Zaterdag 27/11/2021

De heropbouw van Beiroet door Hezbollah, een jaar na de Zomeroorlog

Hoofdarchitect Hassan Said Jeshi:

'Het wordt precies zoals het was, alleen nog mooier'

Een jaar na de oorlog met Israël zijn de architecten van Hezbollah klaar met hun plannen voor het nieuwe Haret Hreik, de platgebombardeerde Hezbollahwijk in Zuid-Beiroet. Nee, er komen geen raketlanceerders, wel meer groen. De islamitische partij heeft het zo gespeeld dat de staat wel betaalt voor de heropbouw, maar dat Hezbollah met de pluimen gaat lopen.

GERT VAN LANGENDONCK IN BEIROET

Je weet dat je in Haret Hreik bent wanneer het mannetje dat het verkeer staat te regelen geen politieagent is, maar iemand van de interne veiligheidsdienst van Hezbollah. De mensen van Hezbollah zijn makkelijk te herkennen: ze zijn meestal in het zwart gekleed, ze hebben een walkietalkie en ze verplaatsen zich op scooters. Dit is de staat-in-de-staat van Hezbollah. Een verzetsbeweging in Libanon, een terroristische organisatie volgens de VS, de EU en Israël.

Dat klinkt angstaanjagender dan het is. Toegegeven, als je in Haret Hreik de weg vraagt, wil men meestal precies weten wat je daar komt doen. En wie hier komt filmen zonder eerst toestemming te hebben gevraagd aan Hezbollah, wordt gegarandeerd opgepakt. Maar het beeld van een terroristenhol waar bebaarde militanten met kalasjnikovs staan te zwaaien en de vrouwen van kop tot teen gesluierd zijn, klopt niet - of toch niet meer. Wapens zie je hier niet en vrouwen kunnen zonder probleem ongesluierd en in spannende jeans over de straat lopen.

Haret Hreik is het centrum van de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, die bekendstaan als 'de Dahiye'. Het is precies een jaar geleden dat Hezbollah op 12 juli twee Israëlische soldaten kidnapte, net over de grens met Libanon, in een poging om Israël te dwingen tot een gevangenenruil. Een misrekening, zo bleek, want Israël sloeg terug met een 34 dagen durend bombardement van Libanon. Toen het voorbij was, was Israël vernederd, waren 1.200 Libanezen en 162 Israëli's dood, en was Haret Hreik herleid tot een filmdecor voor een Mad Max-film.

Een jaar later is dat laatste nog niet veel veranderd. Het puin is geruimd, maar de heropbouw is nog niet begonnen. "Het wordt precies zoals het was, alleen nóg mooier! Dat is een belofte van de eerlijke secretaris-generaal", staat er op een spandoek op een van de ruïnes. De eerlijke secretaris-generaal, dat is Hezbollahleider Hassan Nasrallah. En het moet gezegd: als Nasrallah iets zegt, dan doet hij het ook. Alle Libanezen kunnen zich nog herinneren hoe Nasrallah afgelopen zomer tijdens een live-interview zei: "Als jullie nu uit het raam kijken, dan zullen jullie zien hoe een Hezbollahraket een Israëlisch gevechtsschip vernietigt." Wat geschiedde. Het citaat deed nog maandenlang de ronde als gsm-beltoon.

Ik moet Nasrallah op zijn woord geloven als hij zegt dat het oude Haret Hreik mooi was. Maar ik vermoed dat de eerlijke secretaris-generaal hier enige dichterlijke vrijheid heeft genomen. De laatste periode dat de Dahiye mooi was, was begin jaren zeventig, toen Haret Hreik nog een christelijk dorp was, omringd door sinaasappel- en citroenplantages, en Brigitte Bardot zich wel eens vertoonde op het mondaine strand van St. Joseph, nu Ouzai, de armste sloppenwijk van de Dahiye.

