Donderdag 18/08/2022

De havik loerde twaalf jaar op de kameleon

De Amerikaanse liquidatiecampagne tegen Saddam Hoessein was al twaalf jaar aan de gang toen hij eindelijk in de handen van de VS-troepen viel. De jacht op Saddam begon na de eerste Golfoorlog in 1991. Hoessein heeft niet voor niets de bijnaam 'de kameleon' gekregen.

Brussel

Eigen berichtgeving

Maarten Rabaey

De eerste aanvalsnacht van de tweede Golfoorlog was anders dan de meeste waarnemers het zich hadden voorgesteld. Niet met een bommentapijt maar met een precisiebombardement werd 'de bevrijding van Irak' ingezet. Toen probeerden de Amerikaanse militaire strategen Saddam Hoessein en zijn omgeving een kopje kleiner te maken door mogelijke schuilplaatsen van hem en zijn elite, van wie de gegevens werden doorgespeeld door Iraakse spionnen die werkten voor de CIA, te bestoken met kruisraketten en satellietgeleide bommen. De operatie onthoofding was het speerpunt van de oorlogsdagen en werd het belangrijkste streefdoel na de val van het regime.

Naast de luchtbombardementen werden ook gerichte grondoperaties uitgevoerd. Teams van Amerikaanse elite-eenheden zoals Delta Force stonden klaar om Saddams presidentiële paleizen te bestormen. Ze kregen het marsbevel om Saddam, zijn zonen Qusay en Uday, en ook een twaalftal Iraakse leiders (de zogeheten 'dirty dozen') gevangen te nemen en desnoods om te brengen. Er werd uiteindelijk een lijst van 55 kaarten samengesteld, die een hitlist vormden. "We verwachten dat we hem binnen een paar dagen zullen vermoorden", verklaarde een Amerikaanse functionaris aan de Britse krant The Independent. "Dat is waarvoor Delta de afgelopen maanden vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week voor getraind werd."

Het duurde dus wel wat langer, net als de oorlog zelf. In de paleizen werd niemand gevonden. Naar verluidt waren Saddam en zijn naaste familie nog in de hoofdstad toen de Amerikaanse tanks binnen rolden. Later zou hij, net als zijn zoons, zelfs herhaaldelijk opduiken in delen van Bagdad, onder de neus van de Amerikanen. Net op tijd zouden ze weer vertrekken, want zowat elk adres waar ze logeerden, werd kort na hun vertrek aangevallen. Daarbij zouden ze hun gastheren rijkelijk hebben betaald. Maar het aantal onderduikadressen werd schaars en de lokroep van de premies (15 miljoen dollar voor de zonen, 25 miljoen dollar voor Saddam zelf) werd te verleidelijk. Dat het einde nabij was, bewees het feit dat op 22 juli Qusay en Uday samen werden gevonden. Bij een verwante nog wel, de plekken waar de VS-troepen het eerst gingen zoeken, en dan nog na een tip van de gastheer zelf, die bezweek voor de lokroep van de dollars. Vanaf toen heette het dat Saddam op de vlucht was, van hot naar her rende en dat er eigenlijk geen uitweg meer was.

Uiteindelijk kwam er dan toch een einde aan een jacht die twaalf jaar duurde. In 1991 ondertekende toenmalig president George Bush een formeel bevel waarmee de CIA de opdracht kreeg om een geheime operatie op te zetten om 'de voorwaarden voor het ten val brengen van Saddam Hoessein te scheppen'. Jarenlang slaagden hun spionnen daar niet in, omdat ze hun kernopdracht niet naar behoren wisten te vervullen: het verzamelen van betrouwbare inlichtingen over de verblijfplaats van de Iraakse leider. De laatste dagen was, in afwezigheid van de dreiging van de broers, de gemiddelde Irakees wel wat loslippiger geworden.

Het jarenlange Amerikaanse falen is grotendeels op rekening te schrijven van Saddam zelf, die niet voor niets een reputatie met bijnamen zoals 'de overlever' of 'de kameleon' heeft opgebouwd. Met meerdere verplaatsingen per dag ontsnapte Saddam al in de eerste Golfoorlog aan de 250 dagelijkse raketaanvallen op 'leiderschapsdoelwitten', een patroon waar hij niet meer zou van afwijken. Hij liet zich beschermen door dertigduizend speciale veiligheidssoldaten. Naar schatting drie dubbelgangers, die plastische chirurgie ondergingen om op hem te lijken, namen bovendien zijn plaats in als afleidingsmanoeuvre voor zijn binnen- en buitenlandse tegenstanders. Ook na de val van Bagdad zouden die nog aan het werk geweest zijn.

Saddam wist dat er maar één manier was waarop hij gepakt kon worden: na een tip vanuit zijn entourage. Met de regelmaat van de klok liet hij dan ook grote zuiveringen doorvoeren bij zijn bewakers, met als gevolg dat na verloop van tijd niemand het nog in zijn hoofd haalde om samen te zweren of zijn schuilplaats te verraden. Zo werden in de zomer van 1992 twee pantserbrigades van de Republikeinse Garde in verband gebracht met een complot om Saddam af te zetten. De plannen, als ze al bestonden, werden in de kiem gesmoord met een reeks executies. Zes officieren, onder wie twee brigadegeneraals, werden onmiddellijk vermoord en vierhonderd anderen werden gearresteerd.

Het jaar daarop kwam een ander plan aan het licht. Die keer was het de bedoeling om Saddam te vermoorden tijdens de jaarlijkse festiviteiten in juli, ter ere van de Baath-revolutie. Weer werd de Republikeinse Garde verdacht en weer vonden executies plaats. Daarna vormde Saddam een speciale elite-eenheid die enkel bestond uit manschappen die afkomstig waren uit Tikrit. Die Gouden Divisie smolt daarna samen met zijn lijfwachten en beschermt hem als de Organisatie voor Speciale Veiligheid (OSV). Zijn zoon Qusay had er een sleutelpositie in.

De constante dreiging van complotten, staatsgrepen en invasies zorgden er alleen maar voor dat Saddam en zijn OSV in de jaren negentig bloeddorstiger werden. In de zomer van 1995 werd bijvoorbeeld opnieuw een vermoedelijk complot aan het licht gebracht. Mohammed Madhloum, een luchtmachtcommandant, zou geprobeerd hebben een opstand te organiseren maar werd met zijn medestanders gearresteerd. Saddam liet ze martelen door hun vingers een voor een af te snijden. Daarna werden ze standrechtelijk doodgeschoten.

De paranoia van Saddam werd er nog groter door. Hij had zijn veiligheid al tot in het absurde geregeld, maar halverwege de jaren negentig raakte hij er zo door geobsedeerd dat hij nauwelijks meer kon functioneren. Bijna al zijn tijd bracht hij door in het presidentieel paleis in Bagdad, dat uitgegroeid was tot een uitgestrekt complex van zo'n 400 hectare met aan één zijde de natuurlijke bescherming van de Tigris, terwijl de andere zijden beschermd werden door een onder stroom staand hek, met om de 50 meter wachttorens. Gewone Irakezen riskeerden een gevangenisstraf als ze het paleis nog maar naderden. Het werd bewaakt door een verwarrend aantal veiligheidsdiensten, die behalve de bezoekers ook elkaar in de gaten moesten houden. Bezoekers die Saddam uitnodigde, kwamen het paleis binnen en verlieten het daarna weer in geblindeerde Mercedessen, waarmee ze uren door de stad moesten rijden vooraleer ze Saddam te zien kregen op een onbekende bestemming. Pas na grondige fouillering, soms intiem, en het wassen van hun handen - Saddam vreesde constant vergiftigd te zullen worden - mochten ze hem, of een van zijn dubbelgangers, de hand schudden.

Zelfs dat weerhield zijn tegenstanders er niet van te blijven proberen hem te vermoorden. In 1996 ontsnapte hij nog maar eens aan een aanslag toen een jonge serveerster die zijn voedsel zou vergiftigen, op het laatste ogenblik bang werd en bekende. Het incident bracht de Britse inlichtingendienst MI6 op een idee. Hij kon de CIA overhalen een gelijkaardige moordpoging op het getouw te zetten, die gepaard zou gaan met een machtsovername door een Iraakse oppositiebeweging uit Londen, het Iraakse Nationaal Akkoord (INA). Geleid door Ayad Allawi, een ex-lid van de Baath-partij die in de jaren zeventig was gevlucht na een ruzie met Saddam, beschikte die beweging over heel wat hooggeplaatste contacten. Behalve geld en uitrusting kreeg het INA de beschikking over moderne satellietcommunicatiesystemen, compleet met hightech coderingssystemen om afluisterpraktijken te verhinderen.

Helaas voor het INA viel een van de leden in handen van Saddams OSV, die de man al snel aan het praten kregen. Zonder in te grijpen liet het OSV het INA begaan, tot het hele netwerk in kaart was gebracht. Op 26 juni sloegen Saddams veiligheidsdiensten toe. In de eerste ronde werden 120 officieren gearresteerd, onder wie de leiders. De samenzweerders kwamen uit de Republikeinse Garde, de veiligheidsdienst Mukhabarat en opnieuw Saddams keuken. Twee koks die toegaven dat ze de Iraakse leider moesten vergiftigen werden aangehouden. In totaal werden achthonderd mensen gearresteerd, van wie de meerderheid werd geëxecuteerd zonder enige vorm van proces.

Uitgelaten door het succes kon de Iraakse OSV het niet nalaten om de CIA te pesten, waarvan de verbindingsagenten in Jordanië wachtten op nieuws over de coup. In de ochtend van de arrestaties zond hun in beslag genomen communicatiesysteem een boodschap uit: "We hebben al jullie mensen gearresteerd. Jullie kunnen net zo goed weer naar huis gaan." Het complot was het meest uitgebreide dat ooit werd beraamd. Hun mislukking sterkte de strategen van het Pentagon in de overtuiging dat alleen een militaire campagne de Iraakse leider nog kon onttronen. Toen George W. Bush president werd mochten ze aan de slag. Ruim vier maanden na het begin van de tweede Golfoorlog moest de kameleon het afleggen tegen de havik.

Bron: Saddam, biografie van een dictator, Con Coughlin, 2002, Het Spectrum

(Een deel van dit verhaal verscheen eerder in Reporter)

De Amerikanen waren al sinds het einde van de eerste Golfoorlog in 1991 op Saddam aan het jagen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234