Maandag 14/10/2019

Reportage

De hippe heropleving van Kigali, hoofdstad van Rwanda

Wolkenkrabbers en groen in het centrum van de stad. Beeld Nicolas chartier

De meeste toeristen in Rwanda slaan hoofdstad Kigali over en trekken meteen op safari of bezoeken het idyllische Kivu-meer. Jammer, want zo missen ze een van de meest vernieuwende steden in Afrika, ontdekte Nicolas Chartier.

Als de zandkleurige Land Rovers gevuld met toeristen al eens halt houden in de centrale hoofdstad Kigali, dan is het meestal bij het Kigali Genocide Memorial op een heuvel ver buiten het centrum. Voor velen is het land namelijk nog altijd onlosmakelijk verbonden met de bloederige lente van 1994, toen meer dan een ­miljoen Tutsi’s en Hutu’s het leven lieten en het volledige land ­verwoest werd.

Ook ik breng mijn eerste uren in Rwanda op deze herdenkingsplaats door. Zaal na zaal krijg ik foto’s van opeengestapelde lijken te verwerken. Ik bijt door, tot ik in de laatste zaal Patrick Gashugi Shimirwa ontdek, een vijfjarig jongetje uit Kigali. Onder de foto van de lachende kleuter staat gortdroog geschreven: hield van frietjes en van fietsen. Doodsoorzaak: machete.

Ik trek zo bleek weg dat een gids bezorgd toesnelt. Hij stelt zich voor als Willy. Als hij hoort dat ik uit Vlaanderen kom, schakelt hij over op een sappige mengeling van West-Vlaamse en Afrikaanse klanken: “Ik was vier toen de genocide uitbrak en ik halsoverkop naar België gevlucht ben. Nooit wilde ik nog terug naar Kigali. In mijn hoofd stond de stad gelijk aan geweld en aan sloppenwijken. Maar toen ik volwassen werd, doken de eerste geruchten op. De stad zou onherkenbaar ­veranderd en vooral veilig zijn. Ik besloot er op vakantie te gaan. Vandaag zijn we twee jaar later en ben ik hier nog steeds. De stad is zo mooi geworden!”

Groene hart

Als ik even later de stad in rijd, zie ik wat Willy bedoelt. Brede, geasfalteerde en perfect onderhouden lanen zijn omzoomd met palmbomen, rijkelijk bloeiende oleanders of bomen vol groene appelsienen. In de buitenwijken wisselen riante villa’s en groene parken elkaar af, terwijl glazen torens elkaar ­verdringen in het centrum. En bovenal: het is overal zo ongelooflijk proper. Nergens zie ik ook maar een vuiltje liggen. Om de paar honderd meter staan recycleervuilbakken. Niemand drinkt, eet of rookt op straat, en plastic zakken zijn al sinds 2008 verbannen uit het hele land. Binnen afzienbare tijd vallen ook plastic flessen, rietjes en bestek onder dat verbod. Twee keer per maand organiseert de stad een autoloze zondag. Wie dat wil, kan die dag gratis sporten of een medische controle krijgen. Op de laatste zaterdag van de maand ruimen buurtbewoners dan weer ­allemaal samen hun wijk op tijdens Umuganda, een traditioneel volksgebruik dat door president Paul Kagame wettelijk is vastgelegd. Wie niet deelneemt, riskeert een boete.

De boulevards zijn kraaknet. Er ligt niets op de grond. Beeld Nicolas chartier
Overal vind je kleurrijke koffiebars. Beeld Nicolas chartier

Als ik op zo’n laatste zaterdag mijn hotel uit stap, zijn de straten ­inderdaad volkomen verlaten. Alle winkels zijn dicht, nergens rijdt een auto. Ik stap doelloos heuvel op en af, tot ik in de verte stemmen hoor. Groepjes ­mensen dragen harken, schoffels en machetes over de ­schouder. Als ik hen nader, nodigen ze me uit. “We gaan naar het voetbalveld. Aan het einde van de vorige Umuganda hebben we tijdens de wijkraad samen beslist dat de graslanden eromheen wel wat opruimwerk kunnen gebruiken”, ­vertelt Umaro Ndoh.

