Vrijdag 10/07/2020

De intrede van Christus in Meigem

'Vorig jaar liepen er meisjes op plateauschoenen in de processie. Dat kan natuurlijk niet, het moet een beetje geloofwaardig blijven'Frederic en Dieter geven het grif toe. Veel liever stonden ze op dit eigenste ogenblik op de weide van Rock Werchter. Wat let hen? Geloofsovertuiging? 'Niet echt. Maar ons moeder is van Meigem, zij loopt al van kindsbeen af in de processie. Het is een familietraditie, we kunnen er niet onderuit'

Erik Raspoet / Foto's Filip Claus4 juli, dag van de Heilige-Bloedprocessie

Meigem mag gerust als een gat worden omschreven. Maar één keer per jaar ontpopt dit Oost-Vlaamse dorp zich tot het schouwtoneel der christelijke beschaving. Adam en Eva slenteren door het dorp. Apostelen vallen er roekeloos in slaap. Pilatus wast er zijn handen in onschuld. Romeinse legionairs met geschoren kuiten bezetten het kerkplein. En het kan niet missen of Jezus, alias Bertrand, struikelt er met kruis en al. Show mag, maar niet te veel, want het is geen lolletje. Verslag van een Heilige-Bloedprocessie met een gruwelijke oorsprong.

Donderdag, halfnegen. Toneel van de actie is de bescheiden kerk van het al even onaanzienlijke dorp Meigem. Dit is geen doordeweekse vroegmis. Marmer en koper zijn extra geboend, verse bloemen werden aangevoerd, waaghalzen zijn op hoge ladders geklommen om draperieën in paapse kleuren aan te brengen. De kaarsenverkoopster monstert ons met argwanende blik. Wat komen twee onbekenden hier plots binnenvallen? Van op de achterste rij hebben we zicht op de congregatie. Zeven kalende mannenkruinen en drieëntwintig brushings met kleurspoelingen, zo te zien is het repertoire van de lokale kapper beperkt. Pastoor Van Damme heeft een rode kazuifel met gouden borduursel uit de kast gehaald, een ornaat dat pas tot zijn recht komt wanneer hij met geheven armen de zegen van hierboven afsmeekt. "Laat ons bidden", zegt hij op zalvende toon. "Heer, verlos ons van bloedziekten." Smachtend en sonoor klinkt het antwoord op dat bijzondere verzoek. God onze Heer, wij bidden U verhoor ons. Na het amen snuit de pastoor omstandig zijn neus, het geluid wordt door de microfoon tot een naderende onweersbui versterkt. De kerk stroomt leeg maar de plechtigheid krijgt een vervolg in openlucht. Vijf keer houdt de ommegang rond de kerk halt, bij vijf staties die aan een en hetzelfde thema zijn opgedragen. Besnijdenis, geseling, doornenkroning, kruisafneming, bij ieder tafereel vloeit rijkelijk het bloed van de Heer Jezus.

Bloed en bloedvergieten, dat is waar dit verhaal om draait. Al in de achttiende eeuw stroomden lijders van allerhande bloedziekten naar Meigem. Doel van de bedevaart en bron van hoop was een splinter die tot op heden in een somptueus gegarneerd schrijn wordt bewaard. Een morzel van de met Jezus' bloed doordrenkte geselkolom, zo wil de overlevering. De verering heeft de tand des tijds doorstaan. Deze ommegang is maar een voorproefje van de Heilige-Bloedprocessie die over drie dagen, op de eerste zondag van juli, zal uitgaan. "Verwacht vooral geen kermistoestanden", waarschuwde een van de organisatoren aan de telefoon. "Dit is nog pure volksdevotie." En inderdaad, van scooters of worstenkramen is geen spoor te bekennen. De feestelijke sfeer is volledig op rekening te schrijven van de tricolores die hier opvallend talrijk uithangen. Zou het oorlogsverleden van Meigem debet zijn aan deze uiting van vaderlandsliefde?

Gewoonlijk valt in een Belgisch voortuintje evenveel leven te bespeuren als op de achterkant van de maan. Maar vandaag heeft men het tuinmeubilair resoluut aan de straatkant uitgestald. De processie mag dan geen vrijgeleide voor kermisvertier zijn, een aanleiding voor familiereünies is het duidelijk wel. Hele clans hebben zich langs het traject verzameld - kinderen en kleinkinderen, ooms en tantes, vaak nog napuffend van het copieuze middagmaal. Sommige huizen liggen er uitgestorven bij. Misschien zijn de bewoners al met vakantie vertrokken. Maar waarschijnlijker is dat ze zelf meelopen in de processie. Vijfhonderd vijftig figuranten rekruteren in een dorp van zevenhonderd vijftig inwoners, het spreekt vanzelf dat alle beschikbare krachten worden gemobiliseerd.

