Zaterdag 04/04/2020

De heroïek van de zelfvernedering

Heeft David Cameron als student z'n penis in een dode varkenskop gestoken of niet? Het hele Verenigd Koninkrijk vraagt het zich af, maar de premier lijkt er alvast geen trauma's aan overgehouden te hebben. Maar waarom toch stellen studenten zich bloot aan zulke vernederingen? 'Voor de vriendschap.'

Zal ik meteen beginnen met een bekentenis? Ik heb mezelf ook laten dopen, als eerstejaars in de biologie aan de Universiteit Gent. Ik heb nooit hoog opgelopen met de lintjes, het gezang en de rituelen van studentenkringen, maar zoiets fabelachtigs als de studentendoop wou ik niet missen.

Het was verschrikkelijk koud, toen we op 24 november 1999 op onze knieën zaten op de keien van een megaparking nabij de Overpoort. Doopmeesters kieperden allerlei drek uit over ons, op smaak gebracht met handenvol lookpoeder. Stinken! Een zwavelwolkje heeft me maandenlang achtervolgd.

Look was het ergste wat me die avond overkomen is en dat heb ik te danken aan één eenvoudig woord: neen. Ik heb niets gedaan dat ik niet zag zitten. Wat ik wél heb gedaan, spaar ik voor het einde van dit artikel. Ik ga niet meteen alle doopgeheimen op straat gooien.

"Waarom moet er een doopgeheim zijn? Omdat men niet wil dat publiek gemaakt wordt wat er allemaal gebeurt!", stelt professor sociale psychologie Norbert Vanbeselaere (KU Leuven). "Bij studentendopen heb ik heel zware bedenkingen. In feite gaat het altijd om zwijnerijen en degoutante smeerlapperij."

Daar kiezen studenten toch zelf voor? "Misschien dat dat zo aanvoelt, maar als er zich binnen een groep van zeven vrienden vijf laten dopen, dan zijn de anderen flauweriken", zegt Vanbeselaere. "Mensen ondergaan zo'n doop vanwege de groepsdruk."

"Een andere zeer belangrijke reden is: omdat het zo hoort, omdat het de gewoonte is", zegt Alain Van Hiel, professor sociale psychologie aan de UGent. "Dopen is een traditie en tradities horen uitgevoerd te worden."

Zelfs als daar vernedering aan te pas komt? "Wanneer we in gevaar verkeren of bepaalde beproevingen ons wachten, dan kruipen mensen lekker dicht bij elkaar", zegt Van Hiel. "Het is zeer slim van een groep om nieuwe leden een beproeving te laten overwinnen. Iets wat je voor niets krijgt, heeft geen waarde. Wanneer je er geen moeite voor moet doen, verdient het geen respect." Aha: de vernedering dient als lidgeld!

Tranen

Aan de toog van de Salamander, het meest iconische studentencafé van de Overpoortstraat, ontmoet ik Harald. Dat is niet zijn echte naam en ik mag evenmin de naam van zijn studentenkring onthullen. Doopgeheim, weet u wel. "Als de schachten aan hun doop geen vriendschap overhouden, dan heb je niet goed gedoopt. Want daar gaat het om: amicaliteit", zegt hij. "Als ik tijdens een doop al tranen zie, is het vaker van vreugde dan van ontgoocheling."

Rita D'Haens (65), die sinds 1978 pinten tapt in de Salamander, knikt. "Mensen die samen gedoopt zijn, blijven achteraf goede vrienden. Je ziet dat", zegt ze. "Sommige ouders die zelf gedoopt zijn, zeggen tegen hun kinderen: 'En ge kunt zien dat ge u laat dopen!'"

Vanbeselaere windt zich een beetje op als het argument 'vriendschap' wordt bovengehaald. "Verbondenheid is een na te streven doel, maar doe het dan op een deftige, menselijke manier. De redenen die men opgeeft, zijn larie", stelt hij. "Teambuilding of een gezamenlijke activiteit creëert ook verbondenheid. Wanneer je een gemeenschappelijk lot ondergaat, voel je je inderdaad met elkaar verbonden, je hebt iets ergs gedeeld met elkaar. Zoals dat gebeurt onder een repressief regime. Dat verantwoordt niet dat men zoiets doet. Stel je voor dat nieuwe werknemers in een bedrijf zo'n vernederende initiatie zouden moeten ondergaan."

