Woensdag 19/06/2019

De grote zwendel in feiten

De feiten spreken voor zich. In het dossier-Dutroux is onderzoeksrechter Jacques Langlois buiten zijn boekje gegaan. Toch is het procureur Michel Bourlet die zich genoodzaakt ziet het dossier - ten minste voorlopig - naast zich neer te leggen. De feiten zijn juist, de perceptie is anders, bericht Douglas De Coninck.

Vier tv-uitzendingen en een boek heeft het RTBF-programma Au Nom de la Loi de afgelopen vijf jaar gewijd aan Michel Nihoul. De eerste uitzending, op 17 september 1997, eindigde met een close-up van de Audi 80 die Nihoul in augustus 1996 ter herstelling had toevertrouwd aan Dutroux' kompaan Michel Lelièvre. Ziedaar, aldus de RTBF, het bewijs: de telefonische contacten tussen Dutroux en Nihoul handelden over die auto, niet over kinderen.

Een tweede uitzending, op 3 juni 1998, ging gepaard met de publicatie van een boek van een van de medewerkers van Au Nom de la Loi, die 's ochtends toelichting gaf op een persconferentie: "Het pedofilienetwerk bestaat niet. Michel Nihoul is onschuldig." Voor wie het nog niet begrepen had, volgde op 22 maart 2000 een derde uitzending van Au Nom de la Loi: "Aan de hand van documenten en getuigenissen tonen wij aan dat Nihoul niet betrokken kan zijn geweest bij de ontvoering van Laetitia." Voor wie het toen nóg niet begrepen had, volgde op 2 oktober een vierde uitzending over en met Nihoul. Nooit eerder kon een verdachte in een strafzaak op een zo overtuigde aanhang rekenen als Nihoul met Au Nom de la Loi.

Al in september 1997 fluisterden journalisten elkaar toe dat de feitelijke regisseur van Au Nom de la Loi niemand minder was dan onderzoeksrechter Jacques Langlois. De RTBF-journalisten pronkten wat graag met de mededeling dat de onderzoeksrechter hemzelve hen in de ochtend van 18 september 1997 had gebeld: "C'était formidable."

Sinds vorige week weten we dat programmamaker Gerard Rogge vijf dagen voor de uitzending met twee collega's deelnam aan een vergadering met Langlois. Dat gerucht deed eind '97 al de ronde, maar werd door weinigen geloofd. De strafwet stelt heel expliciet dat een onderzoeksrechter onder geen beding mag praten met journalisten. En zéker niet in het dossier-Dutroux, waarbij het Hof van Cassatie met het spaghettiarrest de lijnen rigoureus had afgebakend.

Ja, ook al had onderzoeksrechter Connerotte betaald voor zijn spaghetti, en ook al had hij met enige gêne geweigerd de bloemen van Sabine en Laetitia in ontvangst te nemen en ook al had hij de hem geschonken vulpen in een bruine envelop gestopt en afgeleverd op de griffie; daar draaide het in het Cassatie-arrest P961267F niet om: "Overwegende dat de onpartijdigheid van de onderzoeksrechter dwingend vereist dat hij volledig onafhankelijk staat tegenover de partijen, zodat hij niet de schijn van partijdigheid kan wekken bij het onderzoek van de feiten à charge of à decharge. De onderzoeksrechter houdt nooit op een rechter te zijn die geen schijn van partijdigheid mag wekken bij de partijen of bij de publieke opinie. Geen enkele omstandigheid, hoe uitzonderlijk ook, ontslaat hem van die verplichting.'

Let op de woorden 'publieke' en 'opinie'.

In tegenstelling tot de Belgische, is de ruimte die buitenlandse media kunnen besteden aan de zaak-Dutroux beperkt. Het Nederlandse Algemeen Dagblad vatte de zaken woensdag zo samen: "Kern van de zaak is dat Langlois al snel na zijn aantreden in contacten met enkele Franstalige media de Brusselse zakenman Michel Nihoul zou hebben vrijgepleit." Het Parool titelde bondig: 'Objectiviteit van rechter in zaak-Dutroux ter discussie.'

Een radiojournaliste van de BBC die het gisteren allemaal in dertig seconden uitgelegd moest zien te krijgen, wou vooraf aan de telefoon eerst nog even alles overlopen. Volgens de Britse rechtspraak is het net zo ondenkbaar dat een rechter gaat vergaderen met journalisten, laat staan met journalisten die samen met de advocaat van één van de verdachten het plan hebben opgevat om hem in een mega-uitzending op een nationale tv-zender vrij te pleiten. "So, the point is. Connerotte, the first judge, was sacked because of this spaghetti-thing. The new judge, Langlois, is sacked today because he broke the law by talking to journalists."

No.

"Did I miss something?"

Langlois isn't sacked.

"Why not?"

Hoewel de brief van Bourlet voor zich spreekt, niemand zijn weergave van de feiten contesteert en Gérard Rogge (RTBF) zelf in een tv-interview toegaf dat Langlois "aanvaardde om ons te ontmoeten", draaide het gros van de Belgische media de zaken radicaal om. Was die nota wel echt? Dient dit incident niet eerder te worden gepast in de strijd tussen believers en disbelievers? Waarom duikt de brief van Bourlet nu pas op? (Antwoord: omdat Journal du Mardi er pas twee weken geleden de hand op kon leggen.)

De pathetiek van een aantal media heeft de huidige advocaat van Nihoul, Frédérique Clément de Cléty, inmiddels voldoende zelfvertrouwen gegeven om bij het Luikse parket-generaal een klacht in te dienen tegen... Bourlet. Hem wordt "informatievergiftiging" verweten, met als overmijdelijke gevolg dat de procureur (minstens tijdelijk) moet terugtreden. De actie kon slecht lukken doordat Nihoul zich gesteund voelde door een groot aantal journalisten, dat genereus aanbood om "tegen Bourlet te getuigen". Is dat de taak van de pers? Een aantal media hebben zich in deze zaak een heel bijzondere rol aangemeten, met heel bijzondere methoden ook. Een overzicht.

La Capitale, 20 november:

"De krant (De Morgen) preciseert dat de vergadering plaatsvond 'in de kelder van het justitiepaleis'. Met bivakmutsen en kaarsen?"

La Libre Belgique, 20 november:

"Het ging om een tussenverdiep."

Gérard Rogge (RTBf), in Terzake, 19 november:

"Langlois heeft ons ontvangen in de vergaderzaal, en niet in mysterieuze kelders."

De realiteit:

Procureur Bourlet schreef in zijn brief op 12 januari 2000 over de bewuste vergadering met de mensen van Au Nom de la Loi: '... in de ondergrondse ruimte ('au sous-sol') van het justitiepaleis'.

Krantenkop in La Capitale, 20 november:

"Michel Bourlet: une fausse note?"

De realiteit:

'Note' kan in het Frans net zo goed noot ("een valse noot") betekenen als nota ("een valse nota").

De Morgen meldt op 16 november dat Langlois zijn benoeming als magistraat dankt aan oud-minister Joseph Michel (PSC), die hem voorheen trachtte te lanceren in de lokale politiek. In 1978 is Nihoul tegen alle regels in uit de gevangenis gehaald na een interventie van Michel. De Morgen publiceert de bewijzen.

La Libre Belgique, 20 november:

"De Morgen schreef dat mijnheer Langlois een 'creatuur' zou zijn van oud-minister van Binnenlandse Zaken Joseph Michel (PSC, thans CdH). Deze minister zou hebben geprobeerd de vrijlating van Michel Nihoul te vergemakkelijken in... 1978."

De Standaard, volgende dag:

"Zaterdag schreef De Morgen dat oud-minister van Binnenlandse Zaken Joseph Michel..."

