Zaterdag 22/02/2020

'De impact van cultuur wordt in België nog altijd onderschat'

Als directeur van een New Yorks kunstencentrum werd ze in het Amerika van Bush geconfronteerd met censuur en kreeg daar in 2005 prompt een award voor. De internationaal gerenommeerde curator Catherine de Zegher doet een boekje open over haar vele omzwervingen: 'Ik ben het gewoon om grenzen te overschrijden.'

Catherine de Zegher heeft een indrukwekkend palmares: als directeur van het Drawing Center in New York en de Art Gallery of Ontario, en als curator van de Biënnales van Sydney en Moskou. Nu strijkt ze weer neer in Gent, waar alles begonnen is.

Was het een bewuste keuze om terug naar België te komen?

Catherine de Zegher: "In feite wilde ik altijd in België werken, maar er waren geen mogelijkheden. Ik heb archeologie en kunstgeschiedenis gestudeerd in Gent, een stad waar ik heel erg aan gehecht ben. Mocht mijn familie niet in Kortrijk wonen, dan zou ik naar Gent verhuizen. Maar ja, na Amerika en Canada, is Kortrijk niet ver, hé (lacht).

"Na mijn studie ben ik begonnen met opgravingen in Griekenland, maar toen ik trouwde en kinderen kreeg, werd dat wat moeilijker. Ik heb dan zeven jaar gewerkt voor Kunstpatrimonium in Brugge en de opgravingen gedaan van het kasteel Tillegembos. Daarna heb ik me intensief bezig gehouden met de inventarisatie van de middeleeuwse vakwerkbouw in West-Vlaanderen."

Helemaal anders dan wat u later bent gaan doen.

"Ik zeg mijn kinderen dat je open moet staan voor alles. Toen ik lid was van de Commissie Monumenten en Landschappen kwam er een aanvraag uit Kortrijk om een oude textielfabriek van de familie Herbert om te bouwen tot een kunststichting. Ik ben mee in de boot gestapt om er een projectruimte van te maken. Ik heb daar resoluut voor gekozen omdat je in de archeologische wereld geen feedback van levende mensen krijgt (lacht). Je bent constant met hypothesen bezig.

"In Kunststichting Kanaal kon ik kunstenaars vragen of mijn interpretaties correct waren en eindelijk eens een discussie aangaan. Daarna werd ik directeur en kon ik mijn eerste grote projecten doen: met Kawamata, Cildo Meireles, Tunga, Mona Hatoum, Nancy Spero, Gabriel Orozco, Anna Maria Maiolino, Martha Rosler, etcetera. Namen die nu zeer bekend zijn."

Hoe bent u in de VS terechtgekomen?

"Door die vele contacten met buitenlandse kunstenaars en curatoren. Voor mij, als post war child, was Amerika het land van de onbegrensde mogelijkheden. Inside the Visible, met 27 vrouwelijke kunstenaars uit de twintigste eeuw, heb ik eerst in het Begijnhof van Kortrijk opgezet. Daarna reisde die expo door naar Boston. Nancy Spero, mijn moeder in de kunstwereld, vond het onbegrijpelijk dat ik voor al dat werk niet betaald werd en zij tipte me dat er in New York een vacature was in The Drawing Center (een kunstencentrum in Manhattan, dat zich exclusief met tekenkunst bezighoudt, ER)."

Hoe lang bent u in het Drawing Center gebleven?

"Ik heb daar zeven jaar gewerkt, tot de perikelen rond Ground Zero. 9/11 was een traumatische gebeurtenis, maar daarna is er een soort menselijkheid in New York ontstaan. Dat was totaal nieuw. Samen met vier andere directrices - het waren allemaal vrouwen - van de downtown non-profitorganisaties vroeg ik me af wat wij konden doen. Architect Daniel Liebeskind vond dat er tussen het financial district en het 9/11 Memorial een culturele buffer moest komen. The Drawing Center won de architectuurwedstrijd: wij hadden voorgesteld om in te zetten op tekenen als medium dat voor iedereen openstaat.

"Maar op een dag werden passages uit onze publicaties gepubliceerd in de Murdoch-kranten. Die moesten aantonen dat ik 'non-American' en 'anti-patriotic' was. Wij zouden projecten voorstellen die niet strookten met wat men vond dat op Ground Zero moest gebeuren. Ik zal nooit weten of de Bush-regering onder één hoedje speelde met de Murdoch-kranten. We made the front page, two days in a row.

