Zaterdag 06/03/2021

De incarnatie van de toeschouwer

'100 jaar hedendaagse kunst' in het Paleis voor Schone Kunsten

Eric Bracke

Kijk en gij zult zien

Is hedendaagse kunst ontoegankelijk? Neen, zegt Thierry de Duve, niet voor wie wil kijken. De kunsthistoricus en filosoof die bekender is in het buitenland dan bij ons, wil dat bewijzen met de expositie 'Kijk, 100 jaar hedendaagse kunst'. Deze expositie, die vandaag opent in het Paleis voor Schone Kunsten, moet het ultieme koninginnenstuk worden van Brussel 2000.

'Honderd jaar hedendaagse kunst', dat is de wat vreemde ondertitel van de tentoonstelling 'Kijk'. Vreemd, omdat het niet meteen duidelijk is wat het woord 'hedendaags' daar staat te doen. Kunst is altijd hedendaags op het moment van zijn ontstaan, maar kunstwerken van honderd of zestig jaar geleden behoren reeds tot de kunstgeschiedenis. En toch, en toch, de samensteller van deze tentoonstelling, Thierry de Duve, is niet lichtzinnig te werk gegaan. Dat is trouwens het laatste wat je van een kunstfilosoof zou verwachten.

De ambitie van Thierry de Duve met deze tentoonstelling is aan te tonen dat de beste kunst steeds hedendaags blijft in die zin dat ze ook iedereen vandaag nog aanspreekt. Dat aanspreken mag volgens de kunstfilosoof vrij letterlijk worden genomen. De Duve, die als kunsthistoricus en filosoof vooral in Amerika faam heeft verworven, wil bewijzen dat hedendaagse kunst ten onrechte de kwalijke reputatie krijgt opgekleefd hermetisch te zijn. Alleen ingewijden zouden er kunnen van genieten, leken daarentegen zouden er niets meer aan hebben. Die opvatting wordt in de hand gewerkt door de taal waarin de specialisten over kunst spreken en schrijven, een discours dat vaak vergiftigd is door een pedant jargon en nodeloos moeilijke en abstracte formuleringen. Toch, zo stellen de organisatoren van de expositie, hebben de kunstwerken het over aangelegenheden die ons persoonlijk beroeren, over onze vreugde en ons verdriet, over onze hoop en ons lijden, over onze morele en geestelijke waarden en over onze liefdes en onze eenzaamheid in het aanschijn van de dood. Thierry de Duve maakt zich bijgevolg sterk dat de betere kunst in staat is bij nagenoeg iedereen een esthetische ervaring en of ontroering teweeg te brengen. De enige voorwaarde is dat we bereid zijn aandachtig te kijken. Dat klinkt verdacht eenvoudig, als je 't mij vraagt, maar de bedoelingen zijn alvast nobel.

In de tentoonstelling 'Kijk' wil Thierry de Duve de kunstwerken zodanig presenteren dat ze - en nu citeren we de perstekst - "zichzelf voorstellen, de toeschouwer aanspreken en hem iets vertellen over zichzelf". Die ontmoeting tussen het ding dat het kunstwerk is, en de beschouwer, heeft volgens de Duve de kenmerken van een communicatie tussen personen. Kunstwerken zijn volgens hem in zekere zin te beschouwen als levende wezens. Ze onderscheiden zich van andere objecten doordat we er respect voor opbrengen en dat we ze bewaren ook al hebben ze geen functioneel nut. Kunstwerken blijven echter onvolkomen als er geen toeschouwer is die er aandacht voor heeft. Die kijker moet zich dan wel ontvankelijk opstellen tegenover het kunstwerk.

Volgens Thierry de Duve is Edouard Manet (1832-1883) de eerste schilder die de beschouwer als de ontbrekende persoon in het kunstwerk betrekt. Zijn schilderijen geven de indruk zich bewust te zijn dat er een toeschouwer aanwezig is die voor het doek staat. Zo zet de kat die op het schilderij Olympia (1863) aan het voeteneind van de uitgestrekte naakte vrouw staat afgebeeld, bijvoorbeeld een hoge rug. Je zou kunnen zeggen dat zij die dreigende houding aanneemt omdat ze ons, de beschouwer, opmerkt. De Duve gebruikt een religieuze term om de rol van de toeschouwer te beschrijven zodra hij voor het kunstwerk staat: hij incarneert de ontbrekende persoon in het verhaal van het kunstwerk. Opdat dit mogelijk zou zijn, wordt van de toeschouwer 'een daad van geloof' gevraagd. In de tijd die vooraf ging aan Manet was een dergelijk engagement van de beschouwer niet nodig, de schilders overbrugden de kloof naar de wereld van de kijker door de toepassing van illusionistische technieken zoals schaduwwerking, perspectief en een natuurgetrouwe representatie en stofuitdrukking. Er hoefde geen beroep te worden gedaan op het geloof van de toeschouwer, de schilderkunstige, illusionistische kneepjes zorgden ervoor dat zijn ongeloof werd opgegeven.

