Woensdag 19/01/2022

Reconstructie

De Grote Brand in de Innovation smeult 50 jaar later nog steeds na

De smalle straatjes maken het bluswerk nagenoeg onmogelijk. Beeld HET LAATSTE NIEUWS
De smalle straatjes maken het bluswerk nagenoeg onmogelijk.Beeld HET LAATSTE NIEUWS

Vielen er nu 251 of 323 doden bij de brand in de Innovation, op 22 mei 1967? Hoe zit het precies met de tientallen vermisten? En was het een ongeluk of toch een aanslag? Een reconstructie in vier mysteries.

Frank Van Laeken en Geert De Vriese

De feiten

► In de namiddag van 22 mei 1967 breekt brand uit in het statige gebouw van warenhuis Innovation in de Brusselse Nieuwstraat.

► Het enorme pand wordt compleet verwoest. 323 mensen laten het leven (later bijgesteld naar 251). Er worden ook enkele honderden gewonden geteld.

► Uit onderzoek blijkt dat het erbarmelijk gesteld was met de brandveiligheid in het gebouw. In 1972 krijgt België een zeer strenge wetgeving.

Mysterie #1

Op welk tijdstip begint het te branden?

De meeste getuigen situeren het opkringelen van de eerste rook ergens tussen 13.15 en 13.30 uur. Eén vrouw ziet al om tien voor één verdachte rook op het dak van de Innovation. Maar het precieze tijdstip? Onduidelijk. Al zijn de meesten het erover eens dat de plek waar het allemaal begint, de eerste verdieping is, bij de kinder­kleding. Daar bevindt zich een opslagplaats van communiekleren: het is die tijd van het jaar. De meeste spullen zijn in nylon gemaakt, uiterst brandbaar materiaal. De interne brandweerploeg wordt erbij geroepen, maar tegen dan helpen brandblus­apparaten al niet meer. De rook is vuur geworden. Een vuur dat alles verteert.

Om 13.34 uur ontvangt de brandweer van Brussel precies twee oproepen en rukken de pompiers uit om ‘een brand in de Nieuwstraat’ te blussen, zonder dat ze meer details weten. De om­vang wordt pas duidelijk wanneer de commandant in de verte de rookpluim ziet. Hij roept meteen versterking op.

Zes minuten later staat de eerste brandweerwagen in de Nieuwstraat, waar al een eerste ­praktisch probleem opduikt. Langs twee kanten staan er auto’s geparkeerd in de winkelstraat die dan nog niet autovrij is en verkeer ­toelaat in één richting. Als kort daarna de grotere bluswagens arriveren, moeten pompiers en ­voorbijgangers auto’s opheffen en op het trottoir deponeren, zo niet geraken de hulpdiensten niet eens ter plekke. In de smalle straatjes die de Innovation omzomen, kan ­nauwelijks ­gemanoeuvreerd worden.

Wie geluk heeft, kan nog net het vege lijf redden uit de hel die de Innovation in korte tijd is geworden. Beeld HLN
Wie geluk heeft, kan nog net het vege lijf redden uit de hel die de Innovation in korte tijd is geworden.Beeld HLN

Het gebouw staat intussen in lichterlaaie. Mensen zoeken vergeefs nooduitgangen, lopen paniekerig kriskras door elkaar, naar beneden en naar boven. Sommigen eindigen vijf hoog op een richel of in een vensteropening: achter hen nadert het vuur, voor hen wacht de diepte en het asfalt. Velen springen hun dood tegemoet.

Brandweerlui mogen van hun oversten het gebouw niet meer binnen. Het is er 2.000 graden. Wie binnen gaat, komt niet meer buiten. Wie buiten geraakt, heeft geluk gehad. Al wat de brandweerkorpsen nog kunnen doen, is ­proberen te vermijden dat de brand overslaat naar aanpalende gebouwen. Ze blijven tot twee uur ’s nachts in de weer, terwijl een groot deel van de metalen constructie van de Innovation in de loop van de namiddag al is ingestort.

Mysterie #2

Wat is de oorzaak?

Kortsluiting in de opslagplaats van de afdeling Kinderkleding, zo concludeert het parket pas na drie jaar onderzoek. Een tl-lamp die ­ontploft is, zeggen anderen. Het expertiseverslag ­vermeldt, in hoofdletters: ‘LA CAUSE DE L’INCENDIE NOUS PARAIT AINSI ETRE ACCIDENTELLE’. Lijkt ons onopzettelijk, zo staat het er. Zelfs na honderden ondervragingen en een handvol deskundigen die de site hebben uitgekamd, houdt het ­parket een slag om de arm. Er is geen 100 procent zekerheid, dus zal het wel een ongeluk geweest zijn. Zo eenvoudig gaat het soms. Case closed.

Dat komt de directie van Innovation goed uit, want het bedrijf blijkt niet verzekerd tegen ­brandstichting of een aanslag. Meer nog: het nieuwe contract van de algemene brandverzekering is niet eens ondertekend op het ogenblik van de ramp, maar wordt wel gehonoreerd door de verzekeringsmaatschappij. Een gegeven woord is een woord.

Er loopt in de dagen van de brand een Ameri­kaanse Veertiendaagse in de Innovation. Dat stuit extreemlinkse groeperingen tegen de borst, in volle Vietnam­oorlog. Er wordt geprotesteerd in de omgeving van de Nieuwstraat, onverlaten gooien voetzoekers in de hal van de Inno­va­tion, er worden telefonische dreigementen uitgesproken. Nog diezelfde dag wordt een linkse activist opgepakt en ondervraagd. Zonder resultaat.

Ouders met kroost maken zich uit de voeten. Beeld BELGAIMAGE
Ouders met kroost maken zich uit de voeten.Beeld BELGAIMAGE

Twee dagen na de brand pakt de Duitse beweging Kommune 1 uit met vijf pamfletten waarin de aanslag min of meer wordt opgeëist. Ze noemen het een “happening” en juichen het sterven van honderden “consumenten van het kapitalisme” toe. “Wanneer zullen de Berlijnse warenhuizen in brand staan?” klinkt het. En ook: “Burn warehouse, burn!”

Complottheorieën ontstaan. Die worden nog versterkt door de directie zelf. Op de eerste persconferentie na de brand, de daaropvolgende ochtend, zegt gedelegeerd bestuurder Pierre Bolle dat het vuur gelijktijdig ontstaan is op twee ­verschillende verdiepingen. Kwaad opzet, dus. Een verklaring die hij een uur later al afzwakt.

Mysterie #3

Hoeveel slachtoffers zijn er ­gevallen?

In 1967 zijn er nog geen smartphones, geen gewone gsm’s, geen sociale media, geen internet. Het nieuws sijpelt veel trager door. Om 13.52 uur rolt er een vaag bericht van de telexen: “De Brusselse brandweer is uitgerukt om in de Nieuwstraat een brand te blussen.”

Een twintigtal minuten later zegt de nieuwslezer in een extra bulletin op de radio dat er een “reusachtige brand” is uitgebroken in de Innovation. “Volgens sommige bronnen zouden er dertien doden zijn, volgens andere tien.”

Om vijf voor halfzeven krijgen de tv-kijkers de eerste beelden van de brand te zien. Intussen staat het nieuws ook op de voorpagina’s van de avondkranten, die halsoverkop worden aangepast in de loop van die namiddag.

De volgende dagen en weken zoemen allerlei getallen rond, van 10 tot 450 doden. Vele tientallen verdwijningen worden gesignaleerd, niet zelden van mensen die met vakantie of op zakenreis zijn, en die kort daarna weer opduiken. Ook het begrip ‘slachtoffer’ zaait verwarring, want dat slaat zowel op doden als gewonden, en in de pers wordt dat weleens door elkaar gehaspeld.

Dat maakt dat de eindbalans tot op de dag van vandaag een vraagteken blijft. Innovation betreurt de dood van 67 personeelsleden, dat is zeker; 72 vermisten worden nooit teruggevonden, ook dat weten we. Het parket heeft de dodentol officieel vastgelegd op 251. Dat is ook het aantal namen dat je terugvindt op het monument voor de slachtoffers op het kerkhof van Evere. Heel lang wordt echter voor waar aangenomen dat de dodentol op 323 ligt. (Is het toeval dat 251 + 72 = 323?) Slechts heel recent werd de Wikipedia-pagina aangepast: van 323 naar 251.

