Woensdag 21/08/2019

De grote stap voor de mensheid verbeeld

Morgen is het precies vijftig jaar geleden dat de Rus Joeri Gagarin als eerste aardling de ruimte in werd gekatapulteerd. Om dat te vieren verschijnt een graphic novel over deze ‘eerste popheld van de Sovjet-Unie’. Tegelijkertijd vindt in het Brusselse Sleenmuseum een expo plaats over Marc Sleens passie voor de ruimtevaart, die vaak in Nero aan bod kwam. Sleen is echter lang niet de enige stripauteur met een fascinatie voor het Grote Onbekende. Integendeel, vanaf de jaren zestig droegen heel wat strippersonages een ruimtepak. Van Kuifje over de Smurfen en Suske en Wiske over Urbanus.

De eerste astronaut die voet op de maan zette was niet Neil Armstrong en het historische gebeuren vond niet plaats in 1969. De eerste durfal die er zijn voetafdruk naliet was Kuifje, even later gevolgd door kapitein Haddock, professor Zonnebloem en een witte terriër genaamd Bobbie. Het jaartal: 1950. In het stripweekblad Kuifje start dan het eerste deel van het maantweeluik, dat drie jaar later door Hergé beëindigd zou worden met het ruimteavontuur Mannen op de Maan. Daar, op pagina 25 landt Kuifje tussen de maankraters met de bekende roodwitte V2-raket en spreekt de legendarische woorden: “Ik ben er! Ik heb een paar stappen gedaan. Ongetwijfeld voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid loopt er een mens op de maan!”

Daarmee is hij de eerste mens van vlees en bloed zo’n zestien jaar te snel af. De hele wereld is getuige hoe Hergé Armstrong bij zijn thuiskomst voor die prestatie bedankt met een kleurenplaat waarop Zonnebloem, Haddock, Bobbie en Kuifje hem op de maan met bloemen en een welkomstbordje ontvangen, terwijl Armstrong net zijn maanlander verlaat om voet op de maan te zetten. ‘Wij waren er al’, lijken de stripastronauten te willen zeggen. Op 29 november 1969 publiceert Hergé nog een hommage aan Armstrong in Paris Match, waarvoor hij in vier pagina’s tekent hoe de Apollo 11 Cape Canaveral verlaat en zijn passagiers uiteindelijk op de maan doet terechtkomen.

IJs op de maan?

Hergé werd voor dat tweeluik haast visionaire kwaliteiten toegedicht. Dat is te danken aan zijn doorgedreven research. Voor Raket naar de maan/Mannen op de maan weigerde hij het fantastische toe te laten. Zijn maanavontuur moest verstoken blijven van maanbewoners, ongeloofwaardige ontdekkingen of vreemde creaturen. De aanpak die hij hanteerde moest wetenschappelijk onderbouwd zijn. Hergé haalde er zelfs twee wetenschappers bij: Dr. Bernard Heuvelmans en professor Alexandre Ananoff. De eerste is auteur van het boek L’homme parni les étoiles, de andere van het boek Lastronautique. De Belgische stripauteur bracht zelfs maquettes naar hen van de ruimtecabine, die Ananoff aanpaste.

Niet dat later alles juist zal blijken. Hergé tekent ijsgrotten op de maan op (verkeerdelijk) advies van Heuvelmans en er is ook iets mis met de helmen die zijn papieren vrienden dragen. Toen La Libre Belgique Hergé enkele maanden na Armstrongs landing op de maan polste naar de verschillen tussen strip en realiteit, gaf hij volgende uitleg: “Toen de Amerikanen eenmaal op de maan waren, stond men ervan te kijken dat zij net als Kuifje een helm droegen. De helm heb ik niet zelf bedacht: ik wist dat die vanwege de meteorieten noodzakelijk was. Alleen heb ik hem, anders dan de Amerikanen die dat alleen aan de voorzijde hebben gedaan, helemaal transparant gemaakt. Zo kan de lezer mijn hoofdpersonages ook van achteren herkennen. Bij Bobbie zou dat natuurlijk wel lukken (...) maar Kuifje en kapitein Haddock met ondoorzichtige helmen zou je niet uit elkaar kunnen houden.” Kortom: Kuifje was een strip, de leesbaarheid ging ondanks alles voor op de wetenschap.

“Hergé was een kind van zijn tijd. Net als zoveel generatiegenoten was hij gefascineerd door de ruimtevaart, die toen nog in zijn kinderschoenen stond”, zegt Rob van Scheers, scenarist van de stripbiopic Gagarin: het grootste avontuur van de mensheid. “Ik ben een grote fan van Hergé. Gagarin is zelfs een verkapte hommage. Als je goed kijkt, zal je zien hoe bepaalde kleuren in ons boek ook in Kuifje voorkomen.”

Zo bleek het avontuur van Joeri Gagarin een bron van inspiratie voor onder meer Marvano, auteur van de sf-reeksen Dallas Bar en De Eeuwige Oorlog. Zelfs zijn recentere Berlijntrilogie toont zijn voorliefde voor de ruimtevaart. Niet alleen Gagarin komt er in voor, een van de albums eindigt met een beeld van een warmeluchtballon in de vorm van Vostok 1, het door de Russen bemande ruimtevaartuig waarmee Gagarin als eerste de ruimte introk. Marvano: “Ik ben opgeroeid met de ruimtevaart. In 1961 was ik acht jaar. Ik herinner het me als de dag van gisteren. Gagarin was een van onze helden. Net zoals, bij wijze van spreken, het Russische hondje Laika, het eerste levende wezen dat de mensheid de ruimte inschoot. Iedereen noemde zijn hond in die tijd Laika.”

Op 21 juli 1969 waren we op Romereis. Merckx was zijn eerste Ronde van Frankrijk aan het winnen en tegelijkertijd vond de maanlanding plaats. De eerste stap van een mens op de maan hebben we ’s nachts - het moet twee of drie uur geweest zijn - live gevolgd, samen met nonnetjes van het klooster waar we logeerden en die voortdurend kruistekens sloegen. We zaten er met twintig te staren naar dat kleine, zwartwit scherm om het historische moment mee te maken. Ik was zestien en het was iets dat ik nooit zou vergeten. Net als de Beatles en George Best behoorden de eerste astronauten tot onze helden, tot de popcultuur, ze waren wereldberoemd. Het ging om grenzen die verlegd werden, een nieuw tijdperk. Daar waren zij de pioniers van.

Beeld je die tijd in: er ging een schok door de wereld toen de astronauten van Apollo 12 voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid foto’s maakten van de aarde in haar totaliteit, van de blauwe bol die in de zwarte ruimte drijft. Volgens Marvano vormde die fascinatie de rechtstreekse aanleiding voor de latere voorliefde voor sciencefiction. “Ik denk dat het meegespeeld heeft, zeker. De realiteit achterhaalde de verbeelding. De mens ging de ruimte in, zette voor het eerst voet op een vreemd hemellichaam. Iedereen dacht dat we tien jaar later op Mars zouden staan. Wie in die tijd opgroeide was waarschijnlijk meer geneigd om door sciencefiction geïntrigeerd te raken.”

Zatteliet

Marc Sleen was 34 jaar toen Laika de ruimte werd ingeschoten, 39 toen Gagarin de ruimte in werd gekatapulteerd en 47 toen Armstong voet op de maan zette. In het Brussels Sleenmuseum toont de expo ‘Nero, Joeri Gagarin en andere ruimtereizigers’, diens fascinatie voor de ruimtevaart via originelen uit Neroverhalen tussen 1959 en 1979, met uitzondering van De Kolokieten (1994). Maar terwijl dat laatste verhaal pure sf was, is de invloed van de ruimtevaart aanwezig in tal van eerdere albums. Zo brengt Adhemar in De Driedubbelgestreepte uit 1962 zijn eerste communicatiesatelliet - de Zatteliet, met Vlaams bier als brandstof - in een baan om de aarde en roept Nero in De Daverende Pitteleer uit 1959 de hulp in van de Duitse geleerde Werner Von Braun om zijn nieuwste raket op punt te stellen. Het was ook die Von Braun die aan het eind van WO II werd ingelijfd door de Amerikanen, en op wiens V2-raket Hergé zijn maanraket uit Mannen op de maan inspireerde.

Sleens generatiegenoten lustten er ook pap van. Willy Vandersteen bijvoorbeeld. Midden jaren vijftig stonden de kranten vol over ruimtewezens, Atlantisbewoners, enzomeer. Hij speelde er gretig op in. In De gezanten van Mars (1955) gaan Suske en Wiske op onderzoek nadat een UFO wordt waargenomen boven Nice. Het album was zo populair dat de vitrines van de GB omgebouwd werden tot een gigantisch ruimteschip.

In Wallonië werd de fascinatie voor ruimtevaart verbeeld via ondermeer Roger Leloup (Yoko Tsuno), Eddy Paape (Luc Orient), Wasterlain (Sarah Spits) en E.P. Jacobs, die in het Blake en Mortimerverhaal Het raadsel van Atlantis honderden reusachtige raketten vol Atlantiërs vanop aarde de ruimte in liet reizen. Ook kinderstrips bleven niet achter, getuige de ruimtesmurf die in 1969 van zich liet horen. En in Frankrijk maakte de sf-reeks Ravian (sinds 1967) furore met verhalen die weliswaar in de toekomst speelden, maar niettemin steeds een link maakten met gebeurtenissen op aarde.

In Vlaanderen zijn er weinig stripreeksen die niet over ruimtevaart berichtten. Naast Nero en Suske en Wiske, ging ook Jef Nys in Jommeke voor de bijl (De Kikiwikies), net als Urbanus en Kiekeboe. Helemaal sciencefiction werd het pas midden jaren zeventig toen de ruimtevaart een nieuwe impuls kreeg met de film Star Wars. Het bleek een nieuwe inspiratiebron voor talloze stripauteurs. Het was dankzij die film dat Karel Biddeloo Vandersteen wist te overtuigen om pure sf in zijn klassieke reeksen te smokkelen. En zo verscheen in De Rode Ridder plots Karpax de stalen man of landde er een reusachtig ruimteschip, flirtte Suske en Wiske steeds meer met sf en moest zelfs Robert en Bertand eraan geloven in een verhaal uit 1978, waarin drie buitenaardse wezens van de planeet Xenox op aarde belandden. Maar dat, beste vriendjes en vriendinnetjes, is weer een heel ander verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden