Dinsdag 15/10/2019

Interview

De harde schooljaren van koning Filip: ‘Albert en Paola keken niet naar hem om, natuurlijk waren zijn resultaten slecht’

Het was een opvallend openhartige koning Filip die vorige maand een publiek van vroege schoolverlaters toesprak: ‘Ik heb veel problemen gehad, ik voelde me slecht behandeld, het was niet altijd gemakkelijk.’ Er waren altijd al onverkwikkelijke geruchten over een brokkenparcours in de klas, maar voor het eerst sprak de vorst klare taal. Ter gelegenheid van de nationale feestdag reconstrueren een handvol eminente royaltywatchers en intimi de schoolcarrière van de koning: ‘Hij bloeide pas open toen hij eindelijk gewoon Filip kon zijn.’

Delen hun monarchistische expertise: professor emeritus hedendaagse geschiedenis Mark Van den Wijngaert; Brigitte Balfoort, die samen met Van den Wijngaert verschillende boeken schreef over de Van Saksen-Coburgs; Mario Danneels, die twintig jaar geleden explosieve onthullingen over de buitenechtelijke avonturen van Albert II te boek stelde; en Jan Van den Berghe, jarenlang hoofdredacteur van het VTM-programma Royalty. Intimi Herman De Croo en Paul Buysse vervolledigen het gezelschap. Hun verhaal vat aan in de jaren 60, wanneer een oude traditie sneuvelt.

Van den Wijngaert: “In 1966 draaide de RTB (de voorloper van de RTBF, red.) een documentaire over de toenmalige prins Albert, de vader van koning Filip. Albert klaagde daarin dat hij geen normale jeugd had gehad. Hij betreurde dat zijn ouders zo vaak afwezig waren geweest en zei expliciet dat hij niet wilde dat zijn kinderen hetzelfde zouden moeten meemaken.”

Danneels: “Albert had samen met zijn broer Boudewijn privéles gekregen op het paleis. Hij had het gevoel dat hij in een serre was opgegroeid, en dat wilde hij zijn eigen kinderen besparen. Hij besloot om Filip – en later Laurent en Astrid – naar gewone scholen te sturen.”

Van den Wijngaert: “Prins Filip was dus een pionier. Al kun je ook zeggen dat hij voor de leeuwen werd gegooid.”

Balfoort: “Ik geloof dat Albert oprecht bezorgd was: hij en Boudewijn hadden lange tijd het gevoel dat ze de enige kinderen op de wereld waren. Hij kwam pas op latere leeftijd met andere mensen in contact en had dat als erg moeilijk ervaren.”

Van den Wijngaert: “Albert besefte dat het anders moest. Maar door zijn buitenechtelijke parcours is het nooit gelopen zoals hij het zich had voorgenomen, en zijn kinderen hebben veel ergere dingen moeten meemaken dan hijzelf.”

Geplaagd of gepest?

Balfoort: “In 1963 belandde de driejarige Filip op het Institut de la Vierge Fidèle in Schaarbeek, een elitaire meisjesschool met gemengde kleuterklassen. Koningin Mathilde zou er haar middelbaar doorlopen, net als Astrid. Drie jaar later moest de jonge kroonprins wijken naar een lagere school waar ook jongens welkom waren.”

Danneels: “De keuze viel op het Sint-Michielscollege, een Franstalige jezuïetenschool in Etterbeek. Dat was voor Boudewijn en Fabiola niet onbelangrijk. Het was een prestigieuze school, die veel kinderen uit aristocratische families over de vloer kreeg.”

Op 1 september 1966 zette een chauffeur de zesjarige Filip af aan de spookachtige neogotische gebouwen van het college. Voor zijn boek over koningin Paola sprak Mario Danneels met een oud-leraar Nederlands en een voormalige klasgenoot van Filip.

Danneels: “Ze zeiden allebei dat Filip schuchter was, maar goed in de groep lag. Ik weet dat allerlei geruchten de ronde doen, maar ik denk dat hij eerder geplaagd werd dan gepest. Zijn klasgenoten betrokken Filip zelfs graag bij het kattenkwaad dat ze uithaalden, in de hoop dat de leraars minder streng zouden straffen omdat de prins erbij betrokken was. (lacht) Hij leek gelukkig te zijn in dat vriendengroepje. Een stuk of twee klasgenoten wilden zich interessant maken door rond de prins te draaien, maar daar trok hij zich niets van aan. Jean-Luc Vanschepdael, de klasgenoot die ik sprak, vertelde dat er veel grotere snobs op de school zaten. Filip liep niet te koop met zijn titel.”

