Zondag 11/06/2023

OnderzoekDe concentratiecrisis

De impact van de aandachtscrisis op werk en school: ‘Focus is het nieuwe IQ geworden’

null Beeld Timon Vader
Beeld Timon Vader

Als we ons niet meer kunnen concentreren, worden we dan minder creatief op het werk of dommer in de klas? En hoe komt het dat te veel afleiding tot een burn-out kan leiden? Over de impact van de aandachtscrisis op werk en school: ‘Focus is het nieuwe IQ.’

Lotte Beckers

Tony Fadell, die mee de iPod en iPhone ontwikkelde, verzuchtte een paar jaar geleden: “Ik word regelmatig nat in het zweet wakker: wat hebben wij de wereld in gebracht? Een soort nucleaire bom met informatie die onze hersenen doet ontploffen en herprogrammeert?”

Fadell is lang niet de enige klokkenluider die zich bekeerde en zich nu grote zorgen maakt over de aandachtscrisis. Voormalig Google-strateeg James Williams vraagt zich af hoe we ooit grote problemen als klimaatverandering kunnen oplossen als we voortdurend achter elke afleiding aanhollen. Alan Lightman, een bekende wetenschapper van het Massachusetts Institute of Technology, is er rotsvast van overtuigd dat afleidingen ons minder creatief maken.

Luidt de aandachtscrisis werkelijk het einde in van baanbrekende innovaties of grootse intellectuele prestaties? Daarover zijn de meningen verdeeld.

Hoogleraar psychologie Stefan van der Stigchel van AttentionLab (Universiteit Utrecht) noemt die alarmistische berichtgeving bangmakerij zonder nuance. “Hoe zouden we ooit objectief kunnen meten dat we dommer of minder creatief worden? Ja, TikTok is een zeer snel en vluchtig medium, maar wat sommige jongeren op dat platform creëren is waanzinnig creatief.”

Antisociale media

Maar niemand ontkent dat een gebrek aan focus niet bepaald bevorderlijk is voor ons professioneel leven. “De antisociale media, zoals ik ze noem, hebben ons reflexbrein, dat reageert op impulsen, in hun macht”, vreest neuropsychiater Theo Compernolle, auteur van van verschillende boeken over aandacht zoals Ontketen je brein. “We zijn daardoor niet meer in staat tot langdurige volgehouden aandacht en kunnen niet meer lang en diep denken.”

Onderzoek wees uit: we werken nooit langer dan 40 seconden tot 10 minuten aan een stuk. Dan worden we afgeleid. Beeld Getty Images
Onderzoek wees uit: we werken nooit langer dan 40 seconden tot 10 minuten aan een stuk. Dan worden we afgeleid.Beeld Getty Images

Zo hebben verschillende studies bewezen dat kenniswerkers heel vaak wisselen van taak: we werken - afhankelijk van het onderzoek - nooit langer dan 40 seconden tot 10 minuten aan een stuk, en dan worden we afgeleid door een inkomende mail, een vraag van een collega of de verleiding van een rondje scrollen op Facebook. Herkenbaar?

We noemen dat graag multitasken, maar in realiteit verplaatsen we onze aandacht continu van de ene taak naar de andere. Voor ons brein is dat een ingewikkeld en vermoeiend proces. Bovendien is er zoiets als het aandachtsresidu: u bent misschien wel bezig met de analyse van een ingewikkelde Excel-sheet, maar uw brein zit nog half bij het WhatsApp-gesprek dat u net voerde, waardoor uw cognitieve capaciteiten de eerste 15 tot 30 minuten na die wissel niet op volle toeren draaien. De schattingen lopen ver uiteen, maar we zouden onze smartphones vijftig tot een paar honderd keer per dag checken. Reken maar uit hoe vaak we dus werken op halve kracht.

