Woensdag 29/01/2020

De groene fee is terug

Karl van den BroeckDe comeback van Het decadente drankje absint

Absint is al bijna honderd jaar een verboden drank. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog leek het wel alsof Europa zijn decadente demonen wilde bezweren door dit bitter dichterselixir in de ban te slaan. Maar nu, met opnieuw een eeuwwisseling in het verschiet, waart de groene fee weer door de trendy bars van Londen en zelfs Seattle. Misschien wordt zo eindelijk het historische onrecht hersteld dat een monsterverbond van Franse wijnboeren en hysterische prohibitionisten de absint destijds heeft aangedaan.

"En de derde engel blies de bazuin, en er viel een grote ster, brandend als een fakkel, uit den hemel, en zij viel op het derde deel der rivieren en op de bronnen der wateren. En de naam der ster wordt genoemd Alsem. En het derde deel der wateren werd alsem en velen van de mensen stierven van het water, omdat het bitter geworden was."

Openbaring 8:10-11

Wat is absint? Een likeur die voor bijna 75 procent uit alcohol bestaat, gestookt op alsem (Artemisa absinthum). Uit deze inheemse heester kan een bittere etherische olie worden gehaald die het actieve bestanddeel thujon (ook wel absinthol genoemd) bevat. Thujon is een neurotoxisch middel dat verwant is met tetrahydrocannabinol, het actieve bestanddeel van marihuana. Meestal worden tijdens het distillatieproces nog andere ingrediënten toegevoegd, zoals munt, salie, tijm, venkel en muskaatnoot. Anijs moet de extreem bittere smaak van het alsemextract temperen. Het hoge alcoholgehalte is noodzakelijk om de alsemolie te doen oplossen. Om absint drinkklaar te maken wordt een beetje likeur in een glas gegoten. Op de glasrand rust een geperforeerde lepel met daarin een klontje suiker. Door water druppelsgewijs door de suiker heen op de likeur te sprenkelen verkrijg je een troebele substantie, zoals we die nu nog kennen als Pernod of Ricard.

De uitvinder van dit vreemde brouwsel was een Zwitserse kwakzalver die zichzelf dokter Pierre Ordinaire noemde. In 1792 bracht hij La Fée Verte (De groene fee) op de markt, een geneesmiddel tegen alle kwalen. Ordinaire herinnerde de argeloze zieken eraan dat alsem al in bijbelse tijden en door de Middeleeuwen heen geneeskrachtige en magische eigenschappen werd toegedicht. Het middeltje zou werkzaam zijn bij epilepsie, dronkenschap (!), nierstenen, kolieken, hoofdpijn en wormen.

Het duurde tot omstreeks 1800 vooraleer de Franse majoor Dubied het recept kocht van twee Zwitserse zusters. Dubieds schoonzoon, Henri-Louis Pernod, stampte in 1905 de firma Pernod-Fils uit de grond in Pontarlier. Aanvankelijk was er weinig vraag naar het bittere medicijn, maar dat veranderde in de jaren 1844-'47. Franse soldaten die vochten in Algerije kregen absint toegediend als koortsremmend middel. Toen de troepen terug naar Frankrijk kwamen, werden zij levende reclamecampagnes voor absint. Zij beweerden dat het drankje hun energie en uithoudingsvermogen had gegeven tijdens de oorlog.

De grote doorbraak kwam er in de jaren zeventig van de vorige eeuw. De wijnoogsten mislukten omdat ongedierte de wijnranken onherstelbare schade had toegebracht. Wijn, dat in Frankrijk meer gedronken werd dan water, werd plots peperduur. De fabrikanten van absint moesten de alcohol - nodig om hun drankje te bereiden - voortaan uit graan en niet meer uit druiven halen. Dat betekende echter ongewild ook dat de productiekosten van absint spectaculair daalden.

De gevolgen lieten niet op zich wachten: in 1874 werd in Frankrijk 700.000 liter absint verbruikt, mede door de wijnschaarste. In 1910 was dat verbruik al gestegen tot een astronomische 36 miljoen liter. Vanuit Frankrijk werd absint geëxporteerd naar België, Nederland, de Verenigde Staten en zelfs Brazilië.

De lage prijs is uiteraard de belangrijkste verklaring voor de populariteit van absint. In de jaren 1870 was de armoede in heel Europa overweldigend groot. In Parijs woonden tienduizenden mensen als het ware in de kroeg - de lichtstad telde er 336.000 in 1869 - omdat het daar warm was. En warm krijg je het ook van absint: negentig procent van alle aperitieven die in de jaren 1870 werden gedronken - en er waren er zo'n 1500 verschillende - was absint. Om vijf uur sloeg in heel Parijs l'heure verte, het moment waarop overal - meestal gratis - absint werd geserveerd.

Dat absint een ware cultdrank geworden - en gebleven - is, heeft uiteraard niets van doen met het feit dat het de drank van de armoedzaaiers was. Absint groeide in enkele decennia uit tot de kunstenaarsdrank bij uitstek, inspiratiebron voor zowat alle artiesten uit het decadente fin de siècle. Charles Baudelaire, Arthur Rimbaud, Paul Verlaine, Alfred Jarry, Joris Karl Huysmans, Oscar Wilde, Henri de Toulouse-Lautrec, Vincent van Gogh, Pablo Picasso, Edgar Degas, Edgar Allan Poe: allemaal waren ze gretige absintdrinkers. Alfred Jarry, de auteur van Ubu Roi, ging het verst: hij begon zijn dag met twee liter witte wijn, dronk voor de middag nog drie glazen absint, schakelde toen over op wijn en cognac, om te eindigen met een oneindige reeks glazen absint. Verlaine beschoot Arthur Rimbaud in een Brussels hotel, na het nuttigen van het zoveelste glas absint. Vincent van Gogh was nog zo'n notoire absintverslaafde. Van hem wordt beweerd dat hij zijn oor afsneed in een absintroes en ook de felle kleuren in zijn werk worden in verband gebracht met de hallucinogene kwaliteiten van thujon.

Maar waarom werd absint dan uiteindelijk verboden, terwijl alle andere alcoholische dranken buiten schot bleven? Was het omdat absint geassocieerd werd met de tegencultuur, die door haar aantrekkingskracht heel wat jongeren in het verderf zou kunnen storten? Was het omdat ook steeds meer vrouwen openlijk absint gingen drinken? Het geïdealiseerde en zwart-romantische archetype van de hautaine femme fatale die, nippend van een glas absint, de smachtende mannen op afstand houdt, werd zeker door de symbolistische en decadente dichters en schilders van die tijd gecultiveerd.

Waren het de vreemde rituelen met de geperforeerde lepel die heel wat niet-ingewijden afschrikten, zoals ook heroïneverslaafden nu de goegemeente angst inboezemen door de haast rituele manier waarop ze hun spuit hanteren? Of was er nog een andere, prozaïschere en daarom plausibelere reden? Vreesden de grote Franse wijnboeren niet dat ze door het succes van absint hun monopoliepositie op de alcoholmarkt zouden kwijtraken?

Er zijn sterke vermoedens de Franse wijnindustrie in het begin van deze eeuw een pakt afsloot met de sterke prohibitionistische beweging, die alle alcoholische dranken wou verbieden. Dat prohibitionisme vond zijn wetenschappelijke grondslag in de opvattingen van de determinist Hyppolyte Taine, die met verve poneerde dat alcoholisme ook erfelijk was en dat verslaafden dus een bedreiging voor het Franse 'ras' zouden zijn. Om niet ten onder te gaan in de prohibitionistische pletwals moesten de wijnboeren een duidelijk verschil tussen wijn en absint creëren. Symptomen die duidelijk geassocieerd kunnen worden met overmatig drankmisbruik tout court, werden uitsluitend toegeschreven aan absint. Het is zo dat de mythe ontstaat dat absint "het beest in de mens" zou wekken en een vredelievend watje zou kunnen omtoveren in een moordlustig roofdier. Voortaan werd niet meer gesproken van alcoholisme maar van absintisme.

Een paar geïsoleerde - maar erg gruwelijke - moorden in Zwitserland betekenen het begin van het einde voor de groene fee. Op 28 augustus 1905 schiet een 31-jarige boer, Lanfray, zijn vrouw en kind dood in Vaud. Nadien zou blijken dat hij absint gedronken had. 's Anderendaags spreken de kranten meteen van de 'absintmoorden'. Zelfs wanneer uit onderzoek blijkt dat Lanfray slechts twee glazen absint had gedronken, maar wel zeven glazen wijn en een glas cognac gevolgd door nog een liter wijn en nog een glas cognac, blijft de aandacht uitsluitend gericht op de absint.

In enkele weken tijd worden 85.000 handtekeningen verzameld voor een petitie die de overheid oproept absint te verbieden. Kort daarna slaat een zekere Sallaz in Genève met een bijl zijn vrouw de hersens in. Opnieuw blijkt dat hij, behalve enorme hoeveelheden wijn, enkele glazen absint gedronken heeft. Er volgt weer een petitie, met 34.702 handtekeningen.

Een golf van hysterie verspreid zich razendsnel over heel Europa. Terwijl wijn wordt gezien als een gezonde drank die 'natuurlijk' is en dus niet kan leiden tot alcoholisme, wordt het met 'industriële alcohol' vervaardigde absint alom verketterd.

De cirkel is helemaal rond in 1915. Terwijl absint in 1844 nog beschouwd werd als een soort energy drink die de strijdlust van soldaten aanwakkerde, werd het spul in de eerste jaren van de Grote Oorlog aangezien als een "anti-vaderlandslievende" drank. Het parlementslid Henri Schmidt riep in 1916 uit in de Assemblée: "Wij vechten tegen de erosie van de nationale defensie. Absint verbieden en het vaderland verdedigen, dat is hetzelfde." Schmidt haalt zijn slag thuis: absint werd nog datzelfde jaar verboden. "De prohibitionist moet altijd een persoon zijn zonder moreel besef; omdat hij onmogelijk kan bevatten dat een persoon ook maar in staat zou kunnen zijn om te weerstaan aan verleiding."

