Woensdag 20/11/2019

Undercover

De illegale wereld van de pitbullgevechten: ‘Als je donker bloed ziet, is het in enkele minuten afgelopen’

Beeld Humo

Als u op straat een pitbullterriër aan de leiband ziet, bedenk dan: de échte vechtmachines komen nooit buiten. Een blik in een wereld waar buitenstaanders nooit binnen raken. ‘Is je hond aan flarden gescheurd en heb je geen spuitje bij je, dan kun je altijd wel een revolver lenen voor het genadeschot.’

Het strijdperk meet vier bij vier meter, in een loods op een afgelegen bedrijventerrein. De honden blaffen niet: minutenlang is er niets anders te horen dan het gegrom en het happen van de kaken. Bekken haken in elkaar vast, tanden raken versplinterd en botten verbrijzeld, huid wordt weggeknaagd: het gaat door merg en been. Soms juichen enkele aanwezigen, vaker is het akelig stil tijdens het gevecht op leven en dood, dat uren kan duren.

Het circuit van de pitbullgevechten is klein: elke week worden er één of twee georganiseerd in Europa. In België en Nederland zijn er nooit meer dan vijftien mensen aanwezig, meestal minder. In ons land geldt geen fokverbod, en ook sommige wedstrijdvormen zijn toegestaan, zoals tug of war, een soort touwtrekken, en weightpulling, waarbij de hond een voertuig voorttrekt. Gevechten op leven en dood zijn verboden, maar gamer Erik (*) neemt er toch al jaren aan deel met zijn eigen pitbulls.

Erik: “Als je een pitbull op straat ziet, is het er altijd één van 30 kilo, met een halsband met pinnen: wij noemen die een petbull of een pakje boter. Een echte vechthond is 10 kilo lichter, maar wij komen nóóit naar buiten met onze honden. Eigenlijk heb je geen sociaal leven. Je kunt nooit met vakantie, want je moet altijd thuisblijven voor de honden. Je kunt ook niet in de stad wonen, want je hebt ruimte nodig. Daarom geven sommigen er na verloop van tijd de brui aan.

“In deze wereld heb je trouwens helemaal géén vrienden. Als je een goede hond hebt en ze weten waar je woont, is de kans groot dat ze hem komen stelen. Daarom hou je je adres altijd geheim.”

Goede vechtpitbulls zijn als topsporters: er zijn maar weinig supertalenten. Er wordt veel gefokt, maar de kans dat een nest een goede pup oplevert, is klein.

Erik: “Maar als er wel één tussen zit, is die goud waard. En zijn of haar nakomelingen ook: er wordt meteen gefokt zodra het kan. Elke hond en elke foklijn heeft zijn eigen specialiteit. Maar het belangrijkste is de vechtlust: de wil om te winnen.”

Beeld Humo

Is dat niet gevaarlijk, zulke vechtmachines kweken?

Erik: “De echte vechthonden zijn, anders dan je misschien zou denken, niet gevaarlijk voor mensen, alleen voor andere honden. Dat kan soms tot bizarre situaties leiden. Zo is er een geval bekend van iemand die met zijn pitbull op bezoek was bij mensen met gewone honden. De pitbull kon zich losmaken en heeft een bloedbad aangericht. Normaal gezien heeft de eigenaar altijd een stok bij zich waarmee hij de kaken kan opensperren, maar dat was toen niet het geval.”

Je hoort weleens dat nesten worden uitgehongerd, waardoor de pups elkaar aanvallen en de sterkste overblijven.

Erik: “Onzin. Je kunt aan een pup vaak niet zien of hij echt goed is. Een pup die in het nest timide is, kan zich later toch ontwikkelen tot een goede vechter. Je kunt ze pas testen als ze 2 jaar oud zijn, dus het kan jaren duren voor je resultaten bereikt. De meeste pups zijn niet geschikt: soms moet je drie nesten na elkaar wegdoen omdat er niet één goede hond bij zit.”

Ook zonde van het geld.

Erik: “Geld is niet de drijfveer. Deze hobby kost vooral heel veel: aan voeding ben je snel 600 euro per maand kwijt, en ook de dierenarts is duur. Tot de pups 2 jaar oud zijn, kun je ermee naar een gewone dierenarts, daarna niet meer. Dan moet je naar dierenartsen die zich niet aan de regels houden, of naar zelfverklaarde wonderdokters.

“In België heb je veel fokfabriekjes, maar er zijn maar een paar kwekers die er rijk van worden. Als je een tophond hebt die een paar gevechten heeft gewonnen, kan die veel geld opbrengen. Vooral in China en Japan betalen ze daar stevig voor, tot 100.000 euro.”

Hoe bereid je je hond voor op een gevecht?

Erik: “De voorbereiding lijkt sterk op die van een topatleet. De hond moet hardlopen om uithoudingsvermogen te kweken. Je kunt niet met hem naar buiten, dus dat moet op een loopband gebeuren. Elke avond maalt hij 16 tot 20 kilometer af.

“Een goede training is de draaimolen, waarin je een stukje gedroogde koeienhuid hangt. De hond ruikt de geur en wil bijten. Hij loopt en springt heen en weer, en traint zo de kleinere spieren: dat is goed voor zijn behendigheid en explosiviteit. Na elke training moet je je hond masseren. De voetzolen krijgen speciale aandacht, want het dier moet zich schrap kunnen zetten op beton.

“De voeding is ook essentieel, en wordt aangevuld met preparaten zoals steroïden, anabolen en epo. Door die epo maakt de hond meer rode bloedcellen aan en kan hij meer zuurstof opnemen, maar dat is niet zonder gevaar. Hij is wel feller en doet het de eerste 30 of 40 minuten goed, maar daarna kan hij in shock raken en loopt hij risico op een hartstilstand.”

‘Soms springt één van de twee honden uit de pit of draait hij zijn kop weg en wil hij niet meer vechten: dat is het ergste wat je kan overkomen.’ Beeld Humo

Gebrek aan liefde

De dag van de wedstrijd en het land waar die wordt gehouden, wordt geruime tijd vooraf bekendgemaakt, tot een half jaar van tevoren.

Erik: “De exacte locatie blijft geheim voor de deelnemers tot de ochtend van de wedstrijddag. De partijen rijden dan naar een verzamelplaats, bijvoorbeeld bij een hotel. Mensen van de organisatie kijken erop toe dat er geen buitenstaanders bij zijn, en daarna gaat het richting de wedstrijdlocatie in een afgelegen regio.”

Een bouwvallige schuur? Een vochtige, halfduistere kelder?

Erik: “Dat kan van alles zijn. Soms heb je een eenvoudige pit met een tiental deelnemers en evenveel toeschouwers die voor lage bedragen inzetten – weirdo’s, drugsdealers of leden van motorbendes, de onderkant van de samenleving, zeg maar. Aan de andere kant van het spectrum heb je super-de-luxe locaties met muziek, champagne en een lijntje cocaïne – de wereld van schatrijke ondernemers en CEO’s die graag het geld laten rollen, ook als ze wedden.”

Een hondengevecht speelt zich af volgens strikte regels, heb ik me laten vertellen.

Erik: “Vooraf wordt de inzet bepaald. Dat kan een paar honderd euro zijn, maar in de Balkan loopt het op tot 60.000 euro. Beide deelnemers leggen dat bedrag vooraf in, en de winnaar incasseert de inzet. Daarnaast zijn er soms side bets: dan zet je bijvoorbeeld 100 euro in op de weddenschap dat het gevecht binnen de vijf minuten afgelopen is.

“Een paar maanden vóór de wedstrijd wordt het gewicht en het geslacht van de kandidaten bepaald. Reu tegen reu, teef tegen teef. Je spreekt vervolgens een gewicht af, bijvoorbeeld 18 kilo, en je betaalt meteen de inzet. Dan heb je acht tot twaalf weken om te trainen. Als je afzegt, om welke reden ook, ben je je inzet kwijt. Dat is ook het geval als op de dag van het gevecht blijkt dat je hond meer weegt dan afgesproken. Dat wordt gecontroleerd door een scheidsrechter met een ouderwets weegtoestel.”

Hoe verloopt de wedstrijd?

Erik: “Eerst wassen de gamers de hond van de tegenstrever met melk en lauw water. Dat is om te voorkomen dat er vals wordt gespeeld, bijvoorbeeld door een gifstof in de vacht te wrijven.

