Maandag 06/04/2020

De grote poëzietest

Stel, je denkt: laat ik eens een dichtbundel kopen, ik lees al zoveel proza. Dus je mept met een willekeurige Knausgård je spaarvarken naar de filistijnen en stapt vrolijk naar de boekhandel. Eenmaal oog in oog met de poëziekast denk je: o jee, wat is er veel. Je bladert in wat werkjes, de verkopers kunnen je niet helpen (die blijken vooral young adult novels te lezen) en dus ga je maar weer naar huis, zonder aankoop. Je voelt je afgewezen omdat er van je goede voornemen niets is gekomen en er dankzij jou weer een extra dichter in de goot aan het doodhongeren is.

Dit raakt aan een vraag die iedereen, van Mathilde tot Gandhi, zich weleens stelt: hoe weet je of een bundel iets voor jou is? Op basis van de achterflapteksten (waar standaard 'Trefzeker', 'Taalspel' plus een citaat van een uitgestorven literair tijdschrift vallen te lezen) word je niets wijzer. Door recensies vaak ook niet, want over gedichten schrijven is als dansen over worst: je komt zelden in de buurt bij de essentie.

Ikzelf kon pas zelfverzekerd poëzie kopen nadat ik met een roedel beroemde dichters op pad was geweest. Ik vroeg aan hen waar zij zo'n aankoop op baseren.

"Simpel", zei dichter A. "Je leest het eerste en het laatste gedicht van de bundel. Dan weet je wel wat voor vlees je in de kuip hebt. De meesten openen met hun enabeste vers want dat is toch waarmee je de lezer naar binnen wilt lokken."

Ik zag een ezeltje en een hengeltje met een wortel eraan voor me. De dichter vervolgde met: "En je sluit af met je beste vers, zodat men niet kan wachten op je volgende publicatie." De rest knikte driftig mee.

Op basis van deze kennis bedacht ik mijn eigen poëzietest. Als ik in een boekhandel kom, pak ik lukraak vijf bundels uit de kast. Als het eerste en laatste gedicht bevallen, sla ik het werkje op een willekeurige plek open. Stelt het poëem dat ik daar aantref ten slotte ook niet teleur, dan koop ik het boekje.

Eenmaal thuis lees ik verder, en maak zo kennis met de stem van de dichter, de verhalen en gedachten die door de compositie van de bundel ontstaan.

Afgelopen week kreeg ik dankzij deze methode Meervoudig afwezig, de nieuwste dichtbundel van Ester Naomi Perquin, in handen. Het eerste en laatste gedicht waren overdonderend, en toen stuitte ik al bladerend ook nog eens op het bovenstaande vers, wat me overtuigde.

Eenmaal thuis las ik het in één ruk uit. Dit werk was, zoals alle goede bundels, veel meer dan de som der delen, en gelukkig maar, anders zouden we beter alleen bloemlezingen tot ons nemen.

Dus bij deze hebt u, lieve aanstormende poëzieaanschaffer, twee dingen geleerd: allereerst hoe u weet of een bundel de aankoop waard is, en ten tweede dat Ester Naomi Perquins laatste werk geweldig is.

En nu hop naar de winkel. U hebt geen enkel excuus meer om poëzie in de boekhandel achter te laten, en er wachten inmiddels honderden bundels op adoptie. Allez!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234