Vrijdag 06/12/2019

De hond moet terug in zijn hok

Profetieën van een reactionair

Geert van Istendael

Wij lopen ruggelings de toekomst tegemoet. Het is ons toegestaan links en rechts te kijken, niet over de schouder. Wie dat doet, breekt zijn nek en heeft geen toekomst meer. Is dat kilte die ons daar over de graat loopt? Of bestraalt ons hitte? Spatten druppels op ons achterhoofd, was dat de beet van hagelstenen, het koude fluweel van sneeuw? Vermoedens, gevoelens zijn het, gissingen, we slepen ze tevoorschijn uit onze kennis van het verleden, we hopen dat we ermee kunnen benoemen wat nog niet is. Maar niet eens van je eigen verleden ben je zeker, van je moeder en je vader, van je stad en je dorp, van je land en je wereld. Je bent de klant in de optiekzaak die steeds maar opnieuw verkeerde brillen opzet, te sterke glazen, te zwakke, donkergroene, roze, paarse, kleurloze, en kijkt hij door de winkelruit, is hij stomverbaasd over de wonderen die hij op straat ziet. En toch moeten we de contouren van het verleden aftasten, telkens weer als we een stap achteruit zetten, een nieuwe stap, niet in de richting van het steeds wisselende onbekende, maar er vlak in, slijk of sterrenmos of kloof. Een stap in de toekomst is een stap achteruit, is dat niet het axioma dat iedere reactionair in zijn armen wiegt?

Aftasten, wiegen, het zijn woorden die ik ver van mij af moet werpen, strelen, omarmen, weg ermee, al schreef ik ooit een boek met als titel Bekentenissen van een reactionair. Nee, voor de benadering van het wankele, krimpende, vluchtende verleden moet ik op zoek naar woorden in het semantische register van meten, peilen, toetsen, ijken. Zelfs in poëzie mag ik niet glimlachen naar de rekkelijkheid van sentiment of nostalgie. Die zijn alleen dienstbaar als brandstof, energie, hormoon. De ware reactionair wil precisie.

Wat was vroeger beter dan nu?

Wat werd moedwillig kapot gemaakt?

Wat werd verwaarloosd?

Waarom werd iets dierbaars vernietigd?

Wie had daar belang bij?

Wiens belang werd geschaad?

Wie heeft geld verdiend bij vernietiging?

Wie schoot zijn geld in bij die vernietiging?

Alleen wie een antwoord vindt op dergelijke en aanverwante vragen, correctie, een antwoord probeert te vinden op die vragen, kan de voosheid en de leugen van het begrip vooruitgang aan het licht brengen en slaagt er misschien in, heel misschien, om het dier dat verleden heet weer te vangen, zijn wonden te verplegen en het vervolgens los te laten in ander woud, ander veld, andere lucht, ander water.

Een voorbeeld. Het duurt niet lang meer of de spoorwegen in alle Europese landen worden geprivatiseerd. Wij moeten terug in de tijd, spoorwegen zijn instellingen van openbaar nut, zij dienen beheerd te worden door de staat en alleen door de staat, dat wil, in ons democratische bestel, zeggen, uiteindelijk onder controle van de kiesgerechtigde burger. Wie heeft belang bij die privatisering? Wie haalt de winst binnen? Wie wordt beter van de privatisering? De aandeelhouder en die wordt niet gecontroleerd door de kiesgerechtigde burger.

Mijn Nederlandse vrienden zeggen me: "Vroeger nam je de trein. Vandaag ga je naar het station en je ziet wel of er een trein komt." En de NS zijn nog maar pas op weg naar de privé-duisternissen. Wie nu roept dat het slecht gaat, juist omdat er niet genoeg geprivatiseerd wordt, moet maar eens gaan kijken in Engeland. Railtrack is synoniem van onveiligheid, onbetrouwbaarheid en dure treinkaartjes. Het werd dan ook al lang geleden geprivatiseerd. Engeland moet terug naar de tijd voor Thatcher Met De IJzeren Tanden.