De realiteit:

Michel wordt vooral herinnerd als minister van Binnenlandse Zaken (regeringen Tindemans I en Martens VII). Bij een minister van Binnenlandse Zaken die zich het lot van een gedetineerde aantrekt, kun je je ook iets voorstellen. In 1978 was Michel minister van Nationale Opvoeding.

Dat hij "zou hebben geprobeerd" om Nihoul uit de cel te krijgen, is een understatement. Na een eerste brief krijgt Michel nul op het rekest. De bevoegde ambtenaar bij justitie laat weten dat het in deze niet past om "gunsten uit te delen". Michel zet door. Hij schrijft een tweede aanbevelingsbrief, deze keer aan de dienst 'graties'. Even later mag Nihoul de gevangenis verlaten.

La Capitale, 19 november

"Joseph Michel vroeg in zijn verzoek (bij Justitie) 'het gevolg te geven dat u het verstandigst lijkt'. Waar is de protectie?"

De realiteit:

De brief van Michel ging verder: "... Ik meen te weten dat mijnheer Nihoul in deze situatie terecht kwam door een opeenvolging van jammerlijke omstandigheden, ten gevolge van de lichtzinnigheid van zijn echtgenote, en dat hij geenszins de mentaliteit heeft van een vervalser."

Het strafblad van Nihoul vermeldt in 1978 vier veroordelingen: op 22 november 1968 door het hof van beroep te Luik ('bankroet'), op 12 maart 1975 door de correctionele rechtbank in Hasselt ('uitgifte ongedekte check'), op 28 april 1976 door het hof van beroep te Antwerpen ('uitgifte ongedekte checks') en op 8 december 1976 door het hof van beroep te Brussel ('frauduleus bankroet, misbruik van vertrouwen, oplichting...')

De Financieel-Economische Tijd, 20 november:

"De informatie was al jarenlang beschikbaar en werd ook al gepubliceerd. De aanbevelingsbrieven van Joseph Michel om Nihoul in 1978 penenitentiair verlof te verlenen, waren bijvoorbeeld al opgedoken."

De realiteit:

De brieven waren tot twee weken geleden nog nergens opgedoken. Al meer dan een week lang laten de hoofdredactie van de FET en de betrokken journalist onze mails, vijf in totaal, met een verzoek om uitleg onbeantwoord.

Michel Nihoul, in Het Laatste Nieuws, 25 november:

"Het klopt dat toenmalig minister Michel tussenbeide gekomen is. Om mijn straf te mogen uitzitten na de dood van mijn vader, die toen ziek was (...). De brief in De Morgen klopt van geen kanten."

Michel Nihoul in Le Soir, 18 november:

"Mijn vader was toen stervende, hij had keelkanker."

De CdH, in een schriftelijke reactie, 27 november:

"In casu ging het over een brief die werd geschreven naar aanleiding van een tussenkomst van een dominicaanse pater bij de minister opdat een gevangene, M. Nihoul, die destijds was veroordeeld, niet wegens zedenfeiten maar wel wegens financiële misdrijven, twee dagen verlof zou kunnen krijgen om zijn stervende vader te bezoeken."

De realiteit:

Jacques Nihoul is op 29 januari 1978 op 71-jarige leeftijd overleden te Middelkerke. Zoon Nihoul begint aan zijn celstraf op 16 maart 1978. De brieven van Michel dateren van 14 april en 27 mei 1978. Jacques Nihoul vertoeft dan al vier maanden op het kerkhof.

Zelfs wie principieel weigert geloof te hechten aan de gegevens van het rijksregister had al zoiets kunnen vermoeden. In de brief waarin Nihoul op 5 april 1978 om zijn vrijlating smeekt, wordt met geen woord gerept over een zieke vader of "twee dagen verlof". De brief eindigt met: "Het is om deze redenen dat ik u durf vragen om een voorwaardelijke vrijlating, zo snel als mogelijk."