"Tijdens een doop doe je dingen die je anders niet doet", zegt Hans Pijpelink, voormalig beheerder van de dienst studentenactiviteiten aan de UGent.

"Ik ga er toch van uit dat mensen normaal gezien niet met hun blote fluit rondlopen? Ook sommige doopmeesters willen zich bewijzen en dat kan gevaarlijk zijn. Daarom hoop ik dat er altijd voldoende mensen met gezond verstand rondlopen. De jongste jaren zie ik daar wel een verbetering. Het is goed dat dopen tegenwoordig gecontroleerd worden."

In 2009, tijdens het bewind van Pijpelink, barstte een schandaal los over de doop van de Vlaamse Economische Kring. Studenten getuigden in De Gentenaar dat ze urine hadden moeten drinken en dat er fecaliën zaten in de pap die ze moesten eten. Dat ondanks een streng doopreglement! Toenmalig rector Paul Van Cauwenberge riep de studenten op het matje, maar zij legden hem een factuur voor die bewees dat de pis slechts witte wijn was en de stront peperkoek. Alles bleek netjes te voldoen aan de afspraken.

"Maar als je grenzen stelt, zijn er altijd mensen die de grenzen opzoeken", beseft Pijpelink. "Zo stond er in het doopreglement dat er niets met gewervelde dieren mocht gebeuren. Eén studentenkring dacht toen: aha, dus ongewervelde dieren mogen wél! En ze lieten schachten een dode inktvis kussen. Daar ga je natuurlijk niet van dood, tenzij je allergisch bent. Daarom moet iedereen sinds het doopreglement ook opschrijven waar hij of zij allergisch aan is. Opeens bleken zeer veel studenten allergisch aan knoflook!" (lacht)

"Ooit heb ik in Leuven gezien dat er een kar mest op een plein werd uitgekieperd en dat de schachten erdoor moesten kruipen. Daar kan ik dus niet bij", vertelt Vanbeselaere. "Wat bezielt die mensen die die vernederingen opleggen? Ik vind dat walgelijk en onmenselijk. Dat is machtsmisbruik. Een medemens vernederen doe je niet, want dan tast je de menselijke waardigheid aan. Doopmeesters beschouwen zo'n schacht niet meer als een menselijk wezen."

Geen stopknop

"Gehoorzaamheid is werkelijk een zwaar probleem. Wanneer het uit de hand loopt, zijn mensen niet snel geneigd om op de stopknop te duwen", zegt Van Hiel, en hij verwijst naar het beruchte Stanford Prison Experiment, met de willekeurig aangeduide cipiers en gevangenen. "Schachten voeren alles uit wat hen wordt opgedragen. Maar wanneer er één zegt: 'Ik doe dat niet', en enkele anderen volgen hem, dan wordt de gehoorzaamheid gebroken."

Dat doet me terugdenken aan mijn eigen ervaringen. Eén van de opdrachten die ik kreeg, was om geblinddoekt in een berg organen één augurk te zoeken. Ik ben er vol enthousiasme ingedoken en ik heb de augurk gevonden. Later moest ik bier drinken uit een trechter die door een schapenkop was gestoken, wat meer show dan vernedering was. Pas toen ik het bevel kreeg om slagroom van een medestudent zijn benen te likken, haalde ik mijn toverwoord uit de kast: neen. De doopmeesters drongen aan, maar neen bleef neen. Verder heb ik de beste herinneringen aan mijn studentendoop.

"Door allerlei vervormingen van het geheugen is je terugblik altijd positiever dan de ervaring op het moment zelf", lacht Alain Van Hiel.

Norbert Vanbeselaere laat zich niet vermurwen: "Ik vind dat die vuiligheid verboden zou moeten worden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234