Zondag 08/12/2019

De ik-vorm verraadt de suïcidale dichter

poëzie van dichters die zelfmoord pleegden onderzocht

Texas - Brussel / Eigen berichtgeving

Nathalie Carpentier

'Hij droeg ze als een doem. Zijn stofnaam mens". Dichter Jotie T'Hooft ging de dood niet uit de weg in zijn werk. Hij kondigde zelfs zijn eigen zelfmoord aan. Maar niet zozeer zwaarmoedige gevoelens zouden suïcidale neigingen bij dichters verraden, zegt een Amerikaanse studie, wel het veelvuldig opduiken van de ik-persoon, geïsoleerd van de rest van de wereld.

Dichters wikken en wegen hun woorden meestal zorgvuldig. Toch hanteren suïcidale woordkunstenaars een ander woordgebruik dan hun collega's die geen zelfmoord plegen, beweert James Pennebaker, professor psychologie aan de Amerikaanse universiteit van Texas in Austin. Taal prikkelt zijn nieuwsgierigheid al jaren, of het nu verschillen in taalgebruik zijn tussen depressieve en gelukkige personen of tussen iemand die de waarheid verkondigt of smoezen verzint. Dichters vormden een interessante onderzoeksgroep, omdat "zelfmoordcijfers bij hen sowieso hoger liggen".

Kun je op basis van taalgebruik een duidelijk onderscheid maken tussen dichtende zelfmoordenaars en dichters die geen zelfmoordneigingen hebben? Pennebaker raakte nieuwsgierig en selecteerde teksten van pakweg Sylvia Plath, Vladimir Maiakovski en Adam Gordon, die zichzelf het leven ontnamen, en legde ze naast verzen van dichters die op natuurlijke wijze stierven, zoals Denise Levertov en Robert Lowell. Hoewel sommige teksten in het Russisch waren, gebruikte hij vertaalde versies. "We keken of de auteurs in dezelfde tijd leefden en ongeveer op dezelfde plaats", zegt Pennebaker in een gesprek met De Morgen. "Van ieder namen we een gedicht uit hun vroege, midden- en late periode. Expliciete teksten over zelfmoord heb ik geschrapt, omdat ik een algemeen patroon wilde ontdekken."

Vervolgens liet hij een taalcomputerprogramma los op de driehonderd geselecteerde gedichten, dat op zoek ging naar woorden als 'ik', 'me', 'spreken', 'delen', 'luisteren' of 'uitleggen'. Duidelijk gekozen categorieën die wijzen op een sociaal engagement van de schrijver of op zelfbetrokkenheid. Ook gevoelens van 'geluk' of 'verdriet' of 'ellende' en 'liefde' ontsnapten niet aan de zoekmotor.

De resultaten logen er niet om. "Er is een statistisch verband", zegt Pennebaker. "Dichters die vaak 'ik' gebruiken in hun teksten en weinig verwijzen naar andere personen met woorden als 'jou' of 'zij' lopen een hogere kans op zelfmoord. Ze zijn meer op zichzelf gericht en losgerukt van relaties met anderen. Neem Sylvia Plath en Denise Levertov. Het waren beiden depressieve mensen, ze schreven allebei over hun ellende. Maar Plath (die zelfmoord pleegde) beschreef hoe zij hartenpijn had en hoe zij dacht en verlangde en voelde. Levertov bekeek haar ellende van op een afstand en beschrijft hoe het voelt als je de liefde verliest."

Verrassend zijn de gelijke scores voor emotioneel geladen woorden. Suïcidale dichters spreken niet meer over ellende of verdriet of minder over geluk en liefde dan hun collega's die op geen zelfmoord pleegden. "Het is niet de smart, maar de isolatie en het falen van contact met anderen dat uit hun gedichten spreekt", zegt Pennebaker.

De Amerikaanse theorie verbaast auteur Jeroen Brouwers, die zelf het boek De Laatste Deur. Essays over zelfmoord in de Nederlandse letteren publiceerde. "Als het veelvuldig opduiken van de ik-vorm zegt dat iemand zelfmoord gaat plegen, dan geldt dat voor mij ook", reageert Brouwers. "Het lijkt me een kwestie van interpretatie. Wat je wel ziet, is dat auteurs op voorhand in hun werk de manier waarop ze zichzelf doden beschrijven. Dirk De Witte beschreef hoe iemand zich in een auto vergaste. Maar uit mijn ervaring kun je uit taal niet het suïcidale karakter van de auteur afleiden."

Pennebaker begrijpt de kritiek, maar benadrukt dat het om een statistische relatie gaat. "Die geldt niet voor iedereen, net zoals niet iedereen die rookt, kanker krijgt. Toch is er een duidelijk verband." Dat ziet hij ook opduiken in autobiografieën die volledig gestoeld zijn op de ik-persoon. "Niet-suïcidale autobiografen zullen ook hun eigen verhaal vertellen, maar bekeken op een afstand. Ze zullen ook spreken over vrienden en andere relaties, niet enkel over zichzelf."

Ook Julien Weverbergh, vroegere directeur van uitgeverij Manteau en schoonvader van Jotie T'Hooft, heeft zijn twijfels over de theorie. Hoewel hij Joties teksten op zijn duimpje kent, is het hem bij zijn werk nooit opgevallen. "Hij schreef over zijn vader, maar niet meer of minder over zichzelf dan een andere dichter. Bovendien schrijven de meeste dichters vanuit een isolement. Zo'n gevoel heeft iedereen wel eens, alleen hangt het er dan maar van af of je dat ook kunt beschrijven of niet."

Dat 'ik' veelvuldig opduikt, is misschien ook veeleer taalgebonden, suggereert Weverbergh. "Ik werk nu aan de vertaling van een Roemeens boek. In het Roemeens gebruik je veel vaker de betekenis van "ik" dan in het Nederlands, ik moet ze allemaal schrappen. Als die theorie klopt, zou die auteur ook allang in de Donau moeten zijn gesprongen."

Poëzie

Suïcidale dichters spreken niet meer over verdriet dan hun collega's die geen zelfmoord pleegden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234