlak. Rorty's ironicus blijkt nogal vaak een huiskamerfilosoof te zijn. Hij leest boeken en ondermijnt ons discours, maar als het erop aankomt geeft hij liever nog maar eens een lezing aan de universiteit dan dat hij in de echte politiek zijn nek uitsteekt. Geef mij dan maar Benjamin Barber, aldus Van den Bossche, meteen de man naar voren halend die Rorty op zijn eigen gebied de loef heeft afgestoken. Volgens Barber moet de politieke filosoof opnieuw de straat op, niet om het marxisme te prediken natuurlijk, maar wel om een sterke democratie te vestigen. De liberale democratie lijdt immers ook aan de essentiewaan. Ons politiek stelsel is niet gericht op de politiek zelf, maar op het verwerven van macht. Het ideaalbeeld dat impliciet boven het liberalisme hangt is dat van het radicale individualisme. Vergeet die fictie, zegt Barber, en probeer op een pragmatische manier je maatschappij vorm te geven.

Maar Van den Bossche gaat nog verder in het bekritiseren van zijn onderwerp. In feite bezondigt Rorty zich net zo goed aan een vorm van reductionisme, zo stelt hij. Voor hem is de essentie van de mens zijn taal en soms lijkt het wel alsof er achter die taal helemaal niets meer steekt. Waar is onze lijfelijkheid gebleven, zo vraagt hij zich af. En met een heel onacademische wending, die dit boek juist heel lezenswaardig maakt, merkt hij op: "Op het moment dat ik deze tekst nog eens herlees, laat ik mij begeleiden door een cd met hits van Janis Joplin. Ik geloof dat zij ook wist van onze lijfelijkheid - en dat Rorty niet veel naar haar heeft geluisterd."

Marnix Verplancke

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234