“Daarna gaan de gamers in een hoek van de pit achter een streep staan. In de pit staat de scheidsrechter met een break stick, om de honden uit elkaar te halen als het gevecht ten einde is. Vervolgens worden de honden op elkaar losgelaten. De eigenaars mogen hun hond niet aanraken tijdens het gevecht, maar er wel omheen lopen en over de rug blazen. Zo weet die dat je achter hem staat. Je probeert ook altijd oogcontact te houden.

“De honden schakelen elkaar uit door te bijten. Elke foklijn heeft zijn eigen stijl. Sommige honden vallen de andere alleen bij de kop aan, maar de meeste mikken op de borst. Er zijn ook honden die anderhalf uur uit de problemen kunnen blijven zonder gewond te raken. Die wachten tot de andere moe wordt.”

Wanneer eindigt het gevecht?

Erik: “Als één van de twee honden dood is. Er zijn honden die aanvallen op de liezen, waar de slagaders zitten. Dan kan het binnen een paar minuten gedaan zijn. Bloed uit de slagaders is donker van kleur, wij noemen dat zwart bloed. Als je dat ziet, is het afgelopen.

“Het gebeurt soms ook dat één van de twee honden niet meer wil vechten en uit de pit springt of zijn kop wegdraait – scratchen noemen we dat. In dat geval worden de honden allebei terug in de hoek gezet. De scheidsrechter telt 10 seconden af en roept dan: ‘Release your dog!’ De hond die zijn kop wegdraaide, wordt als eerste losgelaten. Als hij blijft staan, heeft hij de wedstrijd verloren. Zo’n hond noemen we een cur, een straathond of een lafaard, dat is het ergste wat je kan overkomen – op een dode hond na, natuurlijk.”

En wat als een gamer er vroegtijdig mee wil stoppen?

Erik: “De eigenaar kan altijd de handdoek in de ring gooien als hij het niet meer kan aanzien. Dat heet een pick-up. Soms roept het publiek: ‘Pick up your dog!’ Als je dat negeert, kan er ruzie ontstaan of wordt er niet meer tegen je gespeeld omdat je geen respect hebt voor je hond. Met een pick-up verlies je wel de partij en je inzet.”

Loopt de scheidsrechter in de pit nooit gevaar?

Erik: “Een vechthond zal normaal gezien nooit een mens aanvallen, alleen andere honden. Maar het komt weleens voor dat een hond in shock raakt of blind wordt, en dat hij dan de scheidsrechter bijt. Zodra hij merkt dat hij een mens vastheeft, laat hij wel los. Maar het gevecht is hoe dan ook afgelopen en die hond heeft sowieso verloren.”

Wat gebeurt er met de kadavers van honden die een gevecht niet overleefd hebben?

Erik: “Die worden meestal in de buurt van de wedstrijdlocatie begraven. Als ze zo zwaargewond zijn dat ze nooit meer kunnen vechten, worden ze ter plekke geëuthanaseerd, met een middel dat alleen dierenartsen gebruiken. Dat is illegaal, maar het is makkelijk verkrijgbaar. Het is wel vervelend als je ermee over de grens moet, want als je ermee wordt betrapt, heb je een probleem. Heb je dat niet bij je en moet je je hond laten afmaken, dan kun je die laten doodschieten – er is altijd wel iemand met een vuurwapen in de buurt. Maar sommige eigenaars nemen hun dier altijd mee naar huis, dood of levend.

“Deelnemers aan hondengevechten worden vaak bestempeld als wrede, gevoelloze dierenmishandelaars die het alleen voor het geld doen. De werkelijkheid is toch genuanceerder. Ik heb al geregeld iemand een traan zien wegpinken omdat zijn lievelingshond er het loodje bij heeft gelegd.”

Bij een inval in het Nederlandse Amersfoort in oktober 2016 kon de politie een netwerk van fokkers en organisatoren oprollen. Eén van de onderzoekers was geïntrigeerd door de dubbelzinnige houding van de betrokkenen.

