Vrijdag 23/10/2020

Wetenschap

De hersenen van een terrorist verschillen niet van de uwe

Beeld kos

Bommenleggers, koppensnellers, schutters die hun kalasjnikovs op terrasjes leegschieten - wie in staat is tot zo'n bruut geweld, kan geen normaal mens zijn. Of toch? Wetenschappers ontrafelen een ongemakkelijke waarheid.

Wat bezielt een ogenschijnlijk normale puber om zijn studie af te breken en naar Syrië af te reizen om even later op te duiken als IS-beul in een bloederig propagandafilmpje? Het is een raadsel dat de wetenschap sinds de opkomst van Islamitische Staat met hernieuwde energie probeert op te lossen. In de hoop te voorspellen wie de potentiële terroristen zijn. Daar, maar ook hier - onder ons en onze kinderen. Wat leert de wetenschap over het brein van de terrorist?

Dezelfde vraag drong zich op na de Tweede Wereldoorlog over de psyche van nazikopstukken en bewakers in concentratiekampen. Welke mentale afwijkingen waren hier in het spel? Sadisme? Psychopathie? Schizofrenie? Jeugdtrauma's? De conclusie van die studies luidde al snel dat de sleutelfiguren in het Derde Rijk schrikbarend normaal waren. "Iemand kan de walgelijkste dingen doen en toch van Mozart houden en een liefhebbende vader zijn", klonk het. Het kwaad zit in iedereen, concludeerde de wetenschap.

Het kwaad is daarom 'banaal', vond de Joods-Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt. Een denkwijze die overigens wel omstreden bleef.

Want het is prettiger te denken dat bruut geweld en terreur het exclusieve domein zijn van een paar gekken, van de anderen. Dat suggereert ook dat een simpele oplossing mogelijk is. Zodra je die verknipte jihadi's uitschakelt, is het probleem weg.

In het naoorlogse Duitsland werd volgens Jacco Pekelder, historicus aan de Universiteit Utrecht, op die manier rechtgepraat dat zoveel Duitsers met Hitler mee waren gegaan: alsof hij ze als een soort rattenvanger de verkeerde kant op had gestuurd, terwijl er met het Duitse volk en de maatschappelijke structuren niets mis was. Een Lebenslüge noemt hij die redenering: een leugen om door te kunnen gaan met het leven.

Om te weten of het kwaad inderdaad in iedereen zit, deed de Amerikaanse sociaal psycholoog Stanley Milgram in 1963 een schokkend experiment. Willekeurige proefpersonen werd gevraagd andere mensen te straffen met stroomschokken als die niet in staat bleken voldoende rijtjes met woordparen te onthouden. Maar liefst 65 procent van de deelnemers ging - weliswaar soms met veel moeite - tot het uiterste en deelde dodelijke schokken uit van 450 volt. Tenminste, dat dáchten ze.

Dit 'gehoorzaamheidsexperiment' was geïnspireerd op de Tweede Wereldoorlog, vertelt Bertjan Doosje, hoogleraar radicaliseringsstudies aan de Universiteit van Amsterdam. "Milgram wilde weten of mensen orders om iemand pijn te doen opvolgen. Hij heeft de opzet van het experiment vooraf naar collega-psychologen opgestuurd met de vraag: hoeveel deelnemers gaan door tot het einde? Dat zullen mensen niet of nauwelijks doen, dachten de experts."

Beeld © Reuters

Maar Milgram had het 'slim' aangepakt. De straf begon met een schokje van 5 volt, nauwelijks waarneembaar - maar de proefpersoon was wel een drempel over. En de verantwoordelijkheid lag niet bij de proefpersoon, maar bij de opdrachtgever in witte jas, die zei dat het goed was. "Milgram heeft aangetoond dat als je zo'n machtsstructuur opbouwt, mensen hun gehoorzaamheid ver kunnen doorvoeren, zelfs tegen hun eigen geweten in gaan handelen." De wetenschap was overtuigd: iedereen kan zich ontpoppen als een bruut - het zijn de omstandigheden die bepalen of het eruit komt. "In iedereen schuilt een terrorist." Het is de titel van het boek dat radicaliseringsexpert Doosje in 2006 schreef.

Die visie komt overeen met verscheidene studies naar leden van terroristische organisaties als de IRA in Ierland, de RAF in Duitsland, de Rode Brigades in Italië, de ETA in Spanje en later Al Qaida. Voor al deze terreurgroepen, hoe verschillend ook, geldt dat de leden niet vaker psychisch gestoord zijn dan gemiddeld. Bommenleggers, koppensnellers en aanslagplegers - welke religieuze, politieke of sociale doelen ze ook nastreven: ze zijn mentaal niet ongezonder dan u en ik. Zelfs plegers van zelfmoordaanslagen hebben ze doorgaans goed op een rij, concluderen verschillende onderzoekers die interviews hielden met Palestijnse extremisten die op het punt stonden zelfmoordaanslagen te plegen en met veroordeelden voor mislukte en verijdelde zelfmoordaanslagen in Israëlische gevangenissen.