In deze personalistische visie op de moderne kunst, die uitvoerig wordt uiteengezet in zijn gelijknamige boek Kijk, gebruikt De Duve behalve incarnatie nog wel meer termen die aan de religie zijn ontleend. Dat mag volgens De Duve, die zelf een atheïst is, niet verwonderen. Hij verwijst naar een oude theorie die stelt dat religie en westerse kunst tezamen ontstonden. Zoals God de Vader de Maagd Maria door zijn woord bezwangerde, zo maakte de iconenschilder van het maagdelijke houten paneel een beeld van Christus. In een interview in het weekblad Knack zegt Thierry de Duve: "De oosterse kerk is bij die theorie en die rigide stijl van iconen maken gebleven. In de Westerse kerk daarentegen kregen we plots een religie waarin het mogelijk is om echte beelden te maken. Dat is in het jodendom niet mogelijk, en ook in het protestantisme werd het niet meer mogelijk. Katholiek zijn en beelden mogen maken zijn eigenlijk twee gelijke dingen."

Meer dan tweehonderd kunstwerken

Terug naar de laatste honderd jaar want daar gaat de tentoonstelling 'Kijk' tenslotte over. Na Manet is op een bepaald moment de voorstelling van de menselijke figuur een marginaal gegeven geworden. De avant-garde zocht het in de abstractie. Bovendien gingen steeds meer kunstenaars zich op de middelen van de kunst zelf richten. De Duve heeft de indruk dat de abstractie in de kunst stilaan uitgeput schijnt te zijn. We staan voor een terugkeer van het menselijke beeld, waarbij een terugval naar het 19de-eeuwse academisme dient vermeden te worden. Volgens De Duve bleef de kunst al die tijd een onvervangbare functie vervullen in de maatschappij. De paradox van die functie is precies dat ze geen eigenlijk nut heeft - waaraan de kunst haar rebels karakter ontleent - maar toch iets diep tot uitdrukking zou brengen. Het is de avant-garde die over deze traditie heeft gewaakt, aldus De Duve, terwijl de academische schilders naar spektakel en kitsch afgleden.

De tentoonstelling 'Kijk' blikt terug op de kunst van de voorbije honderd jaar aan de hand van een selectie van meer dan tweehonderd kunstwerken vanaf Manet. Volgens de perstekst werden de werken geselecteerd "omwille van hun kwaliteit" - dat mogen we verhopen - en "hun vermogen om met elkaar in dialoog te treden".

De selectie bevat verschillende werken die nooit eerder in Begië te zien waren. Tal van buitenlandse musea gaven topwerken in bruikleen zodat met grote namen zoals onder anderen Manet, Rodin, Picasso, Matisse, Mondriaan, Schwitters, Magritte en Rothko kan worden uitgepakt. Er zijn zelfs enkele oude meesters in de selectie opgenomen. Zo zal van de Spaanse schilder Zurbaran een stilleven te zien zijn, om de continuïteit te benadrukken die, ondanks het eenzijdige beeld van de kunsthistorie als een opeenvolging van breuken, bestaat tussen hedendaagse kunst en tijdloze meesterwerken. Drie hedendaagse kunstenaars, in de echte betekenis van het woord, zullen speciaal voor de tentoonstelling een nieuwe installatie creëren. Hun namen zijn Sylvie Blocher, Michael Snow en Dan Graham. De tentoonstelling zal de gehele beschikbare expositieruimte in het PSK benutten, behalve de vertrouwde monumentale zalen, loopt het tentoonstellingsparcours ook door de gerestaureerde sculpturenhal en de zogenaamde 'antichambres' aan de kant van de Koningstraat. De presentatie van de stukken zal echter niet chronologisch geschieden, de werken worden volgens thema en plastische verwantschap, ongeacht het genre of het medium, bij elkaar gebracht. Bijgevolg zullen historische sleutelwerken omringd zijn door recenter werk, uit de naoorlogse periode tot vandaag. Een sobere vormgeving moet het publiek de mogelijkheid bieden om rustig en ongehinderd te kijken. "Hierin schuilt het succes van 'Kijk'", aldus de profetische perstekst.

'Kijk, 100 jaar hedendaagse kunst' opent vandaag en loopt tot 28 januari 2001 in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23 te 1000 Brussel. Alle dagen geopend van 10 tot 18 uur (vrijdag tot 21 uur). Toegang: 200 tot 350 frank (4,96 tot 8,68 euro). Reservering: 02/507.84.68. De catalogus met tekst van Thierry de Duve kost 1495 frank (37,06 euro).

'Tal van buitenlandse musea gaven topwerken in bruikleen zodat met grote namen kan worden uitgepakt'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234