Op 23 november publiceert De Morgen een kopie van een brief waaruit blijkt dat de door Marc Dutroux als "de ware ontvoerder" van Julie en Mélissa aangewezen Michel F. door CdH-voorzitster Joëlle Milquet werd uitgenodigd op een partijforum over kinderrechten, op 1 april 2000 in Houffalize.

Alain Raviard, woordvoerder CdH in Het Laatste Nieuws, 25 november:

"Er zijn sterke aanwijzingen dat de brief vals is. We overwegen een klacht in te dienen. In de hoop dat de mogelijke vervalser ontmaskerd wordt. Zo'n brief werd door de toenmalige PSC nóóit verstuurd. Daar zijn we zeker van. Georges Frisque bezorgde die brief aan De Morgen (...). Alles wijst erop dat de krant in zijn val is gelopen."

De realiteit:

De enige klacht die tot op heden werd ingediend, kwam van Frisque en was gericht tegen Alain Raviard en José Masschelin van Het Laatste Nieuws. Frisque was effectief de man die ons de brief bezorgde, iets waar in het artikel geen geheim van werd gemaakt. Frisque hoopt met zijn klacht te bereiken dat justitie de brief op zijn authenticiteit onderzoekt. Maar dat hoeft al niet meer.

Was u aanwezig op dat PSC-forum in Houffalize?

Michel F.: "Bien sûr! Mag ik al niet meer naar een vergadering gaan?"

En Frisque was daar ook?

"Sterker, hij is geen seconde van mijn zijde geweken. Doordat hij de hele tijd met mij wou praten heb ik haast alle debatten gemist. Hij heeft mijn vertrouwen misbruikt! Ik ontmoette hem twee dagen eerder, toen hij 'toevallig' op bezoek was bij een vriendin van me. Ja, op dat moment wist ik niet hij een vijand was."

Heeft Frisque die brief vervalst?

"Ah non, non! Ik heb hem die laten zien, daar in Houffalize. Ik heb die brief daarna niet meer gezien."

Alain Raviard, in Het Laatste Nieuws, 25 november:

"De plaats van het adres op de brief is verdacht, en met de handtekening van Joëlle Milquet klopt iets niet. De handtekening op de brief is de handtekening die in maart 2002 gescand werd. Dat ze ons eens uitleggen hoe dié al in 2000 op een brief kon staan..."

Le Soir, 25 november:

"Het zou gaan om een vervalsing." De realiteit:

Donderdag ontving De Morgen een schriftelijke reactie van het cdH. Daarin staat nu: "De brief is een rondzendbrief (...), gericht aan een zekere Michel F., die hem net zoals verscheidene honderden mensen en verenigingen op een van de vele door de PSC destijds georganiseerde fora uitnodigt. Dit forum ging over de problematiek van de rechten van het kind. De auteur van de brief wist niet dat die persoon door Dutroux ervan wordt beschuldigd betrokken te zijn bij de ontvoering van Julie en Mélissa. (...).'

Het was dus toch geen vervalsing?

Alain Raviard: "Ik wens alleen off the record te spreken."

Maar u bent de woordvoerder van het cdH?

"Ja, maar ik wil niet dat u noteert wat ik hierover zeg."

We maakten toch een paar notities. Op het partijhoofdkwartier van het cdH trof men deze week wel degelijk de naam van F. aan in de adressenbestanden. De theorie over het "scannen" en "de plaats van de datum" berust bij nader inzien op "een fout vermoeden". De brief is echt.

José Masschelin laat weten "voorlopig geen commentaar" kwijt te willen. "We wachten op de resultaten van een mogelijk gerechtelijk onderzoek."

Gazet van Antwerpen, 28 november:

"Joseph Michel (zou) in 1978 een brief naar een collega-minister hebben gestuurd met het verzoek om Michel Nihoul, die drie maanden cel had gekregen..."

De realiteit:

Nihoul kreeg geen drie maanden cel, maar een jaar, waarvan vier maanden met uitstel.

