Dinsdag 29/09/2020

De gulzigheid van acteur Kurt Defrancq

Ik mors altijd. Soms te veel

'Er is een groot verschil tussen wat ik op scène en tv uitvoer, en hoe ik tegenover het leven sta en mijn wereld bedenk.' Acteur Kurt Defrancq had ons vooraf gewaarschuwd: 'Ik ben nogal beschouwend in interviews.' Inspiratie haalt hij graag uit de beschadigde kant van de mens. Dat weekt en woedt in hem. Voor de rest speelt hij graag en veel. Gulzig, morsend. 'Ne moosjcher, zeggen ze zo schoon in het West-Vlaams.'

door Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Het grote publiek kent hem als Eric Bastiaens uit de Vrt-serie Thuis. De acteur toont zich nochtans op vele podia, op de operascène én in de dorpszaal. Zowel met Ladies Night, een Vlaamse theaterversie van The Full Monty, als met eigen geschreven producties (o.a. De Kavijaks, Carmen). Zijn tv-personage zal er volgend jaar niet meer bij zijn, omdat de familie Bastiaens in zijn geheel uit het script geflikkerd is. Defrancq anticipeerde al jaren op een mogelijke exit door consequent eigen werk uit te vinden en uit te voeren. Voor hem was het steevast een zoektocht tussen de twee uitersten: perfectie en onvolmaaktheid.

Kurt Defrancq: "Ik heb bewondering voor mensen die geen fouten maken, maar het is net aan de onvolmaakte kant dat ik mijn werk bedenk. Ik zit ook graag in omgevingen waar alles wordt opengegooid, waar mensen eerlijk en ongegeneerd zichzelf blijven, zoals in dit dorspcafé waar we hebben afgesproken. Café De Overzet in Lissewege, aan het Boudewijnkanaal. Wat is dat ook, volmaaktheid? Ik heb het ooit gevraagd aan een plastisch chirurg. Hij zei: het is zoeken naar de gulden snede, de perfecte verhoudingen. Ik heb toen gezegd: voor mij is het net de kleine beschadiging die iets mooi maakt. (twijfelt) Oei, we zijn al vertrokken. Ik heb het gezegd hé, dat ik in gesprekken nogal beschouwend uit de hoek kan komen."

Geen probleem. Ik denk wel dat het publiek die leef- en denklaag in jou niet vermoedt. Naar de buitenwereld profileer je je soms helemaal anders: als soapacteur, moppentapper op het podium, typetjesman.

"(schudt het hoofd) Laatst ontmoette ik een madam die me alleen kent van tv en me zei dat ik er helemaal anders uitzag dan in het echt. In het echt was dan mijn rol van Eric in Thuis. Die verspreking vond ik fantastisch. Voor haar een lapsus, voor mij een geschenk. Heel surrealistisch, want het verwoordt wat ceci n'est pas une pipe geborsteld heeft. Dat echtheid en fictie inwisselbaar zijn. Ik kan er niet triestig om worden. Ik zit nu zes jaar in Thuis en kwam daarvoor al twintig jaar met mijn kop op de televisie, in alle mogelijke gedaantes. Maar die identificatie met Eric stoort me helemaal niet."

Thuis heeft altijd iets van een parallelle wereld meegedragen. Dat moet ooit bevreemdend zijn geweest.

"Toch niet. Ik heb het moeilijk met collega's die in interviews treuren van: 'ze kijken in mijn winkelkarretje', 'ze verwarren mij met mijn personage'. Ik trek daar in mijn hoofd een dikke streep onder. Voor mij is het simpel: mensen genieten van wat je doet, spreken je daarover aan, maar in wezen verwarren ze je niet. De acteur is niet schizofreen, zijn publiek is dat evenmin. Kijkers bezitten alleen niet altijd de grammatica om je aan te spreken zoals je bent. Ikzelf ga José Van Dam na een optreden ook niet als privépersoon benaderen maar hem aanspreken op zijn rol van zanger en zeggen: uw uitvoering is uit de kunst. Dat heeft toch niets met verwarring te maken?"

Wat motiveert jou om jouw acteerwerk te doen?

"Er is een groot verschil tussen de midlife-Kurt, met zijn dosis beschadiging, en de Kurt van achttien jaar die het podium bestormde. Intussen is er wat saturatie bijgekomen, er zijn dingen gedáán, en dus komen de kantelmomenten. Ik heb ooit gelezen dat je pas oud bent onder het voorwendsel dat je iets niet doet omdat je het al eens gedaan hebt. Dat víél."

Je gebruikte daarnet de term beschadiging. Wat in jou heeft schade geleden?

"Mensen hebben me beschadigd en ik heb wellicht ook mensen beschadigd. Ik kan geen concrete zaken opnoemen, het gaat gewoon over wat je presteert in die tijd tussen je achttiende en je vijfenveertigste. Dat heeft offers en zoenoffers gevraagd, omdat je telkens een stuk van je ziel wegplukt. Wij acteurs kunnen niet zoals de muzikant thuiskomen, de klarinet in de hoek zetten en afstand nemen. De mensen beschouwen ons altijd als de klarinet. De beschadiging is dat je soms ver gaat in het maken van voorstellingen, het zoeken naar passie en mensen die dat met je willen delen. De rivier treedt uit de oevers en schept vruchtbare grond, maar soms veroorzaak je overstromingen."

Zeg je nu: in sommige avonturen begeef ik me niet meer, ik heb genoeg gezien en meegemaakt?

"Mooie vraag. (denkt na) Ik denk dat ik nu nog volop nieuwe verhalen ontdek, maar dat ik niet meer zo zeker ben of ik die ook nog via een kunstvorm wil doorgeven. Ouder worden is zoals het oversteken van een straat. Onderweg, van stoep naar stoep, heb je moeten opletten voor dat drukke verkeer. Soms ben je domweg overgestoken en heb je een accident veroorzaakt, soms was je zelf het accident. Maar eens aan de overkant, en dat is rond deze tijd bij mij, ga je omkijken."

Hoe was de achttienjarige Kurt Defrancq?

"Een jongen uit de provincie die veel vragen had bij de kerktorenmentaliteit waarin hij gedijde. Mijn belangrijkste jeugdjaren waren in Brugge. Maar het stukje verleden van mijn grootouders in hun dorp vol gezelligheid, fanfare en kleine oorlogjes heeft een stempel gedrukt. In dat dorp maar ook later in Brugge vroeg ik me altijd weer af: wat speelt hieronder, wat maken ze mij wijs? Intussen groeide bij de kleine Kurt het grote verlangen om kapitein Zeppos te ontmoeten. Niet wetend dat kapitein Zeppos een mens was, een acteur in een rol. Dat werd ons niet verteld in West-Vlaanderen. Goed, ik besloot uiteindelijk zelf acteur te worden en zo kwam ik in de toneelschool terecht, in een groot bad met een fauna en flora die ik nooit eerder zag of vermoedde."

Verward?

"Ik had wat je nu 'het internetgevoel' zou kunnen noemen. Ik kwam terecht in één grote bibliotheek die tegelijk een vuilnisbak was. De selectie moest ik zelf doorvoeren. Maar waar te zoeken? Alles bestond ineens, niets was onvindbaar. Ook kwam er een scala van gevoelens op mij af, maar ik wou slechts één ding: spelen, spelen, spelen. Ik leerde de echte kapitein Zeppos kennen, Senne Rouffaer. Hij zei dat het niet alleen om spelen ging maar om discipline. Ik dacht dat discipline betekende: als er op de brief staat 'om negen uur', dan moet je er om negen uur zijn. Ik was er dan nog om tien voor negen omdat ik van ver kwam. Nee dus, discipline betekende uitvoeren, heel consequent, en de ballast loslaten."

Jezelf pellen?