Van den Berghe: “Voor zijn klasgenoten was hij Filip, maar zijn leerkrachten noemden hem voluit de Belgique, wat voor enige hilariteit zorgde wanneer de namen werden afgeroepen.”

Hoe bracht hij het ervan af op de schoolbanken?

Balfoort: “Hij volgde Latijn-Grieks, talen hebben hem altijd beter gelegen dan wetenschappen. Naar het schijnt deed hij heel erg zijn best, maar had hij het moeilijk om de anderen bij te benen.”

Van den Berghe: “Zijn schoolresultaten waren slecht, al van in het begin had hij bijles nodig. Ik herinner me een uitspraak van Rudi Bogaerts, jarenlang de privéleraar van Laurent: ‘De prinsen hebben op dat college niets geleerd. In het zesde konden ze lezen noch schrijven en amper rekenen.’ Iedereen zweeg daar zedig over, want voor zo’n school waren de prinsen onbetaalbare publiciteit.”

Danneels: “Je moet Bogaerts’ uitspraken met een korrel zout nemen. Zijn leraar Nederlands zei me dat Filip weliswaar geen primus was, maar een prutser was hij evenmin. Wat wel klopt: zijn resultaten werden niet luidop voorgelezen in de klas, in tegenstelling tot die van de andere leerlingen. Dat voedde het vermoeden dat zijn uitslagen niet goed waren en zorgde voor wrevel.”

Balfoort: “Ik heb ook met verschillende leraars gesproken voor onze biografie van Filip. Hij bleek inderdaad niet bij de besten van de klas, maar een dommerik was hij allerminst. Hij was ontegensprekelijk wel getormenteerd, door de situatie thuis.”

Van den Wijngaert: “Filip is naar het eerste leerjaar gegaan in 1966, het jaar waarin zijn vader een relatie begon met barones Sybille de Selys Longchamps, de moeder van Delphine Boël. Paola had haar eigen bezigheden. Doordat zijn ouders nooit aanwezig waren, stond Filip er dikwijls alleen voor. Zijn ouders hadden een mentor aangeduid, en hij werd vaak ondergebracht in gezinnen van bevriende medewerkers, zodat er tenminste de indruk van een huiselijke sfeer werd gewekt. Als Albert en Paola elkaar al eens tegenkwamen in kasteel Belvédère, mondde dat vaak uit in conflicten: het was een familie die geen familie was.”

Danneels: “Sint-Michiels lag niet ver van het Belvédère, maar toch woonde Filip in die periode in bij het kroostrijke gezin van een verzekeringsmakelaar, een neef van zijn klastitularis. Een van de zonen van die man, Xavier, was een klasgenoot van Filip en zijn beste vriend. Er werd wel gefluisterd dat het niet boterde tussen Filip en Xaviers ouders, maar hij is er toch drie jaar gebleven. Albert en Paola wilden Filip zogezegd een normale jeugd geven, in een gewoon gezin, maar de waarheid is dat ze geen tijd hadden voor hem en hun twee andere kinderen.”

“Een andere leerkracht van het college vertelde me dat Filip in het weekend weleens bleef logeren. Soms klampte Filip zich huilend vast aan het been van zijn vrouw, smekend om niet naar huis te moeten. Dat moet hartverscheurend zijn geweest.”

Van den Berghe: “Zelfs met kerst en Nieuwjaar waren Paola en Albert afwezig en moest het personeel de kinderen vermaken. Elke pedagoog zal je zeggen hoe nefast zo’n thuissituatie is. Filip heeft er als oudste altijd het meest onder te lijden gehad.”

“Omdat noch zijn moeder, noch zijn vader naar hem omkeek, heeft Boudewijn zich ontfermd over Filip.”

Danneels: “Boudewijn wist natuurlijk dat de opvolging vroeg of laat via Filip zou verlopen, en hij wist ook welke shakespeariaanse drama’s zich in het Belvédère afspeelden. Hij had geen andere keuze.”