Het Laatste Nieuws, 25 november:

"Nihoul vermoedt dat dezelfde Frisque ook de brief fabriceerde waarin staat dat ex-PSC-minister Michel in 1978 zijn vervroegde invrijheidsstelling bepleitte."

De realiteit:

De brieven omtrent de rol van Michel werden De Morgen niet aangereikt door Frisque. Behalve Nihoul contesteert niemand de authenticiteit ervan. Ook het cdH niet, in de schriftelijke reactie van afgelopen donderdag: 'Het ging om een typebrief van sociaal dienstbetoon, op vraag van een burger, wonende in het ambtsgebied van de minister.'

Nihoul woonde in 1974 in Oostende en vanaf 1976 in Brussel. Het kiesarrondissement van Joseph Michel was Virton.

Raviard: "Geen commentaar."

Clément de Cléty, gisteren:

"Procureur Bourlet heeft de pers vergiftigd met thesissen over netwerken en beschermingen, tot het Koninklijk Paleis toe."

Gazet van Antwerpen, 28 november:

"Bourlet wilde zijn gelijk, koste wat het kost. Hij omringde zich met journalisten die hij wilde overtuigen."

De realiteit:

Het gemiddelde telefoongesprek tussen Bourlet en een journalist duurt dertig seconden, en eindigt steevast met: "Ik heb het nu heel erg druk." Dat komt omdat de Luikse procureur-generaal een heel onderzoeksteam belastte met een 'lekkenonderzoek', waarvan werd aangenomen dat het zou aantonen dat Bourlet regelmatig contact heeft met journalisten van onder meer De Morgen. De telefoonlijn van Bourlet werd retroactief nagetrokken. Resultaat: niets.

Knack, deze week:

"Toch is het niet erg duidelijk waaruit moet blijken dat Knack in samenspraak met Langlois een artikel zou hebben gebrouwen om de wormstekige Nihoul uit de wind te zetten (...). Dat de insinuatie aan het adres van Knack werd gelanceerd door een journalist die ooit heeft beweerd ergens in de Oostzee een nazi-eiland te hebben ontdekt, doet niets af aan de ernst van de beschuldiging."

De realiteit:

Op 17 februari 1992 verscheen in De Morgen een reportage over onrust in het Duitse kuststadje Kröslin, nadat bekendraakte dat een Belgische zakengroep er een bod had uitgebracht op het eiland Greifswalder Oie. Ze wou er een "luxekerkhof" bouwen. Al snel bleek dat de cliëntèle vooral moest bestaan uit naar Zuid-Amerika uitgeweken gevluchte nazi's met als laatste levenswens "op Duitse bodem" te worden begraven. Een van de investeerders was wapenhandelaar Leon Ivens, in wiens schietstand Carl De Schutter twee jaar later de moord op veearts Karel Van Noppen zou voorbereiden. Ivens spande een proces in tegen De Morgen en zag zijn claim zowel in eerste aanleg als hoger beroep afgewezen.

De Morgen insinueert omtrent het stand komen van artikelen in Knack niets. Nadat het weekblad op 4 oktober een kopie van een "project van artikel" voorlegt aan enkele speurders, wordt het naar Langlois gefaxt. De nota die rijkswachtmajoor Marcel Guissard daarover later opstelt voor Langlois, spreekt voor zich: 'Ik heb u op 5 oktober 1997 gecontacteerd om u op de hoogte te brengen van een project van artikel van M. De Moor (Knack, ddc) Bij die gelegenheid hebt u mij gevraagd tegenover de journalist te preciseren dat tot de graafwerken in Jumet werd beslist, niet alleen op basis van de getuigenis van een pedofiel maar ook op basis van toetsing met andere inlichtingen uit uw dossier.'

Rik Van Cauwelaert, Knack:

"De X-verhalen hoorden veeleer in de psychiatrische dan in justitiële dossiers - een van de X'en zou later beweren door de paus te zijn verkracht."

