Zaterdag 18/09/2021

De handige handel in handicaps

'In Roemenië beloven mensensmokkelaars hen een operatie als ze meegaan naar België. Eenmaal hier moeten ze de straat doen en het geld afgeven'

Plots zag je ze op de Brusselse kruispunten verschijnen. Ze hadden geen briefjes met 'Je suis refugié politique de Roumanie', maar een handicap die voor zich sprak. Geld verdienen ze nauwelijks, want de automobilist kijkt meteen de andere kant op. Ayfer Erkul over mensenhandel op zijn smerigst.

De man in de donkerblauwe BMW tokkelt met zijn vingers op het stuur. Donkere zonnebril, maatpak met wit overhemd. Hij blijft strak voor zich uit kijken als iemand aan zijn raam met een kartonnen beker schudt. De bedelaar blijft even staan, hinkt dan verder. Weer niets. De volgende dan maar. Een Citroën, waarvan de chauffeur heel even kijkt, en meteen de blik afwendt. In de Sharan daarachter wijst het kind op de achterbank enthousiast naar de bedelende man, terwijl de moeder druk in het handschoenvakje rommelt. En blijft rommelen tot hij weg is. "Ik kán er gewoon niet naar kijken", zegt een jonge vrouw achter het stuur van een Renault Clio. "Geef nou toe, hij ziet er toch walgelijk uit? Ik heb er zelfs geen medelijden mee."

De bedelaar die al deze walging oproept, moet snel wegduiken. Het licht is op groen gesprongen en de rij auto's komt in beweging. Hij staat hier al enkele uren, aan de lichten van de Jamarlaan, vlakbij de brug van het Brusselse Zuidstation. Ontbloot bovenlijf, met overhemd en jas rond het middel geknoopt. Zo hebben we hem al vaker gezien, elders in de hoofdstad. Als het niet in de Nieuwstraat was, dan aan de Anspachlaan of bedelend in de metro, met een kartonnen drankbeker van Quick.

Bruinverbrand is hij, met ogen die niet schijnen te kunnen focussen en steeds rollen. Maar dat is niet zijn werkinstrument. Het gaat om de enorme bochel op zijn rug en een ruggengraat die vergroeid is tot een platte S-vorm. Dat moet het medelijden opwekken van voorbijgangers en autobestuurders. Hij lijkt bovendien ook een beetje mentaal gehandicapt. Lijkt, want hij moet enkel een beetje nadenken voor hij praat. De antwoorden komen moeizaam, maar zijn verstaanbaar.

Redu Stan is zijn naam en hij werd 24 jaar geleden geboren in Boekarest. "Ik ben al achttien maanden in Brussel", vertelt hij. In die periode kon hij hier en daar wat Frans oppikken. "Mijn ouders zijn dood, ik heb nog twee broers en een zus in Boekarest. Ik kwam naar hier, omdat er in Roemenië bijna geen medische zorgen zijn." Of hij het hier beter heeft? Hij aarzelt even, knikt dan ja. Toch hebben de lange uren vandaag niet veel opgeleverd. Hoewel het een goede dag is om te bedelen, met al die open raampjes waar de beker bijna binnen wordt gestoken. Negeren wordt op die manier moeilijker. Maar Redu houdt de beker ondersteboven. "Rien", zegt hij en hinkt weer naar de file voor het rode verkeerslicht. Hetzelfde scenario - strak voor zich uitkijken, negeren of de blik afwenden - herhaalt zich bij de chauffeurs. Sommigen spreken van net iets te ver gaande emotionele chantage.

De vrouwen met hoofddoek, baby op de arm en plastic bekertje in de hand. Aan hen zijn we al gewend, met hun blik op meelijwekkend en hun kindjes onder de snottebellen. Vaak gaat het om Roemeense zigeunervrouwen in kleurrijke lange rokken aan drukke kruispunten. De besnorde mannen met gele briefjes zien we ook al jaren aan een stuk. 'Je suis refugié de Roumanie et j'ai rien pour manger. J'ai deux enfants', kregen de chauffeurs te lezen. Ze doen niets illegaals. Bedelen is niet verboden, al niet meer sinds de wet op landloperij in 1993 werd afgeschaft.

Tenzij er bendevorming of mensenhandel in het spel is, zo verduidelijkt het parket van Brussel. En dat is vaak het geval bij de laatste categorie van Oost-Europese bedelaars die naar België kwam: de gehandicapten uit Roemenië. De man zonder been, de man met het mismaakte been, de man met de bochel, de andere man met de bochel. Ze hebben nu elk hun eigen plekjes in Brussel. "Met bedelaars houden we ons niet bezig", zegt substituut Eric Van der Sypt, die belast is met georganiseerde mensenhandel op het Brussels parket. "Maar gehandicapte bedelaars, dat is wel even iets anders."

Van der Sypt zegt dat er concrete bewijzen zijn dat een criminele organisatie schuilgaat achter een aantal van deze mismaakte bedelaars. "Het is een van de meest grove vormen van uitbuiting", zucht hij. "Ze komen bijna allemaal uit Roemenië. Ginds beloven mensensmokkelaars hen een operatie als ze meegaan naar België. Maar eenmaal hier moeten ze overdag de straat doen en het geld afgeven. En 's avonds worden ze dan allemaal in een bouwvallig appartement gestockeerd. Toen ze hier pas waren, vielen ze de mensen wel op. Maar na een tijd geraakte iedereen ook aan dat beeld gewend, hoe cru het ook klinkt."

Wie op de Brusselse kleine ring regelmatig van Jacqmain richting Saincteletteplein rijdt, ziet hen vaak staan: de man met één been en de man met het scheefgegroeid been. Ook vandaag hebben ze weer postgevat aan de Citroën-garage. Op het trottoir ligt een halfvolle fles Coca-Cola en een dichtgeknoopte plastic zak met iets dat op brood lijkt. Weer zien we hetzelfde: met de kartonnen beker voor het autoraam genegeerd of vol walging bekeken worden.

Met dit tweetal is het iets moeilijker praten. De man met één been spreekt enkele woorden Engels, maar voor de rest noch Frans of Nederlands. Cipri heet hij, zo schrijft hij moeizaam op. De kruk steunt even tegen zijn zij. Een auto-ongeluk toen hij klein was, gebaart hij naar zijn vlak onder de knie geamputeerd been, dat onder de zwarte, korte broek uitkomt. In Boekarest. De 24-jarige lacht zijn gele tanden bloot. Neen, het doet geen pijn meer.

Hoe hij hier gekomen is? Met zijn vriend, wijst hij naar de man met het scheve been. "Before many months." We gaan naar zijn vriend toe. Diens been ziet er angstwekkend pijnlijk uit, met een knie die uit de kom lijkt gegroeid en uitstulpt aan de zijkant. Ook hij draagt een short. "Nicu", zegt hij met tegenzin op de vraag naar zijn naam. Het gerimpelde gezicht onder de pet staat bitter, de lichtblauwe ogen kijken wantrouwend. "Serbia", klinkt het als we hem vragen waar hij vandaan komt. Waarop Cipri hem stomverbaasd aankijkt. Er volgt een hele discussie in het Roemeens. Dan loopt de man met het scheve been terug naar zijn kruispunt, omdat het ondertussen rood is geworden. "Roemenië", knikt Cipri hem nadrukkelijk na.

Waarom Nicu liegt, weet hij niet. Daarna legt hij in gebarentaal uit hoe zijn vriend aan de handicap komt. Mama, bolle buik, wiegende armen. Blijkbaar werd hij zo geboren, 28 jaar geleden. "Operation? No. Romania no", zegt Cipri, met een hele uitleg in het Roemeens, vermoedelijk waarom een operatie voor zijn vriend niet mogelijk was in Boekarest. Waar ze 's avonds gaan slapen? Nicu, die er weer bij is komen staan, gebaart in de verte. Daar in Anderlecht, bij vrienden. Nicu wordt achterdochtig als we laten merken dat we er mee naartoe willen gaan. Dan wordt hij boos op Cipri en doet teken dat hij moet voortwerken. De kartonnen bekers zijn nog steeds leeg. Cipri heft de schouders verontschuldigend op en loopt zo snel als zijn ene been het hem toelaat, terug naar zijn kruispunt. Nicu weigert verder ieder commentaar. Het is weer rood en hij mankt de auto's langs.

Het parket kwam een tijdje geleden achter de handel in gehandicapte bedelaars. Dat gebeurde bij de ondervraging van een Roemeens meisje, dat geslagen en verkracht was.

Van der Sypt: "Zij heeft nu het statuut van slachtoffer van mensenhandel en wordt hier verder opgevangen. Via haar kwamen we op het spoor van enkele bendeleden die Roemenen naar België smokkelden. We hebben al een aantal personen kunnen aanhouden. Maar het dossier is nog in onderzoek en het kan een tijdje duren voordat er een rechtszaak komt."

De meesten zijn alleen fysiek gehandicapt, maar sommigen hebben ook beperkte verstandelijke vermogens. "En trouwens, als je zo'n boer hebt van het Roemeense platteland, die naar hier gelokt is, mag je ook geen intellectueel gesprek verwachten", verklaart substituut Van der Sypt.

De kans dat de bedelaars iets zullen durven te zeggen tijdens zo'n proces, is heel klein. "Zoals bij veel slachtoffers van mensenhandel zijn ze doodsbang en heel argwanend. Als ze zouden praten, zouden ze het statuut van slachtoffer van mensenhandel kunnen krijgen. Maar degenen die niets zeggen, zullen waarschijnlijk worden teruggestuurd. Tenzij ze asiel kregen, natuurlijk. Maar de meesten zijn ofwel illegaal, ofwel werd hun asielaanvraag afgewezen, ofwel zitten ze nog in de procedure."

Redu Stan staat nog steeds in de buurt van het Zuidstation. De rij auto's is geslonken, het spitsuur lijkt voorbij. Hij gaat in de berm staan en trekt zijn hemd strakker om zijn middel. Zijn bochel is roodbruin verbrand in de zon. Hij graait in zijn achterzak. Twee afschriften van stortingen bij de BBL, telkens van 2.000 frank. Een op naam van Redu Stan, de andere van Angelica Stan. Angelica? "Mijn vrouw", glimlacht Redu trots.

De man blijkt al enkele jaren getrouwd te zijn. Redu diept nog meer documenten op uit zijn zakken. Een bevel om "het grondgebied te verlaten binnen de vijf dagen". Het document dateert van 15 juni 2000. Redu is al een jaar illegaal. In een onhandige brief, die vorig jaar bij het dossier werd gevoegd, smeekt hij de minister van Binnenlandse Zaken hier te mogen blijven omdat hij gehandicapt is. Meer uitleg kunnen ze aan zijn vrouw vragen, staat er. De brief heeft hij niet zelf geschreven. Dat deed 'un ami'.

Het adres op de documenten is een straat in Schaarbeek. Benieuwd waar de gebochelde Roemeen iedere avond gaat slapen en of zijn vrouw ook bedelt voor de kost, kloppen we aan bij het huis waarvan de etalage op de benedenverdieping met kleurige gordijnen is bedekt. Een besnorde man met ontbloot bovenlijf, enorme bierbuik en dikke gouden ringen aan de vingers, komt naar buiten. Of Redu en zijn vrouw hier wonen, vragen we. De man gebaart dat we binnen mogen komen.

Binnen bedekken kleurrijke kleden de bank en tweepersoonsbed in wat zowel de slaapkamer als de woonkamer lijkt. Enkele tapijten moeten het verwaarloosde linoleum verbergen. "Neen, de vrouw van Redu is er niet", zegt de jonge vrouw, met gouden kettingen en grote, gouden oorbellen. In haar mond glinsteren enkele gouden tanden. "Angelica is mijn zuster. Ze werkt nu, in een bar."

In een hoek van de kamer staat een buggy met een klein kind. Dochter Maria is zeven maanden oud. Op de bank langs het bed zit de oude vader van de man met bierbuik. Het zijn Roma-zigeuners en ze zijn al acht maanden in het land. De man met de bierbuik trekt eerst een vuil hemdje aan en toont dan een document van de gemeente Schaarbeek. "Ik mag binnenkort mijn identiteitskaart afhalen", zegt hij trots. Zijn asielaanvraag werd goedgekeurd.

Het ziet er niet uit dat Redu een van de slachtoffers van mensenhandel is. Enkel lid van een Roemeense familie die bedelt voor de kost. De vrouw gaat op stap met de baby en de man met de bekende briefjes. Oorbellen, ringen en kettingen worden dan wel uitgedaan. En de twee gsm's op de kast worden tijdens het bedelen zeker niet gebruikt. Maar waarom moet Redu in zijn toestand bedelen? "Ha!", roept zijn schoonbroer. "Redu kent Brussel beter dan wij allemaal. Hij kan geen ander werk doen. En hij krijgt ook geen OCMW-steun. Op deze manier verdient hij tenminste een beetje geld."

Tegen de avond staat Redu er nog, maar nu iets verder, voorbij de spoorwegbrug aan het Zuidstation. In de andere richting van de laan is een Roemeense vrouw aan het werk. Hoofddoek, lange rok, met de bekende gele strooibriefjes. "Laat hem met rust", gromt de vrouw wanneer we Redu aanspreken. Ze tikt met haar wijsvinger tegen haar slaap. De gebochelde is zot, moeten we begrijpen. Redu lacht verlegen en rolt met de ogen. "En hij drinkt", roept ze, steeds bozer. Wanneer we haar vragen zich niet te bemoeien met ons gesprek, snauwt ze plots iets in de richting van Redu. Die rent onmiddellijk weer de straat op, met de kartonnen beker voor zich uitgestrekt. Einde gesprek. Het spitsuur duurt niet eeuwig.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234