Multitasken maakt trager

Maakt dat multitasken ons ook daadwerkelijk dommer? Daar zijn geen aanwijzingen voor. Maar we werken wel trager. Volgens onderzoek zijn we tot 50 procent langer aan een taak bezig dan als we die van begin tot einde zouden afwerken zonder onderbreking. “En hoewel het vaak heel efficiënt en productief vóélt om meteen te reageren op elk telefoontje en elk bericht dat binnenkomt, leiden die afleidingen tot meer stress, werklast en frustratie”, zegt Van der Stigchel. Wie constant onderbroken wordt, heeft immers de neiging om haastiger te gaan werken en maakt ook stresshormonen aan.

In het ergste geval leidt dat tot ernstige fouten. Zo is er een bekend onderzoek naar medische fouten in een ziekenhuis in San Francisco, waarbij verplegers regelmatig medicatie verkeerd doseerden. Dat bleek grotendeels te wijten aan het feit dat die verpleegkundigen tijdens het voorbereiden van de medicatie - een taak die enige concentratie vereist - geregeld gestoord werden door collega’s. Het idee was dan om de verplegers tijdens die klus een gekleurd hesje te laten dragen, zodat iedereen meteen zag dat ze niet gestoord mochten worden. Na vier maanden bleek de foutenlast gedaald met 47 procent.

Minder zichtbaar is dat gefragmenteerd werken er ook toe kan leiden dat ons werk oppervlakkiger wordt, zo betoogt de Amerikaanse computerwetenschapper Cal Newport in zijn boek Diep werk. Newport bestudeerde de werkwijze van invloedrijke figuren als Carl Jung, Woody Allen en Bill Gates, mensen die zich op een of andere manier regelmatig terugtrokken uit het dagelijks gewoel om een toestand van diepe focus op te zoeken. Dat is volgens Newport de sleutel om tot baanbrekende of vernieuwende inzichten te komen. “Focus is het nieuwe IQ”, besluit hij, want wie zich goed kan concentreren heeft in deze wereld vol ruis wel een dikke streep voor. “Het is een superkracht, een van de nuttigste en waardevolste competenties in onze huidige economie.”

Pubers

Newport interviewde ook studenten met topscores om inzicht te krijgen in hun studiemethodes. Tot zijn verbazing spendeerden de beste studenten vaak minder uren achter hun boeken dan hun klasgenoten. “Dat lijkt een paradox, maar een belangrijke verklaring is dat deze studenten in staat waren te studeren met veel focus en intensiteit, waardoor ze voor hun schoolwerk slechts een fractie van de tijd nodig hadden dan hun meer afgeleide leeftijdsgenoten.”

Maar wie pubers of studenten in huis heeft, weet dat voor hen een goed werkende wifiverbinding even belangrijk is als zuurstof. In Vlaanderen is 8,4 jaar vandaag de gemiddelde leeftijd waarop kinderen hun eerste smartphone krijgen, aldus cijfers van het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid. We kunnen er dus wel van uitgaan dat kinderen al op zeer jonge leeftijd zich constant in die schakelmodus bevinden.

Er zijn alleszins genoeg internationale studies die aantonen dat scholieren die thuis studeren zich slechts enkele minuten na elkaar kunnen concentreren. Recent vertelde een veertienjarige me dat hij tijdens het studeren op zijn smartphone naar een serie kijkt, anders werd het schoolwerk hem toch echt te saai. Er is ook een sterke correlatie tussen het gebruik van sociale media tijdens het studeren en de schoolprestaties. Hier speelt wel de lastige kwestie van het kip of het ei: presteren studenten slechter omdat ze afgeleid zijn, of zoeken slechte studenten sneller afleidingen op?

De gemiddelde leeftijd waarop kinderen een smartphone krijgen, is in Vlaanderen 8,4 jaar. Beeld Getty Images/Maskot
De gemiddelde leeftijd waarop kinderen een smartphone krijgen, is in Vlaanderen 8,4 jaar.Beeld Getty Images/Maskot

De vraag is welk effect dat heeft op huidige generatie kinderen en jongeren. Leren zij wezenlijk bij als ze in een constante staat van afleiding leven en mogelijk maar een deel van hun cognitieve potentie benutten?