Een door de rook bevangen vrouw wordt in veiligheid gebracht. Beeld HET LAATSTE NIEUWS
Een door de rook bevangen vrouw wordt in veiligheid gebracht.Beeld HET LAATSTE NIEUWS

Ach, het aantal dodelijke slachtoffers is alleen interessant voor lijstjesfetisjisten. Met 251 doden is de brand in de Innovation de op een na grootste ramp uit de vaderlandse geschiedenis: bij de mijnramp in Marcinelle, in 1956, stierven 262 kompels, elf slachtoffers meer dan in Brussel. Met 323 doden zou de Innovation-brand de grootste ramp ooit op Belgische bodem zijn.

Mysterie #4

Treft Innovation schuld?

Architect Victor Horta ontwerpt A l’Innovation in 1901. Wanneer het op 27 april 1903 geopend wordt, vallen de hal met haar pompeuze marmeren trap en de aanlokkelijke verkoopgalerieën op de verdiepingen op. IJdel­heid alom. Hier wordt gevousvoyeerd. De grandeur straalt je tegemoet. Maar het gevaar loert om alle hoeken. In zijn memoires waarschuwt Horta eind jaren 30 voor het brand­scenario. “Klanten en personeel ­zitten gevangen als in een muizenval.”

In de eerste helft van de 20ste eeuw koopt ei­genaar Bernheim de gebouwen naast Innovation op. Meer verkoopruimte, denkt hij. Hij staat niet stil bij het labyrint aan gangen dat ontstaat. Bovendien: als de klant verloren loopt, blijft hij langer hangen op plekken waar hij normaal niet zou komen. Op 22 mei 1967 zorgt dat labyrint juist voor nog meer ellende. De schaarse nooduitgangen worden nog niet aangeduid met pictogrammen. Wie in het populaire zelfbedieningsrestaurant op de derde verdieping, in een uithoek van het gebouw, zit te eten, ziet de rook op zich afkomen en geraakt niet meer weg. In de maanden voor de brand talmt Innovation ook nog met de installatie van sprinklers. In de vestigingen van Mechelen en Luik gebeurt dat wel, in Brussel niet.

En er zijn nog meer bezwarende omstandigheden. De hal werkt als een schoorsteen: het vuur dribbelt vliegensvlug van verdieping naar verdieping. Het brand­alarm zorgt voor verwarring, omdat het heel sterk lijkt op het signaal om de lunchtijd van het personeel aan te geven. De interne instructies voor dat ­personeel zijn nodeloos ingewikkeld: rechtstreeks naar de brandweer bellen mag niet, want dat zou schadelijk zijn voor het imago van het bedrijf. Het eigen brandweerkorps beschikt niet over voldoende middelen om een hevige brand te lijf te gaan. Gevolg: tussen het ontstaan van de brand en het verwittigen van de Brusselse ­brandweer ligt minstens vijf minuten, mogelijk zelfs meer dan een kwartier. Zo gaat kostbare tijd verloren.

Een dag na de catastrofe smeult het vuur nog na. Beeld BELGAIMAGE
Een dag na de catastrofe smeult het vuur nog na.Beeld BELGAIMAGE

Conclusie

Door een 2017-bril bekeken lijkt de conclusie voor de hand te liggen: de Innovation-directie is achteloos geweest en draagt een verpletterende verantwoordelijkheid voor wat er gebeurd is. Maar we moeten het ook door een bril van 1967 durven te bekijken, een tijd dat er bij ons nog geen grote rampen waren gebeurd op druk­bezochte plekken, of aanslagen gepleegd. De samenleving is gewoon niet voorbereid op dit soort onheil. Het zijn de swingende jaren 60, we zijn met andere dingen bezig.

Pech en het noodlot, zo vat het parket de ramp samen. En daarmee zullen we het voor altijd moeten stellen.

Geert De Vriese en Frank Van Laeken, INferNO. De brand in de Innovation, Houtekiet, 250 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234