Zaterdag 03/12/2022

De Heilige Graal van de popmuziek opgeblonken

Abbey Road, Noord-Londen. Op het zebrapad, vlak voor de legendarische opnamestudio’s van EMI, zorgen duizenden toeristen dagelijks voor verkeersopstoppingen omdat ze er allemaal hun eigen versie willen maken van de hoesfoto van Abbey Road, de langspeler die in 1969 de zwanenzang van The Beatles inluidde. Het witgekalkte muurtje voor de ingang van het studiogebouw staat bomvol graffiti van fans uit de hele wereld voor wie Abbey Road al jaren als bedevaartsoord dienstdoet. Naar het schijnt wordt de muur iedere maand overschilderd, zodat ook nieuwe Beatlespelgrims tijdelijk een spoor van hun bezoek kunnen achterlaten.Binnenin zijn de muren van het gebouw behangen met gouden en platina platen van artiesten die er ooit opnamen hebben gemaakt. In een van de studio’s hebben we een afspraak met twee geluidsingenieurs voor wie de artistieke nalatenschap van John, Paul, George en Ringo een levenswerk is geworden. Allebei hebben ze een doorslaggevende rol gespeeld bij het remasteringproces (het klanktechnische opwaarderen van de moederbanden) van de volledige catalogus van Liverpool’s Finest.Projectcoördinator Allan Rouse werkt al sinds 1971 voor EMI en leerde als technicus het klappen van de zweep bij Hurricane Smith, de man die de vroegste platen van The Beatles inblikte. Rouse was vier jaar de assistent van producer George Martin en hielp bij het tot stand komen van de tv-documentaire The Making of Sgt Pepper’s, de Anthology-cd’s en de dubbelaar Live at the BBC. Hij stond in voor de 5.1. surround- en stereomix van Yellow Submarine, werd aangezocht door de erfgenamen van John Lennon en George Harrison met het oog op de digitale bewerking van hun oeuvre en was een drijvende kracht achter recente remixprojecten zoals Let It Be... Naked en Love.Opnametechnicus Paul Hicks, ook al vijftien jaar in de Abbey Roadstudio’s aan de slag, verleende zijn medewerking aan de Yellow Submarine Songtrack, Anthology, Let It Be... Naked, Love en het Rock Master-spel. Dat de heren het Beatlesrepertoire als hun broekzak kennen, is dus een understatement. De dertien studioplaten die The Beatles tijdens hun bestaan hebben gemaakt, aangevuld met de singlesverzameling Past Masters, bevatten nu elk een quicktimebestand met een minidocumentaire over het ontstaan van de lp’s. Een dvd met al die filmpjes werd toegevoegd aan de box met stereoremasters, maar voor de collectioneurs is er ook een doos met tien cd’s in mono. Magical Mystery Tour, Abbey Road en Let It Be ontbreken hier, omdat ze destijds enkel in stereo werden uitgebracht. Alle platen gaan vergezeld van boekjes met de oorspronkelijke hoesteksten, maar ook met nieuwe aantekeningen en zelden geziene foto’s van de groep.

Immense uitdaging

“Het is vreemd”, zegt Allan Rouse. “Zowat alle bands ter wereld waren al geremasterd, alleen The Beatles nog niet. “Waarom? Geen idee. Als technici kunnen we niets doen tenzij we er van EMI en Apple de opdracht toe krijgen. En toen het groene licht er uiteindelijk kwam, stonden we voor een immense uitdaging. Het oeuvre van The Beatles geldt voor velen immers als de Heilige Graal van de popmuziek, iets waar je met je fikken af moet blijven. Daarom beslisten we meteen dat niemand individueel de verantwoordelijkheid voor het remasteren zou dragen. We vormen een team van een zestal mensen dat al twaalf à dertien jaar samenwerkt. Stel dat het resultaat van ons werk als een mislukking wordt beschouwd, dan nemen we allemaal samen de schuld op ons. Is men tevreden, dan ligt dat uiteraard uitsluitend aan... mij. (lacht)“Laat me één ding duidelijk stellen: zo’n remasteringsproces mag niet verward worden met een remix (een proces waarbij de verhouding tussen de instrumenten wordt veranderd en nieuwe elementen aan de opname kunnen worden toegevoegd, DS). In het laatste geval ben je als geluidsingenieur vrij om creatief met het bestaande materiaal om te springen en je eigen stempel op de totaalsound te drukken. Wanneer je de multitracktapes ter beschikking krijgt, kom je vanzelf in de verleiding om bepaalde ingrepen te doen, maar daar kon dit keer uiteraard geen sprake van zijn.”Het Abbey Roadteam heeft tijd noch moeite gespaard om klankmatig het beste uit de opnamen te halen. Het is erin geslaagd een geluid te creëren dat aan de modernste criteria voldoet én trouw te blijven aan het karakter van de oorspronkelijke, analoge ‘masters’, de definitieve opnames die op een plaat worden geperst.Rouse: “We zijn uiterst subtiel en behoedzaam te werk gegaan. Wanneer je een remix maakt, creëer je iets nieuws, maar weet je dat die het het origineel nooit zal vervangen. Het is hooguit een aanvulling of een alternatief: wie er niets aan vindt, hoeft er niet naar te luisteren. De master daarentegen moet altijd de master blijven en dus kun je er niet mee knoeien. Ondanks speculaties van tegenstanders daarover hebben we ook geen muzikale fouten rechtgezet. “De ingenieurs werkten doorgaans een hele dag in de studio en luisterden de volgende ochtend naar het resultaat. Soms vonden ze dat ze iets te ver waren gegaan, soms dat nog niet alle mogelijkheden waren uitgeput en dus brachten ze nieuwe veranderingen aan. Vervolgens lieten ze mij het resultaat horen en hielden ze ook nog eens rekening met mijn opmerkingen. Daarna namen ze de remasters mee naar huis om er op gewone huiskamerapparatuur naar te luisteren. Vaak merk je bij een tweede beluistering iets op wat tijdens de eerste totaal aan jou is voorbijgegaan. Maar zelfs aan het einde van het proces hoorden we soms nog dingen waarvan we dachten: hoe is het mogelijk dat dit ons alle vorige keren is ontgaan?”

