Maandag 19/04/2021

De hel heet voortaan Tacloban

De schade na orkaan Haiyan is de ergste verwoesting die de Filippijnen ooit hebben gezien. Elektriciteitspalen zijn geknakt als twijgjes, en overal steken lijken uit het puin.

Het havenstadje Ormoc is zo vreselijk verwoest dat je al gauw denkt dat het niet erger kan. Maar het kan erger. Veel erger. De weg naar Tacloban volgt het spoor van 'Yolanda' (zoals Haiyan wordt genoemd in de Filippijnen, red.), en al gauw wordt duidelijk dat Yolanda in Ormoc pas op gang begon te komen. Golfplaten daken zijn als scheermessen door de lucht geschoten, elektriciteitsmasten zijn geknakt, of zij nu van hout waren of van gewapend beton, en zelfs auto's zijn opgetild en tegen een boom gekwakt. En nog kan het erger.

Uit de tegenovergestelde richting komen vrachtwagens, bussen, busjes en bromfietsen. De stroom is een voorbode van de ergste verwoesting die de Filippijnen ooit hebben gezien. Elk voertuig is volgeladen met mensen die de hel ontvluchten. Zij zitten zelfs op het dashboard van een passerende bus, met de rug tegen de voorruit. Op de bus staat de nieuwe naam van de hel: die heet voortaan 'Tacloban'. Het is of de 120 kilometer van Ormoc naar Tacloban steeds verder omlaag voeren, helemaal naar beneden, tot het echt niet meer erger kan.

In Kananga hebben rondvliegende golfplaten 'maar' achttien mensen gedood. Dat valt mee, denk je bijna. Achttien doden op tweeduizend, of drieduizend, of wat de tellingen ook zeggen. Niemand besteedt daarom aandacht aan dit stadje.

"Geld, een beetje geld voor spijkers?", vraagt een vrouw. Zij lacht verlegen. Een man zou graag een dollar hebben voor wat eten. De mensen zijn beleefd, en bedanken de bezoeker hartelijk voor zijn belangstelling. Zij hadden graag wat hulp gekregen, maar zij begrijpen dat de bezoeker doorreist naar Tacloban. Daar is het immers erger.

Verfrommeld paleis

Hoe dichter wij Tacloban naderen, hoe meer boomstammen er gebroken zijn - zelfs de onbreekbare stammen van de reuzenbamboe. Het aartsbisschoppelijk paleis dat vanaf een heuveltop uitkijkt over het bisdom Tacloban is verfrommeld. Ook de kathedraal van Palo kwam aan de beurt: de kathedraal staat nog fier overeind, maar de zon schijnt recht op het altaar. Het dak van de kerk is opengetrokken als het deksel van een blikje sardines.

Voor de ingang loopt een bloedspoor, het spoor van een lichaam dat hier na de storm is neergelegd, en later weggesleept. Dat lichaam ligt nu naast de kerk, waar aan de rand van de begraafplaats een massagraf is gegraven. Tweehonderd doden liggen daar, en vandaag komt er nog een dode bij: Perpetua Abano. Een kleine rouwstoet draagt de kist met haar lichaam naar de kapotte kerk, en plaatst haar onder het kapotte dak.

Perpetua is meegesleurd door de vloedgolf die Tacloban veranderde in de hel die het is. Haar broer Elmer Dacillo vertelt hoe Perpetua's man vergeefs had geprobeerd haar te redden. "Het water was gewoon te sterk", zegt hij.

Rond de kerk hangt nog steeds een spoor van de weeë lucht van dode mensen. De geur is vaag, en komt bij vlagen. Politieman Garry Fabiola ruikt het niet eens meer. Hij is al vanaf vrijdag in touw, zegt hij. De politie voert een ongelijke strijd, maar veel kan hij niet doen. "Er is veel te weinig politie", zegt hij, "en bovendien zijn wij allemaal zelf slachtoffers. Ik heb nog vijf kilo rijst voor mijn gezin: vijf kilo voor vijf mensen." Garry heeft honger en hij snapt de plunderaars als geen ander: "Nee, ik zal niet op ze schieten. Waarom zou ik. Ik laat ze met rust. Ze hebben honger. Alleen als ik iemand zie die veel meer meeneemt dan hij nodig heeft, neem ik de spullen in beslag."

Volgens Garry zijn veel plunderaars criminelen, die tijdens de storm zijn ontsnapt: "In Palo zijn er zeshonderd weggelopen, in Tacloban honderd. Die stelen nu. Vannacht hebben zij een dokter vermoord toen zij zijn huis leegroofden."

Vandaag begint de politie met een poging de orde toch een beetje te herstellen. Er is een avondklok ingesteld om een eind te maken aan nachtelijke plunderingen. Een officier met een megafoon maakt in de wijk San Jose bekend dat iedereen van acht uur 's avonds tot vijf uur 's ochtends binnen moet blijven. Bewoners beginnen te schreeuwen: "Waar binnen? We hebben geen huizen meer!"

De politieman negeert het. Hij staat met zijn voeten in modder die de zee hier vrijdag heeft neergekwakt. Golven van 5 tot 15 meter hoog hebben grote delen van de wijk platgewalst en honderden bewoners gedood. Tussen bergen drijfhout en puin liggen nog altijd lijken. Mensen passeren ze zonder te kijken. Zij knijpen hun neus dicht, houden mondkapjes voor, of hebben sjaaltjes voor hun mond en neus gebonden.

Opgeblazen

Tussen twee bergen puin staat het huisje van Tals. Tals en zijn moeder hebben net het wrakhout voor het huisje een beetje weggeruimd, en de vloer gedweild, en nu leven zij weer in hun eenkamerwoning. "Wij moeten het nemen zoals het is. Wij hebben geen geld om te verhuizen", zegt Tals zacht. Op de straat voor het huis ligt een dode. Het lichaam is in lakens en lappen gewikkeld, en ernaast ligt een onhandig getimmerd kruis. Dat heeft Tals gedaan. "Dan zien de mensen dat daar een dode ligt", zegt hij.

Tien meter verderop ligt een dode zonder lakens, open en bloot: het lichaam zwart verkleurd en ongegeneerd opgeblazen. Aan de overkant ligt nog iemand ondersteboven tussen het puin. Alleen de benen steken eruit. Verderop liggen er meer, en meer, en meer.

Als je de lijken volgt komt je uiteindelijk bij de zee die al deze mensen heeft verdronken. De zee ligt erbij of hij er niets mee te maken heeft, maar de mensen weten wel beter. In Tacloban speelt niemand meer op het strand.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234