Men begrijpe mij niet verkeerd. Een schip dat naar het verleden vaart, bestaat niet. Hees het toch de zeilen, ik zou niet aanmonsteren. Maar de glans die vooruitgang ontegenzeglijk uitstraalt, wordt al genoeg uitgegalmd, altijd in één adem met markt en vrijhandel. Markt + vrijhandel = vooruitgang, zo kun je die ideologie formuleren. Het is een leugen. Wie een leugen genoeg herhaalt, wordt geloofd, Voltaire schreef het meer dan tweehonderd jaar geleden. Al wie macht heeft in onze wereld, de wereld die de noordelijke Atlantische Oceaan beschouwt als zijn Mare Nostrum, hijgt, zweet, blaast vooruitgang, vrijhandel, markt. Bush en Blair, Kok en Chirac, Aznar en Berlusconi, montere zonen zijn ze van Mr. Progress en Mrs. Market. Maar niet in hun blije gezin is de plaats van de schrijver. Günter Grass heeft ooit gezegd: "De schrijver zit nooit op de bank van de overwinnaars. Hij zit altijd daar waar de mensen door de geschiedenis worden uitgespuwd."

Daarom vertel ik de parabel van de hond. Vroeger lag de hond aan de ketting. Of hij sliep in zijn hok. Af en toe blafte hij luid. Zo waarschuwde hij zijn meesters als er dieven het erf op slopen. Maar het arme beest rukte steeds wilder aan de ketting. Ook wilde het zijn hok niet meer in. We maakten hem los. Overal mocht hij vrij rondlopen, in de stal, in de keuken, op de deel, overal. De boer en de boerin waren gelukkig. Hij sprong op hun schoot, hij likte hun handen, ja, zelfs hielp hij de koeien naar de wei te drijven of als er weer een big was losgebroken uit zijn kot. Maar de knechts hadden sores. Hij beet in hun been, hij knaagde de steel van de riek door, en, dat was nog het ergste, hij bescheet alles. De knechts gingen klagen bij de boer en de boerin. "De hond moet terug in zijn hok", riepen zij. Maar de boer en de boerin wilden het niet horen. De hond was vrij en bleef vrij. Op een donkere nacht hoorden ze groot gedruis buiten. Ze bleven bevend van angst in hun bed. De volgende ochtend zagen ze dat de hond in een nieuw hok zat, iets groter dan het vorige. Ook lag hij weer aan de ketting, een iets langere. O ja, ik ben de naam van de hond nog vergeten. De hond heette Markt.

Toen het communisme nog heerste in Centraal-Europa verachtten wij hier de kunstenaars die daar gedwee knikten voor de scharlaken misdaden van de bovenbazen. Ik zie niet in waarom ik, nauwelijks een jaar of tien later, zelf zou moeten knikken voor de inktzwarte misdaden die het grootkapitaal pleegt dankzij de vrije markt. Wie nu denkt dat een communist spreekt, dwaalt. Ik ben nooit lid geweest van een communistische partij (evenmin van een andere partij trouwens) en nog veel minder van trotskistische of maoïstische groepjes ter grootte van een rooie zakdoek. Bestempel mij maar als een reactionaire decadent of desnoods als een aristocratische neuroot, misschien is neolithisch conservatief nog het beste, zo noemde de ten onrechte vergeten Amerikaanse anarchistische denker Paul Goodman zichzelf. Al woon ik in de burcht der overwinnaars, al zit ik mee aan de feestdis die in het afstotelijke dialect van de economen koopkracht heet of consumentenvertrouwen, ik kan het niet nalaten telkens opnieuw de deuren van de keuken open te stoten en verwijtend te wijzen naar de magere knechts die daar zweten en hongeren en niet van de pot mogen proeven; en ik sleur mijn tafelgenoten mee naar de moestuin waar de kroppen en bonen en bieten dikker staan dan gisteren, maar blauw van gif; en in de stallen horen wij de runderen brullen die lappen vlees uit elkaars schoften scheuren. Onze stank walmt ten hemel en wij ademen diep en genietend en wij roepen verrukt en luidkeels in koor, groei, groei, groei, want dat is de mantra die het gouden kalf behaagt en het gouden kalf behaagt ons. Ik geef het toe, ook ik kan mijn trots niet wegduwen als ik de zilveren breloques, de bloedkoralen van de bajadères, de diamanten diademen van onze beschaving zie en bewondering snijdt mij de adem af als ik het tentaculaire wonder aanschouw, de elektronica, die van kabouters reuzen maakt.

