Zaterdag 10/12/2022

De hoofdstedenverzamelaar

Ronkende Europaverklaringen beheersten de voorbije dagen de frontpagina's. Koen Peeters' Grote Europese roman lijkt wel het perfecte antidotum tegen al dat verbale Europese tromgeroffel. Hoofdpersonage Robin maakt een vederlichte rondgang langs 36 Europese hoofdsteden. Hij voert ijle gesprekjes en legt pientere woordverzamelingen aan. Stap voor stap wordt Peeters' taferelenboek een fijnmazig 'periodiek systeem van Europa'.

DOOR DIRK LEYMAN

Samen met Atte Jongstra moet Koen Peeters (°1959) een van de meest merkwaardige encyclopedisten uit de hedendaagse Nederlandse letteren zijn. In vrijwel elk boek sluipen talloze personages met een verzamelmanie door de pagina's. Hun onbedwingbare aanleg voor lijstjes vormen even zoveel afsplitsingen van de bewaarzucht van de schrijver zelf. In zijn vroege werk mocht de filatelie vaak als prototypische verzameling fungeren en ging ze hand in hand met zijn fascinatie voor Belgisch Congo, Afrikaanse kunst en het koningshuis.

Toch zijn Peeters' romans zelden te herleiden tot omgevallen boekenkasten, laat staan tot een parade van Wikipediakennis. De weetlust is telkens omwikkeld met een bedrieglijke lichtheid en met slimme koordjes verbonden met het geheel van zijn oeuvre. Nergens overvleugelt de noodzakelijke dosis spielerei de inhoud. Gaandeweg kregen de Peetersverzamelingen een abstractere dimensie. Meer en meer begonnen de personages in de residu's van de dagelijksheid te graaien. Ze toonden zich verrukt over kattebelletjes, boodschappenbriefjes, straatnamen of zelfs opsommingen van bedrijven (zoals in Schoonzicht/Bellevue), om ze zorgvuldig in cahiers en notitieschriften vast te leggen. Peeters heeft een zwak voor halfvolwassen mannen die monomaan registreren en notuleren, met een sérieux alsof ze de waterstanden komen opnemen. Vaak ook zijn ze belast met een zakelijke opdracht. Niet voor niets heeft Peeters zichzelf de ambitie gesteld om, in navolging van Willem Elsschot, het literaire vaak versmade bedrijfsleven in de roman te smokkelen.

Robin, het schrandere en tegelijk ongrijpbare hoofdpersonage van de Grote Europese roman, is zowel een exponent van de flukse marketingwereld als een volbloed collectioneur. Tijdens zijn opgelegde Europese missie is hij verknocht aan zijn Moleskineschriftje, waarin hij de indrukken van zijn ronde langs de Europese hoofdsteden opbergt. Ontmoetingen, woorden, atmosferen, hij vangt ze alsof hij vlinders opprikt: "Mijn schriftje is de opsomming van die vondsten. Zo dijt mijn heelal van woorden uit, verder en sneller, zoals het echte heelal. Steeds losser wordt het verband, steeds breder het beeld, tot we alleen nog de fragmenten zien."

Op het eerste gezicht leest de Grote Europese roman inderdaad als een verzameling tranches de vie, een losbladig werk waarin je kriskras door het labyrint van Europa wordt gejaagd. Toch wordt snel duidelijk dat Peeters zijn thema's op een vernuftige manier heeft laten samenklitten én tegelijk zijn werk - na het tegenvallende, al te hermetische Mijnheer Sjamaan - een andere, bevrijdende ampleur heeft willen geven.

Er is weliswaar die onbedaarlijk aanmatigende titel. Dat het Peeters' tot op heden meest ambitieuze boek is willen we grif geloven - het is toevallig ook zijn dikste roman. Maar wou Peeters met de Grote Europese roman wel degelijk een tegenhanger van de mythische Great American Novel schrijven?

De opzet valt amper ernstig te nemen, temeer omdat dat begrip altijd een soort hersenspinsel is gebleven - ook al gaf Philip Roth een van zijn boeken die titel mee. Peeters' titel kan moeilijk anders dan als volstrekt ironisch beschouwd worden. Hij wil Europa vatten "vanuit het kleine perspectief van mensen die werken of leven in Brussel". De geografische reikwijdte van de roman is groot, van Estland tot Dublin, van Helsinki tot Turkije, maar in wezen is het Peeters niet te doen om een historisch fresco. Structureel veel ingrijpender is de aankondiging dat hij zich baseert op Primo Levi's roman Het periodiek systeem, waarin elk hoofdstuk verwijst naar een chemisch element. In de Grote Europese roman "moet elk hoofdstuk gaan over een hoofdstad, alsof elke stad een chemisch element is in een vernuftig Brussels systeem". En de keuze van Primo Levi is allerminst toevallig, zoals we zullen zien.

In zijn hoofdpersonages spiegelen zich zowel de vermoeidheid als de wilskracht van het oude continent. Er is eerst Theo Marchand, de zeventigjarige zakenman die handelt in relatiegeschenken, maar met enigszins lede ogen vaststelt dat het vet van de soep is. Aan de vooravond van de invoering van de euro raakt hij bekneld door de internationalisering en de uitholling van zijn vak: "Vroeger waren er nog gereputeerde families, bekende fabrieken, gerespecteerde huizen. Vandaag was een merk slechts een vonk in een garage, iets pseudo-Latijns wat ontwikkeld werd door een merkenbureau." Marchand (een mercantiele naam die in Peeters' repertoire telkens weer opduikt) heeft het gevoel dat hij de pedalen verliest, maar in een ampele poging om opnieuw greep te verwerven, overtuigt hij de beroepsfederatie CSP (wat staat voor Cooperative Society for Promotions en in vervlogen tijden Chambre Syndicale de la Publicité) om een Europese onderzoeksopdracht uit te schrijven. Die weet Marchand behendig toe te vertrouwen aan zijn poulain Robin, die zich binnen het bedrijf tot een modelsoldaat heeft ontpopt. Robin is kreukvrij en gezegend met ambitie, die evenwel niet blind is: "Ik denk dat ik carrière maak. Vlot en toch integer ben ik, jong en zelfbewust. Vaak voel ik me de slimste van allemaal, maar soms ook een moordenaar die nooit is ontdekt."

Aan de hand van Robin voert Peeters de lezer subtiel binnen in de wereld van de marketeers. Het is een universum waarover hij als geen ander kraakheldere beschouwingen neerschrijft. Licht vrolijke passages over de hebbelijkheden van de collega's wisselen zich af met inzichten over de verhouding tussen werkgevers en werknemers: "Werkgevers knijpen hun medewerkers zacht, kussen hen murw. (...) Werkgevers zeggen dat banen verdwijnen, alsof een snelweg opgebroken wordt. (...) Werknemers bouwen altaartjes op hun bureau met posters van tieners en foto's van kinderen met de hond. Ze zijn voorzichtig en praten wantrouwig mee over meer efficiëntie."

Robin is in staat om de verglijdende tijd te detecteren bij het kijken naar een kantoorvloer en het lijkt wel of we Jean-Philippe Toussaint aan het lezen zijn: "De tijd legt een film over de vloeren, de tafels, de kasten. De tocht rolt al die partikels op en spint er draadjes van. Kunnen we dat stof verzamelen in compacte kussens? Kunnen we ons hoofd daarop leggen en slapen op kussens van tijd?" En niet te vergeten: na 9/11 bevinden de kantoorbedienden in hoge blokkentorens zich nu ook in de vuurlinie: "Voortaan kunnen wij, de bedienden, de klerkjes, de managers helden zijn. Niet uit vrije keuze, maar door wat ons overkomt."