"De gouverneur van de staat New York vond vervolgens dat wij richtlijnen moesten volgen, waarop ik later heb gereageerd dat The Drawing Center geen censuur zou aanvaarden. Dat werd dan weer opgepikt en uitvergroot in de pers, waarna de raad van bestuur mij vroeg om ontslag te nemen."

Een ontnuchterende periode.

"De hele Bush-periode was moeilijk. Die censuur was voor mij een hele ontnuchtering. Maar het mooie aan New York is dat, wanneer zoiets voorvalt, er onmiddellijk reactie komt. In 2005 heb ik de National Award against Censorship gekregen. Dat was heel belangrijk voor mij, in het land van de vrijheid en de vrije meningsuiting. Ik had de tranen in mijn ogen.

"Amerika is ook een meritocratie: als je werkt, krijg je daar erkenning voor. Het MoMA vroeg mij meteen om een grote expositie over tekeningen in de 20ste eeuw te maken."

In Toronto bent u verantwoordelijk geweest voor de European Gallery. Dat is ook oude kunst?

"Ja, ik heb altijd geloofd in de verbanden tussen het oude en het nieuwe. In Canada laat men de kunstgeschiedenis vaak beginnen met de settlers - dat is verkeerd, men is dat wel aan het rechttrekken. Ik ben veel gaan praten met de zogeheten First Nation People, dat deed ik ook met de Native Americans in de VS - de Indianen, dus. In Ontario hebben we allerlei strategieën bedacht om hen ook in het museum te krijgen. Dat zijn ervaringen die ik alleen in het buitenland kon opdoen."

En nu bent u terug in Gent.

"In mijn lievelingsmuseum en in een stad waar ik graag ben. De mensen beseffen niet hoe goed het in België is: gezondheidszorg, sociale zekerheid, etc. We hebben zo veel vangnetten, laat ons die behouden. Ik heb gezien hoeveel ellende er in de VS is, hoeveel arme mensen geen rechten hebben. Ook daarom blijf ik Obama steunen. Wat hij wil doen, is revolutionair voor Amerika."

Uw museum krijgt de volgende jaren iets minder subsidie van de Vlaamse overheid.

"In Amerika moet je elk jaar opnieuw beginnen met fundraising from scratch. In België heb je toch een basis, laat ons proberen die in stand te houden. In België wordt de impact van cultuur onderschat. In andere landen wordt er een economische waarde aan gehecht, hier is dat besef nog altijd niet doorgedrongen.

"En cultuur heeft uiteraard een meerwaarde voor de mensen zelf. Mijn dochter werkt in het UZ van Gent op zelfmoordpreventie. Als mensen niets in hun leven hebben, dan... Daarom zou ik graag een tentoonstelling wijden aan de link tussen kunst en de zogeheten craft: vroeger was men in alle gezinnen aan het weven, breien, haken, kantklossen, juwelen maken, enzovoort. Veel is weggevallen. Vlaanderen was nochtans dé textielregio van Europa. Daarom kijk ik met veel bewondering naar India, Indonesië en China, waar dit soort handwerk nog bestaat. Zodra je iets schrijft of met je handen maakt, voel je veel voldoening. Maar ik spreek hier niet van een revival."

Hoe ziet u dergelijke tentoonstelling, dan?

"Ik ben bang om er te veel over te zeggen. Ik heb al eens iets gelost over de liefdesbrief en nu wacht iedereen op die tentoonstelling (lacht). Ik wil ook met hedendaagse kunstenaars werken: uit Noord-Afrika, Rusland, India en China. Hoe breng je het verleden in het heden en omgekeerd? We zouden ons kunnen baseren op beelden van oude tradities. Wat is het belang van handwerkkunst voor een gemeenschap? Ik zoek nog naar een goed woord: misschien moeten we het 'huiswerk' noemen.

"We leven meer en meer in een corporate world. Een van de weinige plekken die nog vrij zijn is 'thuis'. Maar zelfs die wordt gekoloniseerd door e-mail en iPhone."

Het MSK heeft een traditie van klassieke tentoonstellingen.