Een uur voor de start heersen bijbelse toestanden in de basisschool die als kleedkamer werd opgevorderd. Apostelen, Romeinse soldaten, farizeeërs, engeltjes en schaapherders krioelen door elkaar. Dit is geen carnaval, het organisatiecomité kijkt scherp toe op de vestimentaire kwaliteit. "We willen toestanden als vorig jaar vermijden", zegt coördinator Luc Van Nevel. "Toen liepen er meisjes op plateauschoenen in de processie. Dat kan natuurlijk niet, het moet een beetje geloofwaardig blijven." Luc is vijfendertig, de benjamin van het dertienkoppige organisatiecomité dat behalve de eerwaarde pastoor ook twee kloosterzusters telt. Met warme liefde propageert de gewezen misdienaar zijn processie. "Dit is de dag waar heel Meigem een jaar lang naar toeleeft", jubelt hij. "Wat zeg ik? Meigem dankt zijn identiteit aan dit evenement. Schaf de processie af en wat schiet er van Meigem over? Een naamloos gehucht van Deinze, meer niet." De Heilige-Bloedprocessie van Meigem is geen boeteprocessie, er lopen geen flagellanten mee, er wordt niet zoals in Veurne blootsvoets met loodzware kruisen gezeuld. "Maar het is ook geen folklore", zegt Luc. "De meeste figuranten doen wel degelijk mee uit geloofsovertuiging."

De eerste keer heeft Maria de eindstreep niet gehaald. "Ik was nog heel klein", zegt ze. "Moeder heeft me gedragen, want ik had blaren op mijn voeten." Sindsdien heeft ze, zwangerschappen buiten beschouwing gelaten, geen enkele editie gemist. "Ik ben nochtans geen pilaarbijter", zegt ze. "Naar de mis ga ik allang niet meer: geen tijd. Maar met de processie maak ik in één klap mijn hele jaar goed. Weet je, ik zou me niet op mijn gemak voelen, mocht ik een keertje overslaan. Er zou nadien vast iets naars gebeuren, je zou het zien." Dit jaar stapt ze op met het opgeruide volk dat Jezus aan het kruis schreeuwt. Geflankeerd door Antoinette, die aan haar vierentwintigste processie toe is. "Ik kom uit Sint Martens-Leerne", zegt ze. "Met Meigem heb ik in feite niets te maken. Maar na een zware operatie heb ik een plechtige belofte gedaan: ik zal in de processie lopen, zolang mijn benen het kunnen dragen."

Antoinette is geen uitzondering, steeds meer figuranten uit Nevele en zelfs Deinze stofferen de cast. "Gelukkig maar", zegt Luc Van Nevel, "want met de inwoners van Meigem alleen redden we het niet meer. Het kost moeite om de jeugd warm te maken voor de processie. Bang dat hun vrienden hen gaan uitlachen, je weet hoe dat gaat." De tweeëntwintigjarige Peter Tanghe heeft veel jeugdvrienden zien afhaken. "In de processie lopen is niet cool", beseft hij. "Mijn zus wil ook al niet meer meedoen. Ze is zestien en voelt zich te groot." Zelf loopt Peter er niet bepaald als een Lourdes-ganger bij. Met zijn lange paardenstaart en oorbel lijkt de jongeman veeleer uit een rockband geplukt. "Klopt", zegt hij. "Ik speel in een groepje, de ruigste metal van Oost-Vlaanderen. Satanische rock, dat is ons genre. En zie me hier nu staan, met die sandalen en dat kleed, het contrast kan niet groter zijn. Toch wil ik dit niet missen. Dit is Meigem, als kind groei je met de processie op. Natuurlijk staan straks enkele van mijn zware vrienden langs de baan om me uit te lachen. Ze doen maar, ik lach gewoon terug."

