Dinsdag 22/09/2020

'De grondwet is geen poppenkast!'

Historicus Mark van den Wijngaert over de macht van de monarchie

door Joseph Pearce

Mark van den Wijngaert, Lieve Beullens en Dana Brants

Houtekiet, Antwerpen, 415 p., 890 frank.

'De Belgische grondwetgever koos in 1830 weliswaar voor de erfelijke monarchie, maar legde door de ministeriële verantwoordelijkheid de koninklijke macht aan banden. (...) De eigenlijke uitvoerende macht berust bij de regering, die politieke verantwoording is verschuldigd aan het verkozen parlement. Het was niet evident dat Leopold I, die opgegroeid was in het ancien régime, zich zonder meer naar dat concept schikte.' De koningen der Belgen legden zich inderdaad niet zomaar neer bij de hun opgelegde beperkingen, wat nu en dan leidde tot conflicten of zelfs diepe crisissen. Politici en koning blijven trouwens tot op heden de degens kruisen. In België en zijn koningen hebben KUB-historicus Mark van den Wijngaert en zijn collega's Lieve Beullens en Dana Brants die geschiedenis diepgaand onderzocht. Hoewel zij zich ver van geruchten en roddels houden, levert dat een boeiend en vaak kleurrijk verhaal op, van rancunes en vergissingen, van verraad, intriges en blunders, maar evenzeer van moedige beslissingen en nobel staatsmanschap.

Achttien-dertig: België roept zijn onafhankelijkheid uit. Iets wat de Grote Mogendheden eigenlijk niet kunnen tolereren, dat hadden ze op het Congres van Wenen in 1813 zo afgesproken. "Onze onafhankelijkheid was een dubbeltje op zijn kant," zegt Mark Van den Wijngaert. "Gelukkig voor België moesten de grote machten dat jaar overal in Europa branden blussen. Ze kwamen gewoon troepen te kort. Engeland was overigens niet erg gebrand op een interventie. Ze redeneerden terecht dat Frankrijk geen bedreiging meer was voor het evenwicht in Europa, en dus vonden ze het niet al te erg dat het Koninkrijk der Nederlanden, dat als bufferstaat tegen het Napoleontische Frankrijk was opgericht, uit elkaar viel. De Engelsen waren ook blij dat Leopold de touwtjes in handen kreeg. Hij was tenslotte de weduwnaar van de Britse kroonprinses."

Leopold I overheerste de politieke klasse in België. "Het was natuurlijk geen toeval dat hij iemand van het ancien régime was. Hij vond het logisch dat hij opperbevelhebber van het leger werd en dat hij buiten medeweten van zijn minister van Buitenlandse Zaken diplomatieke activiteiten ontplooide. Hij ontsloeg zijn ministers als hij daar zin in had, dat waren dienaren voor hem, niets meer. Je leest in zijn brieven ook dat hij de grondwet maar een vodje papier vond. Door die mentaliteit maakte het koningshuis het voor de politieke klasse enorm moeilijk om weerwerk te bieden. Aanvankelijk had Leopold overigens volstrekt niets te vrezen. Er waren ook geen politieke partijen. De Belgische politici waren al blij dat het land onafhankelijk bleef."

Maar die almacht van het vorstenhuis blijft niet duren. Leopold II krijgt het snel aan de stok met machtige bewindslieden, die zich bovendien door sterke politieke partijen gesteund voelen. De koning raakt gefrustreerd. Hij zoekt en vindt compensatie in een kolonie. Kongo wordt zijn speelgoedje. "Leopold voelde zich door de grondwet geketend," zegt Van den Wijngaert. "Dan krijgt hij plotseling een unieke kans: bezitter worden van een land dat 80 maal zo groot is als België. Zonder regering of parlement, zonder pottenkijkers. Een land waarover hij naar eigen goeddunken kan regeren."

Een eeuw later liggen de avonturen van Leopold in Kongo nog altijd zeer gevoelig aan het Belgisch Hof. "Er ontstond een dubbelzinnige dialoog. Aan de ene kant had je de zogenaamde zegeningen van de kolonisatie, zoals onderwijs en medische verzorging - maar die zegeningen dateerden uiteraard niet uit de tijd van Leopold II. Aan de andere kant waren er de misdaden. Ik geloof niet dat de vorst veel erger tekeerging dan de Fransen en de Engelsen in de rest van Afrika. Goed, er waren excessen, maar ik weet niet of er miljoenen doden zijn gevallen, zoals Adam Hochschild beweert."

In ieder geval nam de internationale druk op de koning zo toe dat hij zijn bezit ten slotte aan België schonk. "Leopold II wist perfect wat er zich in Kongo afspeelde. Hij heeft er alles aan gedaan om dat potje gedekt te houden. In de Verenigde Staten kocht hij journalisten en verenigingen om. Die moesten de berichten over gruwelijkheden in Kongo ontkennen of ontkrachten. Ook in de Belgische pers deed hij al het mogelijke om de affaire in de doofpot te stoppen."

Scrupules had Leopold daarbij niet. Zelfs voor kleine moeilijkheden was hij tot verregaande intriges bereid. Toen priester Daens in Aalst tot parlementslid werd verkozen, deed hij al het mogelijke wat gekonkel met politici en de plaatselijke clerus vermocht om de lastige priester weg te krijgen. In 1895 schreef hij zelfs een brief aan paus Leo XIII waarin hij de kerkvorst om "definitieve maatregelen" vroeg.

Albert I is de eerste Belgische koning die met een grote crisis te maken krijgt. De Eerste Wereldoorlog biedt hem de gelegenheid om veel macht naar zich toe te trekken. "Opnieuw koos een koning voor een eigen politiek," betoogt Van den Wijngaert. "Albert wilde in 1914 enkel Belgisch grondgebied beschermen, en zich verder niet met de bondgenoten bemoeien. De regering vond dat België met de Fransen en de Engelsen één front moest vormen, en desnoods Belgische troepen naar Frankrijk sturen. Maar Albert heeft zijn wil kunnen opdringen."

Later verzoent hij zich met premier de Broqueville, die zelfs als enige politicus bij hem in De Panne blijft. "De collega's van de Broqueville namen hem dat bijzonder kwalijk. Nu, de politieke cultuur was toen helemaal anders. Er waren enkele sterke figuren en de rest waren meelopers. Albert I koos de Broqueville omdat hij wist dat de man de regering naar zijn hand kon zetten. Ach, en wat kon een regering eigenlijk doen? Er was maar een heel klein stukje België, achter de IJzer, over. Het was een heel kunstmatige situatie."

Na de oorlog ondergaat het Belgische politieke landschap een grondige verandering. Het algemeen enkelvoudig kiesrecht voor mannen betekent het einde van homogene regeringen. Albert I is een pragmaticus en neemt nu zijn rol als verzoener en scheidsrechter waar. Wanneer Hitler in september 1930 forse stemmenwinst boekt, uit de koning zijn grote bezorgdheid. In eigen land constateert hij dat politieke partijen zijn macht meer en meer willen beknotten. Een vertrouwenscrisis tussen monarchie en politiek kondigt zich aan.

Leopold III heeft het nog veel minder dan zijn vader op de politieke klasse begrepen. "Hij was allergisch voor politieke partijen," zegt Van den Wijngaert. "Nog meer dan Albert las hij politici de levieten, zowel in privé-gesprekken als in het openbaar. Hij vond dat zij hun eigen belang dienen en niet dat van het land. Leopold III dacht dat hij alleen wist hoe dat landsbelang gediend kan worden."

Niet alleen leidde Leopolds optreden tot de koningskwestie en bracht het België aan de rand van een burgeroorlog, het tastte ook de kern van het democratische systeem aan. "Kijk, wat is democratie? Dat iedere burger stemrecht heeft. Maar bij ons begint die democratie pas in 1948, wanneer ook de vrouwen mogen stemmen. Aan ons parlementair stelsel in de jaren dertig neemt dus de helft van de bevolking niet deel. In dat decennium leven ook nog partijen door die recht uit het cijnskiesrecht komen. Onder Leopold I waren er 47.000 stemgerechtigden, waarvan slechts de helft aan verkiezingen deelnam.

"Leopold III was een kind van zijn tijd. Een autoritaire figuur, zoals er toen velen in Europa waren. Ook de Kerk was gewonnen voor een corporatieve staat. Zij wilde maar al te graag korte metten maken met de vrijheden van de Franse Revolutie. Leopold III sleepte een erfelijke belasting mee, zijn voorgangers hadden de grondwet een futiliteit gevonden. Hij minachtte de politieke partijen. Ook dat is typisch voor die tijd. Wat doet Hitler als hij aan het bewind komt? Een eenpartijstaat oprichten. Maar in een democratie hebben de door het volk verkozen politici altijd gelijk. Ook als er moeilijke tijden aanbreken of wanneer een regering om een futiliteit vlak voor een wereldoorlog haar ontslag aanbiedt. Leopold III wilde echter in feite onbeperkte macht."

De koningskwestie is de meest tragische periode uit de Belgische geschiedenis. Van den Wijngaert heeft weinig goede woorden voor Leopold III over. Die opinie baseert hij louter en alleen op geschiedkundig onderzoek. "De fundamentele oorzaak van de spanningen tussen de koning en de regering lag in de beslissing van de vorst van 25 mei 1940 om zijn regering niet te volgen. Iedereen ging ermee akkoord dat er een militaire capitulatie moest komen, maar alleen Leopold III wilde de politieke capitulatie. Ook de regering had overigens boter op het hoofd, ze vluchtte en wist toen niet meer wat te doen. Uiteindelijk wilde ze naar Brussel terugkeren, maar daar staken de Duitsers een stokje voor. Maar de regering in ballingschap was in ieder geval niet rancuneus. Ze was van plan na de oorlog de monarchie te herstellen."

Van den Wijngaert is er zeker van dat de regering-Pierlot van dat plan zou hebben afgezien als ze had geweten wat Leopold tijdens de oorlog allemaal had uitgevreten. "Vier of vijf dagen na de capitulatie zocht hij al contact met Hitler. Men wist ook niet dat hij van de Duitsers een enorme vrijheid had gekregen en heel Europa had rondgereisd. Leopold was zogezegd krijgsgevangene, maar in feite had hij zelfs geen verplichte verblijfplaats. Hij liet ook een nieuwe, zuiver fascistische grondwet opstellen. Die is er niet gekomen, omdat Hitler geen compromisvrede met België wilde, maar als het aan Leopold had gelegen was het land een dictatuur geworden. En in januari 1944 schreef hij zijn politiek testament. Hij wilde een knieval van al zijn ministers en van alle parlementsleden die hem beledigd hadden. Leopold was, in tegenstelling tot de politici, wèl rancuneus. Hij bleef bij zijn gelijk. Hij weigerde zelfs om de geallieerden enige dank te betuigen. Hij noemde hen 'les autorités occupantes'."

Wanneer Leopold III zijn eisen stelt aan Pierlot, stelt die tegeneisen. Het conflict verscherpt. De CVP werpt zich op als de koningspartij. Na het referendum in 1950 blijkt dat Leopold inderdaad de koning van één partij is. Maar in de grondwet staat dat een koning boven de partijen verheven moet zijn. Leopold strijdt voor een verloren zaak. "In de koningskwestie speelden ook veel emotionele elementen mee," geeft Van den Wijngaert toe. "Leopolds huwelijk met Liliane Baels was een slechte zet. De publieke opinie heeft daar meteen op gereageerd. Voor hij hertrouwde stuurde hij kerstkaarten naar krijgsgevangenen in Duitsland, met de boodschap 'Mes pensées sont à vous'. Daarop trouwde hij, terwijl de families van die zelfde krijgsgevangenen het nog altijd zonder man of zoon moesten doen. Liliane Baels was dan ook nog eens Vlaams, en haar familie had zich in de collaboratie gecompromitteerd. Bij de francofielen en wallinganten had Leopold het overigens al in de jaren dertig verkorven, toen hij het land een los-van-Frankrijk-politiek wilde laten voeren."

Stond België in 1950 echt aan de rand van een burgeroorlog? Van den Wijngaert relativeert. "Als De Vleeschauwer (destijds minister van Binnenlandse Zaken, JP) en Van Zeeland (Buitenlandse Zaken, JP) het voor het zeggen gehad zouden hebben, was er ongetwijfeld een burgeroorlog uitgebroken. Gelukkig heeft het gezond verstond meteen na het referendum het pleit gewonnen. Eyskens schrijft dat toch in zijn memoires. Hij besefte dat je de zaken niet op de spits mocht drijven. De les van de koningskwestie is overigens dat je zulke problemen niet met een volksraadpleging mag oplossen. Die staat haaks op een representatieve democratie." Van den Wijngaert vindt dat de toestand in 1961 veel ernstiger was. "De stakingen tegen de Eenheidswet waren verschrikkelijk gewelddadig. Tóen had je bijna burgeroorlog. Boudewijn begreep dat ook. Hij heeft socialisten en christen-democraten willen verzoenen. Hij wist ook dat je in het geval van een crisis de socialisten in een regering moet hebben, want dan zijn ze niet gevaarlijk."

Boudewijn erft een uitgehold koningschap. De politieke partijen zwaaien de plak. Alleen tijdens crisissen steekt de aloude machtsreflex nog de kop op. Zoals bij de onafhankelijkheid van Belgisch-Kongo. Boudewijn wil een zakenkabinet om het geschade blazoen van België weer op te poetsen. Eyskens geeft niet toe. Van den Wijngaert glimlacht als hij het vertelt: "Eyskens zei tegen Boudewijn: goed, ontsla me dan, maar weet wel dat ik nog een meerderheid in het parlement heb. Het was niet de eerste les die Boudewijn van Eyskens kreeg. Toen de vorst de wet-Collard in 1956 niet wilde bekrachtigen, deelde Eyskens hem simpel mee dat hij dat volgens de grondwet moest doen."

Als de oude politieke garde afscheid neemt en zwaargewichten als Eyskens, Harmel en Van Acker van het politieke toneel verdwijnen, krijgt Boudewijn weer meer armslag. Hij kent alle dossiers, terwijl Willy Claes en Wilfried Martens het vak nog moeten leren. Hij leest hen de les, iets wat volgens de geest van de grondwet eigenlijk niet kan. De vorst is ook tegen de federalisering. "Boudewijn dacht dat die neerkwam op separatisme. Martens heeft de verdienste gehad de koning ervan te overtuigen dat België nog alleen kon blijven bestaan als het een federale staat werd."

In de rel om de abortuswet valt Boudewijn helemaal uit zijn rol. Van den Wijngaert grinnikt. "Het was een verschrikkelijk debâcle. Le Monde schreef dat niemand nog Belgenmoppen hoefde te bedenken nu de Belgen ze zelf schreven. Het is zo'n aberratie: de lichamelijke dan wel geestelijke onbekwaamheid van de koning om te regeren inroepen om iemand die welbewust en met zeer grote helderheid van geest zegt dat hij die wet niet ondertekent, één dag buitenspel te zetten. De grondwet is geen poppenkast! De Belgische regering zat ontzettend verlegen met de kwestie. Toen Boudewijn in zijn kerstboodschap, vóór de ondertekening van de abortuswet aan de orde was, de ruimte kreeg om te zeggen dat hij voor het ongeboren leven was, moet Martens gedacht hebben dat de koning zijn mening als persoon had geafficheerd en daarna geen politieke hindernis meer zou opwerpen. Waar Boudewijn overigens dat streng katholieke vandaan had, is mij een raadsel. Boudewijn is de enige Coburg die de belangen van de Kerk met hand en tand heeft verdedigd. Leopold I was een protestant, Leopold II amoreel, Albert I een pragmaticus en zijn vrouw Elisabeth zelfs vrijzinnig, en ook Leopold III kun je nu niet de voorbeeldigste katholiek noemen."

Albert II heeft de rol van de vorst als morele gids verder uitgebreid. Als hij zich meer permitteert, valt het direct op. "Wat Albert II op de rondetafelconferentie over de verdwenen kinderen doet kan gewoon niet," zegt Van den Wijngaert. "In het openbaar tikte hij de minister van Justitie op de vingers. Hij speelde louter voor de galerij, want de regering ging helemaal akkoord met zijn voorstellen. Omwille van zijn eigen populariteit distantieerde Albert zich van de regering. De politieke klasse nam hem dat heel kwalijk. De meerderheid zat toen met de affaire-Dutroux in de maag en durfde de vorst niet in het openbaar afvallen. De oppositie wees er terecht op dat de koning geen politiek mocht bedrijven."

Volgens Van den Wijngaert zullen dergelijke conflicten blijven bestaan zolang de grondwet de vier koninklijke prerogatieven niet heeft aangepast of weggesneden. "Wat mag de koning allemaal doen? Ministers ontslaan en benoemen. Het parlement ontbinden. De wetten bekrachtigen. En het opperbevel van het leger voeren. Maar in feite zijn die vier machten helemaal uitgehold. De koning heeft alleen symbolische waarde, hij is zogezegd de continuïteitsfactor. Het is de hoogste tijd dat we af raken van het idee dat de koning dùs nodig is. Als een democratie goed functioneert, hebben we aan zo'n bindmiddel geen behoefte. Toen Boudewijn stierf, dacht iedereen dat het land in elkaar zou storten. Want de goede, de koning, was dood, en de slechten, de politici, bleven over, volgens de publieke opinie. Een polarisatie die door Albert II in de affaire-Dutroux is versterkt.

"In feite ligt de echte macht natuurlijk bij de politieke klasse. Toch blijft de koning een man van aanzien. Op humanitair gebied betoonde Boudewijn al belangstelling voor de minstbedeelden. Maar een sociale-emancipatiegedachte zat daar zeker niet achter. Het rook nogal negentiende-eeuws - zoals de fabrieksbaas die, bij een strenge winter, hout en steenkool uitdeelde zodat zijn arbeiders niet omkwamen van de kou. Toch zijn zelfs fervente socialisten voor de monarchie. Geen enkele politieke partij wil het koningschap afschaffen, het zou politieke zelfmoord zijn. Invloed heeft de koning dus nog genoeg."

'De koning is zogezegd de continuïteitsfactor.

Het is de hoogste tijd dat we af raken van het idee dat hij dùs nodig is. Als een democratie goed functioneert, hebben we aan zo'n bindmiddel geen behoefte'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234