Woensdag 13/11/2019

Aanslagen Brussel

De 'gouden tip' over Salah Abdeslam lag al die tijd in Mechelen. Waarom gebeurde er niets mee?

Beeld dm

Al wat de Mechelse politieman Hamid A. wilde doen, was aanwijzen waar Salah Abdeslam zich schuilhield. Het werd zijn ultieme nachtmerrie. "Hoe meer ik naar dit dossier kijk, hoe moeilijker ik mij kan losmaken van het gevoel dat de aanslagen van 22 maart perfect hadden kunnen worden voorkomen", zegt zijn advocaat.

Op een totaal van 409 mensen werkten er de voorbije 17 jaar 13 agenten met Noord-Afrikaanse achtergrond bij de politiezone Mechelen-Willebroek.

"Tien van hen hebben hun overplaatsing gekregen, na klachten over pesten", zegt Nourdine Aberkan, zelf buiten gewerkt bij de Antwerpse politie en tegen wil en dank woordvoerder. "Volgens mijn cijfers zijn ze straks in Mechelen nog met twee. Een van de laatsten, een inspecteur, heeft zijn overplaatsing gevraagd. De twee laatsten kunnen vanwege hun graad niet muteren."

Hamid A. werkte vanaf 2002 bij de Mechelse politie. Hij had zich als inspecteur bij de federale politie laten detacheren, maar belandde in januari 2015 in de ziektewet. "Pestgedrag", zegt zijn advocaat Abderrahim Lahlali. "Ik kan u de medische attesten laten zien. Die man heeft ernstig psychisch geleden, en nu nog steeds."

Het juiste adres

A. was geen gewone politieman. Hij had een eigen informantennetwerkje opgebouwd. Kende altijd alle nieuwtjes over families waaruit zonen naar Syrië waren vertrokken en ging één keer per maand op de koffie bij de Staatsveiligheid of het OCAD in Brussel. "Hij stuurde info per fax", zegt Lahlali. "Hij had het altijd graag zwart op wit."

Toen op 13 november Parijs in brand stond, ging A. in Molenbeek zijn oor te luisteren leggen bij kennissen van de familie van Abdelhamid Abaaoud, leider van het IS-commando. Hij bezorgde zijn diensthoofd bij de cel-Vreemdelingen van de Mechelse politie op 21 november een eerste informatierapport (RIR). Hij stuurde in die eerste dagen drie RIR's door, met vooral info over Hasna Ait Boulahcen. Zij was het in Parijs wonende nichtje van Abaaoud dat op 17 november vanuit een Western Union in Brussel een storting van 750 euro ontving. Met dat geld moesten Abaaoud en zijn kompaan Chakib Akrouh in Parijs hun vlucht zien te financieren. Hasna zou een dag later samen met Abaaoud en Akrouh om het leven komen tijdens de bestorming van hun dankzij de storting opgespoorde schuiladres in Saint-Denis.

Belgische politiediensten zijn in die dagen koortsachtig op zoek naar Salah Abdeslam, de chauffeur van een van de moordcommando's. Doordat hij in de ochtend van 14 november met twee vrienden door een bewakingscamera is gespot in een benzinestation net voorbij de Frans-Belgische grens, is duidelijk dat hij naar Brussel is teruggekeerd. Maar waar?

In een vierde RIR attendeert Hamid A. zijn oversten op 7 december op 'de zoon van een zekere Djamilla Mohamed'. Die heet Abid Aberkan, verplaatst zich in een Citroën, staat bekend als 'jihadistisch' en 'zou contacten hebben gehad met de broers Abdeslam'. Hamid A. vermeldt het adres van Aberkans moeder, waar hij meestal verblijft: 'Vierwindenstraat 79 in Molenbeek'.

Dat is de plek waar Salah op vrijdag 18 maart na een vlucht van 127 dagen zal worden gearresteerd. Al die tijd is de RIR met een stempel 'on hold' in een lade blijven liggen bij de Mechelse politie.

'Slank, 1,75 meter lang'

Als dit niet de gouden tip was, zegt de advocaat, dan weet hij het ook niet meer.

Abderrahim Lahlali: "Zo'n RIR wordt door zijn diensthoofd als Word-document in het systeem ingebracht. In de eerste drie RIR's vermeldde hij Hamid als bron van de info niet. Het had op zich ook weinig belang waar de info vandaan kwam, het ging erom de daders te traceren. De eerste drie RIR's hebben de normale procedure gevolgd. Ze zijn door korpschef Bogaerts overgemaakt aan de Algemene Nationale Gegevensbank.