Maar de hond moet terug in zijn hok. Want ik heb weet van de wijsheid die, zo wil het de legende, een bejaarde Chinees opschreef omdat een eenvoudige tolbeambte het hem met aandrang vroeg. Uit de zesenveertigste spreuk:

Er is geen groter onheil dan niet weten van genoeg. Die zin zou in koeien van letters geschilderd moeten worden op de muren van elk werkvertrek waar zich een minister van Economische Zaken ophoudt of een Duisenberg of een hoge beambte van Oeso, WHO en IMF en elke nieuwe beursdag zou geopend moeten worden met die woorden. Overweeg wat in de drieënvijftigste spreuk staat: ... wanneer men geborduurde gewaden draagt, zich omgordt met scherpe zwaarden, zich verzadigt aan eten en drinken, en een teveel heeft aan goederen - dat noem ik roverij en pocherij. Dat is bijna een exacte beschrijving van de G8 en de Navo. Maar de oude man veroordeelt niet alleen, hij is zo hoffelijk ons te waarschuwen voor dreigend gevaar. Uit spreuk negen: Een zaal vol met brons en jaspis kan niemand bewaken; rijkdom en eer en daarbij hovaardij, slepen vanzelf het ongeluk achter zich aan. De onderrichting is naar schatting tweeduizendvijfhonderd jaar oud, dus we kunnen onmogelijk volhouden dat ze te laat komt. En toch waren we niet klaar toen het ongeluk toesloeg. En toch waren we niet klaar toen de ongelukkigen in horden naar onze kusten voeren. We waren er heilig van overtuigd dat een scherp zwaard volstond om ons brons en onze jaspis te bewaken, zo zeker waren we van onszelf dat we de hele wereld onze schatten lieten zien. In bidonvilles en kasba's hebben we flikkerende kijkkasten binnengesmokkeld die zwarte, bruine en gele schooiers onze weelde op het netvlies branden, iedere avond opnieuw, tenminste, zolang de stroom niet uitvalt. Zij zien auto's voorbijschieten tot aan de rand van roze zwembaden en uit het turkoois van het water worden naakte nimfen geboren, die zich door witte goden laten bespringen en kronkelen van genot op zachte bedden, waarna whisky on the rocks. Europa en Amerika bestaan over hun hele oppervlakte uit immense televisiestudio's, waar iedereen zomaar binnen mag wandelen om onder donderend applaus videotoestellen, wasmachines of auto's in ontvangst te nemen, ja, je krijgt ze cadeau. Nee, dat is niet helemaal waar, je moet er geringe arbeid voor presteren, die bestaat uit wuiven en stralend glimlachen. Waar ook ter wereld is onze overdaad te bezichtigen en onze kreet, niet aanraken, niet aanraken, wordt gesmoord in het motorengeronk van vliegtuigen die opstijgen richting Brussel, Schiphol, Frankfort, Kennedy, richting ons. En krijgen de paupers niet genoeg centen bij elkaar geschraapt, geleend, gebedeld, gestolen, dan waden ze dwars door het hete zand van woestijnen naar het noorden en werpen ze zich in lekke boten die hen tot bij de poorten van de hemel zullen voeren, of de hel, doet er niet toe, zolang die maar Europa heet of Amerika, en altijd eist de laatste veerman zware tol. Met duizenden komen ze vandaag, morgen komen miljoenen. Ik heb een jongen gekend uit West-Afrika, hij was ontsnapt aan zijn vervolgers en had in mijn huis onderdak gevonden. Nauwelijks aangeland, werd hij overstelpt met smeekbeden uit zijn vaderland. Ik heb die brieven gelezen, de zwarte armoe sloeg me in het gezicht.