Negertje, Chineesje, Romein, sprekende Jezus... Peter heeft al heel wat rollen gespeeld. Maar hij zal nog veel geduld moeten hebben om de carrière van Bertrand Van Braeckel te evenaren. De gepensioneerde trucker was er bij toen de processie in 1945 voor het eerst uitging. "Ik herinner het mij als de dag van gisteren", zegt hij. "Ik liep als knaap in het Hosanna-koor, we zongen over de blijde intrede van Jezus." Langzaam maar zeker heeft hij zich een weg naar de top gebaand. Na het kinderkoor volgden vele jaren als anonieme figurant bij het opgeruide volk en de Romeinse legionairs. Tot twintig jaar geleden de vaste kruisdrager er het bijltje bij neerlegde. Sindsdien is Bertrand een van de onbetwiste vedetten in de Heilige-Bloedprocessie. De grimeur heeft zijn werk goed gedaan: het bloed gutst vanonder de doornenkroon in de valse baard, en met de vuile vegen op zijn wangen en de donkere mascara om zijn ogen lijkt hij werkelijk een toonbeeld van ellende. "Eigenlijk ben ik veel te oud om Jezus te spelen", zegt hij zonder er een sikkepit van te menen. Want Bertrand gáát ervoor. Volgens het evangelie is Jezus op weg naar Golgotha drie keer gestruikeld. Maar als er echt veel volk langs de weg staat, mag het voor zijn part een keertje meer zijn. "Je laat je natuurlijk niet zomaar vallen", verklapt hij. "Je moet eerst een beetje zwijmelen. Een keer naar links, een keer naar rechts, zodat het publiek ziet: hola, hier zal het gaan gebeuren. Ja, je moet wel een beetje show verkopen. Maar niet te veel, want het mag geen lolletje worden. Onder ons gezegd, ik vrees een beetje voor de toekomst. De jeugd neemt het allemaal te licht op, ze denken dat de processie een verkleedpartij is. Maar mensen van mijn generatie weten wel beter, wij kennen de oorsprong van deze processie. De eerste keer, in 1945, liep het hele dorp mee uit dankbaarheid omdat ze de oorlog hadden overleefd. Want dat is hier heel erg geweest in mei '40. Mijn eigen vader is maar op het nippertje ontsnapt aan het bloedbad in de kerk van Meigem. Hij stond erop dat het hele gezin aan de processie zou deelnemen."

Vier uur. Boerenpaarden zijn ingespannen, elfjes staan in het gelid, alle figuranten hebben hun posities ingenomen, de fanfare Sint-Cecilia kan de processie op gang blazen. Het hoogtepunt komt al na een paar honderd meter: de brede strook tussen de Sint-Niklaaskerk en café Sint-Elooi, waar de toeschouwers rijendik zijn samengetroept en waar de vip-tribune werd opgesteld. Dat is het moment voor de joodse hogepriester Kajafas om zijn rekwisitoor af te steken, daar schreeuwt het opgeruide volk om het bloed van Christus, daar smijt Judas zijn bloedgeld tegen de kasseien, ondertussen luidkeels zijn wroeging betuigend. En daar gaat Jezus, alias Bertrand, met kruis en al tegen de grond, een manoeuvre dat inderdaad door vervaarlijk zwijmelen wordt ingeleid. Geheel volgens de regels van de processiekunst wordt iedere tableau vivant voorafgegaan door twee cherubijntjes met tekstborden. Adam en Eva, Jezus in de tempel, het laatste avondmaal, de geseling van Jezus, de kruisiging, het Oude en Nieuwe Testament trekken hortend en stotend aan ons oog voorbij. "Wordt Jezus echt aan dat kruis genageld?", vraagt een bedremmelde kleuter aan haar papa.

Had het aan Frederic en Dieter Maenhout gelegen, de geschiedenis van het christendom had er heel anders uitgezien. Als hekkensluiters sloffen ze mee met het opgeruide volk. Zeker, ze steken hun gebalde vuist in de lucht en bewegen hun lippen wanneer ze 'Kruisig hem! Kruisig hem!' roepen. Maar het gebaar is zo futloos, hun stem zo zwak, dat ik me niet kan inbeelden dat Pilatus voor zo'n halfhartig protest zou zijn gezwicht. Ze geven het grif toe. Veel liever stonden ze op dit eigenste ogenblik op de weide van Rock Werchter. Maar wat let hen dan? Geloofsovertuiging misschien? "Niet echt", zegt Dieter. "Maar ons moeder is van Meigem, zij loopt al van kindsbeen af in de processie. Het is een familietraditie, we kunnen er niet onderuit."

Ik loop een eindje mee op en doe een vreemde vaststelling: heel wat Romeinse soldaten hebben het haar van hun benen geschoren. Wielrenners of ijdeltuiten, wie zal het zeggen? Vier kilometer is geen marathon, maar het geschuifel op geleende sandalen bijt in de kuiten, zeker als er wel koeien in de weide maar geen kijkers langs de weg staan. Concentratie en vroomheid zijn omgekeerd evenredig aan de publieke belangstelling. Er wordt al eens een besmuikte grap gemaakt, links en rechts hallucineert een figurant over een schuimende pint. Nog één kilometer, we komen weer in de bewoonde wereld. Het opstandige volk mort. "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen", neuzelen Frederic en Dieter.