De realiteit:

Geen enkele X-getuige zegt te zijn verkracht door de paus.

Op 23 november komt De Morgen terug op het spaghetti-arrest. Dat werd bepleit door procureur-generaal bij het Hof van Cassatie Eliane Liekendael (PSC), die zich liet adviseren door raadsheer Pierre Ghislain (thans cdH-fractieleider in de gemeenteraad van Neufchâteau). Het arrest stipuleerde dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Neufchâteau Francis Moinet (PSC) een nieuwe onderzoeksrechter zal aanwijzen te vervanging van Connerotte. Dat werd Langlois (PSC), die versterking kreeg van Dominique Gérard (PSC). Het spaghetti-arrest werd uitgesproken door eerste voorzitter Oscar Stranard, die we eveneens een PSC-etiket meegaven.

Le Soir, 25 november:

"De Morgen vergist zich. Stranard was liberaal in hart en nieren. Ook Liekendael, komende van de ULB, wordt bestempeld als liberaal."

De realiteit:

Omtrent de kleur van sommige Cassatie-magistraten kun je veelal enkel afgaan op wat advocaten en magistraten daarover kwijt willen. Of op biografietjes die in goed geïnformeerde kranten verschijnen. Zoals in Le Soir, op 10 december 1996: '...Liekendael, over wie wordt beweerd dat ze de sympathie wegdraagt van de christen-democratische partij.' Of Gazet van Antwerpen, 17 januari 1997: 'Liekendael wordt aanzien als iemand die verbonden is met de PSC.'

De Standaard, 23 november:

"Oorspronkelijk waren de speurders overtuigd dat Nihoul op zijn minst betrokken was geweest bij een verkenning in Bertrix, de dag voor de ontvoering van Laetitia Delhez. Laetitia werd bij het zwembad van Bertrix ontvoerd. Het getuigenis van een Vlaams gezin dat Nihoul daar meende te hebben gezien, bleek niet te kloppen (...). Exit getuigenis Vlaams gezin."

De realiteit:

Op 14 november, twaalf dagen voor De Standaard dit meegeeft aan haar lezers, motiveert procureur Bourlet voor de raadkamer zijn eis tot doorverwijzing van Nihoul naar assisen. Zijn tekst wordt nadien verspreid onder de aanwezige journalisten.

De tekst van Bourlet: "Ik kan mezelf er niet van weerhouden terug te denken aan de verschillende getuigen die volhouden dat zij hem gezien hebben in Bertrix of in de onmiddellijke omgeving daarvan, met name op 8 augustus 1996. Ik zeg niet dat deze getuigen gelijk hebben, maar ik heb ook niet de pretentie om bij voorbaat te stellen dat zijn ongelijk hebben. Ik weet dat Nihoul niet altijd de waarheid vertelt en ik weet wat zijn alibi voor 8 augustus 1996 waard is. De getuigen van Bertrix zullen wij zien en horen voor de rechter ten gronde, ongeacht het besluit omtrent het doorverwijzen van Nihoul. De getuigen spreken immers niet alleen over hem."

De Standaard, 23 november:

"De bewijslast die Michel Nihoul aan de ontvoeringen van kinderen linkt, is flinterdun. Tot op vandaag is het enige concrete element in het dossier tegen Nihoul het feit dat Nihoul 1.000 xtc-pillen aan Michel Lelièvre heeft gegeven de dag na de ontvoering van Laetitia Delhez."

De realiteit:

Dat is een hele stap vooruit voor De Standaard, die vijf jaar lang de xtc-transactie verzweeg. Was dit het enige "concrete element"? Blijkens de tekst van Bourlet niet. Nihoul hield altijd vol dat de vele telefoontjes die hij voor en na de ontvoering van Laetitia Delhez (9 augustus 1996) naar Dutroux en Michelle Martin pleegde, niks te maken hadden met kinderontvoeringen, maar alles met zijn te herstellen Audi 80.