"Voilà, maar Senne zei ook: als je te veel pelt, kom je bij de ui en bij de paar resterende uirokken terecht. Oppassen dus met dat pellen. Als we dan bij deze vijfenveertigjarige belanden, na al die jaren, dan stel je vast: er is al verdorie heel veel gepeld. En dus besluit je: rustig worden, want er is niet zoveel meer over."

Maar concreet: beschouw je de dingen eerder of spring je meteen mee in het grote bad?

"Beide. Maar dan zoals een clown doet: ik geef me en ik voel het wel als ik tegen de muur ben aangelopen. Toch ben ik niet degene die zich 'smijt' vanuit een soort losbandigheid die onvermijdelijk tot succes moet leiden. Ik deed het vrij snel op mijn manier, ik gaf me aan mensen, in die moeilijke osmose tussen er naakt staan en aangevoeld worden. En af en toe lukt het ook niet. Je staat er, je hebt je passionele gegeven en het stopt ineens."

Waarom ging dat clowneske in jouw acteerwerk de hoofdtoon voeren?

"Het zat er altijd al natuurlijk. Maar het werd ook gevoed door omstandigheden. Op mijn zesde werd ik opgelegd om een gedichtje voor te dragen in het Gezellemuseum en ik moest dat doen aan de hand van Paul Snoek. Ik kan niet zeggen dat ik toen onder de indruk was van de autoriteit van Snoek. Wist ik veel.

"Wat ik wél fantastisch vond, was dat ik hand in hand met de meester, ineens voor koningin Fabiola stond, daar ook aanwezig, en dat ik Snoek hoorde zeggen: 'Ik vind dat u een lelijk kleed aanhebt, mevrouw.' En dat ik toen als kind noteerde hoe het glas ineens aan alle kanten brak. Ik vond ook dat hij gelijk had: het wás een lelijk kleed. Ik wist iets minder wat de verhouding tussen die mensen was of hoorde te zijn, maar iets gebeurde en dat heeft me op een manier getekend. En dat groeide almaar.

"Op een moment in een flits ervaar je ook: hier zit ik goed, hier word ik een acteur, hier matcht het. Je ervaart dat op momenten van grote ontspanning tijdens optredens. En dat is bij mij stilletjes gegaan, niet plotseling. En niet hamerend op dezelfde nagel. Dat is ook de reden waarom ik zoveel mogelijk zaken opzoek. Op het moment dat ik voel dat ik iets herhaal, ben ik weer weg."

Maar in die tv-rol bleef je wel lang steken.

"Een andere grote uitdaging is in de herhaling blijven zoeken naar originaliteit. Tot het ook daar op raakt, natuurlijk. Je moet als acteur in de breedste vormen kunnen blijven werken. Daarom probeer ik veel wissels in mijn leven te leggen."

Je had ook filosoof kunnen worden, zo te horen.

"Alsof de filosoof het altijd kwijt kan. Elke keuze houdt zijn beperking in, en tevreden zijn met je keuze voert je tot een vorm van geluk. Natuurlijk zou ik ook graag filosoof zijn, ik bedien me gretig van denktendenzen, ik lees het bijeen in boeken, ik vul almaar bij. Maar een geleerde mens ben ik allerminst."

Veeleer modest dan, zoals de naam van een van je bekendste typetjes?

"Modest ontstond op een kruising van wegen. Ik had te lang in het spoor gelopen van de keurig geschreven scenario's. Intussen groeide het verlangen om volop te improviseren. Uiteindelijk is Modest ontloken aan een exploot van mij dat nogal onbegrijpelijk is: een auditie voor Dash, voor die reclamespots 'twee in de plaats van één', weet je nog wel?"

Je hebt ooit audities gedaan voor Dash?!

"Jawel. Ik speelde in die periode bij Vuile Mong en zijn vieze gasten, op het anarchistische podium. Voor Dash willen werken was het andere uiterste, want je tong uitsteken en je tot het kapitalisme bekeren. (lacht) Het was gewoon nieuwsgierigheid, hoor. Ik wou weten hoe men reclame maakte, met welke technieken. Ik had echt niet de ambitie de volgende Jan Theys te worden.

"Het was een vreselijk verhaal, ik ontdekte er de grootst denkbare manipulatie. Ik stond op een ochtend in een supermarkt, met in mijn oor een zendertje waardoor de hele tijd instructies kwamen. Een dame kwam binnen, ze kreeg een waardebon, schafte zich Dash aan en daar stond ik, probeerde dat waspoeder uit haar caddy te pakken en het spel begon. Vrouw zegt 'hé mijn pak Dash', en de film gaat aan het draaien. In je oor wordt dan gezegd: 'Meer naar rechts, naar voren, zeg zus en zo.' Daarna komt het geraffineerde spel van ingefluisterde vragen stellen en herhalen tot de vrouw precies antwoordt wat je eruit wilt krijgen. Wast witter dan wit. Manipulatie van de zuiverste soort. Hoe dan ook, ik heb ingezien dat spelen een grens heeft. Die dus."

Maar wat heeft dat met Modest te maken?

"Hij schonk me de vrijheid. Dat was het tegenovergestelde van oortjes en voorgekauwde of voorgeschreven zinnen. Hij werkte impulsief, zonder gêne, wars van afspraken, hij schoof in de Tour zijn microfoon onder de neus van de grote vedetten. Hij durfde alles. Je moet durven in het leven. Modest zelf ontstond als bij toeval. Ik liep op het juiste moment in de gangen van de vrt toen iemand me aansprak met 'we hebben een idee'. Ik dacht: als ik alle regels nu eens overboord gooi en niet beleefd aanbel, maar bij de mensen naar binnenga. Laat ik dat maar proberen. Nog lang voor Man bijt hond dat deed, zat ik aan de keukentafels van vreemden over intieme zaken te spreken, kwam ik zonder veel moeite in de privévertrekken van de mensen, zat ik in hun kasten te snuffelen."

Nog één vraag over Dash. Ben je uiteindelijk geselecteerd?

"Ik ben op de dag van de ultieme selectie niet bepaald fris op het appèl verschenen. De avond voordien had ik toneel gespeeld, met onder meer Jean-Pierre Van Rossem tussen het publiek. Hij kwam er naar een of andere actrice kijken, naar het schijnt. Soit. Hij zat in de voorstelling de hele tijd luidop commentaar te geven. Zo van: 'Hoe is dat mogelijk!' Je kent zijn stijl. Ik heb altijd een zwak gehad voor anarchisten, mensen die er tegenin gaan, die hun beschadiging blijven tonen.

"Na de voorstelling sprak ik hem aan en zo besloten we een stapje in de wereld te zetten. Ik mee in die knalrode sportauto van hem, meer liggend dan zittend, op de autosnelweg heb ik toen alleen vangrails gezien. Die nacht zijn we zeer grondig uitgegaan. 's Anderdaags moest ik naar 'twee voor de prijs van één'. Niet iedereen apprecieert het dat je de uren daarvoor het beest hebt uitgehangen. Dus werd er gezegd dat ik weliswaar goed uit de selectie kwam, maar niet in een perfecte fysieke conditie verkeerde. (lacht luid) Amerikanen hé. Ik heb gezegd: merci en de kost."

Wat bleef er aan anarchie in jou over, na de periode bij Vuile Mong?

"Vuile Mong, dat was allemaal fantastisch en zo. Baseline was dat je gehonoreerd werd om theater te maken voor de gewone man, maar het was wel de intellectueel die kwam kijken hoe je voor de gewone man theater maakte. Ik heb voorstellingen gespeeld waar de gewone man die geen theatercodes kent een gedrag vertoonde waaraan de culturo's zich ergerden. De gewone man weet bijvoorbeeld niet dat hij moet zwijgen als het zaallicht uitgaat. En dan sist de culturo geïrriteerd: 'shhtt'. Waarop de gewone man reageert: 'Woarom moek zwiegen, a hee nog niets gezeid!' Die logica van die mensen, daar val ik dan gewoon voor.

"Neem Hans hier, de baas van den Overzet. Ik had hier een opname voor Radio 1. De interviewer vraagt op een bepaald moment wat Hans graag doet. 'Ha', zegt die, ''s avonds ne keer na de sterren kieken.' Waarop de reporter: 'En staat u dan buiten, mijnheer?' Hans antwoordt: 'Jok, door het plafond kun je da niet zien hé.' Mooi hé? Logica. Mijn oudste zoon heeft ooit aan tafel gevraagd: 'Jezus is dus op kerstdag geboren?' Ja, zoon. 'En dan is hij gestorven met pasen?' Ja ventje. Zijn conclusie was: 'Waw, hij heeft niet lang geleefd hé, maar hij heeft wel carnaval kunnen vieren.' Yés, denk ik dan. Noteren, meteen. Zo ontstaan sketches, moppen. Dat is zo puur en zo uit het werkelijke leven."

Maar de anarchist in jou, daar hadden we het over.

"Weet je, het vreemde is altijd dat mensen dingen willen verklaren of verklaard zien. Gedragingen, toestanden, beroepskeuzes. Ik heb geen verklaring. Ik stond ooit ergens, liep erlangs, ving op, verwerkte dat of niet. Ik ben geen accurate planner, ik heb geen levensproject in mijn hoofd zitten of een uitgestippelde weg. Dat zal de anarchie zijn, vermoed ik. Ik laat me leiden door een geweldig verhaal dat ik hoorde, een geweldig beeld dat ik zag. Door het gevecht onder mensen. Ik bewonder Jacques Brel en Raymond mateloos, mensen die er altijd op hun eigengereide manier mee weg konden. Ik kan dat niet, mijn drang is gewoon het spelen, het mogen spelen. Die paar centimeter verschil tussen 'ik ga luisteren' en 'ik ga het brengen'.

"Mijn anarchie toont zich natuurlijk ook in hoe ik denk. In de discussie over euthanasie voel ik hoe de anarchist bijvoorbeeld steevast zijn kop opsteekt. Door de vraag die hij stelt: 'Wie is de eigenaar van mijn lichaam?' De Belgische staat zegt: 'Ik ben die eigenaar, ik bepaal hoe jij mag sterven en wanneer, doe je het niet volgens mijn regels, dan krijg je straf.' Ik vind: wet of niet, te allen tijde ben ik eigenaar van mijzelf. Ik ben dan ook een vurig lid van Waardig Sterven. Voor de rest neem ik de dingen aan die op mij afkomen, gulzig. Ik heb het niet voor de anarchist die vandalist is, die dingen kapot maakt. Ik heb het voor Facteur Cheval, en voor Hans hier in dit café. Van je afbijten, doorgaan op eigen parcours, reageren ook, maar de ander altijd laten wie hij is. Hem nooit betuttelen of willen richten. Jezelf blijven, mét respect voor de rest."

En dat vecht niet in jou als je voorgekauwde rollen moet vertolken in tv-soaps?

"Je kunt moeilijk de motivatie correct weergeven, de reden waarom je in een project stapt. Wel belangrijk is: ik heb onwaarschijnlijke inspanningen gedaan, voor mezelf de mooiste scènes en fijnste gevoelens gespeeld, keihard gewerkt op die hometrainer. Nu ik van die hometrainer afstap, is mijn conditie goed. Ik kan volop gaan fietsen buiten. Ik heb de voorbije zes jaar een mooie tijd gehad en ik heb iets makkelijker mijn gezin kunnen onderhouden. Het is een soort job. geweest. En ik heb daar een stuk van mijn ziel ingelegd.