Speurder: “Het zijn over het algemeen geen wrede dierenbeulen. Ze zien zich zelfs als dierenliefhebbers, en ze kunnen geen verklaring geven voor hun gedrag. Het is misschien psychologie van de koude grond, maar ik heb de indruk dat het vaak gaat om mensen die een gebrek aan liefde, aandacht en waardering hebben ondervonden en dat nu compenseren met een dier dat alles voor hen doet en zich letterlijk doodvecht voor hen. Bij die honden ervaren ze onvoorwaardelijke trouw en liefde, die ze bij medemensen niet vinden.”

Daarnaast zijn er ook eigenaars die de gevechten filmen en die video’s verspreiden – iets wat de gamers absoluut not done vinden. En op die filmpjes hebben speurders niet alleen vechtende honden gezien, maar ook vrijende koppeltjes: die zijn blijkbaar zo opgewonden geraakt door het gevecht dat ze daarna met elkaar in de pit duiken.

‘Ik heb de indruk dat het vaak gaat om mensen die een gebrek aan liefde hebben ondervonden en dat compenseren met een dier dat alles voor hen doet.’ Foto: videobeeld van een inval van de Spaanse politie in Tenerife Beeld RV

Valse papieren

In België en Nederland is het niet verboden om pitbulls te kweken, in Frankrijk en Duitsland wel. In Duitsland mag je ze zelfs niet bezitten – overtreders worden zwaar gestraft. Daarom trekken gamers met hun honden naar België en Nederland, waar het circuit onder de radar blijft. Wie voor het grote geld of de show wil gaan, moet naar Spanje of de Balkan.

Erik:” In de Balkan gaan grote bedragen om in het wereldje van de hondengevechten, daar is het vooral een tijdverdrijf van rijke families.

“Voor gevechten in Spanje, Frankrijk en het Oostblok nemen gamers doorgaans het vliegtuig. Maar omdat pitbulls officieel niet mogen worden vervoerd, worden de papieren vervalst: plots gaat het om Patterdaleterriërs, bijvoorbeeld. Je haalt de vechthonden er nochtans zo uit: ze hebben littekens op de huid, in de vorm van witte plekken. Die worden bijgewerkt met maquillage of verf.”

Beeld RV

Toen de politie in februari 2017 binnenviel in een villa in Tenerife, werden er 233 honden in beslag genomen, en verder vuurwapens en hasj. De villa aan het strand was afgehuurd voor een feest dat twee dagen zou duren. Bij de operatie werden enkele honderden agenten en helikopters met infraroodcamera’s ingezet, en op filmbeelden is te zien hoe deelnemers in paniek in zee rennen.

Erik: “Het is geen vriendenclubje waarvan de leden bij elkaar op de koffie komen. Er is veel nijd en afgunst en er is soms veel geld mee gemoeid. Niet iedereen neemt zijn verlies sportief op, het gebeurt geregeld dat een verliezer een vuurwapen trekt en met het geld gaat lopen. Dan kun je twee dingen doen: ook een wapen trekken, of het erbij laten. Er zijn al doden gevallen, maar daar hoor je niets over.”

Ook in de Balkan gaat het er ruig aan toe, en daar heeft het oorlogsverleden veel mee te maken.

Erik: “Servië lag na de burgeroorlog in puin. Veel afgezwaaide soldaten zijn toen in het circuit van de hondengevechten gestapt. Ze zijn begonnen met pitbulls die bij ons niet voldeden, maar enkele generaties later zijn ze zowaar beter. De competitie is er veel groter en je ziet er ook veel Russen, die al dan niet banden met de maffia hebben.”

Buiten Europa zijn hondengevechten vooral populair in Zuid-Afrika, waar geen beperkingen gelden, en in Mexico.

Erik: “Daar is wel een fokverbod van kracht en zijn gevechten verboden, maar is het toegestaan de honden in bezit te hebben. Nu, van alles wat daar verboden is, merk je in de praktijk niet veel. Je doet wat je wilt, en de lokale politie knijpt een oogje dicht. Tegen een vergoeding, uiteraard.”

In Azië zijn hondengevechten wel legaal.

Erik: “Die hebben een ander karakter dan in Europa. De gevechten spelen zich af in stadions voor duizenden toeschouwers. De honden worden er helemaal ingepakt, en zodra een hond met zijn schouders de grond raakt, is het gevecht afgelopen. Niet meteen mijn kopje thee: geef mij maar een stevig, rauw gevecht van hond tegen hond.”

(*) Erik is een schuilnaam.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234