Maar voor de familie Nahle was Haret Hreik thuis, een plek waar ze onder geloofsgenoten waren en waar ze de bescherming van Hezbollah genoten. De Nahles zullen de oorlog van vorige zomer niet licht vergeten. Hun nieuwe, tijdelijke woning heeft zicht op wat er overblijft van hun eigen woning: twee verdiepingen van wat ooit een tien verdiepingen hoog flatgebouw was. De Nahles woonden op zeven hoog toen op 13 juli vorig jaar de Israëlische bombardementen begonnen.

"Aanvankelijk wilden we niet eens vertrekken", zegt Wajih Nahle (56). "In 1996 had Israël onze wijk ook al gebombardeerd, maar ze hadden het toen alleen gemunt op een aantal specifieke doelwitten van Hezbollah." Deze keer was het anders, en op 14 juli gingen de Nahles, zoals de volledige bevolking van Haret Hreik, op de vlucht voor de bommen. Op de 24ste dag van de oorlog werd hun flatgebouw vernield door een Israëlische bom.

Men kan zich afvragen of het wijs is om je familie onder te brengen in een wijk die door Israël wordt beschouwd als een legitiem doelwit voor bombardementen. De Nahles woonden bovendien op een steenworp van wat tot een jaar geleden de 'veiligheidszone' was, de streng bewaakte wijk waar het Hezbollahhoofdkwartier stond, de residentie van Hezbollahleider Hassan Nasrallah en de tv-zender Al-Manar. "Alles in het leven is een risico", zegt Nahles gesluierde vrouw Sahad (47) gelaten. "We hadden ook naar ons dorp in het zuiden kunnen terugkeren. Maar toen we na de oorlog gingen kijken, was ons huis daar ook platgebombardeerd."

Negen maanden geleden huurden ze dit appartement. Het stond leeg omdat de eigenaars in Abu Dhabi werken, en ze hadden na de oorlog zoals iedereen 12.000 dollar gekregen van Hezbollah bij wijze van eerste hulp. Haret Hreik, het moet gezegd, is geen arme wijk, eerder middenklasse. Wajih Nahle werkt voor de telefoonmaatschappij. Hij toont foto's van het flatgebouw, vlak na de oorlog, op een Nokia N70. Dochter Zeina (19, ongesluierd) studeert, weliswaar met een halve studiebeurs, aan de peperdure Amerikaanse universiteit van Beiroet (AUB). De familie is een flat aan het kopen in een ander deel van de Dahiye, in afwachting dat hun toren heropgebouwd wordt.

Met andere woorden: ze kunnen het zich permitteren om in een wijk te wonen die niet op de Israëlische doelwittenlijst staat, maar toch willen ze koste wat het kost in Haret Hreik wonen. Het was moeilijk in het begin, zegt Sahad, "vanwege het lawaai, het stof, het feit dat we kilometers moesten lopen om een winkel te vinden. Maar deze wijk heeft veel emotionele waarde voor ons. Het is belangrijk omringd te zijn door mensen die we kennen en van wie we houden."

En door Hezbollah. Wat, vraag ik, is de rol van Hezbollah in hun dagelijkse leven en wat die van de staat? "Aan de staat betalen we belastingen, water, elektriciteit en telefoon. Voor al de rest is er Hezbollah. Zij staan in voor de gezondheidszorg, ze geven studiebeurzen voor lage inkomens, ze runnen de weeshuizen, en vooral: ze staan in voor onze veiligheid. Anders dan in de rest van Libanon zijn hier het voorbije jaar geen bomaanslagen gepleegd." Behalve dan die hele grote Israëlische bommen die uit de lucht kwamen vallen, en dat kan op elk moment opnieuw gebeuren. "Dat is waar", zegt Wajih, "maar zo erg als vorig jaar kan het toch echt nooit meer worden."