Vier kilometer, dat moet ongeveer de afstand tussen Meigem en Vinkt zijn. De lengtemaat is inderdaad met bloed doordrenkt. Niet toevallig is deze processie voor het eerst in het vredesjaar 1945 uitgegaan. Pastoor Van Zandycke had de bui zien hangen. Zijn parochie had behoefte aan een grootse geste, een collectief gebaar van dankbaarheid jegens God en de voorzienigheid, die hen ongeschonden door de oorlogsjaren hadden geloodst. Dieter en Frederic hebben daar wellicht geen benul van, maar senioren uit deze streek laten zich niet bidden om sterke oorlogsverhalen op te dissen. Over de slag om Vinkt, de bloedigste episode uit de achttiendaagse veldtocht. Het is genoegzaam bekend hoe de Duitse pletwals in het onzalige jaar 1940 over ons weerloze land walste. Zonder noemenswaardige tegenstand, want tien dagen na de invasie schoot van het Belgische leger weinig meer dan een gedemoraliseerd hoopje chaos over. Eén na één werden de verdedigingslinies opgerold, en ook de ultieme poging om de invasie bij de Leie tot stilstand te brengen mislukte jammerlijk. Zegedronken staken Duitse troepen het afleidingskanaal van de Leie ter hoogte van Meigem over. Volgend doel was Vinkt, een strategisch punt waar de wegen van Aalter-Deinze en Nevele-Aarsele kruisen. Een gezonde wandeling, dachten de Duitsers, maar dat was gerekend buiten de Ardense jagers die zich in Vinkt hadden ingegraven. De verrassing was compleet, en keer op keer werden de aanvallers met zware verliezen teruggeslagen. De Ardense jagers waanden zich in een schietkraam, de baan van Meigem naar Vinkt lag bezaaid met lijken. Zevenhonderd vijftig Duitse soldaten, onder wie tientallen officieren, vielen bij de slag om Vinkt. De frustratie in het Duitse kamp liep dan ook erg hoog op. Frustratie - en angst, want achter iedere boom vermoedde men een sluipschutter.

Nog tijdens de slag begonnen de represailles tegen de bevolking. De eerste burgers werden geëxecuteerd, alle weerbare mannen van vijftien tot vijfenzestig werden in de kerk van Meigem opgesloten. Vinkt viel op maandag 27 mei, na drie dagen van zware gevechten. Het uur van de wraak had geslagen. Vierentachtig burgers, inwoners van Vinkt en vluchtelingen, in leeftijd variërend van dertien tot negenentachtig, werden gefusilleerd, met bajonetten afgemaakt of met geweerkolven doodgeknuppeld.

Klap op de vuurpijl was het bloedbad in de kerk van Meigem, een drama waarvan het fijne nog altijd niet geweten is. Feit is dat driehonderd mannen, schoolknapen zowel als bejaarden, in de kleine kerk opeengepakt zaten. Bertrand Van Braeckel heeft erover verteld. Hoe zijn vader van schele dorst het groene water uit de bloempotten opdronk. En hoe in zijn vaders mond sindsdien alles hetzelfde smaakte, of het nu melk of bier was. Feit is ook dat Duitse soldaten op het doksaal zaten, mitrailleurs en handgranaten in de aanslag. Feit is ten slotte dat zich maandagmiddag in de kerk een enorme explosie heeft voorgedaan waarbij zevenentwintig gijzelaars het leven verloren. Hebben de Duitsers hun wraak gekoeld door handgranaten in de massa te gooien? Of is een verdwaald projectiel van de Belgische artillerie door het kerkdak geslagen? Misschien verklaren de aanhoudende twijfels waarom de slag om Vinkt zich niet in het collectief geheugen van onze vertrappelde natie heeft vastgezet. Overigens vervult het optreden van de Ardense jagers de overlevenden tot op heden met gemengde gevoelens. Heroïsch was hun verzet zonder enige twijfel. Maar loonden al die burgerslachtoffers de moeite? Een dag na de val van Vinkt zou koning Leopold de Belgische capitulatie ondertekenen.

Kerk in zicht, nog een laatste massabad en dan wordt de processie ontbonden. Voor een 67-jarige komt Bertrand toch wel erg kwiek voor de dag. Zijn ultieme valpartij is er een voor in het boekje. Hij rolt kreunend op de grond, armen en benen hulpeloos in de lucht. Van op het kerkhof zie ik hoe Simon van Cyrene toeschiet om de afgepeigerde Jezus uit zijn benarde positie te redden. Een bejaarde vrouw wordt het te machtig. "Ons Heer", mompelt ze, "die moet toch afgezien hebben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234