Donderdag 19/09/2019

De grote filosoof Homer Simpson

Populaire tekenfilm is de perfecte brug tussen hoge en lage cultuur

The Simpsons wordt vaak beschouwd als een nihilistische tekenfilm over figuren die slechts aan bier, burgers en barbecue kunnen denken. Mis, schrijven drieëntwintig Amerikaanse filosofen in een onlangs verschenen boek. The Simpsons is een eigentijdse variant op de Griekse tragedie.

Amsterdam / Van onze medewerker

Martijn de Waal

De oude Grieken hadden hun tragedies. Literaire meesterwerken waarin zij, volgens filosoof Friedrich Nietzsche, zich verzoenden met de absurde chaos van de wereld om hen heen. Maar waar kunnen wij, een dikke twee millennia later, op terugvallen? Op de Amerikaanse tekenfilm en comedyserie The Simpsons, oordelen drieëntwintig filosofen in het onlangs verschenen boek The Simpsons and Philosophy (uitgeverij Open Court).

Pardon?

Op The Simpsons, de serie waarin vader Homer doorgaans slechts aan drie dingen denkt: bier, burgers en barbecues, onder het levensmotto trying is the first step towards failure. Waarin zoon Bart al in de titelsequentie strafwerk heeft. En waarin het hele gezin op elk tijdstip van de dag het liefst lekker lui languit op de bank ligt, voor de televisie. Een modelgezin à la de Cosby's zijn de Simpsons niet. Iets waar sommige Amerikaanse critici het maar moeilijk mee hebben. Dat de tekenfilmserie met deze tragische rolmodellen al twaalf seizoenen lang een van de best bekeken Amerikaanse programma's is, levert hen het definitieve bewijs: het is intriest gesteld met de Amerikaanse familiewaarden.

Maar laat drieëntwintig filosofen een paar avonden naar de serie kijken, en je krijgt een heel ander beeld. Dan zie je, zo schrijven zij, dat The Simpsons een van de intelligentste en meest literaire comedy's aller tijden is. Dat de serie volzit met betekenislagen, overloopt van de verwijzingen. Dat het gedachtegoed van de serie overeenkomsten vertoont met pakweg de visie van de beroemde filosoof Richard Rorty. Of dat Homer Simpson en de ethiek van Aristoteles meer met elkaar gemeen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken.

In The Simpsons and Philosophy gebruiken de schrijvers het absurdistische universum van Springfield - de woonplaats van de Simpsons - als springplank voor een aantal essays. De Simpsons zijn zo populair, beargumenteren ze, dat de gele antropomorfe stripfiguren met vier vingers uiterst geschikt zijn als voorbeelden voor een toegankelijk college filosofiegeschiedenis. Bad boy Bart, de rebelse skater met het stekeltjeskapsel, geldt dan als de muze wiens gedrag het werk van Martin Heidegger of Friedrich Nietzsche, 'de bad boy van de filosofie', inzichtelijk kan maken. Zijn zus Lisa, betweetster, bijdehandje en politiek immer correct, is weer een mooie metafoor voor de manier waarop Amerikanen met intellectuelen omgaan. Het levert een twintigtal voor het overgrote deel vermakelijke essays op.

De aanpak van deze filosofen is wat de Amerikaanse auteur John Seabrook in zijn vorig jaar verschenen boek betitelde als nobrow: De toenadering van traditionele hoge cultuur (highbrow en intellectueel, Wagner, Sophocles of Nietzsche) en lage cultuur (lowbrow en stompzinnig volksvermaak, populaire cultuur, trash-tv). Nobrow-cultuur staat buiten die tegenstelling. Het is een mix van beide, een eigentijdse manier van kijken waarin het volkomen logisch is dat een populaire televisieserie als The Simpsons direct gelinkt wordt met Euripides, Shakespeare of Heidegger. The Simpsons zelf is misschien wel een van de beste voorbeelden van nobrow. De serie zit vol met duizenden verwijzingen naar zowel hoge als lage cultuur. Sommige afleveringen verwijzen rechtstreeks naar Shakespeare, Jack Kerouac en Edgar Allan Poe. Of naar films als Rain Man en Rear Window of tv-series als Dallas en De Smurfen. Andere afleveringen spelen met de filmgrammatica van bijvoorbeeld het horrorfilmgenre of de musical. Of subtieler: in de aflevering waarin wordt vooruitgeblikt naar de toekomst, draagt Homer Simpson het witte shirt van George Jetson, de futuristische variant van Fred Flinstone uit de jaren zestig.