"Ik heb heel veel respect voor Robert Hoozee (de vorige MSK-directeur, die in 2012 overleed, ER). Maar iedereen is kind van zijn tijd. Mijn opdracht is om opnieuw de verbanden aan te tonen die verbroken werden door de moderniteit. Ik wil ook samenwerken met de universiteit, en ik zit nu ook in de raad van bestuur van de School of Arts in Gent."

En uw overbuur, het S.M.A.K.?

"(lacht) Wij zitten met het S.M.A.K. en het Designmuseum samen in een nieuw gecreëerde AG, een autonoom gemeentebedrijf. Een goed initiatief: we kunnen voor transport en beveiliging beter samenwerken, maar we moeten onze eigenheid bewaren. Ik zou graag wat bruiklenen, zoals meubilair uit het Designmuseum, willen binnenbrengen. Het museum moet meer een belevenis worden, niet alleen een plek voor contemplatie zijn - dat wil het publiek ook.

"Ik werk graag in een museum omdat het een van de weinige plekken is waar je wordt gevraagd om tijd en aandacht te geven. En ook aandacht krijgt. Als onze aandacht verdwijnt, verdwijnt ons bewustzijn. Mijn biënnale in Moskou ging over 'giving time and taking time'. Dergelijk platform wil ik ook hier graag creëren. Kunst heeft tijd nodig om in te sijpelen. Daar heeft het museum een belangrijke rol in te spelen."

Komt u met hedendaagse kunst niet op het terrein van het S.M.A.K.?

"Ik ben het gewoon om grenzen te overschrijden, dat is het enige dat ik uit de twintigste eeuw heb meegenomen (lacht). Ik geloof echt in het verband tussen heden en verleden. Dat moet dus ook in een museum kunnen: ik stop niet waar men vindt dat ik moet stoppen. Er zijn in het MSK trouwens al projecten geweest met hedendaagse kunstenaars, zoals Philippe Vandenberg."

Mogen we ook klassieke tentoon- stellingen verwachten?

"Natuurlijk. Je moet een puzzel in elkaar steken: een afwisselend programma. Een blockbuster kan helpen om kleinere projecten te ondersteunen. Dat deed ik in New York ook."

Krijgen vrouwelijke kunstenaars extra aandacht ? En is dat nodig?

"Bij mij komt dat op natuurlijke wijze. Ik reken nooit, maar ik kom altijd uit op evenveel mannen als vrouwen in een tentoonstelling. We zijn nu een expositie over Rodin en Lambeaux aan het voorbereiden: we gaan daar Camille Claudel en andere beeldhouwsters uit die tijd bijnemen. Claudel was met de beweging en de emotie in haar sculpturen heel belangrijk voor Rodin. Ik wil ook graag iets doen met Lili Dujourie in relatie tot Jan van Eyck.

"Binnenkort brengen we een tentoonstelling onder de titel Géricault. Fragmenten van mededogen. Die is net geopend in Frankfurt en komt daarna naar Gent. Die expo is nog opgezet door Robert Hoozee. In overleg met curator Bruno Fornari, gaan we een kleine presentatie toevoegen over dat bekende vrouwenportret van Géricault. Die vrouw is een van de zogeheten monomanen, patiënten die hij in hospitaal La Salpêtrière in Parijs heeft geschilderd. Die vrouw speelde een leidende rol in de revolutie. Het gaat om échte figuren, die of onthoofd zijn of in een gesticht zijn gestoken, zoals Anne-Josèphe Théroigne de Méricourt en nog anderen.

"Ook het migratiethema komt aan bod. Er komt een kopie van Le radeau de la Méduse van Géricault naar Gent. Dat vlot heeft meteen een link met het heden en de vreselijke taferelen van schipbreukelingen bij Lampedusa. Het schip La Méduse ging met de kolonisten naar Dakar en leed schipbreuk onderweg voor de kust van Mauretanië. De kolonisten gingen daar naartoe en het schip kwam met slaven terug. Die thematiek diepen we uit: het is oude kunst, maar het verhaal is hedendaags. De complexiteit van migratie bestaat al eeuwen, het is niet alleen iets van nu. De existentiële vragen blijven altijd dezelfde, ze zijn nu alleen geglobaliseerd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234