Rond het voetbalveld hebben zich al honderden mensen verzameld. Sommigen kappen gras weg, anderen rapen afval. Maar velen staan gewoon gezellig te keuvelen of te kijken naar de kinderen die in het rode stof voetballen. “Umugan­da betekent letterlijk ‘samenkomen met een gemeenschappelijk doel’”, legt Umaro uit. “Het draait niet alleen om het onderhouden van onze wijk, maar evenzeer om het versterken van de samenhorigheid binnen onze gemeenschap.”

Naast kraaknet is de stad ook verrassend veilig. Auto’s gaan op de rem staan als een voetganger nog maar naar een zebrapad kijkt. Stadsbussen zijn verplicht uitgerust met snelheidsbegrenzers (en met wifi), en de ­alomtegenwoordige bodaboda’s of motortaxi’s bieden je meteen een helm aan. Afdingen is niet nodig: na elke rit krijg je spontaan je wisselgeld terug op een briefje van 1.000 Rwandese frank (1 euro), of je kan Uber-gewijs betalen met apps. ’s Nachts zijn alle straten goed verlicht. Niet voor niets plaatste het Wereld Economisch Forum Rwanda in 2017 op de negende plaats in de lijst met veiligste landen ter wereld. België stond datzelfde jaar op nummer 56.

In Kigali is het wettelijk verplicht om één keer per maand je wijk schoon te maken. Beeld Nicolas chartier

Die veilige omgeving, in combinatie met de afwezige corruptie, werkt als een magneet op start-ups. De meeste vind je in coworking­spaces in Remera, een trendy stadsdeel dat niet zo lang geleden nog bekendstond voor zijn rauwe prostitutiewijken.

Oplaadkiosk

Ik ontmoet er Henri Nyakarundi, de oprichter van een start-up rond mobiele oplaadkiosken op zonne-energie. Henri ging op zijn 19de computerwetenschappen studeren in de VS, en bleef er zestien jaar hangen. “Ik lanceerde er meerdere start-ups. Maar tussendoor kwam ik nog vaak terug naar Kigali. In 2001 zag ik voor het eerst verandering. Voorheen was het hier een niemandsland. Tegen 2008 stond het al vol hoogbouw. Dat doet iets met de vibe in een stad. Toen ik het idee kreeg voor onze oplaadkiosk, wist ik dat ik in Kigali moest zijn. Start-ups hebben het hier goed, zeker voor een Afrikaans land. De overheid werkt vlot en moedigt ondernemerschap aan. In 48 uur is je bedrijf hier officieel opgestart. Dat is ondenkbaar in buurlanden als Kenia of Oeganda. Bovendien is alle infrastructuur aanwezig. De telecommunicatie is degelijk, de wegen zijn goed en er is weinig verkeer. Vroeger moesten we altijd naar het buitenland om zakenpartners te ontmoeten. Nu komen zij hierheen.”

Veel van die ontmoetingen ­vinden plaats in het iets verderop gelegen nieuwe conventiecentrum, een enorme glazen bol die ’s nachts oplicht in de kleuren van de nationale vlag. Het centrum werd pas in 2016 afgewerkt, maar ontvangt nu al belangrijke internationale conventies zoals de Interpol General Assembly of de African Union Summit, en volgend jaar de vergadering van alle regeringshoofden uit de Commonwealth.

In het zog van al die conventies komen ook nieuwe investeerders naar Kigali, legt Henri uit: “De investeringen zijn makkelijk vervijfvoudigd sinds ik me hier enkele jaren geleden heb gevestigd. En dan bedoel ik niet de fondsen die naar de overheid gaan of naar grote bedrijven, maar investeringen in lokale kmo’s en start-ups. Dat soort nieuws verspreidt zich snel. Jongeren kozen hun studies hier vroeger met het oog op een veilige kantoorbaan. Nu vinden ze het ondernemerschap veel ­aantrekkelijker.”

Creatief Kigali

Recht evenredig met het aantal start-ups steeg ook het trendy karakter van de stad. Traditionele theehuizen en melkbars staan zij aan zij met biologische bakkerijen en restaurants met internationale of veganistische keukens. Hippe koffiebars zoals het Inzora Rooftop Café of Shokola Storytellers Café serveren de beste Rwandese koffie. Naast hedendaagse kunstgalerijen als het Inema Arts Center en de Niyo Arts Gallery zie ik ook veel streetart van zowel lokale als internationale graffitikunstenaars, waaronder grote werken van de Gentse ROA. Op zowat elke wolkenkrabber in het centrum prijken rooftopbars, waar je elke avond cocktails kan sippen met uitzicht op de fonkelende skyline. Grote winkelcentra als Kigali Heights aan de rand van de stad verkopen de grote Europese modemerken. Maar ook Rwandese fashion als Haute Baso, House of Tayo en Rwanda Clothing vergaren steeds meer faam.

In het Inzora Rooftop Café zie je waarom Rwanda het land van de duizend heuvels wordt genoemd. Beeld Nicolas chartier

Aan de muren van de Haute Baso-boetiek in de poshe buitenwijk van Nyaruturama hangen bijvoorbeeld artikels van onder meer Vogue en Vanity Fair. Het speelse merk specialiseert zich in “een mengeling van wearable fashion met imigongo”, legt CEO Pierra Ntayombya uit. Imigongo is een traditionele Rwandese kunstvorm met kleurige geometrische ­patronen. Pierra werd in Canada geboren als kind van Rwandese vluchtelingen. “Ik was dol op mode en werkte bij modehuizen als Zara, Nordstrom en Stuart Weitzman in Europa en de VS. Tot ik tijdens een familievakantie in Kigali kennismaakte met Linda Mukangoga, de oprichtster van Haute Baso. Haar visie maakte iets in me los. Bovendien was Afrikaanse mode toen net begonnen aan zijn huidige boom, en voelde ik me thuis in Kigali.” Steunend op haar buitenlandse ervaring bouwde Pierra Haute Baso uit tot een van de meest invloedrijke modemerken van het land. Maar de visie van Linda Mukangoga bleef daarbij haar leidraad. “Meer dan twee derde van onze 310 medewerkers zijn vrouwen. Vaak zijn ze de enige kostwinner. Door hen opleidingen en werkgelegenheid te bieden, ­tillen we hun hele gezin uit de armoede.”

Die aandacht voor vrouwen is volgens Pierra typisch voor Rwanda. “Vrouwen zijn hier erg belangrijk geworden. Na de genocide bleek 60 tot 70 procent van de overlevende bevolking vrouw. Daardoor stroomden veel meer vrouwen naar de arbeidsmarkt dan voorheen. Vandaag zit gender­gelijkheid ingebakken in de Rwandese cultuur. Meer dan de helft van onze parlementsleden zijn bijvoorbeeld vrouwen.” Dat beeld wordt bevestigd door het jaarlijkse Global Gender Gap Report van het Wereld Economisch Forum, dat peilt naar de deelname van vrouwen aan de economie, het onderwijs en de politiek. Vorig jaar stond Rwanda op de zesde plaats, na gendervriendelijke landen als IJsland en Zweden. België bekleedde toen de 32ste plaats.

Op mijn laatste dag in Kigali nestel ik me aan de rand van het zwembad van Hôtel des Mille Collines, bekend van de film Hotel Rwanda en het boek Een zondag aan het zwembad in Kigali. De dronken diplomaten en lonkende prostituees uit dat laatste boek hebben nu plaatsgemaakt voor lokale gezinnetjes die zwemles komen volgen en smullen van het bekendste lunchbuffet van de stad. Lunchbuffets zijn razend populair in Rwanda. Je bord zo hoog mogelijk volstapelen is hier een nationale sport. Ik sport mee en waggel terug naar het zwembad met drie verdiepingen banane plantain, gestoofde geit met zoete aardappel, verse nijlbaars uit het Kivumeer en vier soorten samosa’s. Ja, dit nieuwe Kigali smaakt me wel.

PRAKTISCH

Erheen: Meerdere maatschappijen vliegen in 8 à 9 uur rechtstreeks van Brussel naar Kigali.

Overnachten: Je kan in het centrum van Kigali geen steen meer werpen zonder een luxehotel te raken. Marriott Kigali biedt veruit het grootste comfort, maar daar moet je dan ook diep voor in de buidel tasten. Hôtel des Mille Collines, bekend van de film Hotel Rwanda, is veel betaalbaarder en straalt de aantrekkelijke charme van vervlogen tijden uit.

Het M. Peace Plaza is een van de opvallende gebouwen. Het winkelcentrum blijft dag en nacht open. Beeld Nicolas chartier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234