"Ik mors altijd, moet je weten. Ik mors soms te veel. In het West-Vlaams klinkt dat zo mooi: ik ben ne moosjcher, een morser. Maar ken jij een perfecte vertaling voor moosjchen? Nee. Ik ook niet. Mijn vader zei vroeger soms: 'Ge meugt niet met de meiskes moosjchen.' Dat is een andere betekenis, daarover heb ik het niet. Morsen heb ik veel gedaan, ik doe het nog. Maar als je constant denkt van: is dit wel juist, ben ik hier correct bezig, dan amputeer je al je mogelijkheden."

Je ziet morsen dus niet als een verlies.

"Bijlage niet. Het enige waarvoor ik sorry zou zeggen aan de mensen is als ik foute uitspraken gedaan zou hebben of te licht en te snel over dingen gegaan ben. Op je achttiende ben je met snelheid bezig. Bert André zei het ooit mooi: 'Dan ben je een paardje en je wilt uit die weide.' Je gaat in galop, maar ineens ben je op weg naar de vijftig en zeg je: 'Ik krijg dat paard niet meer stil.' Maar anderzijds, wat hebben we aan een schone oude knol?"

Blijven de echte emoties nog komen?

"Ik las ooit dat je in een leven een paar liter tranen laat. Ik heb het gevoel dat ik er nog een beetje te veel heb zitten. De sensibiliteit was als kind al enorm groot. Maar gaandeweg word je daar danig in gekortwiekt, door omstandigheden vernauwt dat emotionele vat. De emoties en de tranen zitten er echter nog. Ze komen er gedeeltelijk uit, in het spelen, maar ook door hier te zitten en het leven een beetje in het oog te houden de hele tijd. Nooit verdwalend in waan. Vandaag open praten, morgen weer de planken op en je rits openzetten."

In welke fase zit je nu?

"Dezelfde van altijd maar iets later. De verwondering blijft, net als de gulzigheid én de drang om het verhaal te mogen vernemen en verder vertellen. Concreet betekent dat: in de Brusselse Marollen urenlang in een café zitten en dan aangesproken worden door een clochard die zegt: 'Ik doe het licht uit in mijn leven, maar nog niet het koord rond mijn nek. En voor de rest kan iedereen mijn kloten kussen.' Mokerslag. Mooie gesprekken, ik hou ervan."

Toch een zoektocht naar het kleine grote verhaal.

"Tsjechov was een huisarts, hij hoorde en kende de kleine verhalen, en zie tot wat voor literatuur het leidde. Ja dus, klein verhaal, maar ik geloof niet in nostalgie. Een nostalgicus wil iets bezitten. Je bezit de andere verhalen niet. Nooit. Je deelt ze eventueel mee. Wat wel in mij vastzit, is de weemoed. Zoals mijn goede vriend Bram (Vermeulen, ML) het ook voelde als hij het over 'de gestolde tijd' had, de tussentijd. Wat hier nu bijvoorbeeld gebeurt, is een gesprek in tussentijd. Straks gaan we uiteen naar ons volgende ding. Ikzelf zit nu in mijn grootste tussentijd ooit. Ik ben aan het overkijken en beschouwen. Over hoe ik heb rondgelopen met het vangnet.

"Dat is toch het leven, ofwel loop je hanig rond en pik je wat je kunt, of je loopt met de blik naar de grond gericht. Ik heb de indruk dat ik met mijn hoofd naar beneden loop, maar intussen met één hand het vlindernetje hoog houd. Ik ben én de grapjas die situationeel neuzelt en met duizend dingen bezig is maar ook die triestigaard met zijn kop in de grond, die 'stommerik' zegt, 'stommerik, stommerik'. Maar dat vlindernetje is altijd in de buurt, gelukkig maar."

Wij acteurs kunnen niet zoals de muzikant thuiskomen, de klarinet in de hoek zetten en afstand nemen. De mensen beschouwen ons altijd als de klarinet

Ik ben geen accurate planner, heb geen levensproject of een uitgestippelde weg in mijn hoofd zitten. Dat zal de anarchie zijn, vermoed ik

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234