Woensdag 07/12/2022

De invloed van mei '68 op de beeldende kunst

Juli is al een tijdje aan de gang, maar in de Josef Haubrich Kunsthalle in Keulen loopt nog enkele weken een niet onaardige expositie over de invloed van mei '68 op de kunst. Een riskante onderneming: Brigitte Oetker en Christiane Schneider concipieerden een expositie die meer beklijft door de keuze van deels (reeds) historisch te beschouwen kunstwerken dan door de visueel geformuleerde opvattingen.

Het einde van de jaren zestig was voor de kunst een gedroomde maatschappelijke biotoop. De oorlog in Vietnam, de malaise in de arbeidsverhoudingen en de kloof tussen volk en gezag zorgden ervoor dat de kunst zich uit het burgerlijk cocon kon bevrijden. Kunstenaars betuigden hun solidariteit met de arbeidersbeweging - af en toe nogal pamflettair - en namen vooral volop de vrijheid om te experimenteren met vorm en inhoud. Van die sprankelende openheid is in Keulen jammer genoeg weinig te zien; alle kunstwerken staan hier te kijk als zonderlinge objecten, als beestjes in de dierentuin.

Historische kunstwerken van nog altijd actieve kunstenaars zoals Claes Oldenburg, Richard Artschwager of Robert Morris worden ingeschakeld in een discours dat gebaseerd is op pop art en concept. Bij dit parcours dringt zich de vraag op of dit de vertolking is van wat de generatie van de jaren zestig teweeg heeft gebracht. Kanonnen zoals Bruce Nauman, Sigmar Polke en vooral Joseph Beuys ontbreken in Keulen. Jammer, temeer daar de invloed van iemand als wijlen Beuys nu pas echt begint door te dringen. Zijn eigengereide definitie van 'sociale sculptuur' wordt vandaag door heel wat jonge kunstenaars geïnterpreteerd als een doordachte infiltratie van werk binnen het maatschappelijk weefsel. Anderen zijn op onopvallende wijze bezig met het expliciet opvoeren en tonen van het gewone leven. Na de jaren tachtig ruilden tal van jonge kunstenaars het tastbare kunstobject in voor efemere vormen van expressie, service en communicatie. Video, nieuwe media en allerlei drukwerk worden ingezet om het publiek uit te nodigen actief deel te nemen; hun werk is een cocktail van artistieke en sociale ingrediënten. Kunstenaars kunnen zich a priori niet meten met de verpletterende macht van de massamedia. Noodgedwongen gaan ze die media bijvoorbeeld gebruiken in situaties die een verkwikkende vervreemding doen ontstaan.

In Keulen is het baanbrekend werk Autohypnose uit 1969 van Valie Export een van de eerste interactieve video-installaties waarbij de bezoeker, hinkstapspringend door een parcours met knopjes als 'bezit', 'liefde', 'ervaring' of 'daad', als beloning oog in oog komt te staan met een videotape van een applaudisserend publiek. Dit soort installatie legt de vinger op de tweespalt tussen het individuele en het collectieve in de massamedia.

Van jonge kunstenaars zoals Rirkrit Tiravanija, Fareed Armaly, Dora Garcia of Kobe Matthys, die zich zoals vele anderen vandaag in het veld van actuele communicatiemedia bewegen, geen spoor. Via modellen van de jaren zestig en zeventig poneren zij een ongrijpbare (maar latente) kritiek op een samenleving, die meer en meer in de ban raakt van de 'ik ben de beste'-dictaten van marketeers.

Jammer is ook dat een kern van kunstenaars rondom Mike Kelley helemaal niet is vertegenwoordigd in Keulen. Popmuziek was en blijft voor Mike Kelley, Raymond Pettibon en Paul McCarthy maar ook voor iemand als Dan Graham een cross-over voor kunst die verbanden heeft met performance, comics en iconen van massaconsumptie. In dat verband kunnen ook de invloed van muziek en geluid tijdens de hoogdagen van Fluxus en de experimenten van iemand zoals John Cage niet worden genegeerd. Deze kritische bespiegelingen wijzen op tekorten van de Mai 98-tentoonstelling, maar dit sluit niet uit dat de expositie een hoog gehalte bezienswaardige kunst bevat.

Naast knap en historisch werk van Alighiero E. Boetti, Andre Cadere, Robert Morris en Eva Hesse viel vooral het werk op van de vrij onbekende Amerikaanse Lynda Benglis (1941). Benglis toont een intrigerende en barokke vleugel (Icarus) in aluminium (1975) en een zeer kleurrijk vloerwerk, uitgevoerd in gewolkt gepigmenteerde latex (1969).

De Duitser Klaus Rinke sloot in 1968 een volledige galerieruimte af met een speels maar broos waterbed. In 1970 monteerde hij een stalen (rust)paal midden in een kunstruimte en hier en daar handvatten tegen de muur. Deze interventies gaven de peinzende kunstliefhebber een houvast. Het zijn werken die vandaag meer dan ooit aan betekenis terugwinnen.

Ook de generatie die vanaf de jaren tachtig het goede weer maakte, met onder anderen Isa Genzken, Martin Kippenberger, Peter Fischli / Peter Weiss en Franz West, is vertegenwoordigd met mooie ensembles. Fischli / Weiss tonen naast hun recente documenta-tapes een schitterende installatie van piepschuim met een aandoenlijk overlevingsvlot dat belaagd wordt door gretige krokodillen. Humor zit ook in het werk van wijlen Martin Kippenberger. Zijn architectuurmodellen uit het midden van de jaren tachtig, gemaakt met afgedankte houten transportpaletten, blijven overeind als voorbeelden van inspirerende en ontwapenende 'architectuurmodellen'.

Het oeuvre van Heimo Zobernig is gesitueerd in het raakvlak tussen minimal art en design; van hem worden strakke sculpturen getoond, bestaande uit eenvoudige materialen zoals beschilderd karton. Zobernig maakte voor Mai 98 ook een nieuw werk in de vorm van een podium voor een boek van Franz Jung, die Zobernigs ideeën over kunst ingrijpend beïnvloedde. Zobernig is wellicht een van de kunstenaars die op de meest afstandelijke wijze het legaat van de jaren zestig bevragen.

Het plafond van de hal in de Kunsthalle hangt vol met lege tekstballonnetjes. Het is een interventie van Philippe Parreno, waarin de commentaren op en over kunst kunnen worden doorgeprikt (de ballonnen bevatten veel lucht). Samen met een enorme bikini-bh van Cosima von Bonin een van de meest in het oog springende jongere kunstenaars.

Luk Lambrecht

Mai 98 tot 19 juli (dinsdag tot vrijdag van 11 tot 20 uur; tijdens het weekend van 11 tot 18 uur) in de Josef Haubrich Kunsthalle, Neumarkt in Keulen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234