Van den Berghe: “Filip werd een marionet, gecreëerd naar het evenbeeld van Boudewijn. Vandaar de verkrampte lichaamstaal en de reputatie van een ondoorgrondelijk leeghoofd. Prins zonder eigenschappen. Guust Flater met een kroontje. Hij maakte er geregeld een potje van, zijn onbeholpenheid voedde zijn middelmatige reputatie. In een onbewaakt moment heeft Filip zelf eens gezegd: ‘Ik kom zoals alle Coburgers een beetje traag op gang.’ Dat is de reputatie van de Coburgers: het zijn laatbloeiers.”

Balfoort: “Het klopt dat Albert en Paola er bijna nooit waren, maar tegelijk deden ze heel erg hun best. Overcompensatie, zeker? Op verjaardagsfeestjes werd een massa kinderen uitgenodigd, er waren clowns en kermisattracties. Paola en Albert daagden dan ook op, maar dat was theater. Wat de kinderen echt nodig hadden, dagelijkse affectie, kregen ze niet. Albert en Paola waren zelf ook doodongelukkig: het was een vreselijk huwelijk. Elk ander koppel zou uit elkaar gegaan zijn, maar zij mochten niet van Boudewijn.”

Elitair en Vlaams

Een disfunctioneel gezin, lastige jaren op de schoolbanken. En dan kreeg de jonge Filip ook nog af te rekenen met communautair gemor.

Danneels: “Er was van in het prille begin kritiek uit Vlaamse hoek, omdat de drie koningskinderen naar Franstalige scholen waren gestuurd.”

Balfoort: “Het eerste echte schot voor de boeg was een striemend stuk in De Standaard, gepubliceerd in 1968. Jaak Vandemeulebroucke, later politicus bij de Volksunie en de N-VA, was toen voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Leerkrachten. In gezwollen bewoordingen deed hij een felle oproep om de koningskinderen naar een school te sturen ‘waar de taal wordt gesproken die de meerderheid van de Belgen spreekt’. Toen is Herman De Croo in actie geschoten.”

In actie geschoten, mijnheer De Croo?

De Croo: “Ach, ik ben slechts een van de velen die men heeft geraadpleegd. Het klopt dat Albert en Paola erg bezorgd waren over de opvoeding van de kinderen. In het belang van het land heb ik een bescheiden bijdrage geleverd aan de opleiding van de prins. Omdat ze toen beter Frans dan Nederlands spraken, heb ik voorgesteld om hen naar een Vlaamse school te sturen.”

Van den Berghe: “Het verhaal doet de ronde dat Boudewijn toen het plan had om Filip met privéonderwijs alsnog aan een diploma te helpen.”

Danneels: “Hij wilde een privéklas oprichten in het paleis, speciaal voor Filip. Daar zou hij omringd worden door een doorsnede van de Belgische samenleving, met zonen van zowel bankiers als verzekeringsmakelaars.”

Van den Berghe: “De Croo heeft hem dat uit het hoofd gepraat.”

Van den Wijngaert: “De Croo was midden jaren 70 minister van Onderwijs, wat toen nog ‘Nationale Opvoeding’ heette. Hij is ook een vertrouweling van het hof. Hij heeft Boudewijn uiteindelijk de weg gewezen naar de Abdijschool van Zevenkerken, in Sint-Andries bij Brugge. Opvallend is dat Boudewijn Albert en Paola pas inlichtte nadat hij de knoop had doorgehakt, wanneer ze nog eens in de buurt waren.”

‘Dagelijkse affectie kregen de kinderen niet van Albert en Paola. Die twee hadden een vreselijk huwelijk. Elk ander koppel zou uit elkaar gegaan zijn, maar zij mochten niet van Boudewijn.’

Waarom Zevenkerken?

Balfoort: “Het is simpel: Zevenkerken was elitair, Vlaams en er was een internaat.”

Danneels: “Het internaat was een handige oplossing voor de penibele thuissituatie.”

Van den Berghe: “De school werd gerund door benedictijner monniken. In de West-Vlaamse volksmond is Zevenkerken de school die minder begaafde kinderen van rijke ouders door het middelbaar onderwijs sleurt.”

Balfoort: “Zevenkerken had inderdaad die reputatie. Maar niet omdat het niveau laag lag: ze werkten gewoon hard met de leerlingen.”

Frigide fabiola

De eerste maanden in Zevenkerken vielen Filip zwaar, het internaatsleven beviel hem allerminst en het rurale Sint-Andries is Brussel niet.

