Zaterdag 19/10/2019

De heks, de teef en het manwijf: de staat van de vrouw in het Belgische beeldverhaal

Gestripte & gekaderde

vrouwen

Begin deze maand wijdde The Times twee pagina's aan de vermeende homoseksualiteit van Kuifje. Het hoofdargument luidde dat onze rosse vriend slechts zelden omringd werd door vrouwen. Klopt, en daar is een niet zo frisse reden voor. Jarenlang waren een knie, een enkel of - God beware - het getekende halve maantje dat een stripborst voorstelt volstrekt taboe in de Belgische strip. De feiten, de zeden in Wax. door Geert De Weyer

Wat een leven. Hij holt van het ene naar het andere avontuur, bevindt zich in Rusland om dan naar de Verenigde Staten, Tibet of zelfs de maan te reizen, wordt geflankeerd door een immer vloekende zeeschuimer annex zuipschuit, een onnozele identieke tweeling en een op zijn zachtst gezegd lichtjes verstrooide professor. In de vierentwintig avonturen die Kuifje sinds 1929 beleefde, was amper tijd voor kalverliefde, laat staan een heftige romance. Kon ook moeilijk anders, want van de 325 personages die gedurende al die jaren in Kuifje opdoken, waren er amper twaalf van het vrouwelijke geslacht - inclusief een zigeunerin die amper in beeld komt.

Dat had zo zijn redenen. Vrouwen, vooral zij die hun vrouwelijkheid durfden te etaleren, waren tot eind jaren zestig volstrekt taboe in stripverhalen. Het is om dezelfde reden dat die andere Belgische klassieke reeks, Blake en Mortimer van E.P. Jacobs, geen enkele vrouw op de pagina's kon toelaten. Sterker nog: in 1953 brak de hel los toen Jacobs in Het gele teken, dat in het weekblad Kuifje/Tintin voorgepubliceerd werd, een nevenpersonage een magazine liet lezen met een ballerina op de cover. Die droeg precies wat ballerina's sinds jaar en dag dragen: een tutu. Maar de erotische content - je moet goede ogen hebben om het op te merken - leidde ertoe dat de uitgave in eerste instantie geweigerd werd.

Dictatoriale neigingen

Hoe het in godsnaam ooit zover is kunnen komen? Frankrijk lijkt het voortouw te nemen in de discussie. Niet zonder reden. Het gaat namelijk goed met de Belgische strip. Te goed, en die populariteit is de Fransen een doorn in het oog. In een poging om de eigen stripcultuur voor te trekken wordt, na het verwerpen van een communistisch wetsontwerp om alle buitenlandse strips te verbieden, groen licht gegeven aan een voorstel van de katholieken.

In 1949 wordt een wet van kracht die nefast zal zijn voor de vrouwelijke aanwezigheid in het beeldverhaal. Een raad van toezicht moet de Amerikaanse strips uit de jeugdpublicaties trachten te verwijderen en een adelaarsblik over buitenlandse stripverhalen laten glijden. De artistieke vrijheid van de Belgische auteurs, hoe onschuldig ook, wordt flink beknot door zelfcensuur. Pompen of verzuipen, heet het. Negen jaar later wordt die Franse protectionistische wet zelfs nog verscherpt. Auteurs en uitgevers hangen nog zwaardere straffen boven het hoofd.

Latere studies toonden aan hoe bedroevend het in die tijd gesteld was met de aanwezigheid van de vrouwtjes van papier. Een analyse van het weekblad Robbedoes/Spirou leert dat er tussen 1938 en 1963 slechts 43 vrouwelijke personages voorkomen tegenover 1.548 mannelijke. Tussen 1948 en 1955 haalt zelfs geen enkele vrouw de pagina's. Concurrent Kuifje/Tintin komt er in datzelfde onderzoek niet veel beter uit: in de periode 1946-1963 worden slechts 134 vrouwen geteld en 998 mannen. Opvallend daarbij is dat de min of meer zelfstandige vrouwen uit de jaren veertig, vijftig en zestig gestript zijn van alle vormen van sensualiteit. Vrouwen mogen de kaders betreden, maar zijn onderhevig aan strikte regels. Drie soorten vrouwen maken de dienst uit: de witch, de bitch en de shaw (het manwijf).

De twee belangrijkste vrouwen uit Kuifje vallen daaronder. Ze zijn zelfs een mix van die drie types. Als eerste is er operazangeres Bianca Castafiore, die eind jaren dertig van zich laat horen. Letterlijk. Zij wordt voorgesteld als een hysterische kletstante die op de onmogelijkste momenten haar stembanden en haar omgeving op hol doet slaan. En ze heeft misschien wel meer weg van een dragqueen dan van een adellijke tante. De tweede luistert naar de naam Peggy. Zij is de vrouw van Kuifjes aartsrivaal generaal Alcazar en wordt voorgesteld als een bazig en schreeuwlelijk manwijf met dictatoriale neigingen. Dat dit soort vrouwen allesbehalve elegante vormen hebben, en erg vaak worden afgebeeld met een haviksneus past in het plaatje. Vrouwen die ontdaan zijn van hun vrouwelijkheid en eerder een karikatuur van een vrouw zijn, passeren immers moeiteloos de Franse censuurcommissie. Logisch dus dat talloze auteurs net dat soort vrouwelijke wezens uit hun pen laten kruipen. In realistische reeksen kan dat echter moeilijk, en dat is meteen ook de reden van de totale afwezigheid van vrouwen in Blake en Mortimer.