"Een van ons"

Dat de individuele psyche van de terrorist geen aanknopingspunten biedt, paste in de tweede helft van de vorige eeuw mooi in de tijdgeest. Politicologie en sociologie waren in de mode. "Het was een tijd waarin de vraag vooral luidde: schiet de samenleving niet te kort bij het integreren van de protestgeneratie?", zegt historicus Pekelder. Na de aanslagen van 9/11 ging hij de historische parallellen onderzoeken tussen de reactie van de samenleving op het geweld van de RAF en de reactie op de terreur van jihadisten.

Volgens Edwin Bakker, directeur van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden, was het in de vorige eeuw zelfs taboe om de persoonlijkheid van de dader onder de loep te nemen. Maar dat taboe begint te wringen. "We zijn wel erg ver doorgeslagen met onze zelfkritiek, met de schuld bij onszelf te leggen. Dat komt vast voort uit christelijke waarden, die ons leren dat je eerst naar de balk in je eigen oog moet kijken en dan pas naar de splinter bij de ander. Alles wat je bij de persoon van de dader legt, stuit op weerstand. Tenminste in wetenschappelijke kring. Daarbinnen bestaat een brede consensus dat de psyche er niet toe doet."

Beeld © RV

Daarbuiten overheerst ongemak. Iemand die onschuldige burgers neermaait die zich ontspannen op een terrasje of in een concertzaal in Parijs, die moet toch gek zijn? Waarmee vooral bedoeld wordt: die kan toch niet 'een van ons' zijn. Ook overheden bijten zich vast in de veronderstelling dat er wel degelijk persoonlijke kenmerken zijn die jihadi's delen, in de hoop een profiel te kunnen schetsen van terroristen in de dop - om vervolgens tijdig in te kunnen grijpen. Pas als je de terrorist begrijpt, kun je hem bestrijden.

Rond die profilering is inmiddels een heuse industrie ontstaan van wetenschappelijke onderzoekscentra, internationale congressen, consultants die trainingen geven aan bijvoorbeeld scholen en die buurthuizen en overheden van advies dienen. "Op den duur hebben we meer radicaliseringsexperts dan radicalen", meent Doosje. "Alleen al in de VS werken meer dan honderdduizend terrorisme-experts", zegt Bakker van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme. "Elke drie uur verschijnt een boek met terrorisme in de titel", zegt Ramón Spaaij, een Nederlandse socioloog die in de VS onderzoek doet naar zogeheten lone wolves.

Ziektebeeld

Deze eenlingen die dood en verderf zaaien omwille van een ideologie of religie, hebben overigens wel vaker psychische problemen. Vier van de tien kampen met ziektebeelden van een lichte depressie tot schizofrenie, zegt Spaaij, die 120 lone wolves bestudeerde die achter de tralies zitten voor een al dan niet verijdelde aanslag. Vaak hebben ze geprobeerd aansluiting te vinden bij geestverwanten, maar konden ze zich niet aan de groep aanpassen. Of werden ze er uitgezet omdat strak geleide organisaties als Al Qaida psychische stoornissen als een veiligheidsrisico zien. IS schijnt minder kieskeurig te zijn.

Hoe dan ook, het onderzoek naar lone wolves bevestigt indirect dat gewelddadige extremisten in georganiseerd verband niet zo verknipt zijn als je zou verwachten. Wat zijn dan wel de persoonlijkheidskenmerken en drijfveren van mensen die in opdracht van Al Qaida bomgordels omgespen of met IS-vlaggen zwaaien?

Beeld © AFP

Om met de meest voor de hand liggende drijfveer te beginnen: armoede en uitzichtloosheid. Een 'mythe' die allang is doorgeprikt, zegt Bakker. "Als je ziet waar terreurgroepen actief zijn, is dat niet per se in de armste landen. En de gemiddelde terrorist is geen laagopgeleide loser." De Amerikaanse forensisch psychiater Marc Sageman ploos in 2004 het verleden na van vierhonderd extremisten van verschillende terreurgroepen en concludeerde dat ze overwegend (90 procent) uit stabiele middenklassegezinnen kwamen. Twee derde had gestudeerd.

Natuurlijk komen niet alle jihadi's uit geprivilegieerde families. De jongste generatie Palestijnse suicide bombers is wel degelijk kansarm. Ze staan onderaan op de maatschappelijke ladder. Israëlische sociologen maakten een postume schets van het leven van 93 Palestijnse zelfmoordenaars van 17 tot 22 jaar. Ze hadden geen opleiding, geen werk en waren niet getrouwd.

Al met al is armoede onbruikbaar als voorspellende factor. De overgrote meerderheid van arme mensen grijpt immers niet naar de wapens.

Islam for Dummies

Ook het belang van ideologie als drijfveer is minder evident dan vaak wordt gedacht. De antropoloog Scott Atran van de universiteit van Michigan sprak met strijders van onder meer Al Qaida en IS, en merkte dat ze hun kennis over het geloof ontlenen aan propaganda. Dat ze de Koran en de Hadith nauwelijks kenden, niets wisten over de vroege kaliefen. Nogal wat Europese Syrië-gangers bleken kort voor hun vertrek via internet nog even Islam for Dummies te hebben besteld, vertelde Atran toen hij in januari 2015 als getuige-deskundige werd gehoord door de VN-Veiligheidsraad.

