Maandag 20/09/2021

De grote broer

Volksverteller Heinrich Böll krijgt een biografie in hoogglans

van kleine mensen

Met literaire critici had Heinrich Böll zijn leven lang een moeilijke relatie, maar door de publieke opinie werd hij gepromoveerd tot geweten van Duitsland. Zijn vriend Heinrich Vormweg beschreef het leven van een zachte anarchist.

Wim Vermeylen

Heinrich Vormweg

Der andere Deutsche. Heinrich Böll - Eine Biographie

Verlag Kiepenheuer und Witsch, 410 p., 46 mark.

Op 16 juli 1985 nam Heinrich Böll afscheid van de wereld, en heel Duitsland snikte. Toen hij drie dagen later werd begraven, droegen zijn twee zonen, een jeugdvriend en de auteurs Lew Kopelew, Günter Grass en Günter Wallraff de lijkkist. Zelfs de toenmalige bondspresident, Richard von Weiszäcker, was met vers gesteven hemd naar de plechtigheid gekomen om zijn wereldberoemde landgenoot te groeten. Böll was door de publieke opinie gepromoveerd tot gouverneur van Duitsland, tot geweten van de natie, hij was het zinnebeeld geworden van "de goede Duitser". Het was een katholieke begrafenis, hoewel Böll in 1976 de deuren van de kerk achter zich had dichtgeslagen. Böll verafschuwde het instituut kerk en het restauratieve klerikalisme dat het propageerde.

Böll (1917) was een overtuigd christen, hij had zich op jonge leeftijd tot het goede bekeerd, in Keulen bezocht hij naar eigen zeggen "het extreem katholieke Kaiser-Wilhelm Gymnasium". In 1933 kreeg hij voor de eerste keer de donkere zijde van de kerk te zien toen Rome met Hitler het Rijksconcordaat sloot. Hij werd zich bewust van de contradicties tussen de christelijke leer en de organisatie kerk. De jonge Böll ontwikkelde een radicaal religieuze visie, de kerk was totaal verstard, ze had dringend vernieuwing nodig die ze alleen in het oorspronkelijke geloof kon vinden. Daar vond Bölls ziel haar wortels, hij vond er leefregels, hij vond er de basis voor zijn identiteit. Hij werd een zachte anarchist, verzette zich tegen autoritaire voorschriften die dwaasheid legimiteren, het nazisme kreeg nooit greep op hem, als puber begreep hij maar niks van de preutse verordenigen van de kerk inzake seksualiteit. De literaire portrettering van zondige mensen zonder schuld bezorgde hem, aldus de biograaf Heinrich Vormweg, een grote schare katholieke lezers. Böll ontkende steeds dat hij "katholieke literatuur" schreef, zijn oeuvre was niet dienend maar autonoom en stond ver van "onvrije stichtende literatuur".

"Deze biografie is geen wetenschappelijk werk. Het is eerder een zo zakelijk en waarheidsgetrouw mogelijke vertelling", schrijft Vormweg (1928) in zijn nawoord. Vormweg vraagt blijkbaar begrip voor zijn betrokkenheid, hij was ooit stadsgenoot van Böll, leerde de auteur gaandeweg kennen, werd een vriend aan huis, een vertrouweling. Zijn boek over Böll is geen kritische beschouwing, geen neutrale vertelling, wel een biografie in hoogglans. Vormweg is literair criticus, stond in de jaren zestig bekend als een pleitbezorger van de experimentele literatuur, publiceerde onder meer over Helmut Heißenbüttel, Günter Grass en Peter Weiss en hangt volgens specialisten een literaire theorie aan "die vanuit de buik komt".

De biograaf schrijft dat hij al op jonge leeftijd onder de indruk was van Bölls werk omdat hij op zijn manier experimenteel schreef. Vormweg wijst erop dat de eerste naoorlogse generatie auteurs twaalf jaar verstoken bleef van nieuwe literaire ontwikkelingen. Namen zoals Kafka, Joyce, Hemingway en Faulkner waren nauwelijks bekend, er was geen aansluiting bij die literaire modernen. Wat dat betreft moesten de Duitse auteurs een gigantische inhaalbeweging maken. "Het was ongelofelijk moeilijk kort na 1945 ook maar een halve bladzijde proza op papier te zetten", aldus Böll. Afgesneden van de literaire avant-garde, afgesneden van de eigen auteurs die ze niet mochten lezen of die in de emigratie waren verdwenen, moesten de jonge schrijvers op zoek naar een nieuwe taal. Böll ontwikkelde daarvoor geen filosofisch doordachte theorie, geen systeem, hij viel niet terug op een specifieke "waarneming of schrijfwijze zoals die traditioneel het oeuvre van een auteur samenhoudt".