Achtergrondgeluidjes in die aflevering zijn rechtstreeks afkomstig uit die space age-tekenfilmcomedy The Jetsons. Als Bart in de hel terechtkomt, verwijzen de landschappen naar de schilderingen van Jeroen Bosch. Zoals Simpsons-bedenker Groening ooit zei: "Hoe meer je hebt gelezen of gezien, hoe leuker The Simpsons wordt. Kennis van populaire cultuur wordt net zo goed beloond als kennis van hoge cultuur."

Er is bovendien iets met de manier waarop de serie citeert, parodieert en persifleert. Het zijn doorgaans hele speelse, terloopse verwijzingen en zinspelingen, die tegelijkertijd parodie én hommage zijn. Dat alles heeft tot gevolg dat alles en iedereen doelwit is. Links en rechts, Republikein of Democraat, milieuactivist en grootkapitaal, niets en niemand wordt in The Simpsons ontzien.

Die politieke kleurenblindheid is jammer, vindt de marxistische theoreticus James Wallace nog in The Simpsons and Philosophy. Het had zo mooi kunnen zijn: eindelijk een serie die kapitalistische uitwassen en de ideologie van de bourgeoisie belachelijk maakt. Maar de grappen gaan net zo vaak ten koste van de hem zo dierbare revolutie en klassenstrijd. In The Simpsons verkoopt Janis Joplin als autodealer nu Mercedes Benz - in de roerige jaren zestig nam ze met 'Oh Lord, won't you buy me - a Mercedes Benz' het materialisme nog op de hak. The Simpsons, concludeert de marxist Wallace, is een wekelijks halfuurtje morfine, dat de kijkers niet wakker schudt, maar alles belachelijk maakt. Zo is Wallaces kritiek een eigentijdse variant op Karl Marx' klassieke uitspraak dat godsdienst opium voor het volk was.

Een misrekening, meent Paul Cantor in een ander hoofdstuk. Wie een statement wil maken in het nobrow cut-copy-paste-tijdperk, waarin dogmatische ideologieën overboord zijn gezet en de hyperironie regeert, komt niet meer weg met een eendimensionale komedie waarin de ene groep als wrede onderdrukkers belachelijk wordt gemaakt, terwijl de andere heldhaftig wordt geportretteerd. Dat zou veel te doorzichtig zijn.

Geen serie op de Amerikaanse televisie, stelt Cantor, heeft de afgelopen jaren zulke serieuze onderwerpen op de publieke agenda gezet als The Simpsons: de veiligheid van kernenergie, het milieu, immigratieproblematiek, de homobeweging, vrouwen in het leger. Goed, zowel voor- als tegenstanders krijgen er doorgaans van langs, maar juist die ironische blik zorgt ervoor dat de thema's worden opgepikt. "Wanneer de Simpsons iets belachelijk maken, onderkennen ze juist het belang ervan", schrijft Cantor.

Wat vinden de Simpsons daar zelf eigenlijk van? "Oh Marge", roept Homer Simpson met kenmerkende zelfspot, wanneer de familie naar een tekenfilm op de televisie kijkt: "Cartoons hebben geen diepere betekenis. Het zijn stomme tekeningen die je met goedkope humor aan het lachen proberen te maken."

Volgens drieëntwintig vooraanstaande denkers is 'The Simpsons' een van de intelligentste comedy's aller tijden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234