Kun je een spuitbus haarlak sturen, ik heb een kapperszaak, maar de klanten blijven weg, want ik heb ook geen shampoo meer en mijn kam is gebroken.

Ik zou nog zo'n broek willen hebben, want nu is neef Hyppolite jaloers.

Ik heb mijn paspoort laten veranderen, ik ben nu zestien, dus vier jaar jonger dan ik echt ben, zo kan ik misschien naar Europa komen om te voetballen. Maar ik heb geen geld voor de reis. Heb jij misschien ...?

Enzovoort.

Wie ons onze rijkdom niet van het lijf komt stropen, is of een sufferd of een heilige. De hond zou het wel weten. Die zou ons bespringen.

Honden zijn nooit heilig.

Of een geestdrijver. Voor het gevleugelde geen gezeik, iedereen rijk, bestaat een eenvoudig alternatief: Groot alarm, iedereen arm.

We hebben niet moeten wachten op 11 september 2001 om er achter te komen dat het een realistisch alternatief is en dat het wordt nagestreefd door utopistische dwepers. We zijn de velden des doods van Pol Pot toch nog niet vergeten, hoop ik. Of het afschrikwekkende voorbeeld uit onze eigen vaderlandse geschiedenis, ik bedoel Filips II van Spanje? Hij regeerde liever over een woestijn zonder ketters dan over vruchtbare landouwen mét ketters. Hij heeft wetens en willens het grootste en rijkste handelscentrum van de zestiende eeuw, de calvinistische veste Antwerpen was dat, ten gronde gericht. Na de val van Antwerpen verliet de helft van de burgers de stad. Toen de Spanjaard de zuidelijke Nederlanden van de noordelijke had losgescheurd, was de honger in de Vlaamse dorpen zo gruwelijk dat de boeren elkaar opvraten. Dat zien soldaten van God graag.

Voor zover wij het weten hebben de geheimste geheime diensten van het sterkste imperium aller tijden de aanslag op hun hoogsteigen financiële hart en militaire nieren niet zien aankomen. Probeerden zij met de nieuwste systemen van signal intelligence gecodeerde boodschappen te onderscheppen over warmtezoekende projectielen? Of verwachtten ze een paar van die waggelende scuds? Ze keken op hun schermen en het gevaar hing in de lucht. Kennen zij de beroemde voorbeelden uit de krijgsgeschiedenis dan niet? In 1940 stonden de vuurmonden van de beroemde Franse Maginot-linie op Duitsland gericht. Echter, de kanonnen konden niet worden gekeerd en de Duitsers hebben gewoon even een omtrekkende beweging gemaakt, zodoende buiten schot blijvend, letterlijk.

Kennis van het verleden is nuttig, verbeelding is machtig.

Ik ben geen profeet, ik heb geen verwarde baard, geen priemende ogen, ik ben niet gekleed met kemelshaar, ik weiger mij te voeden met wilde honig of sprinkhanen en ik houd niet van woestijnen, laat staan dat ik er naartoe zou trekken om er te roepen. Ik ben gladgeschoren, ik draag bij voorkeur pakken en dassen, ik ben, kortom, een burgerman. Maar op 28 april 2001 schreef ik voor het Belgische radioprogramma De toestand is hopeloos maar niet ernstig het volgende:

