Maandag 25/10/2021

De hooglandertjes van Kaduna

Vader en opa Babayaro kijken uit naar de dag dat vijf broers Babayaro samen voor de nationale voetbalploeg van Nigeria zullen uitkomen

Jan Anthonissen en Vincent Loozen / Foto's Stephan VanfleterenDe hoge vlucht van het Nigeriaanse voetbal

Nigeria is de Balkan van West-Afrika, een natie met 250 verschillende etnische stammen, die onder de voortdurende dreiging van een burgeroorlog leeft. Voetbal, zegt men, is het enige wat het land nog samenhoudt. Het heet dat het winnende doelpunt van Nwankwo Kanu in de halve finale van de Olympische spelen een coup heeft verijdeld. Jan Anthonissen en Vincent Loozen schreven een boek over de Nigeriaanse voetbalgekte en haar bemoeizuchtige ministers, dubieuze gebedsgenezers, neokoloniale coaches, sjoemelende makelaars, inhalige clubbestuurders en verwaande vedetten. Op stap met Babayaro, vader van vijf voetballende zoons, voorzitter van een voetbalacademie en overtuigd aanhanger van het Ajax-model. 'Als je op een hobbelige zandvlakte kunt voetballen, gaat het op de gladde Europese grasvelden vanzelf.'

Waarom slagen Nigeriaanse voetballers ondanks alle moeilijkheden in Europa? De eerste generatie heeft het steevast over de behandeling van een bal. Nigerianen, zeggen ze, gaan er goed mee om: ze strelen hem met hun voeten, ze wiegen hem in hun nek. Ze raken hem persoonlijk, liefdevol en teder, meedogenloos en hard, zoals hun gevoel het ingeeft. De bal is hun lange leven. Ze groeiden ermee op in de Afrikaanse straten waar ze behalve de tegenstanders uit het dorp ook de passerende kippen, geiten, motorfietsen en wagens dribbelden. Ze liepen blootsvoets op de verharde rijweg, ze vormden een dikke laag eelt onder hun voeten waardoor kicksen ongemakkelijk zaten. Ze maakten zelf een bal van restjes stof, schuimrubber en touw. Ze plukten een groene sinaasappel die ze met een plank bewerkten tot-ie meegaf. Maar het liefst speelden ze met een rubberbal, een godsonmogelijk ding vervaardigd uit het sap van de rubberboom, dat bij elke stuit vijftien meter verderop vloog. Met zijn twintigen holden ze erachteraan in de hoop een actie te maken, te dribbelen, te blokken tot hun adem stokte. De bal liet zich enkel door de happy few beroeren. Ze trokken naar Europa. Ze liepen de Coopertest. Ze negeerden sportwetenschappers die in al hun hooggeleerdheid het spel van de Brazilianen niet hadden begrepen. De bal is alles. Wie de bal meester is, is meester van het spel. Dat waren ze nooit vergeten, de eerste generatie Nigeriaanse voetballers.

De huidige generatie voetballers is nuchter. Ze vangen op Télé Cinq of Canal Plus beelden van Europees voetbal op. Ze komen vroeger naar Europa. Ze weten wat er te koop is, ze weten heel goed wat ze willen.

In het noorden van Nigeria heeft vader Babayaro een voetbalschool, al noemt hij het zelf een jeugdclub of voetbalacademie: Kaduna Highlanders. Vader Babayaro dweept met het Ajax-model. Met acht coaches brengt hij honderdtwintig jongens het evangelie volgens Louis van Gaal bij: één keer raken, positiespel, elkaar coachen - het woord van Van Gaal is wet in het internaat. Vader Babayaro heeft vijf voetballende zoons: Celestine, de linksback van Chelsea, is de bekendste. Emmanuel was de reservedoelman van de Nigeriaanse olympische ploeg. Sunday, Matthew en - vooral - Viktor komen eraan. Iedereen noemt vader Babayaro the chairman. Dat komt omdat hij tot voor kort de voorzitter was van de gemeenteraad van Kaduna, het epicentrum van de Nigeriaanse politiek, en ook omdat hij een ontzagwekkende verschijning is in zijn witte Mercedes 280 sel. Als zijn raampje omlaag gaat, strooit hij gul met naira's voor de noodlijdenden.

