Maandag 25/10/2021

De hel van Hewa Bora Airways

David Van Reybrouck over de gevaren van het Congolese luchtruim

David Van Reybrouck is schrijver. Nu is hij writer in residence aan het Netherlands Institute for Advanced Study in Wassenaar.

De eerste keer dat ik Congo betrad, was na een vlucht met Hewa Bora. Ik kwam uit Zuid-Afrika en had nog geen zin om naar huis te gaan. Hewa Bora had een vlucht vanuit Johannesburg naar Kinshasa met een tussenlanding in Lubumbashi.

Het was allemaal heel sympathiek gegaan. Tickets kon je toen nog niet online bestellen. Ik was naar hun kantoortje aan de Naamsepoort in Brussel gegaan, had daar een kwartier zitten dollen met een hele sympathieke medewerkster van West-Vlaams-Congolese origine. Terwijl ze mijn ticket met de hand uitschreef, legde ze me uit hoeveel kilo's bagage ik mocht meenemen. Ik weet niet meer hoeveel het er waren, maar in ieder geval toch een viervoud van wat ik doorgaans nodig heb. Ze vertelde me dat heel veel Congolezen die huiswaarts keren beladen zijn met geschenken voor hun familie, vandaar.

De vlucht zelf verliep correct. Oké, het toestel was niet spiksplinternieuw. Het was overgekocht van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Airlines en men had geen moeite gedaan om dat te verbergen. In het toilet was het bordje met het rookverbod nog in het Engels. Maar in het verkeer hoeft toch ook niet elke auto per se zo'n gloednieuwe, gesimoniseerde Mercedestaxi te zijn? Als de controles maar correct verliepen. Hewa Bora vloog toen nog op Brussel.

De tussenlanding in Lubumbashi duurde en duurde. Uit het raampje zag ik hoe uit het laadruim honderden en honderden flessen mineraalwater in pakken van zes werden gegooid en op een vrachtwagen geladen. Wat was dit voor een land, waar men zelfs mineraalwater per lijnvlucht uit Zuid-Afrika moest importeren? Het werd nog gekker. Plots werd een zeildoek keurig uitgespreid. Uit het laadruim kwamen bloemen en kransen, van de meest bombastische soorten. Men leek maar te stapelen en te herschikken en dan nog een keer. Ten slotte werd een barokke, ongelooflijk kitscherige en gelakte lijkkist uitgeladen. Die werd plechtstatig te midden van de kransen neergelegd. Daarmee waren wij dus op stap: drinkwater en een dode.
Maar het kan nog veel erger. Air Zaïre werd in de jaren tachtig al omschreven als 'Air Peut-Être', maar dat was nog niets vergeleken met de minuscule luchtvaartbedrijfjes van vandaag. Die hebben vaak niet meer dan twee verrotte sportvliegertjes waarmee men tussen Kinshasa en een stadje in het oerwoud pendelt. Missionarissen zeggen dat je je geen zorgen moet maken omdat deze of gene maatschappij 'la compagnie des religieux' is en dat Onze-Lieve-Heer daar het beste mee voorheeft. Tja. Zetels zijn soms vervangen door plastic tuinstoelen, landen doe je op een piste vol blutsen, uren later fluiten je oren soms nog omdat de cabine niet helemaal afgesloten was en je trommelvliezen gek geworden zijn van de luchtdruk.

Passagierslijsten? Administratie? Eindeloos geduldig sta je te midden van het gekrioel en geschreeuw van een soort scoutslokaal dat moet doorgaan voor een luchthaven. Een dozijn mensen sleurt aan je bagage om te wegen, te fouilleren, te verzegelen en met bruine tape te omwinden. Een onverstoorbare dame schrijft je paspoort over. Een douanier, want zelfs voor binnenlandse vluchten moet je langs de douane, al weet niemand waarom, schrijft ijzingwekkend traag in een zeer leesbaar handschrift en met een balpen die hij erg hard omknelt je gegevens over op een bruin formulier vol tabellen. Doorgaans gaat die lijst verloren. Als je mag instappen roept iemand de namen af. Ikzelf blijk dan plots 'père David' te zijn geworden.

Rampen als die in Goma staan niet op zich. Van de 136 vliegtuigongevallen uit 2007 vonden er acht plaats in Congo. Er vielen meer dan tachtig doden. Het Congolese luchtruim is een van de gevaarlijkste ter wereld. Wat wil je? Je kunt niet meer van de ene naar de andere kant van het land reizen. De wegen zijn kapot, de spoorwegen verroest en op de Congostroom vaart soms een wrak. De luchtvaart is de laatste, schrale hoop. En dus gaat het vaak mis.

Een half jaar geleden was ik er zelf bijna bij. Ook met een DC-9, ook in Oost-Congo. Ik vloog met Bravo Air Congo, een nieuwe en veel beter uitgeruste maatschappij dan Hewa Bora. Maar tijdens de landing in Bukavu liep het mis door een combinatie van noodweer, bergtoppen en slechte zichtbaarheid. Uiteindelijk kwamen we na een aantal bange seconden tot stilstand in het hoge gras naast de landingspiste. We werden flink dooreengeschud, maar de tanks die na de tussenlanding nog bomvol kerosine zaten hielden het uit. Het voorwiel zat half begraven in de modder. Het regende, niet met bakken, maar met containers. Ik werd drijf- en drijfnat. Met trillende benen liep ik over de kilometerslange landingsbaan naar een barakje dat voor luchthaven moest doorgaan. Ik keek voortdurend achter mij naar dat toestel in het gras. De regen was warm. Kindjes liepen te zingen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234