Woensdag 01/12/2021

De ijzeren vuist van Chili stierf als een paria

Ironischer kan niet: uitgerekend op de Dag van de Mensenrechten is in Chili ex-dictator Augusto Pinochet overleden, precies een week na zijn hartaanval. Hij werd 91 jaar. Pinochet was zeventien jaar aan de macht in Chili, een periode waarin meer dan drieduizend mensen werden vermoord of spoorloos verdwenen. Vanwege zijn slechte gezondheid heeft hij nooit moeten terechtstaan voor de tientallen mensenrechtenschendingen op zijn naam. Noch betoonde hij ooit enige spijt of enig berouw.

DOOR LODE DELPUTTE

Soms doet ouderdom wonderen. Dat Augusto Pinochet, het zwakke, zieke heertje met zijn benige, verschrompelde gezicht, ooit een van de wreedste dictators van Latijns-Amerika was, leek amper nog te geloven voor wie de generaal de voorbije maanden te zien kreeg.

Maar Pinochet heeft de zaken zelf zo willen voorstellen. Immers, het leeuwendeel van zijn verdediging tegen de aanklachten voor mensenrechtenschendingen (en, de jongste drie jaar, financieel-economisch gesjoemel), werd geschraagd door zijn belabberde gezondheidstoestand. Gematigde subcorticale dementie, goedaardige prostaatzwellingen, astma, gehoorstoornissen, nierontstekingen, diabetes, artritis, hernia, artrose en noem maar op: het gezondheidsbulletin van de generaal oogde als een schrikwekkende catalogus van welke kant het met het vege mensenlijf kan opgaan. En vooral: het moest rechtzoekenden en rechtsprekenden doen inzien dat Pinochet ook zonder proces al gestraft was, zijn eigen dagelijkse foltering onderging.

Al bleef dat andere folteren onophoudelijk knagen. Toegegeven, nooit betoonde Pinochet spijt of berouw voor de drieduizend dodelijke slachtoffers die zijn regime (1973-1990) maakte, voor de tienduizenden arrestanten en dertigduizend ballingen ook. Wel zei de oude generaal, niet eerder dan twee weken geleden, met de hete adem des doods misschien al in de nek, dat hij, en hij alleen, verantwoordelijk was voor wat er onder zijn bewind gebeurd was.

Het leek wel Pinochets ultieme antwoord op de duizenden en duizenden vragen die in alles samen driehonderd rechtszaken voor moord en verdwijning aan hem gesteld werden, en waarvoor hij nooit juridische verantwoording hoefde af te leggen. Eerst omdat hij politieke onschendbaarheid genoot, daarna omdat hij te zwak bevonden werd voor een slepende en slopende rechtsgang. Zo achtte het hof van beroep in Santiago Pinochet in de zomer van vorig jaar te ziek om terecht te staan voor de mensenrechtenschendingen in het kader van Operatie Condor. Dat was een samenwerkingsverband van alle rechtse dictaturen in Latijns-Amerika in de jaren zeventig, met als belangrijkste doel de uitlevering van politieke tegenstanders aan het land van herkomst.

Pinochet werd vorige maand wel onder huisarrest geplaatst in de zaak van de beruchte Karavaan des Doods, een rondtrekkende militaire eenheid die na de staatsgreep van 1973 linkse opposanten in heel het land 'aanpakte'. Maar met zijn dood ontsnapt Pinochet aan verder onderzoek in die zaak.

Twee weken geleden, op 25 november, vierde Augusto Pinochet zijn 91ste verjaardag. Pinochet werd in 1915 in Valparaiso geboren, de havenstad die in die tijd haar teloorgang inzette, ten prooi gevallen aan de opening van het Panamakanaal. Daardoor moesten schepen niet meer om Kaap Hoorn en dus Chili heen om van de Amerikaanse oostkust naar de westkust te varen.

(Terzijde: allicht heeft Pinochet in zijn jeugd veel kwaads over Panama horen vertellen, een perceptie die hij kon corrigeren toen hij er eind jaren zestig heen trok om er de door Washington opgezette, beruchte 'dictatorenschool' te bezoeken, de School of the Americas.)

Pinochets vader was douaneambtenaar, een van die nazaten van achttiende-eeuwse Britten en negentiende-eeuwse Fransen die zich destijds aan de overkant van de Andes gingen vestigen. Austeriteit en gestrengheid hadden Pinochets jeugd gekenmerkt. Hij ging naar school bij de maristen, op kleinseminaries ook, oorden waar het verbond tussen religie en discipline onverbiddelijk het karakter smeedde.

Op zijn achttiende trok Augusto Pinochet naar de Escuela Militar, vervolgens naar de Escuela de Arma de San Bernardo, voorbestemd voor een militaire loopbaan, zeker, maar niet voor een pijlsnelle klim in de hiërarchie. Jarenlang was Pinochet onderofficier, een man met een stalen zin voor orde en bevel, maar niet een genie in wie het staatsmanschap spontaan tot ontkiemen zou komen.

Pinochet huwde in 1943 met Lucia Hiriart, de dochter van een politicus van de toenmalige Radicale Partij. Politiek gekleurd was de latere generaal in die dagen allesbehalve, ambitieus misschien wel, gefascineerd door militaire eer en grootheid zeker en vast. Eén zoon noemde hij naar zichzelf en naar de gelijknamige Romeinse keizer, de tweede kreeg de naam Marco Antonio mee. Zelf omschreef Pinochet zich in een zeldzaam interview ooit als behept met een persoonlijkheid als Lucius Quincius Cincinnatus, een Romeinse dictator uit de vijfde eeuw voor Christus.

Niets in de opgang die Pinochet in de militaire academies maakte, deed vermoeden dat hij ooit de grondwet met de voeten zou treden. Meer nog, binnen de Chileense legerkaste gold hij als een verdediger van de constitutionele orde - in het historisch staatsgreeprijke want politiek vaak woelige Latijns-Amerika van die dagen minder voor de hand liggend dan het lijkt.

Geen wonder dus dat de linkse president Salvador Allende vertrouwen stelde in Pinochet. In oktober 1972 werd hij ad-interimstafchef van het leger, waar hij de plaats van Carlos Prats innam, die minister van Defensie werd. Hoewel Pinochet aan Allende nooit zijn politieke afkeuring had laten blijken, begon hij zich niettemin te roeren, met name toen de president de stakingen en ordeverstoringen in Santiago niet onder controle kreeg en Pinochet ermee dreigde het leger de straat op te sturen.

"Om het land van het marxistische juk te bevrijden" pleegde Pinochet op 11 september 1973 - sinds 2001 bekend als "de andere 11 september" - een bloedige staatsgreep waarbij Salvador Allende niet alleen van de macht verdreven werd maar er ook zijn leven bij inschoot. Allende pleegde zelfmoord in het Palacio de la Moneda, een paleis dat ondertussen met raketten bestookt werd en in brand stond.

Voor veel Chilenen werd op dat moment een andere Pinochet geboren, zoals ook Chili plotsklaps een heel ander land werd. "Ik moet bekennen", zei de christendemocratische ex-president en architect van Chili's democratische wedergeboorte Patricio Aylwin vorig jaar aan De Morgen, "dat ik Pinochets coup aanvankelijk aannemelijk vond, in het licht van de chaos die in het land heerste. Zodra ik echter merkte waar het de generaal echt om te doen was, ben ik oppositie tegen hem gaan voeren."

De junta waar behalve Augusto Pinochet ook de generaals Gustavo Leigh Guzman en César Mendoza Duran en admiraal José Toribio Merino Castro deel van uitmaakten, kondigde de staat van beleg af, stelde de avondklok in, sloot het Congres, stelde de partijen van Allende's Unidad Popularregering buiten de wet en stuurde de overige partijen "weer naar huis". Kranten en radio werden gecensureerd, de jacht op opposanten werd open verklaard.

Dé sleutelfiguur in het schrikbewind dat in de weken na de coup vorm kreeg - en waarvan de details op indringende wijze beschreven staan in Heading South, Looking North, de Engelstalige autobiografie van auteur en toenmalig UP-medewerker Ariel Dorfman - was de sinistere kolonel Manuel Contreras.

Contreras, een persoonlijke vriend van Pinochet, werd door de generaal met de oprichting van de nieuwe geheime politie belast, de Direccion de Inteligencia Nacional ofte Dina. Zo gevreesd werd de Dina dat ze deel ging uitmaken van de Chileense zwarte legende: de repressie tegen, ontvoering, foltering en verdwijning van duizenden linkse opposanten was in eerste instantie haar werk. Villa Grimaldi, het oude landgoed in Santiago waar destijds de gevangenen gemarteld werden en ook huidig president Michelle Bachelet ooit belandde, was, nou ja, Dina's speeltuin.

In de principiële verklaring die de junta op 11 maart 1974 de wereld instuurde, gaf ze de krijtlijnen aan waarbinnen de "totaal nieuwe orde" gestalte zou krijgen: Chili was een natie met christelijke principes binnen een exclusief westerse beschaving, het nieuwe staatsbestel zou op nationalistische en autoritaire leest geschoeid worden. Volgens Pinochet zou, na de invoering van enkele hervormingen, een "authentieke maar beschermde democratie" tot stand komen. Enkele jaren later, in juli 1977, vier maanden nadat hij alle politieke partijen had verboden, sprak Pinochet voor het eerst van het einde van de militaire regering tegen 1991.

In de loop van zijn zeventien jaar durende bestuur moest Pinochet, een heerschap dat er prat op ging dat "in mijn land geen blad ritselt in een boom zonder dat ik het gehoord heb", niet zelden aankijken tegen straatgeweld en politieke onstabiliteit. In 1983 en '84 greep de economische crisis zo om zich heen dat het protest zijn regime bijna ten val bracht. Op 7 september 1986 wist hij ternauwernood aan een extreem linkse aanslag te ontsnappen. Pinochet hoorde elk blad ritselen, jawel, maar hij kon zich bij momenten amper verplaatsen omdat de dreiging zo groot was.

Pinochet besteedde een groot deel van zijn tijd aan het onder controle houden van oppositie en publieke opinie. Tegelijkertijd zette hij vanaf de jaren tachtig de bakens uit voor een heel nieuw economisch experiment: de (neo)liberalisering die Chili op de sporen zou zetten voor een "economisch mirakel". De hyperinflatie werd uitgeroeid, de overheidsuitgaven werden met 20 procent teruggeschroefd, een op de drie ambtenaren werd op straat gezet, staatsbedrijven werden geprivatiseerd, de pensioenen al evenzeer.

Aanvankelijk viel het bruto nationaal product van 12 procent terug, groeide de werkloosheid richting 16 procent en kromp de export met bijna de helft. Maar toen geschiedde wat de Chicago Boys en wijlen Milton Friedman voorspeld hadden: Chili boomde, en gaat er tot vandaag prat op de stevigste en betrouwbaarste economie van Latijns-Amerika te runnen. Over mensenrechtenschendingen sprak geen mens meer, in de jaren tachtig stond Chili voor Reaganomics en thatcheriaanse liberaliseringsdrift.

De impact van Pinochets beleid op de Chilenen moet ongeveer omgekeerd evenredig geweest zijn aan de banaliteit van 's mans interesses. De voorbije jaren kon dan wel worden bewezen hoezeer de generaal zich al die jaren lang aan zelfverrijking bezondigde, een royale levensstijl heeft hij nooit gehad, en alcohol of tabak waren aan hem niet besteed. Des te meer belangstelling koesterde hij voor vuurwapens - het tegendeel zou verwonderen - en voor de karatesport, hij had een zwarte gordel. Voor de rest had hij - maar dat hebben we ook maar van horen zeggen - een vreemde voorkeur voor potloden, gommen en slijpers, waarvan hij hele verzamelingen aanlegde.

In 1990, anderhalf jaar nadat hij het referendum had verloren waarmee hij het militaire bewind had willen aanhouden, trad Pinochet af als president. Wel bleef hij tot 1998 aan het hoofd van de strijdkrachten en behield hij de macht om niet rechtstreeks verkozen senatoren te benoemen - een juridisch vehikel dat hem van vervolging moest vrijwaren. In 1998 zwoer ook Pinochet de eed als "senator voor het leven".

Veeleer overviel de oude generaal toen de verrassing van zijn leven. Op een moment dat nabestaanden van slachtoffers zich leken te hebben neergelegd bij de internationale onverschilligheid voor een zaak die uit de Koude Oorlog dateerde, opende de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon een proces tegen Pinochet. Meer nog, Garzon kreeg het Britse gerecht zelfs zover Pinochet, toen al een oude man, op zijn Londense ziekbed te arresteren.

Liefst 503 dagen verbleef Augusto Pinochet in Groot-Brittannië, de koffiekransjes van zijn vriendin Lady Thatcher als enige troost. In een vlaag van herwonnen jeugdigheid veerde de generaal uit zijn rolstoel op toen hij daarna triomfantelijk onthaald werd in Santiago de Chile. Het moet het laatste levendige ogenblik geweest zijn dat de Chilenen zich van hun vroegere staatshoofd herinneren.

Sindsdien is Pinochet, nu ook in eigen land opgejaagd door justitie, er alleen maar ouder en zieker op geworden. Want dat was het: hoe meer het gerecht zijn mensenrechten- en financiële verleden uitspitte, hoe meer hij gedwongen werd zijn eigen zwakheid tentoon te spreiden, de enige voldoening die voor zijn slachtoffers weggelegd was.

Pinochet kreeg huisarrest, jawel, maar veroordeeld werd hij nooit. De jongste zaak in de waslijst aantijgingen die de voorbije jaren aan het licht kwam, gaat over goud: de zo sober levende generaal zou in een Hongkongse bank 9.500 kilogram goud gedeponeerd hebben, goed voor 160 miljoen dollar. De verdediging zegt dat er niets van aan is, meer nog, dat de regering-Bachelet er de aandacht van haar eigen problemen mee wil afleiden. Of de ware toedracht ooit nog achterhaald wordt, is koffiedik kijken.

"Ach, hij is gewoon een weerloos oudje geworden", zei Viviana Diaz van de Vereniging van Familieleden van Verdwenen Gevangenen, daarover gebeld in Santiago, onlangs aan De Morgen. "Wij blijven natuurlijk vechten om verhaal te halen, tegen de straffeloosheid. Niettemin vinden we het op zich al belangrijk dat Pinochet de voorbije acht jaar onophoudelijk in het gezicht van de gerechtigheid heeft moeten kijken. Het is niet wat we wilden, maar het is toch dat."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234