Vader Babayaro is niet alleen politicus. Hij is de manager van tweedeklasser Ranchers Bees, zakenman, herenboer, eigenaar van negenentwintig huizen en dus ook de trotse voorzitter van Kaduna Highlanders, een kweekvijver voor jonge voetballers in een voetbalgekke stad. Kaduna telt zes olympische kampioenen onder zijn inwoners: Daniel Amokachi, Viktor Ikpeba, Garba Lawal, Tijani Babangida, Celestine en Emmanuel Babayaro. Na de overwinning in Atlanta wachtte hun het onthaal van vorsten in de stad. Kings of Kaduna werden ze genoemd. De bevolking verloor zich gedurende één week in zang, dans en hectoliters alcoholvrije Malt. De olympische titel leverde de Nigerianen een extra nationale feestdag op, de Kadunezers kregen er van de eigen staat nog eens drie vakantiedagen bovenop. In alle feestgedruis was de immer rustige vader Babayaro de gelukkigste man. Hij zag in de olympische triomf de bevestiging dat hij goed werk levert.

De vader van vader Babayaro, een vitale man van tweeënnegentig, gaat nog een stap verder. Hij kijkt uit naar de dag dat vijf broers Babayaro samen voor de Super Eagles zullen uitkomen. Hij is niet ongeduldig, zegt hij. Hij heeft nog tijd - zijn vader is net overleden. "En die was zeker honderdvijftig."

In de Nigeriaanse pers verscheen het verhaal dat Celestine en Emmanuel Babayaro geen broers van elkaar zouden zijn, maar producten van hetzelfde voetbalfabriekje. Daarom droegen ze dezelfde naam. Vader Babayaro geeft zijn versie: "Babayaro is niet de echte naam van onze familie. In feite heten wij Sabo. 'Babayaro' is Hausa voor 'Man van kinderen', een eretitel die me uit erkentelijkheid door het volk is gegeven. Ik was er zo trots op dat ik hem als familienaam heb overgenomen." En vader Babayaro ratelt voort. Hij organiseert geregeld toernooien voor zijn jongens, zegt hij. Dat is een vast gebruik in Nigeria, alle jeugdclubs hebben toernooien die naar succesvolle oud-spelers worden genoemd. "Vorige week had je de Tijani Babangida Cup in Kaduna. Babangida maakte van een vrij weekeinde in de Nederlandse competitie gebruik om even over te vliegen. Tienduizenden mensen verdrongen zich om hem de beker te zien uitreiken."

Op weg naar een wedstrijdje van een team van Kaduna Highlanders begeeft de witte Mercedes van vader Babayaro het. De wagen zal in gang moeten worden geduwd. De blanke passagiers mogen niet helpen, geen denken aan, gasten uit Ojibo Town hoor je met respect te behandelen. Even later slaat de motor weer aan: we bereiken het stadspark met enige vertraging. De eerste helft is in volle gang.

De Kaduna Highlanders zien er patent uit in hun blauw-gele uitrusting van Belgische origine. Ze ballen blootsvoets op een hobbelige zandvlakte die aan weerszijde door twee doelen zonder netten is begrensd. Van lijnen is geen spoor. "Als je hierop kunt voetballen," zegt vader Babayaro, "gaat het op de gladde Europese grasvelden vanzelf." Inmiddels is het vrijdagavondgebed afgelopen. De moslims keren van de grote moskee terug en nemen om het veld plaats. Het is een gedenkwaardig moment. De zon gaat onder, tegen de horizon tekent zich het profiel van spitse minaretten af, er daalt vrede over de stad neer. Op de luchthaven in Lagos had een bordje gehangen: 'Deliver all weapons before entering the plane' ('Lever al uw wapens in voordat u op het vliegtuig stapt'). Dat was een hint: Kaduna is niet dezelfde jachtige metropool als Lagos, dat vierentwintig uur per dag dreiging uitstraalt. Kinderen, bedelaars, colporteurs, handelaars, taxichauffeurs, politieagenten, militairen, veiligheidsagenten - iedereen heeft te kort, voor iedereen moet je op je hoede zijn. Neen, dan is Kaduna met zijn laagbouw en groene ruimtes en godvrezende moslims een oase van rust, een provinciestadje met drie miljoen inwoners.