Een vingerhoed onberekenbaarheid

Begin jaren zeventig komt er echter licht aan de horizon in de vorm van een stewardess. Natasja is de naam. De frêle, goed gevormde blondine ziet het daglicht in Robbedoes en betekent een mijlpaal in de geschiedenis van de Europese (vrouwen)strip. Volgens de specialisten is zij de eerste stripvrouw die een reeks met haar naam krijgt. Natasja lag jarenlang in de lade bij stripauteur en vrouwengek Walthéry; hij tekende haar al toen hij in militaire dienst zat. Toen hij er op een gegeven moment, tegen beter weten in, toch mee naar de Spirou-hoofdredactie trok, duurde het nog vijf jaar vooraleer hij groen licht kreeg.

In hetzelfde jaar dat Natasja verschijnt, ziet een andere vrijgevochten stripvrouw het daglicht. De Japanse avonturierster Yoko Tsuno is in de eerste verhalen nog een bijfiguur, maar al snel geeft geestesvader Roger Leloup, die Yoko later zelfs zal omschrijven als "de vriendin die hij nooit gehad heeft", haar de hoofdrol. Sterker: in de hele reeks lijken de vrouwen het over te nemen van de mannen, die slechts bijrollen krijgen.

Yoko en Natasja mogen er dan leuk uitzien, in de eerste plaats zijn ze intelligent, oprecht en strijdvaardig. Yoko breekt zelfs met het stereotype beeld van de vrouw. Elektricien is haar beroep, electromechanica haar hobby. Met deze twee heldinnen en de opmars van de vrouwenbeweging lijkt de stripheldin definitief gelanceerd. Langzaam maar zeker krijgen vrouwen van papier een volwaardige functie. Reeksen als Arad en Maya en De Partners doen hun intrede. In 1975 verschijnt in het Nederlandse stripblad Eppo de vrijgevochten Franka. Vier jaar later doet een team van slanke maar zelfstandige amateur-detectives zijn intrede in Kuifje: Pokervrouw, de op de tv-serie Charlie's Angels gebaseerde reeks van Jean-Luc Vernal en Renaud (de latere tekenaar van Jessica Blandy) die vooral door vrouwen wordt gesmaakt.

Maar terwijl die vrijgevochtenheid langzaam het witte blad begint te overheersen, blijven de rollenpatronen in de klassieke reeksen nog lang onveranderd. Jommekes moeder staat meestal in de keuken, terwijl Annemieke en Rozemieke alleen willen trouwen of vadertje en moedertje spelen. Hetzelfde verhaal bij Nero (wie kookt, poetst en bakt wafels?), Suske en Wiske (welke huismus krijgt zo nu en dan een hysterische aanval?), De smurfen (welke blondine zet de blauwe mannetjes tegen elkaar op?).

Vrouwelijke lezers roeren zich omwille van zoveel boosaardigheid. Vooral de feministen slaan op tafel. Vandersteen hoort ze en bombardeert de borstloze tante Sidonia tot hoofdrolspeelster in het verhaal Het mini-mierennest. Ze wordt zelfs presidente van een eiland. Andere auteurs nemen al dan niet bewust wraak. Marc Sleen is een van hen. In het Nero-album De dolle dina's neemt hij het feminisme op de korrel. De Nederlandse feministen reageren vol afschuw en geven Sleen de volle laag. Zijn reactie in het vrouwenblad Mimo liegt er niet om: "Ik heb een hekel aan vrouwen die het even goed willen doen als een man. Ik vind het verschrikkelijk als een vrouw even hard met de auto wil kunnen rijden als ik (...) Een vrouw moet steun zoeken aan de brede borst van de man. Zo hoort het..."

Ook Peyo, geestelijke vader van de smurfen, krijgt lik op stuk van de vrouwen. Van zijn eigen vrouw, nota bene. Oorzaak zijn de negentien ingrediënten waaruit tovenaar Gargamel zijn smurfin samenstelt. Negentien negatieve vrouwelijke aspecten, waaronder een vonkje behaagzucht, een behoorlijke dosis vooringenomenheid, de hersenen van een garnaal, een karaat doortraptheid, een deel zotheid, een pond kwade trouw, een vingerhoed onberekenbaarheid, veel koppigheid en een overmaat een verkwistingszucht.

