Vrijdag 15/11/2019

De hemelse pensen van Vangenechten

Rond de jaarwisseling belichten we de opvallendste gebeurtenissen die 2009 een gezicht gaven. Vandaag: Jules Hanot, tv-columnist

et hele dorp ruikt naar pensen en bier. Het is kermis en de zon schijnt. De stemming is uitgelaten en de overwinning van ‘de Mike’ wordt enthousiast gevierd. Winnaar van de wielerkoers dankzij de extra kracht van een banaan ‘met inhoud’. Elke plooi is gladgestreken. Alles ademt verzoening. Gebrouilleerde geliefden vinden elkaar terug, de verloren zoon wordt, eindelijk, in de armen gesloten en familievetes worden bijgelegd. Alles lijkt om ter best in de beste der werelden. Boven, aan het raam, sluit ‘Moemoe’ definitief de ogen. Het is volbracht. Ze had gezien dat het goed was. Beenhouwerij-charcuterie Vangenechten zou blijven bestaan... Zonder een slagersfamilie ergens ‘te midden van de Vlaanders’ was 2009 een televisiejaar van dertien in een dozijn geweest. Met goede, minder goede en slechte programma’s maar zonder die ene uitschieter nodig om er een grande cuvée van te maken. Van vlees en bloed zorgde voor het verschil. Een zeldzaam juweel dat gehakt maakte van elke concurrentie en een nieuwe standaard zette voor wat gemeenzaam drama van eigen bodem wordt genoemd. Een hedendaagse tv-klassieker die Vlaanderen veroverde en jammer genoeg slechts zeven afleveringen duurde. Met dank aan ‘Den André’, ‘ons Liliane’, ‘De Mike’, ‘de Luc’, ‘Anke’, ‘Moemoe’, ‘Herman’, een reebok met een satelliet in zijn oor en de ‘Joepie’. En natuurlijk aan Woestijnvis, al meer dan een decennium hofleverancier van tijdloze brokjes televisiegeschiedenis.

Kiezen voor kwaliteit

‘Alles kan beter’ poneerde Mark Uytterhoeven ruim een decennium geleden en nog steeds wordt dat motto door het productiehuis nauwgezet gevolgd. Nooit tevreden zijn met je laatste programma is de boodschap. Anders smoort de drang naar vernieuwing en dreigt smakeloze eenheidsworst de norm te worden. Steeds verder zoeken naar verfijning en vernieuwing in een wereld waarvan iedereen dacht dat hij al helemaal in kaart was gebracht. Die aanpak leverde een waslijst aan programma’s op waarmee moeiteloos een paar ‘best of-lijstjes’ kunnen worden gevuld. Stuk voor stuk oases in een verdorrend medialandschap dat namaak en recyclage belangrijker dreigt te vinden dan creativiteit. Nooit durfde een productiehuis zo radicaal de platgetreden paden verlaten. Nooit werd zo nadrukkelijk voor kwaliteit gekozen. Nooit was het succes zo groot. De mol was het slimste, spannendste en inventiefste spelletje ooit. In de Gloria bracht eindelijk satire die naam waardig. Tien jaar geleden ondertussen. Gelijk gestart met Big Brother, de eerste exponent van de gluurtelevisie. Betty en Spillie roepen nog slechts een vage herinnering op, maar ‘Den Draad’, ‘Keerekeerwere’, de ‘Prince Albert’ of ‘ In de Poep’ blijven in het collectieve geheugen gegrift. Het beste bewijs dat kwaliteit overleeft en dat pulp, hoe gedurfd en onbeschaamd ook, vroeg of laat als ordinaire televisiebagger wordt afgeserveerd. Het eiland was een magistraal maar logisch gevolg. Een gestroomlijnd bitter-zoet en tot in de pintjes afgewerkt product met een topcast die onder leiding van regisseur Jan Eelen de pannen van het dak speelde. Het gaf ons Franky Loosveld, Michel Drets, Guido Pallemans, Lydia Protut, Bucky Laplasse en de onvergetelijke Alain Vandam en in elk van die personages herkenden we een stukje van onszelf. Hersenspinsels van een bevlogen troep televisiemakers die halsstarrig weigerden op hun lauweren te rusten en zich keer op keer opnieuw probeerden uit te vinden. Zelfs door met het eigen medium te lachen zoals in Het geslacht De Pauw, die onderschatte maar meesterlijke persiflage op de steeds verder woekerende plaag van de reality-tv. Het aanbod van Woestijnvis werd steeds gediversifieerder en bleef niet beperkt tot het humorsegment. Terug naar Siberië was een warm en menselijk reisprogramma, Leuven Hulp biedt een beklijvende blik in de vergeetput van de gevangenis en Belga Sport bracht ijzersterke documentaires over helden en gebeurtenissen die nooit vergeten mogen worden. De slimste mens ter wereld blijft een verslavend want bijzonder slim spelletje. De laatste show is al jaren een aangenaam sluitstuk van de televisieavond en Man bijt hond blijft als originele nieuwskroniek een dagelijks pareltje. En dan hebben we het nog niet over De Pappenheimers, Willy’s en Marjetten of De parelvissers.

Collectieve begeestering

En toen kwam Van vlees en bloed. De nieuwe primus inter pares. Nog beter. Nog sterker. Een prachtige serie die het Vlaams drama opnieuw leek uit te vinden. Niet toevallig uit het laboratorium van hetzelfde Woestijnvis waar televisiealchimisten bleven zoeken naar de ultieme formule. Het leverde een kampioen op zoals er slechts om de zoveel tijd eentje geboren wordt. Een heerser die voor collectieve begeestering zorgt. Die zoals de grote Eddy Merckx destijds de tegenstand op een hoopje fietst of als Usain Bolt op zijn eentje de atletiekgeschiedenis herschrijft. Van vlees en bloed is zo’n kampioen die de wereld verbaast door weer een stapje dichter te komen bij het onbereikbare ideaal dat perfectie heet. Meesterlijk gewrongen tussen tragiek en komedie. Een briljant geborsteld meesterwerk dat van begingeneriek tot aftiteling blijft boeien. Oervlaams met oog voor het kleinste detail. Zware, sombere eiken meubels. Vergeelde foto’s aan de muur, schreeuwlelijke keukentegels en een sfeer die uit alle poriën kleinburgerlijkheid ademt. Er werd ons een blik gegund achter de gevels van een familiebedrijf zoals er in Vlaanderen duizenden bestaan en waar liefde en genegenheid koppig verborgen worden gehouden achter het masker van een hard middenstandersbestaan. Van vlees en bloed was genadeloos en echt. Met acteurs uit In de Gloria en Het eiland kon de indruk worden gewekt dat het ‘om te lachen’ was. Foutje. De kroniek van de slagersfamilie Vangenechten was bittere ernst en balanceerde tussen zwarte humor, Vlaamse herkenbaarheid en rauwe realiteit. Het ging over hebzucht, jaloezie, schijnheiligheid en verstoorde relaties. De lach was er wel, maar besmuikt en op de achtergrond. Uit medelijden of leedvermaak. Met ‘Moemoe’ die op het strand aangevallen werd door meeuwen die de draadjes uit haar hoofd pikten. Of met Maurice - “de emmer der vernederingen zit vol” -, de hypocriete en zich steeds verongelijkt voelende gepensioneerde inspecteur uit het katholiek onderwijs. Neerkijkend op een simpele beenhouwer maar gebrand op een brok van de erfenis. Hij maakte duidelijk dat het over geld ging. Over macht en frustratie die als splinterbommen families uit elkaar kunnen rijten. Herman, ‘ik ben nogal ne kerel’, ‘met mij kunde lachen’, was perfect als rode draad. De irritante werkloze op leeftijd die voor de beenhouwerij kampeert en zijn neus in ieders zaken steekt. Onwaarschijnlijk sterk neergezet door de tot dan toe volslagen onbekende Herwig Illegems. De acteerprestaties waren stuk voor stuk verbluffend. Lucas Van den Eynde wás André Vangenechten. De kleine, hardwerkende middenstander met de obligate Mercedes op de oprit. Doodsbang voor de ‘klap’ van de mensen, maar lang niet het onbeschreven blad dat hij voor hen zo graag wilde zijn. Op de rand van de afgrond balancerend nadat hij als ‘bospoeper’ was ontmaskerd. Ontroerend toen hij zijn relatie met de ‘boshoer’ opbiechtte. Meelijwekkend rondrennend met het oor van een reebok om de satellieten uit Brussel te verschalken en onredelijk hard worstelend met zijn wrok over de terugkeer van Rudy: zijn eigen vlees en bloed. Maar ook tevreden en oprecht gelukkig toen zijn zoon samen met ‘de Luc’ en ‘de Mike’ - “dit is het dus” - de zaligmakende pensen met het geheime ingrediënt hadden gemaakt. Het pantser was eindelijk doorboord en de jarenlang opgesloten menselijkheid gutste ineens door alle gaten naar buiten. Sien Eggers evolueerde van de onderdanige Lilianne - ‘gij pakt mijne seks af’ - naar de doortastende slagersvrouw die de fakkel van ‘Moemoe’ zou overnemen. Tom Van Dyck als achterlijke broer Luc, Koen De Graeve als naïeve trouwe soldaat Mike Heylen en Reinhilde Decleir als onverwoestbare matriarch… Elke rol was minutieus uitgewerkt en werd magistraal neergezet. Aan Van vlees en bloed klopte alles. Een ijzersterk scenario, prachtig camerawerk, uitstekende muziek en knappe dialogen. Zoveel meer dan een goed gemaakte Vlaamse televisieserie. Hier hebben we te maken met een zeldzaam meesterwerk waar je naar kunt blijven kijken omdat je er steeds iets nieuws in ontdekt. Spetterend vuurwerk dat pas kon afgaan toen alle sterren juist aan de hemel stonden en die ene vonk de unieke combinatie van creativiteit, talent, vakmanschap en doorzettingsvermogen deed ontbranden. Van vlees en bloed verdient het om gekoesterd en opgehemeld te worden. Alvast tot er binnen afzienbare tijd onvermijdelijk een nieuwe kampioen geboren wordt die de lat opnieuw een stukje hoger legt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234