Dinsdag 22/06/2021

De Iraanse atoombom heeft een Belgisch geurtje

Belgische bedrijven als Belgonucléaire en het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol leverden in de jaren tachtig kennis en materialen aan het Pakistaanse atoomprogramma. Topman daar, Abdul Qadeer Khan, smokkelde kernwapengeheimen uit Nederland en België. Hij bouwde er niet alleen een atoombom voor Pakistan mee maar verkocht de technologie ook door aan landen als Libië en Iran. Een reconstructie.

In het voorjaar van 1986 vertrekt een Belgische delegatie, die bestaat uit de top van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, naar Pakistan om daar de samenwerking te vernieuwen met de Pakistan Atomic Energy Committee (PAEC). Het gaat om een samenwerking omtrent kernenergie die voor burgerdoeleinden is bedoeld, zo wordt verzekerd. Er wordt afgesproken dat jonge Pakistaanse wetenschappers een opleiding kunnen volgen binnen het SCK en dat Belgische experts van het SCK enige tijd kunnen doorbrengen in Karachi, in KANUPP, de eerste Pakistaanse kernreactor. KANUPP werd begin de jaren zeventig gebouwd met Canadese hulp. Ottawa staakte de assistentie al na vier jaar omdat Pakistan weigerde het nonproliferatieverdrag, dat de verwerving van atoomwapens door een niet-atoommacht verbiedt, te tekenen. De Canadezen vreesden dat KANUPP zou dienen voor militaire doeleinden.

Bijna niemand ligt echt wakker van de Belgische missie, behalve René Constant, directeur-generaal van het Institut des Radio-Eléments in Fleurus. Hij schrijft in een brief aan Philippe Maystadt, destijds voogdijminister van het SCK: "De missie die het SCK heeft gedaan in Pakistan is niet neutraal. Wij weten, uit betrouwbare bron, dat verschillende van de personen die de delegatie ontmoette rechtstreeks betrokken zijn bij de militaire programma's."

Pakistan heeft in die tijd geen atoombom, maar wel is geweten dat Islamabad sinds 1972 werkt aan de ontwikkeling van een kernwapen, een ontwikkeling die nog versneld wordt nadat aartsvijand India in 1974 een geslaagde kernproef heeft gehouden. Ook geweten is dat Pakistan het nonproliferatieverdrag weigert te ondertekenen.

In hetzelfde jaar als de SCK-missie krijgt Pakistan nog ander Belgisch bezoek: een handelsmissie onder leiding van Herman De Croo, destijds minister van Buitenlandse Handel, die vertegenwoordigers meeneemt van onder meer het bedrijf Belgonucléaire, gespecialiseerd in de aanmaak van MOX, brandstof die uranium en plutonium bevat. Ook de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans ging dat jaar op officieel bezoek naar Pakistan.

Maystadt, die na de brief van Constant duidelijkheid vroeg aan Tindemans, kreeg als antwoord: "De politiek die we nu volgen wat Pakistan betreft, richt zich op het niet verbreken van alle banden van nucleaire samenwerking zodat er een zekere controle kan worden uitgeoefend en we over geprivilegieerde inlichtingen kunnen beschikken rond de nucleaire activiteiten van Pakistan."

En dus bleven Pakistanen stage volgen bij het SCK en bleven Belgische bedrijven technologische kennis en materialen aan het Pakistaanse atoomprogramma leveren. Twee leden van Agalev, Jos Geysels (Belgisch parlement) en Paul Staes (Europees Parlement) protesteren daar in een persconferentie tegen. "Er zijn ernstige aanwijzingen om te besluiten dat onder meer via het SCK te Mol de nodige nucleaire technologie werd en nog steeds wordt verschaft aan Pakistan om dit land in staat te stellen een atoombom te produceren", zo klonk het op de persconferentie. Maar die deed niet veel stof opwaaien.

Tijdens diezelfde persconferentie waarschuwen Staes en Geysels voor de bouw van een 'islamatoombom', een kernbom in handen van landen als Pakistan, Libië en Iran. Profetische woorden, zo zou later blijken. Toen al was duidelijk dat ene Abdul Qadeer Khan, topman van het Pakistaanse atoomprogramma, atoomgeheimen had gesmokkeld uit Nederland, waar hij in de jaren zeventig een tijdlang had gewerkt voor een onderaannemer van het Urenco-consortium. Dat was gespecialiseerd in de vervaardiging van nucleair materieel. In 1983 werd hij door een Amsterdamse rechtbank bij verstek veroordeeld voor spionage, een vonnis dat in beroep werd vernietigd. Niet omdat het hof van beroep twijfelde aan Khans schuld, wel vanwege een vormfout in de oproepbrief. Toen, tijdens de Belgische missies naar Pakistan, waren er ook al vermoedens dat Khan onderhandelde met schurkenstaten als Libië en Iran om zijn geheimen door te verkopen.

Abdul Qadeer Khan studeerde in Duitsland, waarna hij een verdere opleiding kreeg in Nederland. In 1972 behaalde hij een doctoraat aan de Katholieke Universiteit Leuven. Khan bleef daarna in onze contreien hangen. Hij werkte voor Urenco, maar bracht ook tijd door bij het SCK in Mol, zoals vele Pakistaanse stagiairs gespecialiseerd in kernenergie. "In het SCK kon hij overal rondlopen", verklaarden medewerkers toen. "Zelfs in de meest beveiligde afdelingen."

Wanneer Khan in 1976 naar Pakistan vertrekt, wekt dat argwaan. Maar terwijl de Nederlandse inlichtingendienst de zaak ging onderzoeken en Khan daar werd beschuldigd van spionage, ondernam ons land niets. In eigen land werkt Khan verder aan de ontwikkeling van een atoombom. Uiteindelijk lukt het hem en kan Pakistan in 1998 de eerste geslaagde kernproeven houden.

In 2001 werd Khan na internationale druk ontslagen als hoofd van het atoomprogramma, maar hij bleef een nationale held in Pakistan. Hij kreeg uiteindelijk gratie, nadat hij in 2004 in een openbare biecht op televisie alles had bekend. "Niemand mag vergeten dat ik technologie, ervaring en persoonlijke notities met een waarde van miljarden dollars had meegenomen", zei de vader van de Pakistaanse atoombom over zijn smokkel uit Europa. "Zonder mijn kennis en ervaring zou Pakistan nooit - ik herhaal: nooit - een nucleaire macht zijn geworden."

Akkoord met Iran

In één klap bekent Khan ook dat hij geheimen heeft doorverkocht aan landen als Libië en ook Iran. Het bewijs daarvoor had het Internationaal Atoomagentschap IAEA intussen gevonden in Iran. De VN-inspecteurs troffen daar onder meer bewijzen aan dat Pakistan en Iran rond 1987 een akkoord hadden gesloten waarbij het Pakistaanse ontwerp voor uraniumcentrifuges aan Iran werd doorverkocht. Dat ontwerp was er één van Khan. De Pakistaanse assistentie zou volgens het IAEA duren tot in 1996. Khan bekende ook dat hij Iraanse wetenschappers had ontmoet in Karachi. In ruil voor de hulp maakte Iran miljoenen dollars over op buitenlandse bankrekeningen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234