Woensdag 25/11/2020

De groupie en de antichrist

Emma Tennant verliest zich in de mythe van Ted Hughes

Mannelijke dichters hebben groupies. Poëten hebben iets waar vrouwen graag voor vallen: misschien staan zelfs dronken billenknijpers dichter bij God en hebben ze de eeuwigheid in handen, of misschien leven ze meer dan anderen op het scherp van de snee, spelen ze met de dood, zuipen ze zichzelf kapot en moeten ze dus voortdurend worden gered. De Dylan Thomas in elke dichter vindt altijd wel een nieuwe Florence Nightingale, als het voor de vorige allemaal te veel wordt. Of misschien willen die vrouwen wel de Beatrice van de nieuwe Dante zijn, de ene vrouw die alle andere doet vergeten, de muze die volgens de overlevering (en volgens Robert Graves en Ted Hughes) altijd vrouwelijk is.

Natuurlijk lijken poëtische groupies niet echt op hun zusters uit de popwereld. Ze zijn meestal ouder en wijzer en ze moeten tenminste niet eerst met een of meerdere roadies of managers naar bed. Er is ook geen reden om samen met honderden andere groupies ergens uren in de regen en de kou te staan wachten: poëtische groupies schrijven zich in voor schrijfcursussen of schuimen lezingen en boekvernissages af. Maar dichters zijn geen goede minnaars, of niet trouw genoeg, of te veel in trek bij altijd nieuwe dames, dus een en ander duurt meestal niet lang. Dan blijft alleen de herinnering over en de illusie dat misschien dat ene gedicht toch wel een beetje over jou gaat.

Soms, maar heel zelden, schrijft een literaire groupie er dan later een boekje over. En aldus deed Emma Tennant. Ze deed het eerst min of meer stiekem met Ted Hughes en toen de man een dik jaar geleden aan kanker overleed, was hij amper koud of er stond een lang stuk van Tennant in de zondagskrant. Zij moet wel de raarste literaire groupie zijn. Ze is zelf schrijfster, en hoort dus uit ervaring te weten hoe moeilijk het is om een relatie te hebben met een monomaan (die in het geval van Hughes ook nog eens een mythomaan is). Maar dat is lang niet alles: zij is een feministe, en feminisme is niet bepaald iets waarvan men Hughes kan beschuldigen. Hughes is op het ogenblik van hun relatie gelukkig getrouwd en zusters blijven van elkaars man af (we hebben het hier over de jaren zeventig).

Maar Ted Hughes is niet zomaar een gewone dichter met een broek vol goesting: hij is de oorspronkelijke feministische antichrist, zijn gedichten gaan allemaal over het mannetjesdier dat steeds nieuwe prooien nodig heeft: dat is nu eenmaal zijn natuur, mevrouw. Het belangrijkste is natuurlijk dat volgens de orthodoxe feministische interpretatie Hughes niet alleen de moordenaar van Sylvia Plath is maar ook nog van zijn tweede vrouw. Tennant is zich maar al te zeer bewust van de onmogelijkheid van haar fascinatie voor een man die maar liefst twee van zijn echtgenoten tot zelfmoord bracht. Maar het is juist dit gevaar dat haar lijkt te interesseren. Hughes is het roofdier, zij de prooi die zich eerst komt aanbieden en dan blij is als zij uit een hele selectie vlees wordt uitgekozen. Hughes maakt de regels, zij wacht af tot hij weer eens iets van zich laat horen.

Natuurlijk is dit in onze patriarchale maatschappij nu eenmaal de norm bij buitenechtelijke relaties. Papa wil wel buiten de pot pissen maar alleen als hij er zin in heeft, én hij wil op tijd eten en schoon ondergoed en vooral, hij wil geen krakeel, zoals de zus van Hughes het zo mooi noemt. Voor Tennant is het allemaal goed, als een vlieg zit ze gevangen in het web van Hughes, ze is niet meer dan een van de poppetjes die naar de pijpen van de dichter dansen. Op zich is daar niets tegen, maar ze blijft hameren op het feit dat ze met de vijand slaapt en daar dan onmiddellijk spijt van heeft, en komt na een telefoontje of een kattebelletje toch weer braaf aangelopen. Die tweestrijd zou op zich een leuk thema zijn (ze noemt het zelf het Blauwbaardmotief), maar het ligt er allemaal te dik op en het is niet omdat je er een naam voor hebt gevonden dat het minder pathetisch wordt. Naar het einde toe lijkt het boek even interessant te worden als de afstand tussen schrijfster en dichter groter wordt, maar dan blijkt Tennant kanker te hebben en laat Hughes haar vallen om ironisch genoeg twintig jaar later zelf aan kanker te sterven.

Het ergste aan dit boek is dat Tennant totaal in de mythe van Hughes opgaat, ze neemt zelfs volledig zijn beeldtaal over. Zijn gezicht is als dat van de beelden op het Paaseiland, nee, als dat van de presidenten op Mount Rushmore. Hij is geen mens maar gebalde natuurenergie: een leeuw, een vos, een tijger. Als hij ergens binnenkomt, stokken de gesprekken, vrouwen houden op met spreken, vallen smachtend voor zijn voeten neer. Hij kan waanzinnigen tot inkeer brengen, de toekomst lezen, in het diepst van iemands ziel kijken. Ted Hughes is net als Yeats een groot dichter omdat hij de elementen van een vrij onnozele filosofie op een gebalde manier in krachtige poëtische taal kan omzetten. Gebruik die woorden en filosofie in proza en je krijgt meteen de grootste nonsens.

Als Tennant tegen het einde aan Hughes op een afstand begint te bekijken, schemert er even een ander boek door, maar dan beschrijft ze uiterst summier haar strijd met kanker en nog voor Hughes goed en wel koud is, krijgen we nog een droom zo vol beelden uit de poëzie van Hughes dat zijn erfgenamen Tennant kunnen aanklagen wegens schending van auteursrechten. Als laatste nagel aan de doodskist komt de ouwe vos haar na zijn dood bezoeken, bij het tuinhek en toch wel in de vorm van een oude vos zeker? Dit boek vertelt even weinig over Hughes als over Tennant zelf: het is net alsof ze allebei een karikatuur van zichzelf op het toneel hebben gezet. En Hughes heeft dan nog het excuus dat hij met dit hele ding niets te maken heeft.

Het boek gaat volgens de ondertitel ook over Sylvia Plath en de vrouwen die na haar kwamen en ook daar klopt niets van. We ontmoeten even de echtgenote en later de opvolgster van Tennant en er wordt flink wat bij elkaar gefantaseerd over Sylvia Plath, maar Tennant weet evenveel over de Amerikaanse dichteres als alle lezeressen van haar werk die niet met de echtgenoot naar bed zijn geweest. Als u dus iets wilt weten over Hughes en Plath, lees dan de gedichten van Plath en de Birthday Letters van Hughes (in die volgorde). En als u toch nog behoefte zou hebben aan informatie over Emma Tennant, lees dan haar autobiografie Girlitude.

Dit boek vertelt even weinig over Hughes als over Tennant zelf: het is alsof ze allebei een karikatuur van zichzelf op het toneel hebben gezet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234