Zondag 31/05/2020

De grande dame van de Nieuwe Fotografie

Van onder haar wilde haardos heeft Eva Besnyö gretig naar de wereld gekeken, vanuit de buik heeft zij hem een nieuwe vorm gegeven

Eva Besnyö

Voetnoot, Amsterdam, 320 p., 39 euro.

De tentoonstelling loopt tot 20 mei in het Joods Historisch Museum, Nieuwe Amstelstraat 1, Amsterdam. Elke dag van 11 tot 17 uur, donderdag tot 21 uur.

Eva Besnyö (1910-2003): een leven in foto's

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam haalt ongezien werk van de Nederlandse topfotografe Eva Besnyö uit de kast. Er hoort een juweel van een boek bij, een Besnyöbijbel voor beginners en gevorderden.

Door Eric Min

Een kwarteeuw voor Eva Besnyö haar archief van ongeveer 15.000 negatieven aan het Maria Austria Instituut schonk, groepeerde zij zelf tweehonderd topstukken in haar zogenaamde 'Keurcollectie'. Ongeveer de helft ervan dateert uit de periode tussen 1928 en 1940, toen de fotografe binnen de lijntjes kleurde van de Nieuwe Fotografie - in die dagen moest en zou alles nieuw zijn: bouwen, wonen, typografie, zakelijkheid, kunst. De opnamen uit die tijd hebben Besnyö's naam gevestigd. Het was dan ook een verrassing van formaat toen Adriaan Elligens, directeur van het Maria Austria Instituut, en grafisch vormgever Henrik Barends het archief tegen het licht hielden en tientallen verrassende, nooit eerder gepubliceerde foto's aantroffen. Een groot deel ervan is nu samen met een selectie uit het bekende werk verzameld in een monografie met monumentale allures, die Besnyö ook qua lay-out en druk alle eer bewijst. Voor de inleiding tekent Tineke de Ruiter, die in 2000 al een mooi essay schreef over de foto's die Besnyö maakte van de schilderes Charley Toorop in haar atelier in Bergen. De Ruiter merkt op dat dit nieuwe boek een halve seconde aan het leven van de fotografe toevoegt: zestig niet eerder gepubliceerde beelden, met een gemiddelde sluitertijd van 1/125ste seconde. Het lijkt niet veel, maar het is een wereld van verschil waarin ook prachtige portretten, strandtaferelen en beelden van de Wereldtentoonstellingen in 1937 en1958 een plaats kregen.

De indeling van het boek, niet chronologisch maar in een twintigtal thematische rubrieken, die elk een of meer letters uit het alfabet als titel dragen, oogt al even onconventioneel als Besnyö's carrière. Een en ander heeft historische wortels. Haar collega Carel Blazer, met wie zij in de periode 1935-1939 een huis en atelier aan de Keizersgracht in Amsterdam deelde, bracht haar op het idee. In dit boek krijgt de ogenschijnlijk toevallige volgorde van de beelden een dadaïstische lading, die naadloos aansluit bij de avant-garde waarvan Besnyö deel uitmaakte, terwijl ook Jorge Luis Borges en zijn eigenzinnige lijstjes niet veraf zijn. A staat voor architectuur, B voor bedrijven, onder BY vinden wij portretten van Berthus en Yara, de kinderen van de fotografe. De keurcollectie kreeg twee kapitale K's. Maar er hoeft niet altijd een verband te zijn tussen de letter en de inhoud: Q herbergt straatscènes, R techniek, X 'plein-air'... De volgorde van de beelden werkt inspirerend. Verwijzingen komen aan het licht, toevallige verbanden geven te denken. In elke foto regeren het zwart, wit en grijs van de fotopioniers. Kleur was voor op vakantie; in een interview uit 2003 vertrouwt de krasse dame haar gesprekspartner toe dat kleurenfotografie in het algemeen "net echt en dus vreselijk is".

Besnyö is zelf vaak geportretteerd terwijl zij door haar Rolleiflex tuurt, de klassieke camera met twee ogen die op de buik bengelt. Toch koos zij zelf vaak voor het verhoogde of verlaagde standpunt van de Nieuwe Fotografie, dat opwindende composities en onverwachte diagonalen genereert. Kijk: de dingen geven zichzelf vorm, langs de lijnen van een raam, een trap of een balkon. Een lichtjes gekantelde wereld, opgeslagen in stevige vierkante beelden is het gevolg. Dat is geen toeval, want Besnyö en haar medeplichtigen gingen geen ideologische kaap uit de weg.

Een van de beroemdste foto's die zij ooit maakte, de zigeunerjongen met de cello bij het Balatonmeer in Hongarije in 1931, is een icoon geworden dat Besnyö's blik in een beeld vat: de diagonale lijn, het mededogen, de aandoenlijke heroïek van de lange, zelfgekozen weg die elke mens te gaan heeft. Ook autobiografisch is de opname van belang. Hij herinnert eraan dat de fotografe in Boedapest werd geboren en in dezelfde straat woonde als Endre Friedman, de fotojournalist die later naam maakte onder het pseudoniem Robert Capa (1913-1954). In het begin van de jaren dertig belandden zij beiden in Berlijn, waar Besnyö haar voormalige buurjongen, nu een politiek vluchteling, een baantje in een fotolaboratorium bezorgde en hem introduceerde bij het fotopersbureau Dephot. De man die in 1954 op een landmijn trapte, zou een van de grootste fotografen van de twintigste eeuw worden, en het uithangbord van Magnum. Zijn opnamen uit de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog gingen een eigen leven leiden. Dat het Joods Historisch Museum Capa en Besnyö in een dubbeltentoonstelling presenteert, is dan ook een passend initiatief.

Gelukkig hoeven wij niet naar Amsterdam om kennis te maken met het oeuvre van deze tegendraadse Hongaars-Hollands-Joodse dame, die in de jaren zeventig ook nog Dolle Mina is geweest. De zwart-witte gloed van haar foto's licht op uit de vierkante bladzijden van dit heerlijke boek. Hier is alles vorm en structuur: de Rietveldstoeltjes, bouwvakkers op een werf, de nieuwe architectuur als een wonder van rust en evenwicht, een tramlijn op de Alexanderplatz in Berlijn, tulpen, een dak in Milaan, een vrouw die uitrust op de vensterbank. Van onder haar wilde haardos heeft Eva Besnyö gretig naar de wereld gekeken, vanuit de buik heeft zij hem een nieuwe vorm gegeven. Als 'het echte' een verschrikking was, moest er iets anders voor in de plaats komen. Daar had je veel energie, argeloosheid en verlangen voor nodig. Eva had het allemaal in huis. Maar de grande dame van de Nieuwe Fotografie zou zichzelf niet zijn zonder een flinke paradox: elk beeld dat in dit boek voorbijtrekt, is een hommage aan de wereld zoals hij geweest is.

kortbeeld

Door Eric Min

Lof der zotheid

De Amerikaanse fotograaf Dave Anderson (1970) werkte van 2003 tot 2006 in Vidor, een stadje van nauwelijks 11.000 uitsluitend blanke en voornamelijk arme zielen in het zuidoosten van Texas. Het resultaat is een prachtig portret in zwart-wit van individuen en landschappen, die samen iets als een gemeenschap vormen. Anderson heeft zijn modellen, die hun argwaan tegenover vreemden blijkbaar hebben overwonnen en gewillig poseren, in hun eigen biotoop geregistreerd, bijna altijd buitenshuis in het braakland tussen tuin en wereld. De fotograaf, die in een interview aan het einde van het boek uitgebreid aan bod komt, geeft aan dat hij vooral werd beïnvloed door Diane Arbus, maar ook andere klassieke referenties komen aan bod: August Sander, Robert Frank en Walker Evans, de fotojournalisten van de Farm Security Administration, Sally Mann... Dat hoeft geen bezwaar te zijn, want Anderson is geen epigoon die recepten argeloos overneemt. Met Rough Beauty heeft hij een beklijvend document humain afgeleverd. Hij kijkt naast en over de mensen heen naar de dieren en de dingen die hen omgeven. Voor elke burger van Vidor op zijn eigen vierkante foto, opgloeiend in het centrum en donker aan de randen, brengt Anderson wel een hond of een boom in beeld, een autowrak of een jas aan een haak, plastic tuinstoeltjes of een uitkijktorentje voor de hertenjacht. Citaten van de inwoners zijn spaarzaam over de pagina's verdeeld. Zelden leverde de (allicht oprechte) interesse en het respect waarmee een fotograaf zijn onderwerp tegemoet trad, een portret op dat zo overrompelend gewelddadig is als deze verzameling beelden uit Vidor, Texas, US, aarde, heelal. Kijk toe en zie hoe zot wij zijn.

Dave Anderson

Ruige schoonheid. Vidor, Texas

Mets & Schilt, Amsterdam, 120 p., 39,90 euro.

Over fotografie

Stephen Shore (1947), een oudgediende uit Warhols Factory (waar hij als zeventienjarige met zijn camera verzeilde), is niet alleen een gerespecteerd fotograaf. Hij doceert ook, en in zekere zin kunnen wij het door Phaidon voortreffelijk want smaakvol en sober uitgegeven kijkboek The Nature of Photographs beschouwen als een persoonlijke, geïllustreerde inleiding tot het medium fotografie. Shore confronteert korte teksten over noties als vorm, belichting, illusie, beschrijving of betekenis met foto's die als illustraties bij zijn uiteenzetting fungeren. Voor wie de notities al te evident, belerend of hoogdravend vindt, is er gelukkig de uitstekende beeldenverzameling van dit museum in boekvorm. Shore kent zijn klassieken, maar grasduinde vooral in het werk van contemporaine landgenoten, wat vooral minder bekende kunstenaars recht doet. Dat de samensteller ook uit zijn eigen werk heeft geput om een en ander te illustreren, is een schoonheidsfoutje in dit verzorgde boek dat inderdaad te denken geeft over de wereld en de beelden die we ervan maken.

Stephen Shore

The Nature of Photographs

Phaidon Press, Londen, 136 p., 39,95 euro.

Ode aan het boek

Voor wie Uitgelezen openslaat, is de schilder Jan De Maesschalck geen onbekende. Al ruim negen jaar werkt hij voor de boekenbijlage van De Morgen, naast opdrachten voor het ter ziele gegane Tijd-Cultuur, De Standaard Magazine en ART. Gelukkig worden zijn leestekeningen gebundeld in fraaie boeken, zodat wij onze netjes opgespaarde krantenknipsels op gestelde tijden bij het oude papier op de stoep kunnen gooien. Een eerste keer gebeurde dat in 2002 met een titelloos, vuurrood album, dat door Bernard Dewulf werd ingeleid. Vandaag is er De sublieme alleenheid, met (drietalige) teksten, waarvoor naast Dewulf ook Rudy Vandendaele, Marc Ruyters en Jeroen Laureyns werden aangezocht. Is er iets veranderd, in de tussentijd? Nauwelijks. Dat zouden we geweten hebben. Maar hoeft dat dan?

Wie zoals De Maesschalck aandachtig en enigszins monomaan naar de dingen kijkt, heeft aan een handvol motieven genoeg: boeken en de meisjes die ze lezen, de ruimte waar het lezen zich afspeelt - een café, een treincoupé, een huis van Hopper - en de zon. Ik ben graag in deze schilderijtjes. Het moet het licht zijn. Het is er vakantie. Letters en bladeren dwarrelen voorbij, als sneeuw voor de zon.

Niet dat alles vlekkeloos verloopt, daar aan de rand van De Maesschalcks zwembad. Er zit niet meteen een Hitchcockachtige plot aan te komen, maar het scheelt niet veel. Altijd is er iets van bijna niets dat dreigt te ontsporen, aan het licht te komen. Een korrel zand in de machine. Het bepaalde onbepaalde waarover Dewulf schrijft. Het onbestemde bestemde. Wie goed kijkt, stelt vast dat er prikkeldraad om het zwembad zit. Het sanatorium in de bergen zou een nazikliniek kunnen zijn. Een cultuurcentrum heet C.C. De Schutkring. Wie is de enge man op de boekenberg? In de loods naast het brave, Vlaamse huis bij de waterkant is ongetwijfeld een lijk verborgen.

De Maesschalcks oeuvre is een hommage aan het boek en aan de lezende lijven die het koesteren, maar ook aan de materialiteit, de stoffelijkheid van inkt en verf. Wij kunnen ze ruiken. Dat is geen gering compliment.

Jan De Maesschalck

De sublieme alleenheid

Oogachtend, Leuven, 152 p., 44 euro.

Decadent

Voor wie anderhalf jaar geleden de oorspronkelijke editie van Les Fleurs du Mal, illustrées par la peinture symboliste et décadente van de Parijse bibliofiele uitgeverij Diane de Selliers een brug te ver vond, is er goed nieuws. Van de oorspronkelijke 5.500 exemplaren die voor de vriendenprijs van 230 euro op de liefhebbers werden losgelaten, zijn er nog een kleine vijfhonderd beschikbaar, maar voor de minder kapitaalkrachtige estheten lanceert De Selliers nu een heruitgave in wat met de nodige ironie "de duurste collectie in zakformaat" wordt genoemd. Die collection de poche moeten we niet letterlijk nemen: de turf weegt nog altijd anderhalve kilo, maar het formaat van het boek is vergeleken bij zijn illustere voorganger wat gekrompen. De uitstekende kwaliteit van de reproducties bleef bewaard, en om die illustraties gaat het hier, want van Baudelaires gedichten zijn talloze goedkope uitgaven op de markt. De verzameling symbolistische schilderijen die ze illustreren, is dus de unique selling proposition van deze uitgave. Zij slaagt met glans, dankzij een indrukwekkende Belgische delegatie waarvoor Rops, Mellery, Ensor, Khnopff, Spilliaert, Laermans, Stevens, Wiertz, De Witte en Rassenfosse aantreden. Op het schilderij Baudelaire et sa muse van deze laatste, dat in de originele editie nog 'intact' werd afgedrukt, is de sluier van de muze weg gerestaureerd. Het is een aardige primeur voor al wie geïllustreerde poëziebundels hoog aanslaat of een cadeau zoekt voor een decadente nonkel die alles al heeft.

Charles Baudelaire

Les Fleurs du Mal, illustrées par la peinture symboliste et décadente

Editions Diane de Selliers, Parijs, 472 p., 50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234