Lustobject

Ondertussen doen modernere reeksen iets helemaal anders. Het striplezerspubliek zou voor meer dan 70 procent uit mannen bestaan, en dus redeneren uitgevers en auteurs, die zich niet langer moeten verantwoorden voor censuurcommissies, dat vrouwelijke sensualiteit een verkoopsargument mag zijn. Het gevolg is dat de vrouw als lustobject haar intrede doet. Van bitches, witches en shaws is geen sprake meer. Van diva's, deernes en sexy ladies des te meer. Volumineuze vormen worden geaccentueerd en wie bij de stripboer langs de nieuwigheden op tafel loopt, zal er erg veel reeksen opmerken waarin mooie, assertieve deernen centraal staan. Of ze zijn hoofdrolspeelster en titelpersonage, of ze sieren de cover. Seks verkoopt, weet u wel.

Midden jaren zeventig werd de vrouw dan helemaal gerespecteerd in de strip. Via bladen als (A Suivre) en Pilote, die een wat alternatievere koers varen en de uiteindelijke volwassenstrip aanprijzen, verschijnen plots personages die dichter bij de realiteit aanleunen. De onoverwinnelijke held maakt plaats voor de antiheld. En vrouwen zijn niet alleen fysiek meer aanwezig, ook hun karakter draagt striptitels. Zo is er bijvoorbeeld Sarah Spits, een journaliste die niet meteen een schoonheid is, maar met haar aanwezigheid bij de blauwhelmen op missie en haar inzet voor het milieu bewijst ze dat ze haar mannetje staat. En in Thorgal neemt Thorgals vrouw Aäricia op realistische wijze deel aan de avonturen van haar man.

De andere kant van de medaille is dat ook porno op dat moment zijn intrede doet, en vrouwen meer dan ooit lustobject worden. Maar dat kan ook met respect, menen de Italiaanse grootmeesters Milo Manara en Guido Crepax, die er erotische verhalen op na houden als De schakelaar, Honingpotje, Valentina of Histoire d'O.

Vandaag is de censuur nagenoeg verdwenen, al zijn er markante uitzonderingen op te tekenen, ook in Vlaanderen. In De Standaard werd in 1993 nog een plaatje uit het voorgepubliceerde Nero-verhaal De kolbak van How gecensureerd. De schaars geklede dame die daarin vriend Nero toesprak, werd het zwijgen opgelegd. Het was trouwens niet de eerste keer dat Dirk Stallaert, tekenaar van dat album, te maken kreeg met fatsoenrakkers. "Gazet van Antwerpen tikte me in de jaren tachtig op de vingers toen in de voorpublicatie van De Strangers-strip een dame opdook die net uit bad kwam met een handdoek rond haar middel en haar handen voor haar borsten", vertelt hij. "Meneer Stallaert", luidde het, "dit is een katholieke krant, hiermee moet u oppassen. Wat een beetje vreemd was, natuurlijk, want er was niets te zien. Maar goed, zo ging dat toen."

Recenter was de drastische ingreep in Gazet Van Antwerpen in 1998, bij de voorpublicatie van een Largo Winch-verhaal. Een scène waarin twee naakte vrouwen op Winch' bed lagen, werd tot grote consternatie van auteur Francq volledig zwart gemaakt in plaats van geknipt. Ze waren wellicht te lief, meneer. Te mooi ook. En vooral te prikkelend. Feit is dat er nu niet wordt gekeken op een lesbische scène minder of meer. Vooral in avonturenreeksen als XIII of Largo Winch dan. Of in Jessica Blandy. De reden: het plezieren en behagen van de heteroseksuele man. Andersom zien we voorlopig niet: het optrommelen van twee homomannen in een vrijscène om de heterovrouw te prikkelen.

Maar goed, dat is weer een heel ander verhaal. Knipoog en einde.

INFO Dit weekend loopt het Internationale Stripfestival in het Franse Angoulême. www.bdangouleme.com. Daar loopt onder meer een tentoonstelling over de nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs, met werk van Judith Vanistendael en Ilah.

l Bianca Castafiore. De belangrijkste vrouw uit Kuifje heeft meer weg van een dragqueen dan van een adellijke tante.

l censuur. Anno 1953 bleek de ballerina in tutu in het Blake en Mortimer-verhaal Het gele teken te gewaagd voor striptijdschrift Kuifje/Tintin. Veertig jaar later werd een schaars geklede handlangster van de duivel in het Nero-verhaal De kolbak van How het zwijgen opgelegd bij de voorpublicatie in De Standaard.

l Natasja. De blonde stewardess is de eerste stripvrouw die een reeks met haar naam krijgt. Al moest tekenaar Walthéry vijf jaar wachten voor hij toelating kreeg van zijn uitgever.

Pas in de jaren zeventig komen er intelligente en strijdvaardige stripvrouwen als Natasja en Yoko Tsuno

l Yoko Tsuno.

Elektricien is haar beroep, elektromechanica haar hobby. Hoezo, stereotypen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234