Balfoort: “Ze hebben hem daar gewoon gedropt, in het begin van het vierde middelbaar. Hij is begonnen in de Latijn-Griekse, maar zou later op moderne talen zijn overgeschakeld. We weten het niet zeker, omdat Zevenkerken er niet duidelijk over communiceert: het heeft de gewoonte om geen resultaten openbaar te maken, wat natuurlijk opnieuw aanleiding geeft tot speculaties. Ik heb met een aantal klasgenoten gesproken, en ik vang op dat ze met hem lachten. Hij was terechtgekomen in een heel hechte groep, pubers die al drie jaar bij elkaar zaten. En plots stond daar dan een prins, die ook nog eens krom Nederlands sprak.”

Van den Berghe: “Doordat hij amper Nederlands sprak, was hij gehandicapt voor alle andere vakken. Zijn wiskundeleraar zei me: ‘We hebben hem erdoor moeten schoppen.’”

Danneels: “Filips leerkracht Christian Papeians heeft gezegd dat Filip – en zéker Laurent – eigenlijk niet in staat was om les te volgen in het Nederlands. In 1968, toen Filip acht was, had Paola de kinderen meegenomen naar het Nederlandse Vught voor een zomercursus, en vijf jaar later was Filip enkele weken naar een college in Dendermonde getrokken. Maar van echte tweetaligheid was geen sprake, ondanks de verwoede inspanningen van Robert Steel, de leider van zijn scoutsgroep.”

Balfoort: “Die scoutsgroep was in 1967 op het Belvédère speciaal opgericht voor Filip. Het was een idee van koningin Fabiola, die Filip zo Nederlands wilde bijbrengen. Jean-Luc Dehaene was als verbondscommissaris ook betrokken. Ze knapten een dienstgebouw op en richtten het in als vergaderlokaal: elke zaterdag kwamen daar Nederlandstalige jongens van verschillende sociale achtergronden samen. Ze speelden in de bossen rond het paleis, en werden om vier uur binnengeroepen: dan aten ze boterhammen en dronken ze fruitsap, opgediend door lakeien in livrei. (lacht) Het was de eerste keer dat Filip in contact kwam met ‘gewone’ jongens. Maar zij vonden hem wat vreemd. Een broodzak opblazen en dan doen ploffen, wat alle jongens ooit hebben gedaan, dat kende hij niet.”

“Soms deden ze ook uitstapjes. Dan reden ze met de tram door Brussel. Dat vond Filip fantastisch, want hij had dat nog nooit gedaan. En tijdens de zomer gingen ze op kamp, naar het kasteel van Fenffe, een vakantiehuis van de koninklijke familie. Die scoutsgroep heeft vier jaar bestaan. Filip heeft het nooit tot jongverkenner geschopt, een totem heeft hij nooit gekregen.”

‘In 1967 werd speciaal voor Filip een scoutsgroep opgericht. Een ideetje van Fabiola, die hem zo Nederlands wilde bij­brengen.’

Danneels: “Die groep is opgedoekt onder Franstalige druk: mensen waren ongerust dat de scouts flamingantische zaadjes zouden planten in het Belvédère. (lacht)

Van den Wijngaert: “Filip begon met een achterstand, maar in Zevenkerken heeft hij enorm zijn best gedaan om Nederlands te leren.”

Balfoort: “Hij heeft zich toen dubbelgeplooid. Hij kreeg bijlessen in het weekend, leraars gingen met hem naar de winkel om hem in het Nederlands te leren winkelen. Hij werd daar bij het handje genomen, maar hij volgde heel gedwee. Na enkele maanden, rond kerst, ging het al een stuk beter.”

De Croo: “Het Nederlands van de koning is intussen uitstekend. Dat van de koningin ook: ook zij heeft heel opmerkelijke inspanningen gedaan.”

Zijn naam viel daarnet: Filip heeft op Zevenkerken het gezelschap gekregen van zijn broer Laurent.

Van den Wijngaert: “Tot Filips grote ergernis. Hij zat heel erg verveeld met het onstuimige gedrag van zijn broer. Laurent was een brokkenpiloot. Hij moest het net als Filip zonder vader stellen, omdat die zijn tweede gezin veel meer aandacht schonk, maar hij reageerde er helemaal anders op. Wie Laurent zegt, zegt rebel.”