Dat hopen ze ook bij Al-Waad al-Sadiq, de firma die met de heropbouw is belast. Anders hebben ze die mooie driedimensionale maquette van het nieuwe Haret Hreik voor niets gemaakt. Aan de muur boven de maquette hangt een groot portret van een vriendelijk glimlachende Hassan Nasrallah. Want Al-Waad al-Sadiq is niet zomaar een firma, het is de architecturale arm van Hezbollah. De naam betekent zoveel als 'trouwe belofte', en dat is niet toevallig ook de naam die Hezbollah gaf aan de kidnapping van de twee Israëlische soldaten op 12 juli 2006. Het is ook de naam van een Hezbollahraket. "Wij zijn de andere kant van het militaire verzet", zegt de pr-jongen van Al-Waad al-Sadiq, Haj Mahed Assi. "De mensen vertrouwen ons hun eigendom toe net zoals ze hun zonen afstaan aan het gewapend verzet. Wat Israël niet begrijpt, is dat Hezbollah niet zomaar een politieke verzetsbeweging is, het is een sociaal concept."

Dat concept werd geboren tijdens de Libanese burgeroorlog, toen honderdduizenden sjiieten de oorlog in Zuid-Libanon en de Israëlische bezetting ontvluchtten en zich in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet kwamen vestigen. Zo ongepland was de bevolkingsexplosie dat de wijk nooit een echte naam kreeg: Dahiye, de benaming waarmee het geheel van de zuidelijke buitenwijken wordt aangeduid, betekent niet meer dan 'buitenwijk'.

De Libanese regering heeft een lange traditie van het links laten liggen van de sjiitische bevolking. Tijdens de burgeroorlog was het lot van de Dahiye om begrijpelijke redenen geen prioriteit voor wat er overbleef van de Libanese staat. Maar ook na het einde van de burgeroorlog in 1990 bleef de regering de sjiitische buitenwijken grotendeels negeren. Terwijl wijlen premier Rafik Hariri miljarden pompte in de luxueuze renovatie van het centrum van Beiroet, bleven de inwoners van de Dahiye voor hun watervoorziening afhankelijk van Jihad al-Bina, de civiele arm van Hezbollah, die de rol van de staat op zich had genomen.

Mohammed Hamdan herinnert zich nog goed hoe Hezbollah aan zijn opmars begon in de jaren tachtig. Hamdan is een leninist, en dus principieel tegen Hezbollah. Maar hij kan niet ontkennen dat Hezbollah met open armen werd ontvangen. "Het was midden in de burgeroorlog. Amal, de militie die tot dan de sjiieten vertegenwoordigde, was een bende straatboeven. De mensen waren bang van hen. Toen kwam Hezbollah. Zij waren gedisciplineerd. Ze vochten tegen Israël en verdedigden zich tegen de christelijke milities. En ze smeten met geld dat ze van Iran kregen. Vrouwen kregen 200 dollar per maand als ze zich sluierden. Ze boden zoveel diensten aan dat, zelfs als je tegen Hezbollah was, je vroeg of laat wel op een of andere manier afhankelijk was van hen."

Voor Hamdan was het een moeilijke tijd, hij moest twee keer voor zijn leven vluchten. Mensen zoals hij, die er een westerse levensstijl op na hielden en een seculier gedachtegoed aanhingen, werden als spionnen voor Israël gezien en opgejaagd. Dat is nu niet meer het geval, moet Hamdan toegeven. Hij zegt bijna met spijt dat Hezbollah hem niet lastigvalt. "Zij hebben de volledige controle, ik ben geen bedreiging." Maar het nieuwe, verdraagzame Hezbollah is een leugen, zegt hij. "Ze hebben hun droom van een islamitische republiek alleen laten vallen omdat ze hebben ingezien dat dat in Libanon nog niet mogelijk was. Te veel mensen zouden zich verzetten." Dus blijft Hamdan in Haret Hreik wonen, organiseert hij op zijn flat communistische meetings en pleegt hij elke avond een daad van verzet door op zijn balkon een glas whisky te drinken. Er zijn immers geen cafés in de Dahiye.

Toen de oorlog op 13 augustus 2006 beëindigd werd met een staakt-het-vuren, zagen sommigen in de heropbouw van Haret Hreik een kans om de invloed van Hezbollah op de bevolking van de Dahiye te breken. Fadi Toufic, een auteur die de bouwpolitiek van Hezbollah al jarenlang volgt, was een van degenen die hoopten dat de staat die kans zou grijpen. "Eén manier om de aard van de gemeenschap waarop Hezbollah teert te veranderen, is om dit hele gebied herop te bouwen met openbare parken, bibliotheken en publieke ruimtes", zegt Toufic. "Door zo'n nieuwe omgeving te creëren ga je ook een ander cultureel en politiek landschap creëren."