Aleister Crowley, 'Absinthe: The Green Goddess'.

Maar hoe schadelijk is absint eigenlijk? De beslissing om de likeur te verbieden werd destijds genomen nadat wetenschappelijke studies hadden aangetoond dat absint in staat was epilepsie te veroorzaken en hallucinaties op te wekken. Bij nader toezien doorstaan die studies echter de toets van de kritiek niet. De belangrijkste studies, die nu nog steeds worden geciteerd in encyclopedieën en wetenschappelijke werken, dateren uit 1859 en 1874 en werden op katten, konijnen en honden uitgevoerd. Belangrijker is dat bij die studies niet de effecten van absint werden onderzocht, maar wel die van alsem, het kruid dat de basis vormt van de likeur. Aangezien de alsemolie wordt opgelost in alcohol, waarna de likeur nog eens verdund wordt in water, is de resterende hoeveelheid van het giftige thujon haast verwaarloosbaar. Volgens recente wetenschappelijke studies zou een man van 75 kilogram die een glas absint drinkt, een dosis thujon binnenkrijgen die honderd keer lager is dan de door de Amerikaanse Food and Drug Administration als 'toxisch' omschreven dosis.

Alle zogenaamd schadelijke effecten van absint zijn in feite terug te brengen tot het hoofdbestanddeel ervan: alcohol. Overmatig alcoholmisbruik kan ook leiden tot misselijkheid, hallucinaties, koude rillingen, beven en trillen, schuimbekken en epilepsie. Bovendien dronken straatarme kunstenaars als Vincent van Gogh de goedkoopste absintsoorten, die werden gemaakt van alcohol van wel erg dubieus allooi. Vergelijk het met het 'vuurwater' waarmee de indianen in diezelfde periode werden overstelpt. Die erbarmelijk slechte alcohol maakte hen helemaal dol, wat hun imago als 'wilde menseneters' enkel nog versterkte.

En nog: werden Verlaine en Van Gogh krankzinnig omdat ze absint dronken, of werden ze absintverslaafden omdat ze krankzinnig waren? Verlaines moeder bewaarde destijds de foetussen van haar doodgeboren kinderen in bokalen op de schoorsteen en Van Gogh was al knettergek nog voor hij door Gaugain en Toulouse-Lautrec werd voorgesteld aan de 'groene fee'.

De universiteit van Californië in San Francisco wil het nu eindelijk zeker weten. Twee artsen, John Mendelson en Reese Jones, zoeken via het Internet mensen van 21 jaar en ouder die de afgelopen tien jaar absint hebben gedronken. "De moderne wetenschap heeft absint niet meer bestudeerd sinds het begin van de vorige eeuw en we weten niet of en waarom absint gezondheidsproblemen veroorzaakt." De kans dat Mendelson en Jones voldoende proefkonijnen zullen vinden, is vrij reëel. In bepaalde marginale artistieke(rige) kringen is absint eigenlijk nooit weggeweest. Op het Internet circuleren tientallen recepten van het goedje. Bovendien is absint lang niet overal verboden: in Spanje wordt het vrij verkocht en in Tsjechië is het sinds de val van het communisme eveneens weer te verkrijgen.

Sinds enkele maanden is absint bovendien bezig zich opnieuw een cultstatus te verwerven. In de trendy bars van Seattle wordt stiekem absint geschonken (ook 'romantische' drugs als laudanum en opium steken de kop weer op). En blijkbaar is er toch iets aan de hand. "Je gaat zitten, je drinkt en je wordt helemaal spacey," zei Frank Kozik, een afficheontwerper uit Seattle, onlangs in Newsweek. Hij brengt elk jaar een paar flessen absint mee uit Spanje en degusteert die dan als ware het een heilige drank. "De kunst is om ergens te gaan zitten waar veel te zien is. Als je dan absint drinkt, kom je al snel in heel poëtische sferen."

Wie - op volstrekt legale wijze - kennis wil maken met de groene fee, kan binnenkort wellicht in Londen terecht. Het Britse obscure literaire blad Idler maakte vorige week bekend dat het een bedrijfje heeft opgericht om via Internet, postorder en een aantal bars in Londen absint te gaan verkopen, voor 2000 frank per fles. De likeur zal in Tsjechië worden gemaakt. Idler ontdekte dat absint in Groot-Brittannië nooit officieel werd verboden en maakt nu gebruik van dat gaatje in de wet om een nieuwe trend te lanceren. "Wij vinden dat dit het ideale drankje is om het nieuwe millennium te vieren," zei een woordvoerder aan het persagentschap Reuters.

Dat absint ook echt een hype zal worden, lijdt weinig twijfel. Pernod, dat na 1916 de alsem in de absint verving door nog meer anijs, brengt binnenkort een speciale reeks likeuren op de markt met het bekende schilderij Fles met Pernod en glas van Picasso op het etiket. Dat etiket was een van de eerste kubistische schilderwerken uit de geschiedenis. En geef toe, de dag dat schilders vierkante koeien en kubusvormige glazen begonnen te zien én te schilderen, is het eigenlijk allemaal beginnen mis te lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234