Donderdag 20/06/2019

Opvang

De grote vakantie als bron van stress

Beeld Illias Teirlinck

Terwijl schoolkinderen aftellen naar een lange vakantie, puzzelen hun ouders zich nu al rot over een waterdichte vakantieplanning: heeft elk kind een plek in het lokale sportkamp en wanneer babysitten de grootouders? Prijzig, stresserend en een hoop werk. 

De zomervakantie, die plant Beatrijs Vermaere al in januari, in een Excel-sheet waarin ze de weken afvinkt. “Ik krijg er de zenuwen van, dat je er zo vroeg moet bij zijn, maar dat is wanneer de eerste kampen hun inschrijvingen openen.” 

Vermaere heeft drie kinderen tussen 8 en 12. Zij en haar man werken elk net niet voltijds, en ze heeft het geluk dat ze in de zomer vier weken vrij kan nemen. Maar dan nog is het puzzelen. “Voor zo’n kampinschrijving moet je op een bepaald uur achter de computer zitten, dan snel-snel je winkelmandje vullen voor drie kinderen en hopen dat ze niet volzet zijn wanneer je wil uitchecken.” 

Ontspannend, zo’n zomervakantie? Voor jonge ouders niet bepaald. Schoolkinderen hebben jaarlijks 2,5 keer meer vrije dagen dan hun werkende ouders en hebben voor die dagen opvang nodig. Dat geregeld krijgen, is voor 70 procent van de ouders een stresserende tot zeer stresserende bezigheid, zo vertelden ze in een enquête van Gezinsbond. “Het is duidelijk dat ouders daar echt van wakker liggen: vinden we betaalbare opvang op onze maat?”, zegt Lutgard Vrints van Gezinsbond. 

Een hele dag Fortnite spelen

Vooral de paasvakantie (85 procent) en de zomervakantie (98 procent) blijken moeilijk te overbruggen. “Onze kinderen hebben elk een Google-agenda”, vertelt Elisabeth Grillet, moeder van twee zoontjes van 2 en 5. “Mijn ouders nemen ze een week mee naar zee en mijn man en ik zijn elk een week alleen thuis met de kinderen. De rest vullen we in met kampjes.”

Maar voor de jongste, die pas halverwege de zomer drie wordt, vonden ze in juli geen opvang. Dat was even paniek.” Na een hoop geschuif en gewissel met overuren en grootouders, ligt eindelijk de puzzel. “Nou ja, we hopen vooral dat het klopt.” 

Oma en opa zijn een gemakkelijke oplossing: ruim acht op de tien ouders brengt hun kinderen daar (minstens één keer) onder. Kinderen worden ook naar vakantiekampen (68 procent), soms met overnachting (30 procent), of speelpleinen (44 procent) gestuurd. Maar minstens een derde van ouders geeft aan dat de opvang niet aan hun verwachtingen voldoet omdat het te duur is of omdat ze in shiften werken. Zeker wie niet aan de ‘norm’ voldoet, denk aan eenoudergezinnen of mensen met een laag inkomen, heeft het moeilijk.

“De gemeentelijke initiatieven vallen mee, maar als die vol zijn of de kinderen eens naar een wat specialer kamp willen, loopt de rekening toch op”, zegt Vermaere. Per kind betaalt ze ongeveer 100 euro per week, en dat maal vijf weken. “De zomervakantie is voor ons best een dure periode. Ik kan mij voorstellen dat het moeilijk is voor gezinnen met een lager inkomen. En mijn zus, die in een gemeente woont waar er geen enkele opvang wordt aangeboden, betaalde wekenlang een babysit.”

Daar zit ook de stress, weet professor Pedagogie Michel Vandenbroeck (UGent). “De vraag overstijgt het aanbod. En wie te laat is voor de lokale opvanginitiatieven, moet wel uitwijken naar de privé-organisaties die veel duurder zijn.” Ook het gebrek aan coördinatie maakt het de ouders lastig: zelden is er een helder overzicht van wat er mogelijk is. “En dan nog blijken de verschillende initiatieven niet op elkaar afgestemd, bijvoorbeeld wat openingsuren betreft.” 

In Antwerpen is er inmiddels wel één website, maar dan nog heeft elke organisatie zijn eigen inschrijvingsmoment, zegt Grillet. “Je wordt dan gealarmeerd door andere ouders: dáár zijn de inschrijvingen begonnen. Je moet het maar weten, en op voorhand een plan maken: in welke volgorde schrijf ik wie waar in.” 

Vlaams decreet in de maak

Vermaere vraagt zich ondertussen al af waar ze volgend jaar haar oudste zoon moet laten, want voor twaalfplussers is er nauwelijks een (betaalbaar) aanbod. “Hij kan gerust een dag alleen thuis blijven - hij zou wel een hele dag Fortnite spelen - maar een hele week vind ik toch best lang.” 

De meeste ouders vertelden aan Gezinsbond dat ze graag zelf meer voor hun kinderen willen zorgen in de vakantie, en dat ze denken dat hun kroost ook graag wat meer thuis rondlummelt. Is dat zo? “De oudste vindt het allemaal best, de middelste zou toch graag wat meer thuis zijn of bij vriendinnetjes”, merkt Vermaere op. Professor Vandenbroeck geeft aan dat uit bevragingen blijkt dat kinderen de kampen doorgaans wel fijn vinden. “Ze zijn meer buiten en ze spenderen minder tijd voor een scherm. Dat kan leuk zijn.”

Op voorwaarde dat de begeleiding goed is, ze nieuwe dingen ontdekken of ervaringen opdoen en vooral dat ze vriendjes in de buurt hebben. “Vrienden zijn voor kinderen het allerbelangrijkste.” Overleggen met andere ouders is dus altijd een goed idee. Grillet is al lang blij dat haar kinderen sociaal zijn en zich makkelijk aanpassen. “Maar drie jaar is toch erg jong om ze achter te laten bij een organisatie die je niet zo goed kent.” 

Is minder vakantie voor de kinderen dé oplossing? Niemand spreekt er zich over uit. Gezinsbond pleit wel voor een nog breder netwerk van kwaliteitsvolle, toegankelijke (en dus ook flexibele) en betaalbare vakantieopvang. Een Vlaams decreet is in de maak, maar de vraag is maar wanneer die landt. “Een samenleving die tweeverdieners als norm uitdraagt, moet met oplossingen komen”, zegt Vandenbroeck. “Je kan dat niet overlaten aan de individuele creativiteit van de ouders.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden