Dinsdag 22/10/2019

De halfgoden van de marsala

De filmindustrie in Bombay is bekend, maar eigenlijk heeft Madras al jaren geleden de leidende positie van Bollywood overgenomen. Momenteel echter loopt het bioscoopbezoek in geheel india terug door de snel opkomende video, kabel- en satelliet-tv. Filmers in zowel Bombay als Madras zoeken antwoorden om het tij te keren. Bijvoorbeeld door een kaskraker van de jaren negentig steeds anders te monteren en elke paar maanden enkele nieuwe scènes toe te voegen.

Bij MGR FilmCity in Madras zijn naast de oprijlaan opnamen bezig. Tegen de achtergrond van een rotstuin, met slecht gedetailleerde Chinese pagode, studeren een acteur en actrice, belicht door filmlampen en schermen met aluminiumfolie, een gracieuze pose in: de vrouw vlijt zich verleidelijk in de armen van de acteur. Nog geen tweehonderd meter verder wordt op de weg, waarlangs kraampjes met plastic sinaasappels en papaja's zijn uitgestald, een vechtscène ingestudeerd. Hoofdrolspeler Sathyaraji - een slungelige man die hier eerder antiheld zou zijn, maar die in de stad op affiches voor wel vijf verschillende films te zien is - bestudeert onder een grote paarse parasol het script. Even later neemt hij deel aan een wel erg getrukeerde vechtscène.

De filmstudio is eveneens een pretpark. Je moet entree betalen en er is een speeltuin, waar je je in de armen van een grote aap kunt laten fotograferen of je loopt de blauw-rode bek van een grote decorhaai binnen. Je komt langs een huttendorp en bij een gerechtsgebouw met rode bakstenen gevels, bevind je je opeens tussen rechters, advocaten en politieagenten. Als je wilt, kun je meteen aanschuiven als figurant op de publieke tribune. Even verderop betaalt een man, met zijn geopende koffertje voor zich op een tafeltje in de open lucht, figuranten geld uit. Het filmbedrijf in Madras is letterlijk een industrie, de ene film na de andere wordt opgenomen en acteurs spelen in meerdere films tegelijk. Filmcriticus Ashok Kumar van kwaliteitskrant The Hindu: "Raman Narayanam, de enige regisseur ter wereld die honderd films heeft gemaakt, heeft meerdere films in 30 tot 36 dagen tijd gemaakt."

Alleen al in Madras zijn zo'n honderd bioscopen, met vaak wel duizend zitplaatsen en in kiosken zijn legio filmbladen te koop. Filmsterren worden in de zuidelijke deelstaten rond Madras beschouwd als halfgoden. Voor N.T. Rama Rao, die in talloze films godenrollen speelde (zoals Rama en Krishna), werd zelfs een tempel gebouwd. Als een film van hem wordt getoond, breken fans kokosnoten voor het doek open (een gebruikelijk offer in hindoetempels). Rao werd tevens premier van de deelstaat Andhra Pradesh, grenzend aan Tamil Nadu, waarvan Madras de hoofdstad is. De positie van de Indiase vrouw weerspiegelt zich in de betaling van filmsterren: een van de bekendste Indiase acteurs, Rajinikant, die in meer dan 150 films meespeelde, verdient per film zo'n 60 miljoen frank; de beste actrice krijgt slechts 3 miljoen frank.

Film heeft in India net zo'n hoge status als in de VS. Reagan is niet de enige acteur-politicus; Tamil Nadu heeft vier premiers uit de filmwereld gehad, waaronder twee filmsterren. In de jaren zestig en zeventig MGR (M.G. Ramachandram), daarna Jayalalitha Jayaram en nu een scenarioschrijver. MGR, die in 1984 overleed, was zo populair dat tijdens een ernstige ziekte 22 mensen zelfmoord pleegden, in de hoop dat hun dood hun held zou redden. Er staan nu nog tientallen standbeelden van hem in Tamil Nadu. Van filmheld transformeerde hij zich tot volksheld en bedeelde armen met gratis eten en kinderen met schooluniformen. Maar hij werd ook als corrupt beschouwd, net als Jayalitha, die in 1991 de weduwe van MGR opvolgde. Jayalitha zou een bruiloft met 200.000 gasten (500 miljoen frank) voor haar pleegzoon hebben georganiseerd. Later werd onderzocht of ze dit van belastinggeld had betaald; ook nu nog lopen rechtszaken tegen haar.

India is het land waar de meeste films ter wereld worden gemaakt, zo'n 700 tot 1.000 per jaar. Ter vergelijking: Hollywood maakt 300 films per jaar. Tussen 1931 en 1997 werden in Madras alleen al zo'n 9.000 films vervaardigd. Volgens Ashok Kumar lag de productie van Hindi-films oorspronkelijk hoger dan die van Tamil-films, maar het afgelopen decennium nam de Tamil-film het over: "Ook het afgelopen jaar nog werden er in Tamil Nadu tien films meer gemaakt dan in Bollywood." Een probleem is dat men in India meer dan veertien verschillende talen spreekt. In Bombay worden films in Hindi opgenomen, in Madras in Tamil en in Telegu, met ieder een veel kleiner taalgebied. Deze films hebben daardoor een veel regionalere functie.

De eerste Indiase geluidsfilm bevatte een groot aantal zang- en dansnummers. Omdat deze formule een doorslaand succes was, vormt dit nog steeds de basis van mainstream films in India. Ze worden in theaters en openluchtbioscopen vertoond; veelal niet meer dan een afgeschermd stuk land. Meestal gaat het om slechte kopieën vol krassen, die met oorverdovende geluidssterkte worden vertoond.

De gemiddelde Indiase film heeft een simpele verhaallijn en duurt algauw drie uur. Het is een zoetgevooisde musical met een happy end, waarbij songs en dansnummers veelal niets te maken hebben met de verhaallijn. Er moet een evenredig gedoseerde mengeling zijn van liefdes- en vechtscènes, van humor, dans (met veel trucages) en zang, ofwel: marsala, zo genoemd naar een kruidenmengsel. Openlijke seks is taboe, maar er is veel sensualiteit, melodrama en clichématige moraal. Een ander genre dat het goed doet is het grote epos met mythische verhalen over hindoegoden. De films moeten betoveren, hebben een hoog escape-gehalte: wegzwijmelen bij volkshelden die rijke boeven met de hand te lijf gaan en vrouwen in sari's, die - toppunt van erotiek - per ongeluk nat worden, waardoor ze iets minder verhullen. Regelmatig ontstaat er opschudding: te veel bloot, seks of een hindoe trouwt een moslimvrouw, zodat de film vanwege dreigende rellen verboden wordt.

Filmcriticus Ashok Kumar: "Vanaf 1931 is het thema van Tamil-films geleidelijk verschoven van historische, religieuze onderwerpen naar sociaal getinte films met tot wel dertig, veertig songs rond de jaren vijftig. Daarna kwamen films met veel dialogen op, gevolgd door actiefilms. Nu zijn er de marsala-films, waarin allerlei elementen samenkomen. De nieuwste ontwikkeling is de terugkeer naar de historische film, zoals Hey Ram van Kamal Hassan."

Volgens Dev Benegal, een westers georiënteerde filmmaker uit Bombay, die in februari op het Rotterdamse filmfestival was, neemt de betekenis van Madras als filmstad af: "Er worden steeds meer films gemaakt in aangrenzende deelstaten, zoals Andhra Pradesh. In Kerala worden al 150 films per jaar geproduceerd. Daar komen nu ook meer art films vandaan." Over het verschil tussen films uit Bombay en Madras: "Er zijn overeenkomsten, zoals de onderwerpen en het hoge amusementsgehalte. Belangrijkste verschil is dat je meer originaliteit en een hoger realiteitsgehalte aantreft in het zuiden. Bollywood kopieert Hollywood en de Zuid-Indiase film; het is zeer oppervlakkig, puur glamour. In Madras nemen ze de moeite oorspronkelijke verhalen te zoeken, kiezen ze vaker sociaal getinte onderwerpen en geven ze personages iets geloofwaardiger karakters, zodat de film wat meer diepte krijgt." Ashok Kumar: "Het steeds weer terugkerende verhaal van Bombay-films gaat over een jongen en een meisje die willen trouwen, een aantal obstakels moeten nemen om vervolgens toch gelukkig te worden. Een film in Madras wordt tot op de minuut gepland. In Bombay werken ze chaotischer en improviseren ze meer in de studio. Het maken van een film duurt er veel langer. Bovendien heeft Bombay een veel grotere markt en dus grotere opbrengsten. Acteurs, regisseurs en componisten uit Madras worden buiten Tamil Nadu minder snel bekend."

Een van de oorzaken van de bloei van de Indiase film was de achterstand in voorzieningen. Dorpen hadden tot voor kort veelal geen stroom; dus geen televisie, dus geen video. De toekomst van de Indiase film wordt bedreigd door de snelle opmars van video, kabel en satelliet. Er staan nu bij hutjes zelfs grote schotelantennes en er zijn zo'n 50.000 kleine en grotere kabelexploitanten, die veelal films vertonen zonder rechten te betalen, wat voor filmmakers een inkomstendaling van 40 procent betekent. Op tv zijn dagelijks zo'n twaalf films te zien (vaak al een dag nadat hij in de bioscoop te zien is). Een deel van de 13.000 Indiase bioscopen verpaupert en van de komst van de kabel zijn op hun beurt videoverhuurbedrijfjes de dupe; de verhuur is met driekwart afgenomen. Ashok Kumar: "Om het tij te keren moeten alle partijen aan tafel gaan zitten en afspraken maken over filmrechten, anders zie ik de toekomst van de filmindustrie in Madras, en geheel India, somber in."

De teloorgang van de Indiase filmindustrie wordt versterkt doordat Amerikaanse films het langzaam aan beter gaan doen. Titanic leverde in de eerste tien maanden in India 12,5 miljoen dollar op, net zoveel als de eigen Indiase kaskrakers. Een origineel antwoord op het tanende bioscoopbezoek werd gevonden met de film Maine Pyarkyul Fell in Love, de kaskraker van de jaren negentig: hij werd in omloop gehouden door hem steeds anders te monteren en elke paar maanden enkele nieuwe scènes toe te voegen.