Het blijkt alweer onmogelijk om dat met harde cijfers te bewijzen. Maar die vragen leven wel in het onderwijs, vertelt pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool Gent). “Leraars zeggen dat het zeker sinds corona heel moeilijk is om de aandacht van leerlingen vast te houden. Het lijkt wel alsof ze de gewoonte om 50 minuten lang een les te volgen hebben verleerd.”

Schoolprestaties

In Vlaanderen gaan de schoolprestaties alleszins al een aantal jaren achteruit, zowel op het vlak van begrijpend lezen als van wiskunde en wetenschappen. Dat blijkt uit het PISA-onderzoek, dat onderwijskwaliteit internationaal vergelijkt. Compernolle is ervan overtuigd dat daarin, naast andere structurele problemen zoals het lerarentekort, ook concentratiemoeilijkheden een rol spelen. “Wie te veel met schermpjes bezig is, is simpelweg niet in staat om langdurig en onafgebroken aandacht te geven aan één ding.”

Interessant is dat er ook regio’s zijn waar de leerprestaties de laatste jaren er net wel op vooruitgegaan zijn, terwijl we toch mogen aannemen dat jongeren daar ook vastkleven aan hun smartphones. “Opmerkelijk is dat in Groot-Brittannië, een van die betere regio’s, al op zeer jonge leeftijd wordt ingezet op het belang van lezen. Kinderen kunnen daar goed technisch lezen en oefenen ook veel op het lezen en schrijven van lange teksten”, zegt De Bruyckere.

Hier maken leraars minder tijd vrij daarvoor, onder andere omdat het veel (verbeter)werk vraagt en ze hun handen vol hebben met andere taken. “Is lezen en schrijven een manier om het concentratievermogen te trainen? Een rechtstreeks verband is moeilijk hard te maken, maar het lijkt me zeer belangrijk om leerlingen van jongs af aan te leren hoe ze zich kunnen concentreren.”

Wat de pedagoog vooral zorgen baart, is de opkomst van de zogenaamde leerpleinen: steeds meer scholen stappen af van het klassieke klaslokaal en kiezen voor grote ruimtes waarin tientallen leerlingen samenzitten. Een concept dat, jawel, erg doet denken aan de verguisde landschapskantoren.

“Sommige directies zien daarin een oplossing voor het lerarentekort, anderen vinden het een hip concept. De maquettes zien er vaak ook mooi uit, met grote ruimtes en veel licht”, zegt De Bruyckere. “Het achterliggende idee is dikwijls dat een klasgroep te beperkend is om individueel te kunnen werken. Een leerplein zou handiger zijn om bijvoorbeeld jongeren per niveau in groepjes op te delen. Maar dat leidt ook tot veel lawaai en afleiding, terwijl leerlingen stilte nodig hebben om te kunnen leren.”

Professor psychologie Elke Van Hoof (VUB), gespecialiseerd in stress en burn-out, legt het zo uit: “Je brein is als een schoendoos. Als je die doos vol brol steekt, blijft er weinig plaats over voor de belangrijke dingen en is de kans klein dat de juiste zaken in je geheugen belanden.”

Burn-out

Een weddenschap: we zijn er zeker van dat u het type bent dat meteen uw telefoon grijpt als u op het perron op de trein moet wachten. Of in die drie minuten waarin uw cafévriend aan de bar een drankje bestelt. Zelfs in de speeltuin met uw kinderen, soms?

We zijn het inmiddels zo gewend om ons brein voortdurend te stimuleren dat we het moeilijk hebben om ook maar enkele minuten zonder prikkels door te brengen. Maar als we onze hersenen constant bombarderen met informatie, ook op de momenten dat we ons niet hoeven te concentreren, is dat evengoed nefast voor ons werk.

