Zaterdag 28/01/2023

De grote kleine berg

Bijna 1.000 meter lager dan de Alpenreus de Galibier, maar even gevreesd, want nergens is de grens dunner tussen glorie en roemloze afgang. Twee gele truien stapten er uit de Tour, geen andere berg die daar tegenop kan. Aanstaande woensdag wordt boven op de Col d'Aubisque een nieuw hoofdstuk geschreven in de Tourgeschiedenis.

Door Hans Vandeweghe

Op de Kruiskalsijde, waar de Kortrijksebaan kruist met de weg Ruddervoorde-Beernem, staat Taverne Munckhove. Was de uitbater veertig jaar later geboren met hetzelfde talent, dan woonde hij nu in Monaco en hield hij aan de vooravond van de Tour een persconferentie.

In plaats daarvan is Wilfried David (61) een local hero in Groot-Oostkamp, vooral bekend van zijn taverne en als organisator van de onvolprezen pittige wintertoertocht van Ruddervoorde. Zijn deur staat wagenwijd open en hij hangt tijdens de eerste Tourweek aan zijn eigen toog, kijkend naar de wedstrijd waarin hij uitblonk maar waarin zijn landgenoten-generatiegenoten nog beter waren. Dertig jaar en twintig kilo geleden waren de Pyreneeën zijn bergen, maar op weg naar een mooie zege viel hij op de Aubisque ooit plat. Letterlijk. Weg roem.

Het was de Tour van 1972, meer bepaald op 9 juli. "Godefroot zei: 'vlieg er maar in' en ik demarreerde. Er was een Fransman mee, Alain Santy. Die moest lossen en werd door de groep met Merckx en Ocaña opgeslorpt. Zes minuten had ik boven op de Aubisque en van dan af was het bergaf naar Pau."

Roem wenkte voor Wilfried David, maar de domestique bij de zwart-witgeblokten van Peugeot reed lek en verloor bijna een kwartier. "Onze eerste ploegleider bleef altijd bij Roger Pingeon, want anders stapte die af, en onze tweede ploegleider moest bij de vierde coureur van onze ploeg blijven voor het ploegenklassement en in die tijd waren er nog geen neutrale wagens. Ik heb mij aan de kant gezet tot er een bekende langskwam. Ik had gewonnen, ze hadden mij nooit meer teruggepakt."

De Bruggeling en niettemin klimwonder David won niet, maar een jaar later was hij wel aan het feest van Pau naar Fleurance. Zijn beste eindklassering in de Tour was 42ste. Recentelijk werd een Belg daar nog voor gefêteerd, maar David was als tijdgenoot van Merckx veroordeeld tot een anoniem bestaan. Bovendien was winnen niet zijn taak. "Ik kon met de echte klimmers mee bergop, maar telkens we aan de bergen kwamen, was het beste er bij mij af. Alle finales van de vlakke etappes reed ik in dienst van sprinters als Godefroot en later Freddy Maertens. Na een paar bergritten kwam ik er dan weer door. Hoewel, precies op die Aubisque heb ik in mijn eerste Tour opgegeven." Dat overkwam ook Bernard Van de Kerckhove in 1965. Hij reed in het geel en kon dat onmogelijk behouden, maar op de Aubisque stapte hij uit de koers. Ziek. In diezelfde rit verloor Lucien Aimar er het bewustzijn door zuurstofgebrek. Een jaar later zou hij de Tour winnen.

Wim van Est dook in 1951 in het geel getooid - het eerste Nederlandse geel ooit - in een ravijn aan de Cirque de Litor. De prognose varieerde van gewoon dood tot morsdood, maar iets later hoorde men toch nog leven in de tachtig meter diepe kloof. Men knoopte alle voorradige bandjes aan elkaar en trok de ongelukkige Nederlander uit zijn hel. Het geel was hij kwijt, maar hij hield een sponsorcontract met Pontiac over aan zijn legendarische uitspraak: "Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac tikte nog." Twee jaar later reed ook Hugo Koblet in een ravijn.

Had hij zijn klassiekers niet bestudeerd of had hij overal lak aan in zijn ongebreidelde drang om ze allemaal een lesje te leren: Eddy Merckx veegde op 15 juli 1969 overal zijn voeten aan toen hij op de Tourmalet met nog 75 kilometer te gaan tot Mourenx-Ville Nouvelle uit de kopgroep wegreed. Minuut na minuut pakte hij op zijn achtervolgers. Zijn ploegleider Lomme Driessens maande hem tot kalmte aan maar Merckx was op weg naar het grootste exploot uit zijn rijke carrière. Op de Soulor had hij 4:50 en op de gloeiend hete Aubisque al zeven minuten. Voor de Tour had hij luidop gezworen dat hij op een goeie dag het hele peloton op tien minuten zou rijden. Zijn woede stamde dat jaar nog uit de Giro, waaruit hij door een positieve dopingplas was verwijderd. Zijn deelname aan de Tour was lang onzeker, maar toen mocht hij ineens toch afreizen. De tegenstand heeft het geweten. Aan het einde van die dolle rit had hij zijn naaste concurrenten op acht minuten gereden.

Antoine Blondin schreef: "Precies zoals zijn nog jonge legende hem voorschreef, op basis van buitengewone talenten, vervolgde Eddy Merckx oppermachtig zijn weg." Roger Pingeon, een tegenstander maar nooit van formaat, wist wat er scheelde met deze Merckx: "Lui, c'est l'ivresse d' être devant." Vrij vertaald: dronken van het vooruit rijden.

Het is woensdag pas de tweede keer dat een rit op de Aubisque arriveert. De eerste keer is al geleden van 1985. Toen won Stephen Roche een korte ochtendetappe van 52 kilometer. De Aubisque maakt als hindernis onderweg naar de traditionele aankomstplaats Pau wel al deel uit van het Tourparcours sinds 1910, het eerste jaar waarin ook de Pyreneeën werden opgenomen in de Ronde. Op de Aubisque kon alleen de Bask Lafourcade helemaal per fiets naar boven en de latere winnaar Octave Lapize schold de journalist van de organiserende krant de huid vol: "Vous êtes des criminels. Men kan deze inspanningen niet van een mens verlangen." De epische rit Luchon-Bayonne was 326 kilometer lang, ging over alle bekende Pyreneeëncols en duurde veertien uur.

De Aubisque heeft twee kanten, daarom is het ook een col. Hoewel, in de bergen zijn geen zekerheden, want l'Alpe d'Huez heeft ook twee kanten en dat is dan weer geen col. De Aubisque kan worden beklommen uit het oosten via het voorportaal, de Col du Soulor, en vanuit het westen via het stadje Laruns, via Eaux-Bonnes en La Gourette. Officieel is dat de aankomstplaats woensdag, maar dat heeft te maken met de nieuwe ski-infrastructuur die het gelijknamige dorp boven op de Aubisque heeft neergepoot en waarvoor men de Tour naar daar haalt. Volgens specialist bergopfietsen Alex Polfliet is de westzijde de zwaarste. Volgens zijn gids Fietsen in de Pyreneeën bedraagt het gemiddeld stijgingspercentage 6,2 procent met een steilste kilometer van tien procent en een piek van dertien.

De Aubisque is de bekendste Tourberg onder de 2000 meter. Met 1709 meter hoogte is het een molshoop vergeleken met de Alpenreuzen, maar de hitte en het vreemde microklimaat van veel wolken en onweersneigingen maken er een gevreesde berg van. "Goeie benen kunnen helpen, maar het is een col die je vooral moet respecteren", zei Johan Bruyneel ooit tegen zijn US Postalgarde.

Met 1.709 meter hoogte is de Aubisque een molshoop vergeleken met de Alpenreuzen, maar de hitte, het vreemde microklimaat en de onweersneigingen maken er een gevreesde berg van

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234