Mono versus stereo

Paul Hicks: “Gelukkig verkeren de moederbanden van alle Beatlestracks in prima staat. Dat is een onschatbaar voordeel. Voor het overige bestond ons werk uit verscheidene fasen. Eerst gingen we op zoek naar de bandopnemers waarop de tapes tijdens het afspelen het best klonken. Vervolgens werden de opnamen omgezet van analoog naar digitaal via een computer met een ProToolsprogramma en speurden we naar technisch storende elementen, zoals sis- en plofklanken, gezoem of gekraak. Pas nadat we die clean-up achter de rug hadden stuurden we de opnamen door een oude EMI-masteringdesk. En ook al beseffen we dat de platen van The Beatles vandaag op de radio, qua sound, moeten kunnen wedijveren met nieuwe cd’s, toch hebben we de zaken uiterst omzichtig aangepakt. Het was wel de bedoeling dat je achteraf een verschil zou horen, maar onze ingrepen waren louter technisch en bleven vrij minimaal.”Rouse: “Ook met het verwijderen van bandruis zijn we voorzichtig geweest. Overdrijf je ermee, dan dreig je alle leven uit de opnamen te zuigen. We hebben ons vooral beperkt tot het reduceren van excessieve of storende bijgeluiden. En dat denoising-proces hebben we hooguit toegepast op vijf minuten van het 525 minuten tellende oeuvre van The Beatles.”Opvallend is dat de catalogus van The Fab Four niet alleen werd geremasterd in stereo maar ook in mono. Rouse: “Hmm, het zijn twee verschillende verhalen. Ik ga ervan uit dat de monoversies enkel zullen worden aangeschaft door fanatieke verzamelaars, terwijl de jongere generaties voor de stereoversies zullen kiezen. Stel dat The Beatles platen hadden gemaakt tussen, pakweg, 1952 en 1960, dan zou al hun materiaal in mono zijn opgenomen. Na 1972 kwam alles sowieso uit in stereo. Maar de groep was actief tussen 1962 en 1970, en dat was nu net de overgangsperiode tussen beide. Halverwege de sixties waren in Groot-Brittannië enkel hifi-adepten en liefhebbers van klassieke muziek in stereo geïnteresseerd. Bij The Beatles blijven de monoversies dus zonder enige twijfel de belangrijkste, omdat de leden, vanaf hun derde lp, tijdens het mixen altijd zelf in de studio aanwezig waren en hun goedkeuring gaven aan het eindresultaat. De stereoversies werden achteraf snel in elkaar geflanst, maar eigenlijk vond men die niet zo belangrijk. Neem nu Sgt Pepper’s: de monomix van die plaat nam twee weken in beslag, de stereomix slechts enkele dagen. En in die tijd hielden geluidstechnici nog geen notities bij van het mixproces, waardoor de mono- en stereomixen soms fel van elkaar afweken, terwijl dat uiteraard niet de bedoeling was. Kortom, de historische betekenis van de mono-opnamen is het grootst. Denk maar aan de onovertroffen monomix van ‘A Day in the Life’: dit is het nummer zoals The Beatles het zelf hoorden. Maar ironisch genoeg zijn het de stereoversies die bij het grote publiek zullen voortleven.”Hebben de toegewijde geluidsingenieurs die het hele remasteringproject in goede banen leidden op de moederbanden van The Beatles nog verrassende, grappige of bizarre ingrediënten aangetroffen?Hicks: “Goh, naarmate je de tracks gaat ontleden, vallen je natuurlijk bepaalde dingen op. Maar veel nieuws is er, zeker na de Anthology-reeks, niet meer aan het licht gekomen.” Rouse: “Ik herinner me wel dat John Lennon in ‘Hey Jude’ op een bepaald moment ‘fuck it’ zegt, maar je moet al heel goed weten waar dat stukje precies zit om het te kunnen horen. Over het algemeen doet het oeuvre van The Beatles heel ernstig aan. Pas wanneer je naar de outtakes begint te luisteren, merk je dat de groep zich te pletter amuseerde in de studio.”Hicks: “De tapes zijn ook letterlijk volgestouwd met geluiden. The Beatles gebruikten iedere centimeter tape om ideeën en accenten toe te voegen.”Klinken de platen van The Fab Four na de pas voltooide oppoetsbeurt nu perfect?Rouse: “We maken ons sterk dat The Beatles Remasters kwalitatief zo hoogstaand zijn dat er, althans op dit moment, niets meer aan te verbeteren valt. Maar je weet nooit hoe de geluidstechnologie zich in de komende tien jaar zal ontwikkelen... Alles evolueert zo snel dat het me niet zou verbazen dat de opnamen ooit nog eens opnieuw onder handen zullen worden genomen. Ook op het vlak van remixen zijn er, mochten EMI en Apple dat willen, nog tal van mogelijkheden. Veel mensen vragen zich terecht af: waarom zitten alle zangpartijen aan één kant van het geluidsspectrum, terwijl die, volgens de vandaag geldende criteria, eigenlijk in het midden horen te zitten? Maar zoiets kun je enkel corrigeren als je een nieuwe mix maakt. Dat merk je als je naar de ‘gecorrigeerde’ opnamen op de Anthology-reeks luistert. Of naar de hermixte versies van Yellow Submarine en Let It Be. Maar daar waren noch producer George Martin, noch The Beatles bij betrokken. Het zijn onze eigen interpretaties, die de originelen nooit kunnen vervangen.“Eén van de dingen die vroeger, door de manier waarop vinylplaten werden gesneden, vaak de mist ingingen, was de bas. Dus hebben we ervoor gezorgd dat het basgeluid nu helder is en niet langer verdrinkt tussen de rest van het instrumentarium. Zie het maar als een vorm van restauratie.”

Geprivilegieerd

Heeft George Martin, de inmiddels 85-jarige producer van The Beatles, de nieuwe remasters al gehoord?Rouse: “Neen. Martin geeft toe dat hij vandaag zogoed als doof is. Hij zou het resultaat niet meer kunnen beoordelen en heeft zich nergens mee bemoeid.”Het Abbey Roadteam heeft er zo’n vier jaar over gedaan om de hele Beatlescatalogus een digitale opknapbeurt te geven, al is Allan Rouse van oordeel dat je die tijdspanne moet relativeren. “De remastering heeft ons ongeveer een jaar gekost, maar ze werd wel gespreid in de tijd. Aan iedere lp werd gemiddeld twee weken gesleuteld, terwijl een remix, zoals die van Let It Be, algauw vier à zes weken in beslag nam. Maar dat laatste is veel gecompliceerder, omdat zich tijdens zo’n proces veel meer keuzemogelijkheden aandienen.”Rouse en Hicks hebben de jongste vijftien jaar om den brode zowat dagelijks naar The Fab Four geluisterd. Ze kennen ieder detail uit de catalogus en hebben de songs wellicht al duizend keer gehoord. Gebeurt het na al die tijd nog dat ze louter voor hun plezier een plaatje van The Beatles opleggen?Hicks: “Vast en zeker. Weet je, ieder project brengt andere geplogenheden mee: remixen is een heel ander soort ervaring dan remasteren. It’s a different kind of headspace. Maar hoe langer je met dit materiaal werkt, hoe meer zelfvertrouwen je krijgt en hoe meer dingen je leert en ontdekt. In de studio concentreer je je ook op een gitaar- of baspartij, je luistert niet echt naar de song. Mijn ervaring is dat mijn favorieten om de haverklap veranderen, maar ik geniet nog altijd van de muziek.”Rouse: “Ik geef toe dat The Beatles niet op mijn iPod staan, maar dat neemt niet weg dat ik nog dagelijks de drang voel om naar hun lp’s te luisteren. Je kunt er niet omheen, hé? Weet je, bij ons team van geluidstechnici zit niemand die niet verzot is op hun werk. We zijn fans, en dat is niet onbelangrijk: anders zou onze baan in een mum van tijd een sleur worden. We voelen ons zeer geprivilegieerd en beseffen maar al te goed dat miljoenen mensen wát graag met ons zouden willen ruilen. We doen dit zo graag dat het bijna gênant is dat we ervoor betaald worden.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234