Danneels: “Laurent is verschillende keren weggelopen uit Zevenkerken. Berucht is die keer toen de rijkswacht hem van de autosnelweg plukte, waar hij onder een wegwijzer naar Brussel stond te liften. (lacht) Laurent werd veel meer gepest dan Filip. In zijn schoolbank stond gekrast: ‘België barst.’ En: ‘Fabiola is frigide.’”

Balfoort: “Filip heeft in Zevenkerken ook zijn eerste liefje leren kennen. Barbara Maselis was iets jonger, het was een prachtig kind met lang blond haar, enorm intelligent, de twee voeten op de grond. Barbara was de dochter van een Roeselaarse veevoederfabrikant. Filip durfde haar eerst niet aan te spreken, maar toen hij van school was, hebben ze toch een tijdje een relatie gehad. Iedereen vertelt me dat Barbara met haar capaciteiten een even goede koningin had kunnen worden als Mathilde, maar Fabiola heeft er anders over beslist: Barbara was een burgermeisje en die wilde ze niet in het paleis. Fabiola heeft Albert naar Filip gestuurd om hem te verplichten het uit te maken met Barbara. Absurd, want Albert had met zijn talrijke minnaressen geen recht van spreken. Filip heeft het toch gedaan. Jarenlang heeft hij afgezien, hij is zelfs depressief geweest. Een paar jaar later is Barbara tijdens een feestje, voor de ogen van Filip, een relatie begonnen met Filips beste vriend. Jongeren kunnen genadeloos zijn.”

Filip zag zijn koningschap als een goddelijke opdracht waarvoor alles moet wijken, zelfs de liefde?

Danneels: “Ja, zijn medeleerlingen dachten in het begin dat hij als prins kon doen wat hij wilde, maar al snel werd duidelijk dat hij een zwaar leven leidde. Die leerkracht Nederlands zei dat hij zich al op jonge leeftijd bewust was van de verantwoordelijkheid die op zijn schouders rustte. Die ging steeds zwaarder wegen. Volgens zijn klasgenoten hing er altijd een fond de tristesse over hem.”

Van den Wijngaert: “De fouten die hij als kroonprins voor het oog van de camera gemaakt heeft, hadden bijna altijd met faalangst te maken. Omdat hij zijn opdracht zo serieus nam. Dat plichtsbewustzijn was natuurlijk de stempel van Boudewijn. Die vond Albert met zijn buitenechtelijke verhoudingen ongeschikt en heeft Filip opgeleid tot zijn opvolger.”

Prince in Stanford

Balfoort: “Toen Filip achttien werd, heeft Boudewijn een ‘groep van wijzen’ samengesteld die zich over zijn verdere opleiding moest buigen. Michel Didisheim was erbij.”

Van den Berghe: “Didisheim was de privésecretaris van Albert, en als hij al geen zoon van Leopold III is, dan lijkt hij er verdorie zeer goed op.”

Balfoort: “En voorts waren er nog generaal Gilbert Thibaut de Maisières, luitenant-generaal Albert Blondiau en de toenmalige kabinetschef van Boudewijn, André Molitor. Die hebben besloten dat Filip van alles een beetje zou proeven: een beetje militaire school, een beetje unief, een beetje vlieglessen. Filip had niets in de pap te brokken, Albert evenmin. Die raad der wijzen nam alle beslissingen.”

Danneels: “Dat parcours lag wel grotendeels voor de hand. Prinses Elisabeth zal ook naar de militaire school gaan: je komt er als toekomstig opperbevelhebber van het leger niet onderuit.”

Balfoort: “Het probleem is dat ze Filip meteen naar het tweede jaar hebben gestuurd. Elke andere student moet eerst een zwaar ingangsexamen afleggen, Filip mocht het eerste jaar gewoon overslaan. Dat is om problemen vragen: door een gebrek aan voorkennis waren de wetenschappelijke vakken veel te zwaar. Hij heeft veel vrijstellingen gekregen, omdat hij onvoldoende basis had.”

Danneels: “Blijkbaar is hij aan de militaire school wel gaandeweg opengebloeid; vooral het fysieke aspect lag hem heel goed. Iemand die hem toen goed kende, omschreef hem als een spierbundel. Hij gaf zich helemaal en kreeg geen voorkeursbehandeling: als ze in de Ardennen op oefening gingen, sliep Filip ook gewoon in een tentje.”

Van den Berghe: “Een aantal instructeurs die uit de biecht hebben geklapt, zeggen dat hij toch een beetje is ontzien: ‘We kunnen hem toch niet met gebroken armen en benen naar Boudewijn sturen?’ Maar hij spreekt veel talen en bestuurt helikopters: een uil kan het niet zijn.”

Danneels: “Ik ben een paar keer met Mathilde op Afrika-reis geweest, dan is er veel minder protocol en kun je haar van nabij volgen: dat is een zeer intelligente vrouw. Ik kan me niet voorstellen dat ze zou trouwen met iemand die oerdom is.”

Balfoort: “Filip heeft met een Mirage-straaljager gevlogen: niemand laat de kroonprins plaatsnemen in de cockpit als hij een brokkenpiloot zou zijn.

“Filip heeft aan de militaire school voor het eerst van zich doen spreken. Hij is een koppigaard: als hij iets wil, dan zet hij door. Ook later, toen hij aan Stanford politieke wetenschappen ging studeren. Het was vrijwel onmogelijk dat hij dat diploma zou halen, maar hij heeft het toch geflikt.”

Kwatongen fluisteren dat men hem er een handje heeft toegestoken.

Van den Wijngaert: “In Stanford is een voorkeursbehandeling onmogelijk.”

Danneels: “Filip heeft daar gewoon heel hard geblokt.”

‘Filip werd een marionet, gecreëerd naar het evenbeeld van Boudewijn. Vandaar de verkrampte lichaamstaal.' (Foto: prins Filip, koning Boudewijn en prins Albert)

Van den Berghe: “Mijn collega Theo ten Bensel is Filip gaan opzoeken in Stanford. Hij leefde daar in een bescheiden kamertje in een studentenhuis. Daar zat hij als een monnik te werken, onder een portret van Leopold III, de grootvader die hij nooit heeft ontmoet, maar die hem op een of andere manier toch moet hebben geïnspireerd. Hij klaagde toen dat hij zich had moeten verdiepen in de geschiedenis van de politieke instellingen van het Ottomaanse Rijk. (lacht) Theo heeft daar ook met medestudenten gesproken, en de kroonprins stond daar bekend als Filip from Belgium.”

Balfoort: “‘Prince’ was zijn bijnaam: het waren de begindagen van de carrière van ‘Zijne Purperen Hoogheid’. Filip heeft er ook voor het eerst geld gekregen en moest zelf koken, de was en de plas doen. Dat vond hij geweldig.”

Van den Wijngaert: “Hij heeft er zijn plan leren trekken, hij had zich ontdaan van de wurggreep van het protocol.”

Danneels: “Hij noemde het de gelukkigste periode van zijn leven.”

Balfoort: “Hij reed er wel als enige rond met de auto. Voor het studentenhuis stond een lange rij fietsen en één auto. (lacht)

Nadat prins Filip zijn diploma aan Stanford had behaald, brak de volgende cruciale fase van zijn opleiding tot koning aan. Daarin lag een bijzondere rol weggelegd voor de Antwerpse zakenman Paul Buysse, die intussen de titel van graaf draagt.

Buysse: “Ik heb Filip voor het eerst ontmoet in 1990. Ik was toen voorzitter van de Kamer van Koophandel en moest de prins voorstellen aan de juiste mensen, een gebruikelijke stap in het parcours van een kroonprins. Ik was meteen onder de indruk van zijn werkijver. Nog altijd trouwens: als hij toespraken schrijft, blijft hij schaven tot ze helemaal doorkneed zijn. Hij laat ze nalezen, wint advies in en herschrijft tot alle punten en komma’s op de juiste plaats staan.”

Ook uw advies?

Buysse: “Ach, laat mij er maar buiten. Maar ik ben oprecht onder de indruk van het werk dat de koning verzet.”

Het is me ter ore gekomen dat koning Filip en koningin Mathilde zelf heel nauw betrokken zijn bij de schoolprestaties van hun kinderen. Ze verschijnen plichtsgetrouw op oudercontacten en schoolfeesten.

Van den Wijngaert: “Filip doet er alles aan opdat zijn kinderen niet moeten meemaken wat hij heeft meegemaakt. Ik hoor dat zowel Filip als Mathilde plaats maken in hun agenda om de kinderen naar school te brengen of hen te gaan halen. Dat is nooit eerder gebeurd in de koninklijke familie.”

Buysse: “Ze voeden hun kinderen op een heel menselijke manier op. Er wordt veel tijd gemaakt om te praten.”

Filip heeft het zelf anders geweten.