Op het bureau van Samir Daccache, de burgemeester van Haret Hreik, belandde kort na de oorlog inderdaad een voorstel van de regering. "Ze wilden hier een soort van downtown neerplanten. Heel mooi en modern, maar ze wilden ook de bevolking terugbrengen van 100.000 naar 35.000. Waar moesten al die mensen dan naartoe? We hebben dat natuurlijk geweigerd: elke bewoner heeft het recht om terug te keren."

Een Hezbollaharchitect ziet er net uit als een gewone architect. In het geval van Hassan Said Jeshi, het hoofd van Al-Waad al-Sadiq, heeft hij een grijs geitensikje. Jeshi zegt dat hij alle begrip heeft voor goedbedoelde pogingen van collega's, zoals die van de architectuurfaculteit van de AUB, om het concept van de Dahiye in vraag te stellen. "Het probleem is dat dat allemaal veel te lang zou duren", zegt Jeshi. "En uit onze gesprekken met de bevolking blijkt ook dat mensen vooral hun vertrouwde omgeving terug willen", zegt Jeshi. "Dat wil niet zeggen dat we geen verbeteringen gaan aanbrengen. Er komt meer groen, er komen bredere voetpaden en ondergrondse parkeerplaatsen. Maar aan de locatie van de gebouwen gaan we niet raken."

Er is daar nog een reden voor behalve de nostalgie van de bewoners. Hezbollah controleert veel in de Dahiye, maar niet de bouwtoelatingen. De meeste gebouwen in Haret Hreik werden destijds wel illegaal opgetrokken, maar in 1995 werden ze bij ministerieel decreet gelegaliseerd. Nu zou men denken dat een organisatie als Hezbollah lak heeft aan een bouwvergunning. Maar de regering heeft van de internationale gemeenschap meer dan een miljard dollar gekregen voor de heropbouw, en elke dakloze familie heeft recht op 46.000 dollar overheidssteun. Om dat geld op te strijken moet wel alles legaal verlopen. En identiek heropbouwen heeft het voordeel dat er geen nieuwe bouwvergunning moet worden afgeleverd.

Het is ironisch dat de heropbouw van Haret Hreik dus wel wordt gefinancierd door de Libanese regering, maar dat Hezbollah uiteindelijk met de pluimen zal gaan lopen. Want de meeste inwoners van Haret Hreik, ook de Nahles, hebben een volmacht gegeven aan Al-Waad al-Sadiq, waardoor het geld van de overheid, dat voor een deel afkomstig is van de Verenigde Staten en de Europese Unie, rechtstreeks naar Hezbollah vloeit, en Hezbollah kan beslissen wat er met Haret Hreik gebeurt. En als er geld tekort is, wordt dat gewoon aangevuld door Jihad al-Bina, het moederbedrijf van Al-Waad al-Sadiq, met geld dat een onbeperkte kredietlijn heeft lopen bij de Islamitische Republiek van Iran.

"Wij hebben niemand verplicht om met ons in zee te gaan", zegt Jeshi. "Sommige inwoners hebben privéfirma's ingehuurd, maar de meesten hebben ons een volmacht gegeven. De mensen vertrouwen ons. Ze weten dat als het aan de regering lag, hier helemaal niets gebouwd zou worden. Het is daarom dat wij in hun plaats zijn getreden." De slotsom is dat de regering opnieuw het onderspit delft. Wat de mensen zullen onthouden, wanneer ze straks de mooie nieuwe appartementsgebouwen van Al-Waad al-Sadiq zien verrijzen, is dat Hezbollah dat weer mooi voor mekaar heeft gekregen.

Er komt meer groen, bredere voetpaden en ondergrondse parkeerplaatsen. Maar aan de locatie van de gebouwen raken we niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234