Zondag 17/10/2021

De intrede van Rik Wouters in Mechelen

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen heeft de rijks Rik Wouterscollectie en gaat zes jaar dicht voor uitbreiding en renovatie. De ideale gelegenheid voor Mechelen om verloren zoon Rik Wouters aan te halen. Vanaf zaterdag zijn bijna vijftig werken, zowel schilderijen als sculpturen, te bezichtigen in het Schepenhuis. Wouters' werk straalt, tintelt en schittert als zelden tevoren.

Schilder, tekenaar en beeldhouwer Rik Wouters werd in 1882 in Mechelen geboren. Zijn vader was een van de 220 meubelmakers die de stad toen rijk was. Rik wordt leerjongen in het atelier van vader maar wil niet in diens voetsporen treden. Hij vertrekt naar Brussel, waar hij voortstudeert aan de academie, en Nel leert kennen. Nel, eigenlijk Hélène Duerinckx, een Franstalige uit Schaarbeek, is de vrouw van zijn leven: zijn muze en zijn model. Nel hield niet van 'het provincienest' Mechelen, waardoor de band tussen Rik Wouters en zijn geboortestad erg los werd.

Na al die jaren wil Mechelen haar verloren zoon Rik Wouters weer uitspelen als een van de grote iconen. Eerder dit jaar liep in Lamot een presentatie over de Mechelse leermeesters van Wouters, maar burgemeester Somers heeft ambitieuzere plannen. "Voor Rik Wouters willen we een inhaalbeweging doen. We hebben het budget opgetrokken en zijn met een actief aankoopbeleid bezig. Dat heeft al geleid tot het verwerven van enkele sculpturen en schilderijen, die op deze tentoonstelling te zien zijn. We houden de kunstmarkt nauwgezet in het oog, maar we voeren ook gesprekken met privéverzamelaars om hun stukken samen met onze collectie te tonen. Onze droom is om Rik Wouters een centrale plaats in de stad te geven: we zijn daarom op zoek naar een geschikte plek voor een permanent museum, zodat 2017 geen einde maar een nieuw begin wordt." Tot 2017 blijven de langdurige Antwerpse bruiklenen te zien in Mechelen. Dat jaar moet het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten op het Antwerpse Zuid zijn deuren weer openen.

Vloeibaar licht

Zo'n vijftig schilderijen en sculpturen worden vanaf zaterdag getoond in het Schepenhuis, een fraai 14e-eeuws pand dat ooit het hoogste rechtscollege van de Nederlanden huisvestte en sinds 2000 een stedelijk museum is. Het Schepenhuis is een beschermd monument, waardoor er niet zomaar in de muren geboord kan worden. Daarom werd aan architectenbureau B-architecten gevraagd een museale scenografie te ontwerpen die meteen een oplossing bood voor dit probleem. Het resultaat is even eenvoudig als inventief: in de kamers van het Schepenhuis werden transparante witte wanden opgesteld, waaraan de schilderijen opgehangen zijn.

Zo lijken de schilderijen, op het eerste gezicht, dia's of filmbeelden op een groot wit doek. Een aardig neveneffect. De transparante wanden creëren niet alleen ruimte, maar verhevigen ook het binnenvallende daglicht. Mooi meegenomen want Rik Wouters is nu eenmaal de schilder van het 'laaiende licht'. Door de ophanging in het Schepenhuis lijken zijn schilderijen nog doorschijnender en onstoffelijker te zijn. Alsof zijn verf vloeibaar licht is.

De ingrepen van B-architecten hebben evenwel niet alle euvels kunnen oplossen. Het middeleeuwse Schepenhuis is met zijn vele niveauverschillen een moeilijk toegankelijke locatie en niet meteen een ideale plek om schilderijen te tonen. Eind jaren negentig werden er bovendien aanpassingswerken uitgevoerd die resulteerden in opvallend zware smeedijzeren trappen en een nieuwe mezzanine, structuren die toen blijkbaar genade vonden in de ogen van de Dienst Monumenten en Landschappen. De nieuwe ingrepen steken er door hun lichtheid gunstig tegen af.