Een kwartiertje scrollen op Instagram kan dan wel plezierig of ontspannend zijn, we houden onze hersenen daarmee toch weer aan het werk. Maar wie de tijd neemt om zijn brein af en toe wat rust te gunnen, geeft het ook de kans om te dagdromen en inwaarts te keren. Compernolle: “Door aandacht te schenken aan de informatie die al in jezelf aanwezig is, kun je associëren, je dingen inbeelden of mentale voorstellingen maken van de toekomst.”

Op zulke momenten gaat ons brein, zonder dat we het beseffen, op een andere manier aan de slag: de gigantische hoeveelheden informatie die we elke dag opnemen worden gefilterd, gesorteerd, vergeten of opgeslagen. Uw gedachten schieten alle kanten uit, de stipjes die in uw hoofd rondzweven worden plots met elkaar verbonden, nieuwe inzichten borrelen op.

Elke Van Hoof: 'Als je je verliest in afleiding, heb je op het eind van de dag niet het gevoel dat je iets goed gedaan hebt. Dat vreet aan je energie.' Beeld rr
Elke Van Hoof: 'Als je je verliest in afleiding, heb je op het eind van de dag niet het gevoel dat je iets goed gedaan hebt. Dat vreet aan je energie.'Beeld rr

Bekend zijn de eurekamomenten van Archimedes, die in zijn bad zat te mijmeren, en van Isaac Newton, die onder een boom lag te luieren toen hij opeens het concept zwaartekracht begreep. Maar u hebt het vast zelf al meegemaakt: al dagdromend duwt u uw winkelkarretje door de supermarkt en plots schiet de oplossing voor een complex werkprobleem u te binnen. Of u merkt dat u na een deugddoende vakantie weer boordevol creatieve ideeën zit.

Afleiding maakt ons ook moe, omdat we ons brein verplichten om altijd ‘aan’ te staan. En wie vermoeid is, heeft het lastiger om weerstand te bieden aan afleidingen: een vicieuze cirkel, noemen we dat. Daarnaast maakt ons lichaam stresshormonen aan als we constant en oppervlakkig wisselen van taken. Dat kan mee verklaren waarom zoveel mensen klagen over vermoeidheid. “Burn-outs zijn een complex probleem, maar afleiding en concentratie spelen daarin zeker een rol”, zegt Van der Stigchel.

Van Hoof, die mensen met een burn-out begeleidt, stelt vast dat wie met honderd dingen tegelijk bezig is vaak moeilijk voldoening vindt in zijn of haar werk. “In die zin is er nog een verband tussen concentratie en welbevinden: als je niet weet waar je naartoe wil en wat je wil doen met je tijd, is het makkelijk jezelf te verliezen in allerlei afleidingen. Maar op het einde van de dag heb je niet het gevoel dat je iets goed gedaan hebt of iets goed kan, en dat vreet aan je energie. Het vereist ook focus om positieve emoties te detecteren, om stil te staan bij jezelf en te ervaren wat je fijn vindt en waarvan je iets leert.”

Daarom gaat Van der Stigchel, die zichzelf een workaholic noemt, overdag vaak tennissen. Soms stuurt hij zijn medewerkers dan een foto van zichzelf op de tennisbaan: jongens, het is mooi weer, ga gerust even naar buiten. “Mijn team is uitgerust, efficiënt en creatief. Maar dat begrijpen we nog onvoldoende: we denken dat we elke dag acht uur aan één stuk geconcentreerd kunnen werken, terwijl achter ons de koffiemachine pruttelt en we voortdurend bereikbaar zijn voor onze bazen en collega’s. Maar of dat echt nodig, daarover wordt in weinig organisaties gepraat.”

Morgen in aflevering 3: Wat valt eraan te doen? Hoe kun je zelf je focus verbeteren en wat moet er anders op de werkvloer?

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234