Woensdag 28/10/2020

'De gruwelijkste ongelukken lokken het meeste kijkers'

Saskia De Coster over haar tweede roman 'Jeuk'

De Vlaamse literatuur te braaf? Dat is dan buiten Saskia De Coster (1976) gerekend. Na haar debuut Vrije val, waarin ze de lezer alle hoeken van haar niet altijd even zonnige bovenkamer liet zien, verscheen zopas haar grimmige sprookje Jeuk, een boek dat de lezer soms tot braakneigingen toe meesleept. 'Ik wil zo schrijven dat mijn lezers de tekst fysiek voelen. Ten goede of ten kwade.' Door Jeroen de Preter

Saskia de Coster

Jeuk

Bert Bakker/Standaard Uitgeverij, Amsterdam/Antwerpen, 124 p., 15,95 euro.

Het bandje staat vol, ons gesprek is afgelopen. Zwijgend bekijkt Saskia De Coster de vervormingen van haar spiegelbeeld in een koffielepeltje. Ze vindt het prachtig. "Waarom zou een mens nog naar een museum gaan of een boek lezen", zegt ze. Als ze eenmaal op het lepeltje uitgekeken is, vouwt ze het dubbel en gooit het weg in de tas van haar gesprekspartner.

Het zal wel niet de bedoeling geweest zijn, maar De Coster had haar verhouding met de kunst in het algemeen, de literatuur in het bijzonder, niet beter kunnen illustreren. Als haar tweede roman Jeuk al iets met de werkelijkheid te maken heeft, dan hoogstens met de werkelijkheid zoals die gereflecteerd wordt in een koffielepeltje. Het spel van vervorming en vervreemding speelt ze met evenveel plezier als virtuositeit, maar lang zal ze het naar eigen zeggen niet meer spelen. "Op mijn tweeëndertigste houd ik ermee op", voorspelt De Coster. "De meeste schrijvers koesteren zich in het schrijverschap, en kabbelen in die hoedanigheid voort tot hun oude dag, terwijl ze hun thema's eindeloos herkauwen. Zo wil ik niet eindigen. Op mijn tweeëndertigste wil ik alles gezegd hebben wat ik te zeggen heb. Daarna wil ik iets totaal anders gaan doen."

Jeugdige pose? De Coster lijkt echt wel vastberaden, en heeft bijvoorbeeld al een duidelijk plan voor de jaren na het schrijverschap. "Het liefst van al zou ik tegen dan een tevreden burgermens zijn. En tegelijk iets heel unieks: bijvoorbeeld een arbeider die niet malcontent is. Een radertje in een grote machine zijn, daar moet je toch voldoening uit kunnen halen? De uitdaging is groot genoeg. Denk aan de kassiersters. In de regel zijn die de hele dag slechtgehumeurd en zitten ze van 's morgens vroeg tot 's avonds laat op de klok te kijken, over de nieuwe spoilers op de auto van hun vriend te praten en op hun baas te kappen. Alsof dat bij het vak hoort en het leven nu eenmaal geen uitwijkmogelijkheden biedt. In dat opzicht zijn ze vergelijkbaar met uitgebluste schrijvers die zomaar blijven schrijven."

Het blijkt ook uit jouw twee romans: lang hetzelfde doen is niet aan jou besteed. Verteltechnisch, bijvoorbeeld, zijn het twee totaal verschillende boeken. Als Vrije val al een plot had, dan viel er nauwelijks een touw aan vast te knopen. Terwijl de plot van Jeuk op het eerste gezicht duidelijk, bijna kinderlijk eenvoudig is.

"Dat was ook de bedoeling. Tijdens het schrijven van Vrije val heb ik me uitgeleefd in de stijl en de beelden. Maar nu ben ik al oud en kalm, en licht ik elk woord en elke zin door. Misschien ben ik in Vrije val wel een paar keer uitgegleden. Bij het schrijven van Jeuk ben ik heel streng geweest voor mijzelf. Ik wilde het strak houden. Natuurlijk wilde ik nog altijd goeie zinnen schrijven en sterke beelden bedenken, maar deze keer moesten ze samen in functie van een groter geheel staan. Ik denk dat je als lezer nog meer wordt meegezogen in een boek als je de beelden en de taal de ruimte geeft om onderhuids te wemelen, maar ze tegelijkertijd ook vasthaakt aan een meeslepend, spannend verhaal."

Jeuk begint met de beschrijving van een rattenplaag. Je doet dat met zoveel gevoel voor het walgelijke detail dat ik er bijna braakneigingen van kreeg.

"Dank u. Ik ook. Zo moet het zijn, vind ik. Ik wil zo schrijven dat mijn lezers de tekst fysiek voelen. Ten goede of ten kwade. Gruwel heeft ook een mooi gelaat. Iedereen wil een glimp van het gruwelijke zien om er vervolgens snel de blik van af te wenden. De gruwelijkste auto-ongelukken lokken het meeste kijkers. In de kijkfiles die zo ontstaan rijden de mensen elkaar vaak ook nog eens overhoop, trouwens.

"Ik wil dat lezers niet alleen lezen over ervaringen maar zelf ook huiveren van afschuw of trillen van verlangen. Uiteindelijk is dat ook hetgeen wat ik zelf in kunst zoek. Kunst moet me vervoeren, me bijna letterlijk binnenlaten in een werkelijkheid buiten de bestaande werkelijkheid. Als lezer bepaal je altijd zelf hoe ver je meegaat. Als het goed is doet mijn boek hetzelfde wat sommige films met me doen: me tijdelijk in een roes brengen."

Hoort een kunstenaar de mensen ook niet een geweten te schoppen?

"Tja, ik heb zuiders bloed in mijn aders en kan soms heel furieus worden. Maar bij wijze van anger management schrijf ik dan een krantenstuk of een column. Je kunt het ook in literatuur doen, maar dan hoogstens indirect, in de derde laag, verstopt in bijvoorbeeld de verteltechniek. Eendimensionale, directe teksten, pamfletten, zal ik later schrijven, gesteld dat er groot onrecht gebeurt in de fabriek of supermarkt of het restaurant en ik als arbeidster op de barricades ga staan."

De vraag rees omdat er in Jeuk een vrij primaire moraal lijkt te zitten. Het boek draait om de broedertwist tussen troonpretendent prins Carl en de geniale maar afzichtelijke Boris die zijn leven in een donkere kerker moet slijten. De ideale condities om een Dutroux-achtig monster te kweken.

"Een dergelijke moraal heb ik er in elk geval niet ingelegd. Als ik er al een morele waarschuwing in verstopt heb, dan toch eerder aan het adres van mensen als Carl, een week individu dat zich laat meedrijven met de stroom. Carl deinst terug voor alles wat hij niet kent, verontschuldigt zich van te voren voor elke daad die hij stelt, maar begaat toch de grootste stommiteiten. Hij is behept met de angst die zo typisch is voor negenennegentig procent van de bevolking. Ik laat hem daaraan ten onder gaan, omdat ik geloof dat zo'n houding niet goed is voor de volksgezondheid, en bovendien ook veel minder fascinerend is dan die van Boris. Boris heeft immers een uitgekookt plan, dat hij gedisciplineerd en tot het uiterste doordrijft. Hij slaagt erin om mensen tot zelfvernietiging te drijven, zonder wapens te gebruiken. Voor een geniale manipulator als hij is dat het summum."

Boris slaagt erin om de rattenplaag te bestrijden door de dieren zichzelf te laten opvreten. Staan jouw ratten, zoals bij Louis Paul Boon en Albert Camus, symbool voor de plagen die aan de grondvesten van onze samenleving knagen?

"Je kunt die rattenplaag en de manier waarop Boris ze uit de wereld helpt, begrijpen als een maatschappelijke of politieke metafoor. De mens die zichzelf vernietigt, met Boris als de externe macht die de zelfvernietiging op gang brengt. Maar dat soort interpretaties is eigenlijk niet aan mij besteed. Ik heb dit boek niet geschreven om een visie op de mensheid te verkondigen. Wat mij echt interesseert, zijn de patronen die een cultuur onbewust of toevallig vertoont, de gedragingen die in ons bloed en ons lichaam zitten. Het is bijvoorbeeld een feit dat mensen met een kromme neus eruitzien alsof ze constant slechtgehumeurd zijn, of dat blinden er nogal eens spaced-out uitzien en dat planten flauwvallen als ze dorst hebben en dat Siberische tijgers asociaal zijn en dat olifanten dan weer in kuddes rondtrekken. Daar schrijf ik liever over dan het soort literatuur te produceren waarin een slimme schrijver, liefst in navolging van grote voorbeelden, zijn clevere visie op de mens eens zal tentoonspreiden. Het interesseert mij niet om een schrijver te zijn die een samenvatting van de oude mythes en sagen van een of andere oude bal van een professor heeft gelezen en daarvan verslag wil uitbrengen door die samenvatting intertekstueel in zijn boeken te verwerken."

Een beroemd voorbeeld is Hugo Claus, wiens Oostakkerse gedichten naar verluidt wemelen van de verwijzingen naar The Golden Bough, een 'samenvatting' van de oosterse landbouwmythen.

"Juist. Maar dat hij dat gelezen heeft, vind ik als lezer niet relevant. Laat staan dat ik het als lezer relevant vind om die verwijzingen weer uit zijn gedichten te prutsen. Al te vaak legitimeren hooggeleerde referenties een tekst als een literaire tekst. Natuurlijk lezen schrijvers. Maar een schrijver is geen mathematicus die een bepaalde referentie met een uiterste consequentie verrekent in zijn tekst. Als dat wel zo is, levert dat al te brave, slaafse literatuur op."