Art films worden door filmcriticus Anupama Chopra in opinieweekblad India Today getypeerd als: "Ernstige bedoelingen, een statische verhaallijn en ontzettend saai." Over Karavaan, die momenteel op Cinema Novo in Brugge wordt getoond, zegt hij: "Karavaan belooft veel, maar brengt weinig meer dan pretentieuze gedachtekronkels." Vooral in de jaren vijftig en zestig werd dit genre in India gemaakt, evenals sociaal realistische films over kasteverschillen, uitbuiting van tribalen en huwelijken tussen hindoes en moslims. Maar het bleef marginaal.

In het Westen werden de laatste decennia vooral Salaam Bombay! (1987) van Mira Nair en The Bandit Queen (1994) van Shekhar Kapur bekend, evenals momenteel zijn Elizabeth. Westers georiënteerde filmers in zowel Bombay als Madras lijken te zoeken naar nieuwe vormen. Enerzijds zijn er taboe doorbrekende, sociaal-realistische films, zoals Water en Fire van Deepa Mehta uit Bombay, die tot veel beroering leiden vanwege de voor India heikele onderwerpen (de bedroevende positie van weduwen en lesbische relaties). Dev Benegal kwam naar het Rotterdamse filmfestival met Split Wide Open, zijn film over de watermaffia in Bombay en een tv-bekentenisprogramma dat een blik biedt op het andere, hypocriete Bombay. Benegal: "We hebben in India een gigantische filmindustrie. We zijn het enige land waar Hollywoodfilms, op enkele uitzonderingen na, het niet goed doen. Europees-achtige art films kwamen op in de jaren vijftig, maar die stijl, de verhalen, die manier van acteren is tot in het oneindige gekloond. Het leven is intussen sterk veranderd. Ons land is in beweging, ook door de globalisering. Er zou een nieuwe vorm gevonden moeten worden die dat reflecteert. Mijn film zou vier jaar geleden in slechts in één theater zijn uitgebracht, nu brengt 20th Century Fox hem in veertig zalen uit. De films die ik maak zijn mainstream noch art films, maar richten zich op de nieuwe generatie. Ze zijn gebaseerd op de Indiase traditie van verhalen, emoties en melodrama, maar op een moderne manier verfilmd." Ashok Kumar: "Indiase mensen kijken niet naar een film zonder zang, dans, humor en vechten. Films als Split Wide Open krijgen alleen erkenning nadat ze op buitenlandse filmfestivals zijn getoond. Hoewel regisseurs als Dev Benegal nu ook in India bekendheid genieten, blijft de art film zeer marginaal."

Vlak voor de voorstelling verkopen zwarthandelaren voor de bioscoop in Tambaram, een voorstad van Madras, kaartjes tegen woekerprijzen. In de grote zaal speelt een mainstream film. In een kleine pijpenla draait Hey Ram, de nieuwste film van de uit Madras stammende regisseur Kamal Hassan. De ventilatoren hangen sinds de ingebruikname van airconditioning als dode insecten langs de zijmuren. In het donkere gangpad loopt een moeder op en neer om haar baby te sussen. Het geluid staat hard, men loopt in en uit, praat met elkaar en er wordt af en toe geklapt, gefloten en gelachen. Als we na afloop de bioscoop uitlopen, vertelt een Indiase vriendin: "De mensen zijn minder enthousiast dan anders, velen kunnen de mix van Hindi, Engels en Tamil en de niet-lineaire chronologische opbouw niet volgen. Mijn moeder vond het openlijk zoenen maar niks, maar mijn zwager en ik vinden het een goede film."

In Bombay betoogden begin deze maand mensen tegen Hey Ram, omdat Gandhi negatief afgeschilderd zou zijn. Ashok Kumar: "Het is een talk of the town-film, omdat het een gevoelig onderwerp betreft: Gandhi. Veel mensen vinden dat hij goed was, anderen hebben kritiek op zijn geweldloze houding. Hey Ram is briljant gemaakt, er spelen goede acteurs in en hij wordt wereldtijd vertoond."

Met Hey Ram zet Kamal Hassan mogelijk een nieuwe trend, inspelend op de globalisering. Wellicht biedt hij zo een uitweg voor de tanende filmindustrie in India. Hey Ram is veel meer nog dan Split Wide Open geworteld in de marsala-film en borduurt zo voort op de Indiase filmtraditie. Hassan heeft dat knap vervlochten met westerse elementen: een liefdesverhaal tegen de achtergrond van een historisch gegeven (de dood van Gandhi), met vechtscènes, maar ook een Bertolucci-achtige sfeer (The Sheltering Sky) en een knipoog naar Lars von Tier. Dat alles gelardeerd met een mix van Indiase songs en westerse muziek, om een wereldpubliek te behagen.

'Indiase mensen kijken niet naar een film zonder zang, dans, humor en vechten'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234