Van den Berghe: “Hij is onder de stalen vuist van het protocol terechtgekomen, en ik denk dat hij zijn eigen kinderen probeert te ontzien.”

‘Toen Filip aan Stanford ging studeren, werd het onmogelijk geacht dat hij een diploma zou halen, maar hij heeft het toch geflikt.’

Ik citeer even uit zijn speech van enkele weken geleden: ‘Er zijn verschillende vormen van intelligentie, en het onderwijs lijkt gemaakt voor uitsluitend één type. Sommige kinderen zijn pas op latere leeftijd klaar voor die aanpak: ik denk dat dat mijn probleem was.’

Van den Wijngaert: “Ik vind dat heel positief en moedig. Het heeft wellicht ook te maken met zijn jongste zoon Emmanuel, die gelijkaardige problemen heeft en daarom op een speciale school is beland.”

Balfoort: “Filip wil het heel graag heel goed doen. De verjaardagsfeestjes zijn een goed voorbeeld: ze nodigen dan de hele klas uit en trekken naar het speelgoedmuseum of het Magritte Museum, dat dan voor hen is afgehuurd. Het moet ook educatief zijn.”

Hij kan het wél

Wie herinnert zich de krasse uitspraak uit 1991 van hofmaarschalk Herman Liebaers over Filip niet: ‘Hij kan het niet, hè?’ Maar de koning maakt intussen al zes jaar een solide indruk.

Buysse: “Ik vond die uitspraak goedkoop. Ik heb altijd gezegd: Filip wordt een grote koning in een moeilijk koninkrijk.”

Van den Berghe: “Intussen heeft Liebaers inderdaad ongelijk gekregen. Dat is opvallend, na de onnozelheden die Filip vroeger verkondigde: ‘Het is een vrouwtje’ (na de geboorte van prinses Elisabeth, red.). En: ‘In de ruimte is er geen protocol’ (in gesprek met astronaut Dirk Frimout, die hem als Filip mocht aanspreken, red.). Dat waren de faux pas van iemand die niet goed in zijn vel zit. Zoals graaf Buysse ooit zei: ‘In besloten kring is Filip geestig, onderhoudend en intelligent.’ Maar als hij een camera zag, was het alsof je zout op een slak strooit: hij verstijfde.”

Danneels: “Filip is de best voorbereide kroonprins uit de Belgische geschiedenis. Doordat zijn vader en niet hij Boudewijn heeft opgevolgd, heeft hij twintig jaar extra gekregen om zich voor te bereiden, een gezin te stichten, rust en steun te vinden. Steun die hij niet kreeg van de rest van zijn familie.”

Runt koningin Mathilde de backoffice van zijn koningschap?

Danneels: “Ja, maar daarmee wil ik niet zeggen dat Filip onder de sloef ligt: ze vormen een partnerschap. Zij heeft hem het zelfvertrouwen gegeven dat hij voor zijn huwelijk niet had.”

Van den Berghe: “Hij heeft natuurlijk ook een erg goede entourage. Herinner u dat hij tijdens een handelsmissie tegen een journalist zei dat het Vlaams Blok nog met hem te maken zou krijgen. Nu zijn er in zijn entourage blijkbaar een aantal mensen die zeggen: ‘Luister, Sire, het Blok is nu het Belang en ze zijn wat meer salonfähig geworden. U moet die Tom Van Grieken toch eens ontvangen.’ Dat staat wellicht haaks op wat hij zelf denkt, maar hij wordt zeer goed gecoacht.”

“Maar hij is zelf ook gegroeid. Dat zag je toen Philippe Geubels op zijn verjaardag bij hem op audiëntie mocht. Dat maakt deel uit van een campagne om de monarchie populairder te maken. Geubels vroeg hem of hij vaak werkt in de auto: ‘Of ik doe alsof.’ (lacht)”

“We weten nu ook dat hij schildert. Hij heeft zijn werk al laten zien, dat is zelfs verdienstelijk. We weten ook dat hij piano speelt en dat hij zich weleens aan een quatre-mains met Mathilde waagt. Onlangs toonde hij zich in Zuid-Korea als een volleerd taekwondoka, toen hij met de blote hand een plank doormidden sloeg. Vroeger zou ik gezegd hebben: ‘De ene houten plank slaat de andere in twee.’ Maar dat gaat niet meer op: hij wordt veel serieuzer genomen dan vroeger.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234