Luchtigheid en ernst gaan zoals steeds hand in hand bij Peeters, maar onder een glazuur van oppervlakkigheid schuilen diep gekoesterde emoties, die hun moment afwachten om los te barsten. Regelmatig grijpt Peeters daarbij naar vulkanische metaforen: "Tussen onze hoofden de universele, vulkanische woede van aantrekking en noodzakelijkheid..." Tijdens zijn Europese inspectieronde hengelt Robin onophoudelijk naar menselijke ontmoetingen: "Overal zoek ik naar het elektrische gesprek, in ernst gestart en soms via amper twee frivole woorden kantelend." Zijn opdracht dreigt op het achterplan te raken, is hij wel zo nuttig als hij zichzelf wijsmaakt? In Parijs stelt hij vast: "Ik heb alles onder controle, ik denk dat in elk geval." Robin raakt er opgesloten in een lift, met een dame die hem haar "deukdijen" toont. Echt contact is niet de bedoeling: "Mensen in Parijs zijn er voor elkaar als schepen die de haven binnenzeilen. Het gevoel bekeken te worden is belangrijker dan het kijken zelf."

En zo vergaat het hem in de meeste hoofdsteden, waarbij Peeters niet ophoudt pertinente vragen te stellen over de taalbarrières: "Verstaan we elkaar wel ooit? Wie beheert de talen als we elkaar slordig ontmoeten in stations, vliegtuigen en op conferenties? Is een vreemde taal spreken meer dan een andere jas aandoen?" Of: "Onze taal hangt van gebreken aan elkaar. (...) Ergens halverwege de misverstanden ontmoeten we elkaar."

Robin is gespitst op woorden, woorden die in een taal een dier aanduiden (zoals zijn eigen naam staat voor roodborstje in het Frans) of woorden die hem meer vertellen over de rusteloze zielen van Europa. Zijn bewaarzucht staat symbool voor de geduldige accumulatie van het Europese verleden, een verleden waar zijn werkgever Theo dan weer geen blijf mee weet. Stukje bij beetje vernemen we dat Theo een Litouwse Jood is wiens echte naam Markmann is. Hij gaat gebukt onder de last van de geschiedenis: "Zijn gevoelens en stemmingen waren het enige wat zijn leven had opgebracht." Zijn bestaan eindigt in een oneindige tristesse en eenzaamheid, terwijl Robin uiteindelijk welbehagen vindt bij een gescheiden vrouw en haar kind. Maar aan het eind van zijn ietwat kafkaësk opdracht heeft Robin zich wél de wijsheid van de Europese geschiedenis toegeëigend, tot de boeken van Primo Levi en Imre Kertész over de Holocaust toe. De neergang van Theo, de opgang van Robin: het is het estafettestokje van de generaties dat wordt overgedragen.

Het is niet weinig dat Peeters in deze roman omwoelt, terwijl hij tegelijk luchthartig stoeit met de Europese clichés. Een enkele keer wordt hij trouwens het slachtoffer van zijn systeemdwang om alle Europese steden op een of andere manier in het boek een plaats te geven. Maar Europa laat zich niet in een keurslijf persen, het is tenslotte dat "zootje ongeregeld dat elkaar sinds eeuwen verovert, liefheeft en vermoordt in campagnes met vlaggen. Het is het mengvat, de smeltpot, de stoofpot". Voor Theo is het zelfs "de enige liefdevolle thuishaven die hij voor zichzelf kon bedenken. Als een beschermende tent, die onderaan naar alle kanten open was". Verbaast het dat Peeters de Europese melting pot vooral in zijn geliefde Brussel aantreft? Daar komen alle knopen samen, daar krioelen tweehonderd talen en Europese nationaliteiten rond, ook in deze toren van Babel registreert Robin efemere gesprekken. "De Grote Europese roman is tegelijk een klein Brussels boekske geworden", zo concludeert Peeters.

Een kleine roman? Een grote roman? In ieder geval schreef Koen Peeters zijn beste én gevoeligste boek. De Grote Europese roman is een wonderlijke en grillige Europese legpuzzel, een literair Monopoly waar je dagenlang aan de slag mee blijft. Een boek, kortom, met de kleine glans van weemoed en banaal geluk, subtiel aangeblazen door de grote adem van de geschiedenis.

Koen Peeters

Grote Europese roman

Meulenhoff/Manteau, Antwerpen

295 pagina's, 19,95 euro

De 'Grote Europese roman' is een wonderlijke en grillige Europese legpuzzel, een literair Monopoly waar je dagenlang aan de slag mee blijft

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234