Zondag 25/07/2021

InterviewFadila Maaroufi

‘De hoofddoek is antifeministisch, islamisten gebruiken onze democratie tegen ons’

Fadila Maaroufi: ‘De politieke islam heeft één doel: het opleggen van islamitische praktijken en normen in onze democratische samenleving en op alle gebied: politiek, onderwijs, privé,... ‘ Beeld Thomas Nolf
Fadila Maaroufi: ‘De politieke islam heeft één doel: het opleggen van islamitische praktijken en normen in onze democratische samenleving en op alle gebied: politiek, onderwijs, privé,... ‘Beeld Thomas Nolf

Het Brusselse Observatoire des Fondamentalismes van Fadila Maaroufi voerde actief campagne tegen de aanstelling van Ihsane Haouach als regeringscommissaris, door haar banden met de moslimbroederschap bloot te leggen. Het leverde Maaroufi een niet mis te verstane doodsbedreiging op.

“Je bent geen Belg, Fadila, dat is wat men je wil doen geloven, maar je zal altijd onderaan blijven, ondanks je vleierij en steun aan de Joodse criminelen. Ik wens je een langzame en pijnlijke dood.” Dat is wat een profiel op Twitter, intussen verwijderd, eerdere deze maand stuurde naar Fadila Maaroufi. Met daarbij ook de link naar een gruwelijke video met IS-executies.

Maaroufi, 45 jaar, geboren en getogen in Brussel, met Marokkaanse roots, stichtte in januari 2020 samen met een Franse antropologe het Observatoire des Fondamentalismes à Bruxelles, zeg maar een waakhond van fundamentalisme in ons land.

“Het is niet de eerste keer dat men mij met de dood bedreigt, maar ik dien telkens klacht in”, zegt Maaroufi, die nog talrijke andere vervelende berichten kreeg. “Men diaboliseert me ook publiekelijk en dat hitst mensen op om me lastig te vallen.”

Op het moment van de doodsbedreiging, enkele dagen voor Ihsane Haouach opstapt als regeringscommissaris, heeft het Observatoire net bepaalde informatie over Haouach aan het licht gebracht. Die blijkt niet enkel een interview te hebben gegeven aan een vrouwenorganisatie die gelieerd is aan de moslimbroerderschap, maar dat interview na publicatie ook te hebben aangepast.

In de eerste versie van dat interview zegt Haouach dat de moslimgemeenschap in België “jammer genoeg treuzelt”. “We zijn een echte politieke kracht, maar we zijn niet verenigd, er is geen sprake van een echte lobby”, aldus Haouach in de geschrapte passage. Het bleek een van de druppels die de emmer deed overlopen voor Haouach.

Kan het achteraf schrappen van die passage niet aantonen dat mevrouw Haouach het zelf niet eens was met die woorden en het gevoel had verkeerd begrepen te zijn?

“Het kan, maar dat is dan wel heel veel toeval. Want net die passage, over de moslims als politieke kracht, is waar de politieke islam over gaat.”

Wat is volgens u het belangrijkste probleem met de politieke islam van de moslimbroeders?

“De politieke islam heeft één doel: het opleggen van islamitische praktijken en normen in onze democratische samenleving en op alle gebied: politiek, onderwijs, privé,... De ultieme droom is het vestigen van een theocratie en daarvoor gebruiken zij onze democratie tegen ons. In naam van de strijd tegen discriminatie, tegen racisme, tegen onze waarden, willen ze bijvoorbeeld godslastering opnieuw strafbaar maken.”

U deelde onlangs een reportage uit 1996 waarin schoolmeisjes in Brussel spreken over het dragen van de hoofddoek, als bewijs dat de indoctrinatie door de moslimbroeders toen al bezig was. Is dat zo?

“Ik herinner me nog goed hoe de eerste generaties al in de jaren 80 werden geïndoctrineerd. Gezinnen werden aangemoedigd om naar moskeeën te gaan, om cursussen islamitische godsdienst te volgen. De moslimbroeders deden de ouders zich schuldig voelen door hen te vertellen dat hun kinderen anders ongelovigen zouden worden.

“Het programma van de moslimbroederschap schrijft voor om jongens en meisjes niet te mengen, meisjes opnieuw op te voeden en de hoofddoek op te leggen, om zo de jongens tot rust te brengen en hen te doen terugkeren tot het geloof.”

Hoe kregen ze dan voet aan grond?

“De prediker Tariq Ramadan speelde een belangrijke rol daarin. Hij kwam met een schijnbaar meer verzoenende stijl, leek een hervormingsgezinde intellectueel en kreeg daardoor in onze Belgische media veel publiciteit als islamexpert. Zijn conferenties waren populair bij de jeugd.

“Maar de gemeenschap begon elkaars gedrag te controleren. Als bepaald gedrag niet in overeenstemming was met de islam, moest dat duidelijk gemaakt worden. Het is onmogelijk voor een moslim om zich niet te conformeren, op risico van uitsluiting door de familie of de gemeenschap. Ik ben het bewijs.”

Fadila Maaroufi groeide op als oudste van acht kinderen in de Brusselse achterstandswijk Kuregem. Door haar uitsproken standpunten heeft ze al jaren geen contact meer met haar familie. Enkele maanden terug haakten haar moeder en een zus als laatsten af.

Met haar vader had ze altijd al een moeilijke band. De kleine Fadila was sportief, maar dat paste niet in zijn denkwereld. Rond haar achtste al ontdekte ze haar homoseksuele geaardheid. Dat is ook ongeveer de leeftijd waarop ze voor het eerst een hoofddoek droeg, maar het bleef bij één dag.

“Ik was 9 jaar en het was niet handig om mee te voetballen”, lacht Maaroufi. “Op school maakten de jongens vaak opmerkingen over onze te korte kledij. Sommigen van ons dachten dat ze ons minder zouden lastigvallen als we een hoofddoek zouden dragen. Dat bleek niet te kloppen.”

“Ik heb de sluier altijd geweigerd, omdat ik weet wat het betekent: een vrouw die de sluier niet draagt is een hoer en schaamteloos. Het dragen van de sluier herinnert ons aan de hel, het verlaagt het gevoel van eigenwaarde van een vrouw, zelfs onbewust.”

Als tiener zag Maaroufi rond haar de ene vriendin na de andere uitgehuwelijkt worden. Een vriendin die weigerde om met haar eigen neef te trouwen, kreeg bij de minste gelegenheid van haar moeder te horen wat een slet ze was.

Het zijn onderwerpen waarop volgens Maaroufi ‘het gewicht van de stilte’ ligt, zo schrijft ze in Cachez-moi cet islamisme, een nieuw boek waarvoor ze een bijdrage schreef. Ze bedoelt daarmee dat zelden of nooit iemand over deze onderwerpen praat in de gemeenschap. Ook zijzelf is op haar 17de uitgehuwelijkt.

Dat huwelijk is administratief geregeld, waardoor haar echtgenoot naar België kon komen. Fadila Maaroufi, die haar geaardheid kende, annuleerde het, wat een eerste breuk met haar moeder betekende.

“Wie haar ouders niet gehoorzaamt, wordt uitgestoten of onder druk gezet. Als ik dan op mijn 19de tegen mijn vader vertelde dat ik homoseksueel was, heeft hij me voor drie maanden naar Marokko gebracht om me opnieuw uit te huwelijken.”

Ze werd uiteindelijk sociaal werker in de Brusselse wijken, zonder hoofddoek, wat het naar eigen zeggen niet gemakkelijker maakte. Geïntrigeerd door de opkomst van de hoofddoek, besloot ze op haar 36ste om antropologie te studeren. Maaroufi is ervan overtuigd dat die opkomst samengaat met de toenemende invloed van salafisme en moslimbroederschap in ons land.

“Terwijl het salafisme na de aanslagen van 22 maart is aangepakt in België, kon de moslimbroederschap verder uitdijen.”

Wat met feministen die de hoofddoek uit eigen wil dragen en ervoor vechten dat elke vrouw zelf kiest wat ze doet? Is dat dan onmogelijk in uw visie?

“Ja, vrouwen hebben het recht om een hoofddoek te dragen, maar dat ze niet beweren dat ze feministen zijn. De hoofddoek beperkt de vrijheid van vrouwen, hij is antifeministisch.”

‘De stellingen van Haouach zijn problematisch en komen overeen met die van de moslimbroederschap.’ Beeld Thomas Nolf
‘De stellingen van Haouach zijn problematisch en komen overeen met die van de moslimbroederschap.’Beeld Thomas Nolf

En dus moest een vrouw met een hoofddoek worden belet om een topfunctie te bekleden?

“Wij ageerden niet tegen haar (Haouach, red.), maar tegen de ideeën die ze verspreidt. We willen de ogen openen. Het gaat erom dat militanten doordringen tot dergelijke functies om de hoofddoek op te dringen.

“Het vormt een probleem als zo iemand ervoor vecht om de hoofddoek altijd en overal te kunnen dragen, ook op het werk. Haar stellingen zijn problematisch en komen overeen met die van de moslimbroederschap.”

Stel dat ik vind dat een vrouw de vrije keuze moet hebben om al dan niet een hoofddoek te dragen. Help ik dan de moslimbroeders?

“Om te beginnen is er al vrije keuze, er is geen hoofddoekverbod in dit land. Ten tweede, de islamisten hebben er een banier van gemaakt, het is een handelsmerk geworden. De hoofddoek heeft niets meer te maken met die van onze grootmoeders. De hidjab heeft een politieke betekenis, dus is het normaal dat die op de werkplek of in het onderwijs wordt verboden. Ik raad u aan op onderzoek te gaan in scholen waar de sluier is toegestaan en u zult zien welke concrete problemen dat oplevert: intimidatie van zij die hem niet dragen, controle op meisjes, druk op niet-praktiserende ouders …”

Wat ik bedoel: is het niet gemakkelijk om iemand te beschuldigen van een moslimbroeder te zijn? Moslimbroeders komen er niet openlijk voor uit, dus het valt niet te weerleggen. ‘Als je iemand in diskrediet wil brengen, noem hem dan een moslimbroeder’, zegt sociologieprofessor Brigitte Maréchal van de UCL.

“Dat is absurd. Ik heb daar weinig op te zeggen. Misschien is dat bij haar zo, bij mij alvast niet.”

In haar ontslagbrief gaf Ihsane Haouach als reden dat ze werd belaagd, waarop uw organisatie als gebeten reageerde, dat ze jullie daarvan niet mag beschuldigen. Dat deed ze toch niet? Drijven jullie de zaken niet doelbewust op de spits?

“Volgens sommige Franstalige media is Haouach lastiggevallen door het Observatoire. Het zijn dus niet wij die dat zeggen. Er was bijvoorbeeld recent nog een opiniestuk in Le Vif van socio-antropoloog Khadija Senhadji.”

Vorig jaar bent u ontslagen bij het Centre d’Action Laïque, middenin een rel rond het Observatoire over een opiniestuk in Le Soir. Was er een verband?

“Ik beschrijf dat uitgebreid in het boek Cachez cet islamisme dat niet voor niks als ondertitel heeft: ‘De hoofddoek en het secularisme op de proef gesteld door cancel culture’.”

Is het ontslag van Haouach dan ook cancel culture?

“In het boek legt antropologe Florence Blackler cancel culture uit als iets dat wordt georganiseerd door invloedrijke mensen die zich voordoen als slachtoffers, tegenover mensen die voorgesteld worden als beulen. Dat is bij Ihsane Haouach helemaal niet het geval.

“Daarentegen wordt bijvoorbeeld cdH-kamerlid Georges Dallemagne door zijn partijleden in vraag gesteld omdat hij deel uitmaakt van het Observatoire en zo haatberichten zou verspreiden. Dit is laster enkel om Dallemagne in diskrediet te brengen en het zwijgen op te leggen over kwesties in verband met islamisme.

“Toon ons de haatberichten. Het Observatorium of Georges Dallemagne hebben nooit haatdragende opmerkingen gemaakt. Er is een hetze tegen het Observatoire aan de gang.”

In de ogen van Haouach is er tegen haar een hetze gevoerd, in uw ogen een hetze tegen haar tegenstanders. Hoe komen we nog uit de loopgraven?

“Met de politieke islam valt niet te onderhandelen. Politieke partijen moeten simpelweg ophouden om met islamisten te werken uit electoraal winstbejag.”

Over electorale winst gesproken: speelt het Observatoire niet in de kaart van uiterst-rechts door dit op de agenda te zetten?

Je speelt extreemrechts pas in de kaart door hierover te zwijgen. Het is net door een onderwerp goed te kennen, dat je geen amalgaam maakt van islam en islamisme. Het onderwerp uit de weg gaan, draagt er daarentegen toe bij dat mensen die termen door elkaar halen, uit onwetendheid. En het zou de verspreiding van het islamisme enkel vergroten.”

Tot slot, bent u niet bang om zoals de Nederlandse schrijver Lale Gül, of de Duitse advocate en imam Seyran Ates 24 uur op 7 politiebewaking nodig te hebben?

“Gezien de bedreigingen en beledigingen die ik heb ontvangen, denk ik dat ik inderdaad bewaking nodig heb.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234