"Het spijt me," aldus Bourlet, "maar ik stel vast dat de bekommernis van Nihoul in die dagen beslist niet zijn auto was". Hij verwijst naar drie andere telefoongesprekken die door Belgacom op naam van Nihoul zijn geregistreerd op 13 augustus 1996 (22.44 uur), 14 augustus (14.19 uur) en 15 augustus (19.10 uur). 13 augustus was de dag waarop Dutroux, Martin en Lelièvre werden gearresteerd, 15 augustus was de dag waarop Sabine Dardenne en Laetitia Delhez uit de kelder van Dutroux werden bevrijd. Op 13 augustus kondigde Bourlet meteen een persembargo af. Er waren nu wel drie mensen gearresteerd, maar van de vermiste Laetitia was geen spoor. De vrees was reëel dat, als het kind nog leefde, eventuele medeplichtigen in actie konden komen. "Uit nieuwsgierigheid ben ik eens gaan uitzoeken wie Nihoul op dat ogenblik zonodig moest bellen," aldus Bourlet, die fijntjes opmerkte dat Langlois in zijn syntheseverslagen vergat melding te maken van de drie telefoongesprekken. Ze waren alledrie gericht aan Maximilienne N.M., de ex-maîtresse van Nihoul.

Bourlet: "Maximilienne N.M. legt in haar verhoor op 29 september 1999, zie pv 8362, uit wat de redenen waren voor die drie oproepen: 'Michel Nihoul heeft me gebeld op 13 augustus, laat in de avond. Hij wou mij zien. Ik heb geweigerd. We maakten een afspraak voor donderdag 15 augustus. De vijftiende heeft hij me in de vooravond gebeld, om te annuleren.' Het is dan inderdaad 19.10 uur. In Charleroi hebben wij enkele ogenblikken daarvoor Sabine en Laetitia kunnen bevrijden. Iets waarover ik de pers pas later op de avond heb ingelicht."

Precies omwille van de opvallende frequente telefonische contacten met Dutroux, wou Neufchâteau Nihoul al op 14 augustus ondervragen. Nihoul scheepte de speurders vanop zijn gsm af met de mededeling dat dat niet kon omdat hij "in de Ardennen" (of "aan de kust") zat, terwijl hij in werkelijkheid in zijn appartement zat, op 500 meter verwijderd van de kantoren van de 23ste brigade van de gerechtelijke politie te Brussel, die vanuit Neufchâteau opdracht had gekregen om hem op te sporen. Wat Bourlet wil zeggen is: in tegenstelling tot de hele rest van de wereld, valt uit het getelefoneer van Nihoul op te maken dat hij op dinsdagavond meteen wist dat Dutroux gearresteerd was en dat hij ook als eerste buitenstaander op de hoogte was van de bevrijding van de twee meisjes. En dat hij bij zijn ex-maîtresse hulp hoopte te vinden om iets te ondernemen...

Maximilienne N.M., in haar verhoor over dat laatste telefoongesprek, donderdag 15 augustus, om 19.10 uur: 'Nihoul zei me dat hij moest vertrekken naar Charleroi, waar een van zijn vrienden was gearresteerd en dat hij hem zou gaan bevrijden. Hij heeft me toen nog gevraagd om hem te vergezellen, wat ik uiteraard geweigerd heb.'

Bourlet: "Ik kan mij voorstellen dat er die dag in Charleroi meerdere mensen zijn gearresteerd, maar ik betwijfel of er er nog een 'vriend' van Nihoul tussen zat."

Toen de Audi enkele dagen later in beslag werd genomen bij een met Lelièvre bevriende garagist, bleek hij niet te zijn hersteld.

Het enige wat zeker is, is dat Jacques Langlois heeft zitten vergaderen met de believers van Michel Nihoul bij de RTBf. De tijdsgeest in België wil dan dat de pers de onbetwistbare feiten betwist en procureur Bourlet moet wijken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden