Woensdag 12/08/2020
Beeld Hollandse Hoogte / Marcel van den Bergh

Column

De grootste ­sympathie voel ik voor ­uitvinders van kleine dingen, zoals de inkeping in een beschuit

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Mijn dochter (6) en ik eten boterhammen met speculoospasta. Ik zeg dat er vroeger alleen speculoos was, maar dat een mevrouw toen die pasta heeft uitgevonden. Dat was in 2007, in de tijdrekening van mijn dochter zoiets als 500 voor Christus.

“En wie heeft de speculoos zelf ­uitgevonden?”

“Dat weet niemand meer”, zeg ik. Zoals niemand nog weet wie het wiel heeft uitgevonden, en de uitzinnige mobiliteit op gang trok die we nu als een bedreiging voor de mens zien. ‘Vaak wordt aangenomen dat het wiel door de Soemeriërs zou zijn ontwikkeld’, meldt Wikipedia, met die ­badinerende schoonheid van zinnen in encyclopedieën. ‘Er bestaan echter ook andere theorieën. Het wiel zou bijvoorbeeld ook kunnen zijn uitgevonden door de oer-Indo-Europeanen. De uitvinding gaat terug tot ca. 3500 v. Chr. Wagens met primitieve wielen verspreidden zich binnen ­enkele
 eeuwen over het grootste deel van Europa en Zuidwest-Azië.’

Mijn gedachten dwalen af naar oer-Indo-Europeanen die op de Brusselse ring aan je bumper kleven. Ik denk aan de Oosterweel­verbinding en aan de Gentse Banden­centrale. Het wiel is zo alomtegenwoordig dat je je niet meer kunt voorstellen dat iemand het ooit heeft moeten uitvinden.

Ik heb altijd ontzag gevoeld voor ­mensen die iets aan de wereld toe­voegen – of dat nu een woord is, een zegswijze (‘alle gekheid op een stokje’) of een ontdekking die het leven van ­toekomstige generaties kan verlichten. De beweging van de planeten is leuk (Johannes Kepler), alsook de ­structurele antropologie (Claude Lévi-Strauss) en het neodarwinisme ­(Theodosius Dobzhansky). Maar de grootste ­sympathie voel ik voor ­uitvinders van kleine dingen, zoals de paperclip of het plaklint.

Ooit had ik een lang ­gesprek met Theo Tempels. Hij ­bedacht de inkeping waardoor je beschuit makkelijker uit de verpakking kunt peuteren, en werd daar rijk van.

Andere uitvinders waren minder ­fortuinlijk, zoals Mary Anderson. Zij beleefde begin vorige eeuw in New York een helse rit aan boord van een trolleybus. Door de sneeuw en de ijzel moest de chauffeur zijn hoofd ­voortdurend door het zijraam steken tijdens het rijden. Toen Mary heelhuids thuiskwam, bedacht zij de ruitenwisser. Maar niemand had ­interesse. Ruitenwissers werden pas ­gemeengoed toen haar patent al was vervallen.

Zelf bedacht ik ooit een condoom dat behulpzaam gloeide in het duister, maar toen bleken een Tsjech, een ­Australiër en twee Chinezen al op ­hetzelfde idee te zijn gekomen.

Mijn dochter is duidelijk ook van het type dat de loop van de wereld wil veranderen. “Ik ga een groen dopje uitvinden”, zegt zij enthousiast. “Als je daarop duwt, dan ben je er direct.”

Ik zwijg over de transporter in Star Trek, maar vraag waarom dat dopje groen moet zijn.

“Dat lijkt veiliger”, zegt zij met een zweem van verveling – alsof ik het weer niet goed heb begrepen. “Rood is als je jezelf wil doden, groen is als het rustig gaat.”

“Misschien ga ik iets schrijven over je groene dopje.”

“Dat is wel makkelijk”, zegt zij, terwijl ze nog een hap neemt van haar boterham. “De kinderen doen het werk en jij krijgt de centjes. Maar ik vind dat leuk. Want ik ben een babbelkous.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234