"Heb je hem gezien?", vraagt vader Babayaro. Hij wijst naar een opdondertje van negen dat manmoedig met kerels van vijftien in duel gaat. Het is zijn oogappel, de aanvoerder van het team voor spelertjes jonger dan tien. "Als hij bij de ouderen speelt, ontwikkelt hij zich sneller." Een verwijzing naar zijn zoon Celestine, die met zestien een vaste plaats bij Sporting Anderlecht verwierf, kan niet uitblijven. "Celestine speelde als negenjarige tegen jongens van twintig." Het resultaat van de partij, verlies met 1-0, doet er niet toe.

Daarna gaat het richting Narija, een dorpje dat dertig kilometer buiten Kaduna ligt. Vader Babayaro heeft er een boerderij waar hij rijst verbouwt, maïs en plantaardig ei, een naar aubergine smakende groengele tomaat. Hij heeft ook een veestapel van drieduizend koeien. Maar vader Babayaro praat slechts over één ding: voetbal. Hij ratelt als een repeteergeweer over spelers, leeftijden, wedstrijden. Als hij over zijn mobiele telefoon het bericht krijgt dat Zuid-Afrika de finale van de Afrika Cup heeft verloren, glimlacht hij tevreden. "Serves them well," zegt hij. Twee jaar geleden organiseerde Zuid-Afrika de Afrika Cup op zijn grondgebied. President Nelson Mandela beweerde dat zijn land niet kon instaan voor de veiligheid van regerend kampioen Nigeria. De Nigeriaanse autoriteiten waren verbolgen: het was een linke streek van Mandela om de terechtstelling van schrijver en mensenrechtenactivist Ken Saro Wiwa op die manier onder de aandacht te brengen. Nigeria weigerde in die omstandigheden aan de Afrika Cup deel te nemen. Zuid-Afrika won de beker. En de Afrikaanse voetbalbond schorste Nigeria voor vier jaar. Gelukkig, zegt vader Babayaro, is er nu de zege van Egypte op Zuid-Afrika. "Zullen ze misschien eindelijk hun grote mond houden." De finale was overigens bijna nergens op de televisie te zien. Officiële reden: 'Power failure' - elektriciteitsschaarste, een veel voorkomend euvel in Afrika. De stroomtoevoer is enkel gegarandeerd als de Super Eagles op de televisie komen.

Onderweg lopen we even aan bij het Kaduna Government College, de kostschool van de jonge Daniel Amokachi. Vijftig leraars verzorgen de opleiding van vijfduizend jongens en meisjes in groezelig uniform. Verschoten witte hemden, rafelige blauwe broeken en rokken. Jazeker, de directrice herinnert zich Daniel nog. Ze heeft hem nog zelf rekenles gegeven. "Een heel beleefde jongen. Keurig. Correct. Kwam altijd zijn afspraken na. Beslist een verstandige leerling." En of we haar nu willen verontschuldigen. De timmerlui hebben een hoop werk in het trappenhuis.

Via de Garba-Lawalstraat verlaten we de stad voor het Afrikaanse platteland. Ook hier wemelt het van de voetbalveldjes. De spelertjes zijn kinderen van een jaar of vijf die het grootste deel van de dag bakstenen vervaardigen uit klei. In elk dorp lopen kinderen en bejaarden te hoop. "Salem Aleikom Babayaro," schreeuwen ze in de hoop dat het raampje opengaat en het manna over hen nederdaalt. Een vrouw komt op de auto toegelopen met een baby op haar arm. "Ogba," roept ze. "Wijze man, ik heb een verhaal voor u. Dit is mijn zoontje dat ik ook Babayaro heb genoemd. Naar u." Vader Babayaro graait diep in zijn zakken. - "Dank u, Ogba."

Op zijn boerderij pleegt vader Babayaro, de mobiele telefoon in de aanslag, overleg met enkele Fulani. De Fulani zijn een nomadenvolk waarop de tijd geen vat heeft gehad. Grootgrondbezitters als vader Babayaro laten hen de veestapel hoeden. In ruil krijgen de herders een stuk landbouwgrond in vruchtgebruik. "Hebben ze bij jullie ook koeien?", vraagt vader Babayaro, op verzoek van de Fulani, aan zijn buitenlandse gezelschap. Het bevestigende antwoord stelt de mannen gerust. Velen hebben nog nooit een blanke gezien, laat staan eentje met een magic box, een fotograaf.

Vader Babayaro nodigt ons uit naar binnen waar hij zonder verpozen over voetbal vertelt. Hij bezweert met de hand op het hart dat hij geen profijt heeft van de transfers van zijn jongens naar het buitenland. Neen, hij heeft het beste met ze voor. En hij vloekt in onvervalst Nederlands: "Godverdomme!" Voetbal is een passie, een uit de hand gelopen hobby. Hij ziet erop toe dat voetballers niet voor een habbekrats door malafide makelaars worden opgepikt. Maar hij weet ook hoe het gaat: Nigeriaanse jongens zouden alles tekenen om hun geluk in Europa uit te proberen. Hij noemt de naam van Maurice Cooreman, de beruchte makelaar die beweert over een netwerk van omkopers in de Belgische competitie te beschikken. Met Cooreman wil vader Babayaro niks meer te maken hebben. De man heeft met zijn dubieuze praktijken te veel van zijn jongens schade toegebracht. Papieren vervalst, dubbele contracten getekend - de maat is vol.

De volgende ochtend trainen de Kaduna Highlanders om acht uur op een schoolpleintje aan Lagos Street. Zand omringd door klaslokalen, barakken zonder ramen met een golfplaten dak en luiken waarvan de groene verf afbladdert. Bij dertig graden beginnen de voetballers aan de opwarming. In de schaduw van drie kale bomen brengen kinderen uit de buurt een voortreffelijke imitatie van het spel van de grote jongens. Op badslippers jongleren ze met een lekke plastic bal. De Kaduna Highlanders zelf hebben voor het hoge bezoek het schoeisel en de kleding aangetrokken die ze van Celestine en Emmanuel Babayaro hebben gekregen. Nieuwe shirtjes van Gremio, Anderlecht, de Amerikaanse nationale ploeg. De Super Eagles moeten het soms met een minder blitse outfit stellen. De partijtjes beginnen. De vier ploegen lossen elkaar af volgens een eenvoudig stramien: wie scoort, mag blijven staan.

Algauw lost het spel op in een grote stofwolk die zich van de ene kant van het veld naar de andere verplaatst - de bal gaat snel rond. Het is opvallend hoe collectief er wordt gevoetbald. Bijna on-Afrikaans. De jongens hebben allemaal een meer dan behoorlijke techniek en zijn fanatiek. "Ze spelen met hun hart," zegt een toeschouwer. Geloof het maar niet: ze spelen met hun hart, hun lijf en hun leden, met álles wat ze in zich hebben. Weer duikt het kereltje van negen op. Hij wordt door een volwassen vent van twintig onderuitgeschoffeld. Er volgt een een klopje op zijn achterste, een aai over zijn bol: hij moet niet zeuren. "Zo hoort het," zegt vader Babayaro.

In een andere witte Mercedes, een 300 met een vaantje van de Nederlandse voetbalbond, rijdt hij naar een van zijn bedrijfjes. 'Printing and typing' staat er boven de deur, oorspronkelijk een winkel voor kantoorbenodigdheden met een uitgebreid videoarchief, maar nu een echte videoclub. Hier zitten zitten tientallen jongetjes naar een scherm te staren. Het is muisstil. De onverdeelde aandacht gaat naar een Nederlandse documentaire over de roots van Ronald en Frank de Boer, de begaafde tweeling van Ajax.

Vader Babayaro lacht. "I like that," zegt hij.

Jan Anthonissen en Vincent Loozen (met foto's van Stephan Vanfleteren), Giganten van Afrika. De hoge vlucht van Nigeria's Super Eagles, Van Halewyck, Leuven, 196p., 698 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234