Het liefst zou je willen dat je boek helemaal nergens naar verwijst?

"Dat kan niet. Referenties zijn er altijd, maar in wezen zijn die bijkomstig. In elk geval als het verwijzingen zijn waar de abonnees op de Winkler Prins iets aan hebben en de anderen niet. Ik vind referenties aan kwalen, littekens en verlangens die iedereen herkent veel boeiender. Schrijven is voor mij een ontdekkingstocht. Onderweg kom je parallellen tegen met bestaande, maar evengoed met onbestaande werelden. Het verhaal van Boris die zijn broer wil vermoorden om zo met diens vrouw te kunnen trouwen, kun je als een verwijzing lezen naar de theorie van de mimetische begeerte van Girard. Maar evengoed kun je het hele verhaal terugbrengen tot een autobiografisch detail. Ooit heb ik een witte rat gekregen als geschenk. Ik wist niet goed wat ik met dat beest moest aanvangen. Uiteindelijk heb ik het in de vuilnisbak gegooid. Een student die in hetzelfde gebouw woonde, hoorde die rat wroeten in de vuilnisbak, waarna alle bewoners begonnen te geloven dat er een plaag was uitgebroken. Wie weet heb ik daarom jaren later de idee van een rattenplaag verwerkt in een boek."

Je boek was nog niet verschenen of je had er al een hoofdstuk uit verfilmd. Was je niet liever een filmmaakster geweest?

"Het mooie aan beelden is dat ze veel directer zijn, veel directer dan woorden. En natuurlijk zou ik graag als een dictator over een filmset lopen. Maar wie een film wil maken, moet met veel meer factoren rekening houden dan iemand die een boek schrijft. Ik heb er, vrees ik, op dit moment de praktische geest niet voor. Woorden hebben trouwens ook veel kracht. Ze kunnen heel lang nazinderen. Mensen, vooral vrouwen, kunnen anderen afgrijselijk kwetsen met woorden en net zo lang een zwakke plek blijven aanraken tot de ander wel een pistool moet grijpen. Of woorden kunnen ook puur verlangen oproepen dat eigenlijk niet eens in daden kan worden omgezet want dan is het al kapot. Alle zinnen die je ooit hebt gehoord blijven overigens hangen in je hoofd. Af en toe komen ze bovendrijven. Je kunt dat zelf wel sturen. Sommige zinnen haal je elke dag boven om ze nog eens te horen, vraag maar aan verliefde mensen.

"Dat neemt allemaal niet weg dat ik de structuren en technieken van de film graag in literatuur gebruik. Zo droom ik ervan om binnenkort een werk te maken waarin woord en beeld zo complementair mogelijk zijn. Waarbij de toeschouwer meespeelt met de beelden en de woorden in zijn oren hoort fluisteren.

"Ik wil niet iets inderdisciplinairs doen omdat dat nu de mode is. In mijn geval heeft het alleen maar met de aard van het beestje te maken. Ik moet, behalve schrijven, ook echt iets kunnen maken. Die afwijking had ik al als kind. Ik trok naar het bos om er huisjes te bouwen met de dingen die ik er vond. Ik weigerde echt speelgoed."

Is literatuur geen keurslijf voor je?

"Toch niet. Achter mijn tekstverwerker voel ik me echt wel een vrij mens. Ik ben blij dat er letters zijn. Ik ben ook niet van plan om de komende jaren van alles en nog wat te proberen en telkens halfslachtige producten af te leveren. Ik wil het schrijversmetier echt wel tot in de finesses beheersen."

Je bent nog maar net begonnen en je kondigt je afscheid al aan. Waarom jezelf de kans niet geven om je talent verder te ontplooien?

"Precies daarom heb ik die deadline bepaald. Schrijvers die zich voornemen om tot aan hun laatste adem voort te doen, gunnen zich alle tijd. Zo kan ik niet werken. Ik moet een duidelijk plan hebben. Zo'n deadline pusht me, geeft me de energie die ik nodig heb om niet zomaar wat aan te modderen. Ik vind het te gemakkelijk om mezelf alle tijd geven. Door mezelf zo'n beperkte tijd te geven, verplicht ik mezelf om de grenzen van mijn kunnen af te tasten."

Jeroen de Preter

'Pamfletten zal ik later schrijven, als er groot onrecht gebeurt in de fabriek of supermarkt of het restaurant en ik als arbeidster op de barricades ga staan''Al te vaak legitimeren hooggeleerde referenties een tekst als een literaire tekst. Ik vind referenties aan kwalen, littekens en verlangens die iedereen herkent veel boeiender'

'Mensen, vooral vrouwen, kunnen anderen afgrijselijk kwetsen met woorden en net zo lang een zwakke plek blijven aanraken tot de ander wel een pistool moet grijpen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234