Elk onderwerp voor een vertelling of een roman kreeg een andere benadering, een andere invalshoek, wat een andere structuur impliceerde, "een experimenteel uitgevonden vertelordening", zei Böll zelf. Dat maakte hem als auteur "modern", daarin lag "zijn experiment", zegt Vormweg. De biograaf overloopt vanuit die visie Bölls oeuvre om tot de slotsom te komen dat Böll een auteur van wereldformaat was. Andere literaire analisten houden Bölls aanpak voor strikt pragmatisch, variaties brengen in de overeenkomst tussen literatuur en (antiburgerlijke) moraal, dat was Bölls literaire programma, zijn "Ästhetik des Humanen". Voor de inhoud van die literatuur bleef hij dicht bij de werkelijkheid en de sociaal-economische ontwikkelingen in de Bondsrepubliek. Die benadering creëerde na verloop van tijd bij critici en lezers de hoop dat hij dé grote realistische naoorlogse roman zou schrijven. Een verwachtingspatroon dat Böll volgens Vormweg eigenzinnig doorbrak.

Bölls "experiment" stond overigens al in 1951 ter discussie. Toen won hij de prijs van de Gruppe 47, het was zijn doorbraak als auteur. Het betekende ook de redding uit een financieel precaire situatie, hij kreeg opdrachten voor krant en radio, vond eindelijk een degelijke uitgever. Böll won de prijs met één stem voorsprong, veel aanwezige auteurs vonden de keuze verrassend, zelfs "contraproductief". Zijn stijl was traditioneel en eenvoudig, beantwoordde helemaal niet aan de moderne literaire opvattingen die op ieders lippen lagen, hij hield niet van "academisch parlando". Maar het rapport van de jury loog er niet om. De nagenoeg onbekende schrijver uit Keulen kreeg de prijs voor zijn vermogen tot satire, hij was een auteur die "niet alleen over een brede menselijke inhoud en fijne humor beschikte, hij kon ook briljant vertellen".

Böll verkocht miljoenen boeken, zijn uitgeverij Kiepenheuer und Witsch is samen met hem groot geworden, hij werd gelezen in binnen- en buitenland. In de Sovjet-Unie haalde zijn oeuvre gigantische oplagen. Böll was - en dat is geenszins denigrerend bedoeld - een volksverteller. Hij schreef over gebrek aan brood en vlees, vis en wijn, tabak en alcohol, over huichelarij, over zonde en berouw. Hij was de grote broer van kleine mensen, hij was hun advocaat. Talloze prijzen vielen hem te beurt. In 1967 kreeg hij de Büchner-Preis, de hoogste Duitse literaire onderscheiding, in 1972 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur. Hij volgde Thomas Mann op als Duits vertegenwoordiger op de erelijst, na hem kwam Günter Grass, dat mag een groot compliment heten. Het was volgens Vormweg Bölls roman Gruppenbild mit Dame (1971) die de jury in Stockholm over de streep had getrokken, "Bölls apotheose aan de vrouw, aan de hoop op de bevrijding van haar oorspronkelijke scheppingskracht uit de systematische onderdrukking in de maatschappij, niet in de laatste plaats uit de kerkelijke dwang".

De Duitse kritiek hield er een andere opinie op na. Zelfs critici die Bölls werk genegen waren, beoordeelden de roman als "pseudo-documentair rollenproza", "geen afgerond kunstwerk", zelfs "geen roman". Böll moest met dat soort kritieken omgaan, heel zijn leven lang. Woorden als "debacle" of verwijten als "slonzig taalgebruik" bleven hem niet bespaard. De oorzaak van die moeilijke relatie tussen auteur en critici zoekt Vormweg in Bölls moderniteit. Soms herkenden critici Bölls "experimentele vertelordening" niet in haar functie en noodzakelijkheid. Soms vertrok de kritiek op Bölls werk vanuit de traditionele opvatting dat één karakter de roman moest ontvouwen en samenhouden, terwijl dat soort overzichtelijkheid toch allang uit de wereld was verdwenen. Soms stak Böll zich als verteller weg achter technische ingrepen zoals de introductie van een schrijver die dan volgens critici te pas of te onpas werd opgevoerd om commentaar te leveren op het schrijfproces.