Op een stralende zomerdag van het jaar 2002 legt een luxejacht aan in de fraaie baai van Mystic, Connecticut. Voert het de Maltese vlag? Of de Turkse? In geen geval een Arabische. Een half uur later wordt de stad Providence verpulverd door een atoomexplosie. Boston is voor jaren onbewoonbaar wegens zware radioactieve besmetting. De wind stond ongunstig. Een uur later ontploft een roestige schuit die langs Long Island voer. Niemand die er aandacht voor had. Manhattan stort in. Honderdduizenden doden. Tussen de tweede en de derde bom ontvangt het Witte Huis een ultimatum van een tot dusver onbekende terreurgroep genaamd het Papieren Ruimteschild. Was ik er een jaar naast? Overdreef ik het aantal slachtoffers? Hebben zich geen terroristen gemeld? Wacht maar. Het jaar 2002 is nog niet aangebroken. In ieder geval had ik de weersomstandigheden correct en ook de serieschakeling van de aanslagen. Daarentegen onderschatte ik, typisch westerse materialist die ik ben, de feilloze zin voor symboliek van de godsdienstige medemens. Ik woon in Brussel pal tussen Navo-hoofdkwartier en Schumanplein. Een paar geschifte zakenlieden hebben ooit voorgesteld om hier in de buurt een vierhonderd meter hoge Monnet Tower te bouwen, een sterk symbool noemden ze dat. Die is er gelukkig nooit gekomen, maar ik slaap al enkele weken onrustiger dan gewoonlijk.

Helemaal rustig zullen we nooit meer slapen. Ten eerste, het is nu zonneklaar bewezen dat al die peperdure agentschappen, CIA, FBI en NSA, niet tegen hun taak opgewassen zijn. Ten tweede, dit type geweldpleging kan niet worden tegengehouden door het type maatschappij waarin wij leven. Hyperopen, hypermobiel, hyperanoniem, hypertechnologisch is gelijk aan hyperkwetsbaar. Strooi zand in de raderen, de slimste machine staat stil. Of zal ik een meer hedendaags voorbeeld geven? Het klavier van mijn tekstverwerker kan veel hebben: mijn beukende voorpoten, vallen, stoten. Maar een omgekieperde kop koffie? Nee. Onze wereld, de rijke wereld, is een berglandschap van miljoenen tekstverwerkers waar dagelijks miljoenen mensen door wandelen, slurpend aan miljoenen koppen koffie. Onthou mobiel, anoniem en open. Sla vervolgens het woord technologisch kapot. Terroristen zullen allerlei brokken die niet bij elkaar horen aan elkaar vastbinden met eindjes touw. De brokken heten hightech en lowtech. Tegen die methode bestaat geen verweer.

Wie verstandig is en hard genoeg werkt, zal er altijd in slagen uiteindelijk de stukken van zelfs de intricaatste puzzel in elkaar te passen, omdat er slechts één enkele, onvervreemdbare oplossing is van het puzzelprobleem, tenminste, op voorwaarde dat het probleem in die termen wordt gesteld. Daaraan besteedde de steenrijke Bartlebooth uit de roman La Vie mode d'emploi van Georges Perec zijn hele vermogen en zelfs zijn hele leven.

De terrorist echter stelt het probleem in andere termen, zijn termen, hij aanvaardt de basisspelregel - er is slechts één oplossing - niet en onmiddellijk ontvouwen zich duizenden, zo niet miljoenen mogelijkheden. Een atoombom in een modderschuit. Het pokkenvirus in een schoudertas. Met de voorbeelden kun je de bibliotheken van Borges vullen, de reeks is principieel oneindig, dat wil zeggen onvoorspelbaar. Nog een? Uit het leven gegrepen ditmaal. In Brussel hebben politiemannen ooit een slonzige Pool aangehouden, niet eens een terrorist, hij vervoerde alleen een staaf plutonium in de achterbak van zijn roestige Lada. Maar eigenlijk zochten ze gesmokkelde Marlboro-sigaretten.

Wij zijn ten prooi aan het toeval. Net toen we de zalige illusie koesterden dat we eindelijk het toeval eruit gewerkt hadden door de achterdeur, is het brutaal door de voordeur naar binnen geraasd. We hadden het niet zien aankomen, want we willen eigenlijk dat het niet bestaat. Mag bestaan. Tenzij op onze voorwaarden.

Laatst las ik een even akelig als interessant boek, La guerre au XXIe siècle. Het werd geschreven door Laurent Murawiec, een voormalig adviseur van het Franse ministerie van Defensie. Later ging de auteur werken voor de bekende Amerikaanse Rand Corporation, een instituut dat zich toelegt op het bestuderen van militaire strategieën, ten behoeve van het Pentagon, laten we wel wezen. Je wordt op de hoogte gebracht van het Theater High Altitude Area Defense System, human performance enhancement en minuscule MEMS, kortom, de hele duizelingwekkende revolution in military affairs die aan de gang is. De Golfoorlog is al verzonken in de goeie, ouwe tijd. Niet zozeer verbijsterde mij het amoralisme dat de temperatuur van -273,16° benadert. Ik had niets anders verwacht, in de eerste hoofdstukken verbijsterde mij nog de gigantische inspanning en de misdadige sommen geld die aan het steeds betere moorden worden besteed, verderop in het boek was ik al iets minder onnozel. Maar totaal verbijsterd bleef ik achter nadat ik tevergeefs gezocht had naar het antwoord op deze eenvoudige vraag: En wat als al die vernuftige systemen in elkaar donderen? Alleen in de allerlaatste alinea van het boek is er misschien een zweem van aanwijzing:

Om een militaire revolutie te volvoeren is traditioneel een nederlaag nodig, een angstwekkende bedreiging, een sociale revolutie of anders een technische en economische revolutie die de samenleving verandert. Laten we hopen dat het die laatste is die ons beweegt, veeleer dan de anderen. Het boek van Laurent Murawiec verscheen in het jaar 2000. Eén jaar later is de kern van zijn krasvrije systeem in elkaar gedonderd. We stonden er allemaal bij en we keken ernaar. Het is de armoe, zeggen mijn linkse vrienden, de honger, het onrecht, de verdrukking. Wie praktisch is, bestijgt een zilveren vogel en komt naar ons. Wie woedend is, broedt op wraak. Waarom werd New York dan niet aangevallen door een Zuid-Amerikaans commando? Al vijfhonderd jaar ligt Latijns-Amerika te bloeden uit zijn opengesneden aderen, de uitdrukking komt van Eduardo Galeano. Als er één deel van de wereld is waar de Verenigde Staten zich misdragen hebben, is het dat wel: een derde van Mexico afgepakt, Allende ten val gebracht, de rotste dictatoren door dik en dun gesteund in Guatemala, de Dominicaanse republiek, Argentinië, Uruguay, Paraguay, Nicaragua en ga zo maar door, het terrorisme betaald, ook in Nicaragua, Grenada onder de voet gelopen, Cuba gewurgd, de lijst van de wandaden is nog lang. Zuid-Amerika heeft uitstekende ingenieurs, scheikundigen, biologen en piloten, hersens genoeg dus om de gemeenste aanslagen uit te dokteren, en aan desperado's is er ook al geen gebrek, denk aan het Lichtende Pad of de FARC. Waarom zij niet? Of waarom niet een fanatieke sekte uit Afrika? Welk continent werd gruwelijker geteisterd door oorlog, honger en verdrukking?

Maar het waren islamieten uit Voor-Azië. Indien de vermoedens bewaarheid worden, en ik wil toch even herhalen dat er op het moment dat ik dit schrijf nog geen enkel bewijs bekend werd gemaakt, schoten ze in actie op bevel van een Arabische miljardair die in de verste verte niets te maken heeft met de ellende van Algerijnse werklozen of met de wanhoop van stenen gooiende jongetjes in Gaza. Dit is kil misbruik van andermans jammer. Dit is rationeel fanatisme. Het is berekend en berekenend, weloverwogen, hoogst intelligent, maar, en dit ontsnapt ons, althans, het ontsnapt mij, al moet ik toegeven dat er geen ontsnappen aan is, het drijft vriendelijke, verstandige, rustige mensen tot zelfmoord in combinatie met massamoord. Het heeft niet eens kommer nodig, maar waar nodig houdt het die zorgvuldig in stand, afwisselend hulp en gif verstrekkend. De weerzinwekkendste van die creaturen zitten niet eens op een steen in een Afghaanse grot, zij zitten op Louis XV-stoelen thee te slurpen uit kopjes van Limoges-porselein, terwijl buiten op straat politieagenten met stokken controleren of de plaatselijk gangbare contortie van de koran stipt wordt nageleefd. Deze heren zijn telgen van het Saoedische koningsgeslacht en zij zijn bondgenoten van Amerika. Onze bondgenoten dus.

Mijn linkse vrienden dwalen als zij zeggen dat de dreiging van terrorisme zal verdampen wanneer de oorzaak van de terreur wordt weggenomen. Los het Palestijnse probleem op en je kunt veilig in het bushokje staan. Ik denk dat die benadering te westers is, te redelijk, te rechtlijnig. Er loopt geen rechte lijn van dalles naar semtex. Dat ontslaat ons natuurlijk niet van de verdomde plicht de broodvraag te stellen. De noodzaak is er allang, de schobbers spoelen aan op onze kusten. We moeten de hond die Markt heet terug in zijn hok stoppen. Of, wat geleerder uitgedrukt, we moeten ons basisparadigma omgooien.

Op de marktplaats van de wereld staat baron tegenover bedelaar en tussen die twee is vrijheid wreedheid. Entre le fort et le faible, c'est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit, tussen de sterke en de zwakke betekent de vrijheid verdrukking en de wet bevrijding, zei Lamennais al in de negentiende eeuw en we weigeren nog altijd het te horen. Dankzij de wereldwijde vrije handel gaapt de kloof tussen rijk en arm dieper dan ooit. In 1960 beschikten de 20 procent mensen die in de rijkste landen van de wereld leefden over een inkomen dat dertigmaal zo groot was als de 20 procent mensen die in de armste landen woonden. In 1995 waren de 20 procent rijksten tweeëntachtig keer rijker dan de 20 procent armsten en sindsdien is het erger geworden. Wij armer, zij rijker en de hond in zijn hok. Ik koester geen seconde de illusie dat het zal gebeuren, toch niet zonder groot geweld. Mijn vader, vergrijsd in vakbondswerk, zei altijd, voorrechten worden alleen opgegeven met de prang op de neus. En de bevoorrechten, dat zijn wij.

We zouden ook kunnen proberen onze economie wat minder afhankelijk te maken van olie. We zouden niet langer wapens hoeven te leveren aan sinistere woestijnrovers die ons daarna uitschelden voor Grote Satan en tegen Manhattan aanvliegen. Maar ja, Bush heeft doodleuk het verdrag van Kyoto aan snippers gescheurd. Een tijd geleden zei een Amerikaanse intellectueel me nog dat de olie van het Arabische schiereiland our oil was en vorige week maakte Wallonië bekend dat het windmolens ging verkopen aan Senegal om zo het recht te verwerven nog wat meer broeikasgassen uit te stoten. Alternatieve energie? Kralen en spiegels voor de negertjes. Nee, ook op dat punt koester ik geen illusies.

We zouden, met andere woorden, ouderwetser moeten gaan leven. Terug in de tijd. We zullen het niet doen en we zullen voor ons mateloze materialisme een hoge prijs betalen. Nu al tast het terrorisme onze democratie aan. Het eerlijke, openbare proces is in de Verenigde Staten geen rotsvaste zekerheid meer. In Frankrijk is sinds kort de woning niet meer heilig. Het huiszoekingsbevel is er vervaarlijk versoepeld. Resoluut slaat de macht de weg in naar het verleden, naar de kring van oude, hardvochtige vorsten en jongere, barbaarse bullebakken. Het eerste wat in elke dictatuur wordt afgeschaft is de onschendbaarheid van de woning. Het zal niet helpen. Een gek laat zich niet tegenhouden en een georganiseerde gekkenbende zeker niet, al krijgt die de hele Amerikaanse luchtmacht over zich heen.

Ik doe geen profetieën, stel je voor dat ze nog een keer uitkomen. Maar we zullen geen rust hebben tot de hond in zijn hok ligt, aan de ketting die wij zelf gesmeed hebben.

Toch nog een profetie, een kleintje.

We zullen nooit meer rustig slapen.

Voor de citaten van Lao-tse gebruik ik de vertaling van Dr. J.J.L. Duyvendak. Het citaat uit Murawiec, L., La guerre au XXIe siècle, Paris, 2000, en van Lamennais heb ik zelf vertaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234