Curator Herwig Todts heeft niet voor een chronologische ophanging gekozen. Dat heeft ook weinig zin, vindt hij. "Het oeuvre van de jonggestorven Wouters (hij werd 33) is zeer compact en vertoont eigenlijk weinig evolutie. Tusen 1905 en 1908 is hij nog een zoekende kunstenaar. Maar tussen 1910, het jaar waarin hij Cézanne ontdekt en diens werk in Parijs ziet, en zijn sterfjaar 1916, is zijn werk zeer consistent."

Wouters is de schilder van het licht en de kleur. Hij zocht naar oplossingen om zijn doeken, vol vuurwerk en caleidoscopische effecten, te structureren. Die oplossingen vond hij bij Paul Cézanne, die met vereenvoudigde voorstellingen en geometrische vormen als cirkels en driehoeken werkte. "Wouters kende Cézanne alleen van zwart-witreproducties. Toen hij Cézannes werk in Parijs in het echt zag, was hij teleurgesteld in de volgens hem te sombere kleuren. Wouters wou meer een kleurenspektakel à la Ensor."

Rik Wouters wordt al geruime tijd gerekend tot de zogeheten 'Brabantse fauvisten', maar daar wil Todts komaf mee maken. "Wouters is geen fauvist maar een impressionist. Misschien is hij wel de laatste van de impressionisten, bij wie de stijl zijn hoogtepunt én eindpunt bereikt. Wouters beschouwt het schilderij niet als een plat vlak, zoals Matisse, maar blijft trouw aan de weergave van de natuur en van het perspectief, hoe schetsmatig hij de werkelijkheid ook uitbeeldt.

Geen groot vernieuwer

Todts wil voorts de rol minimaliseren die Nel zich toedicht. "Rik Wouters heeft Nel zo vaak geschilderd omdat zij een professioneel model was en omdat hij geen geld had voor andere modellen. Nel zegt in haar memoires dat het oeuvre van Rik een lofzang op haar is. Maar Wouters schilderde àl het leven om hem heen. Eigenlijk heeft Wouters maar één onderwerp: de weergave van het licht."

Doordat hij in zijn schilderijen geen groot vernieuwer is, heeft Wouters tot op heden weinig succes in het buitenland gehad, zegt Todts. "Zijn sculpturen waren wel grensverleggend. Maar dat deel van zijn oeuvre is dan weer te bescheiden in omvang." In België maakten de schilderijen van Wouters wel degelijk school. "Nadat hij het contract met de Brusselse kunsthandelaar Giroux had gesloten, verkochten zijn schilderijen goed. Zijn stijl had succes en werd geïmiteerd door onder meer Floris Jespers."

Het is bijzonder ironisch dat de schilder van de levensvreugde zo tragisch aan zijn eind kwam. Tijdens de Eerste Wereldorlog werd hij opgeroepen als soldaat en hij sloeg na de belegering van Antwerpen op de vlucht naar het neutrale Nederland. Daar kwam hij terecht in het krijgsgevangenenkamp van Zeist. Een dokter constateerde dat hij kaakbeenkanker had, de oorzaak van zijn jarenlange hoofdpijn.

Drie operaties, die hem gruwelijk verminkten, brachten uiteindelijk geen soelaas. Rik Wouters overleed, hij was nog geen 34, in 1916 in Amsterdam, de stad waar het Stedelijk Museum net voordien een succesvolle tentoonstelling aan hem had gewijd. In Mechelen is, naast zijn palet en schilderdoos, zijn dodenmasker met de verminkte rechterwang te zien, vlak bij het Zelfportret met zwarte ooglap, een van zijn laatste schilderijen.

Wouters' schilderijen en sculpturen blijven tot 2017 in Mechelen en zullen regelmatig aangevuld worden met aquarellen en tekeningen uit de KMSKA-collectie. "Misschien confronteren we zijn werk wel met een Bonnard of een Cézanne, wie weet", zegt Herwig Todts.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234