Er waren uiteraard ook positieve geluiden. Irisches Tagebuch (1958) werd als literatuur van hoge rang gekwalificeerd. Toch kwam de erkenning soms pijnlijk laat en werd ze door een andere generatie geformuleerd. De roman Der Engel schwieg, voltooid in 1950, werd pas in 1992 gepubliceerd. Het boek behandelt de terugkeer van een soldaat in een platgebombardeerde grootstad op de dag van de capitulatie. Bölls toenmalige uitgeverij zag in 1951 af van de publicatie omdat het publiek uiterst afkerig was van alle boeken die iets met de oorlog te maken hadden. De criticus Volker Hage noemt deze roman "een van de indrukwekkendste werken van Böll."

Indrukwekkend was Böll hoe dan ook als publiek persoon, nooit nam hij een blad voor de mond. Twee jaar voor zijn dood - Böll was al zwaar ziek - was hij in Mutlangen om tegen de installatie van de Pershing-raketten te demonstreren. Toen Duitsland dertig jaar geleden een haast hysterische jacht organiseerde op de leden van de Rote Armee Fraktion, nam hij het in een Spiegel-essay resoluut op voor de rechtsstaat. Hij sprak zich uit tegen een lynchjustitie en pleitte ervoor dat Ulrike Meinhof een eerlijk proces zou krijgen. Dat was een daad van onvergeeflijk slecht gedrag, de (conservatieve) pers ontketende een ware hetze tegen Böll die haar neerslag vond in de vertelling Die verlorene Ehre der Katharina Blum (1974). En zoals steeds was de kritiek niet bijster enthousiast, maar de uitgeverij deed weer goede zaken.

Toen de dissidente Russische auteur Solzjenitsyn zijn land moest verlaten bood Böll hem, als voorzitter van de Internationale Pen-club, voor korte tijd onderdak, hoewel ze ideologisch mijlenver van elkaar stonden. Toen de Duits-Franse journaliste Beate Klarsfeld in 1968 bondskanselier Kiesinger op het congres van de CDU in Berlijn een oorvijg uitdeelde omdat hij nazi was geweest, stuurde Böll haar bloemen. Hij was in Praag toen de sovjettanks en-soldaten de Lente begroeven nog vooraleer ze kon bloeien, en hij protesteerde openlijk. Toen in de Bondsrepubliek het begrip "collectieve schuld" werd ingevoerd, distantieerde Böll zich er openlijk van. Als iedereen schuldig was, was er niemand meer schuldig. Moed is het laatste wat men Heinrich Böll kon ontzeggen. Zijn engagement was groot, maar de wereld was nog groter, Böll werd er moe van.

De definitieve Böll-biografie is met dit boek in elk geval niet geschreven. De Duitse publicist Christian Linder opperde in 1998 in een artikel voor Die Zeit dat uitspraken van de auteur niet altijd met de waarheid strookten. Hij durfde er een loopje mee nemen, dikte verhalen in een vlaag van zelfenscenering aan. Linder kon dat bewijzen. Hij wou de zaak verder uitspitten, maar kreeg van de familie Böll geen toegang tot het privé-archief. Blijkbaar moest er een mythe overeind worden gehouden. Ook Hans Werner Richter, de oprichter van de Gruppe 47, deed ooit uitspraken in die richting. Vormweg heeft Linders artikel beslist gelezen, vermeldt hem niet in zijn biografie maar schrijft ietwat vergoelijkend dat Bölls uitspraken over zichzelf wel in grote lijnen kloppen, "maar je mag de details niet altijd letterlijk nemen. Niet de precisie van het detail leek hem belangrijk, hij had een ander begrip van inhoud en betekenis, (...) al te grote correctheid kwam hem als verdacht voor." Wou Vormweg Böll ietwat demythologiseren, heet zijn biografie daarom niet "der gute Deutsche" maar "der andere Deutsche"?

Reinhard Baumgart, een eminent kenner van de Duitse literatuur, beweert dat van de eerste naoorlogse generatie auteurs alleen Arno Schmidt, Wolfgang Koeppen en Heinrich Böll overeind blijven. Hij heeft voor de stijl van deze auteurs twee mooie substantieven bedacht, 'fragmentaristen" en "extatici". Hun wereldbeeld kon na de Tweede Wereldoorlog niet meer opgevrolijkt worden, hun argwaan bleef te groot. Schmidt was de eigenzinnigste, Koeppen de tederste en Böll was in zijn vertwijfeling zo ontroostbaar als zijn helden.

Zijn engagement was groot, maar de wereld was nog groter en Böll werd er moe van

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234