De ideologie van terroristische organisaties is vaak een flinterdunne verpakking, een rechtvaardiging achteraf in plaats van de inspiratiebron waarmee het allemaal begon. Dat is ook de conclusie van Spaaij. Als hij lone wolves in de gevangenis vroeg naar het keerpunt in hun leven, het moment waarop ze besloten het pad van de terreur op te gaan, hoorde hij weinig over religieuze of politieke vergezichten - of het nu rechts-extremisten of islamisten waren. "Het zijn vaak emoties waardoor de knop omgaat. Een vernederende ervaring, zich slachtoffer voelen. Het gaat om heel persoonlijke, diepe gevoelens. En daar wordt een verhaal bij gezocht."

Bij georganiseerde extremisten is het volgens hem niet anders. "En IS en Al Qaida zijn meesters in het bespelen van die emoties. Je moet niet zozeer naar de inhoud van die propagandafilmpjes kijken, als wel naar de achterliggende boodschap. Er wordt een kans geboden op macht, op een zinvol, heroïsch bestaan. We zijn er nog lang niet uit, maar dit soort emoties speelt een grotere rol dan ideologie. Daarover begint consensus te ontstaan."

Er is dus geen profiel van dé terrorist. Vaststaat slechts dat het vaker een man is dan een vrouw (pakweg 90 procent is man.) En dat het overwegend jonge jongens zijn.

Op zoek naar meer houvast zijn ook hersenwetenschappers in het brein van de terrorist gedoken om te kijken of het kwaad neurobiologische wortels heeft. Bij gebrek aan echte terroristenbreinen om in de MRI-scanner te onderzoeken, keek theoretisch psycholoog en voormalig hersenwetenschapper en neurofilosoof Stephan Schleim van de Rijksuniversiteit Groningen na 9/11 wat er onder het schedeldak van normale mensen gebeurt als ze morele afwegingen maken. Hij is ermee gestopt. "Je ziet wel verschillen in hersenactiviteit als gezonde proefpersonen morele afwegingen maken. Maar de effecten zijn zo klein en zo gevoelig voor interpretatiefouten."

Beeld anp

Schleim gelooft niet dat de neurowetenschap ons dichter bij een oplossing kan brengen. Ook al lijkt er wel iets aan de hand met het hersengebied waar de empathie zetelt bij mensen die veroordeeld zijn voor ernstige misdaden. Als deze zware criminelen in de hersenscanner gruwelijke beelden te zien krijgen, lijkt hun brein geen of veel minder empathische reactie te laten zien dan normaal het geval is. Het zegt Schleim weinig. "Genetische en neurobiologische kenmerken bepalen nagenoeg niets. Laat staan dat je mensen op grond daarvan kunt opsluiten. Dan zet je vooral onschuldige mensen achter tralies."

Op het congres The Brains that Pull the Triggers, vorig voorjaar in Parijs, verdedigde de Amerikaanse neurowetenschapper Yitzhak Fried zijn theorie dat mensen die tot gruwelijke misdrijven in staat zijn, een overactieve prefrontale cortex hebben. Daar zetelt de ratio. Als die te krachtig is, wordt de instinctmatige afkeer van bloederig geweld - die in primitievere hersengebieden is verankerd - overstemd.

"Een achterhaalde theorie gebaseerd op een veel te statisch beeld van het brein", meent Schleim, die de neurowetenschappelijke zoektocht naar de wortels van het kwaad een doodlopende weg noemt. In 2009 werd nog een onderzoek begonnen, met subsidie van de EU, naar de mogelijkheden om hersenscantechnieken in te zetten op luchthavens. "Er wordt veel beloofd, maar weinig geleverd door de neurowetenschap." Gelukkig maar. Want iemand met een afwijkend brein hoeft zich niet altijd afwijkend te gedragen, zegt Schleim.

Ondanks de intensieve speurtocht naar de wortels van het kwaad staat de wetenschap met overwegend lege handen. Pekelder vindt dat de zoektocht de aandacht de verkeerde kant op stuurt. "We moeten ons focussen op de vraag hoe we als samenleving zo effectief mogelijk kunnen reageren op extremistisch geweld. Terreur is bedoeld om angst te zaaien, groepen tegen elkaar op te zetten. Dat mogen we als samenleving niet laten gebeuren. Alleen dan beperk je de impact van het terrorisme tot een minimum."

Een mooie theorie, vinden andere experts. Maar wel een theorie. In de praktijk zijn onverwachte dreigingen waar je geen invloed op hebt, per definitie angstaanjagend. En de overheid kan en mag ook de kleinste kans om potentiële terroristen de pas af te snijden niet onbenut laten. Daarom gaat de zoektocht naar het brein van de terrorist onverdroten voort.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234