"Wat valt op aan dat vierde RIR, met het onderduikadres van Salah? Daar wordt de naam van Hamid wél vermeld. Yves Bogaerts heeft enkel die ene RIR tegengehouden en verklaarde later op een persconferentie dat de informatie 'te onduidelijk' was. Sinds wanneer is het aan een korpschef in Mechelen om daarover te oordelen? Om welke andere reden dan de naam van mijn cliënt en de voorgeschiedenis van pesterijen kan dit zijn gebeurd?"

De speurders leken anders wel radeloos.

Op 17 november deed onderzoeksrechter Isabelle Panou in een door alle tv-zenders verspreid opsporingsbericht een oproep aan de bevolking. Het klonk als een grijs gedraaide plaat: 'Hij is slank en 1,75 meter lang. Hebt u mijnheer Abdeslam nog gezien of weet u waar hij verblijft, neem dan contact op het gratis nummer 0800 30300.'

Advocaat Lahlali: "Voor u of mij is dat burgerzin. Als een agent in een strafonderzoek informatie achterhoudt, begaat hij een misdrijf en wordt hij gestraft."

Communicatiefout

Korpschef Yves Bogaerts blijft er nog altijd bij dat de gouden tip niet zo goud was. Dat uit alles is gebleken dat Salah op 7 december (nog) niet in de Vierwindenstraat zat. Hij maakt zich sterk dat een bij het Comité P geopend onderzoek zal beamen dat hij op 31 december de instructie gaf om het RIR toch door te spelen, maar dat dat er door een interne communicatiefout niet van gekomen is.

Yves Bogaerts: "Dat is een foutje geweest. Maar op 22 maart hebben wij dat rechtgezet en de info alsnog overgemaakt."

Toen was Salah al gevat, en waren er 32 mensen gestorven.
Yves Bogaerts: "Toch heb ik er toen op aangedrongen om die RIR over te maken. Dat het niet onmiddellijk gebeurde, had een reden. Mijnheer Hamid werkte al sinds maart 2015 niet meer voor onze zone. Zijn RIR is op 15 december besproken op ons lokaal platform radicalisering, daar is toen een vertrouwelijk verslag van opgesteld.

"Wij hebben ons op 30 december tot de federale politie gewend met de vraag wat wij met dergelijke info moesten. Men heeft ons geantwoord dat wij daar zelf over moesten oordelen en dus heb ik op 31 december die instructie gegeven die, helaas, niet is opgevolgd."

Waarom kon u de info niet meteen doorspelen?
"Mijnheer Hamid heeft in het verleden problemen veroorzaakt. Hij was erg hecht met de vroegere voorzitter van de Al Buraq-moskee. Het ging zo ver dat door zijn tussenkomst iemand zijn veiligheidsmachtiging op de luchthaven van Zaventem verloor. Daarom heeft men, toen men zijn naam op die ene RIR zag staan, gezegd: hola."

De arbeidsinspectie voert nu onderzoek naar racisme binnen uw korps.
"Ze zijn sinds deze week bezig, en ik ben hoopvol. Er is beweerd dat hier racistische boodschappen op de wc-deuren staan. De mensen van de inspectie zijn al gaan kijken. Niets. De cijfers waar mijnheer Aberkan mee zwaait, zijn achterhaald. Er werken nu zeventien mensen met allochtone roots bij ons, van wie vier van Marokkaanse en drie van Turkse origine. Ik ben de eerste om te zeggen dat dat te weinig is, maar dit is een probleem in het hele politiewezen."

De vraag waar Salah Abdeslam tot zijn arrestatie op 18 maart uithing, is voor velen een geloofskwestie geworden. Voor Yves Bogaerts en ook voor Nathalie Gallant, de advocate van Abid Aberkan. Zij verklaarde laatst in Humo dat Salah maar even in de Vierwindenstraat verbleef: "Salah heeft 48 uur in de kelder gezeten."

Tot net daarvoor zou hij de hele tijd in de Driesstraat 60 in Vorst hebben gezeten, in een door de latere Maalbeek-kamikaze Khalid El Bakraoui gehuurd flatje waar hij op dinsdag 15 maart met IS-strijder Amine Choukry wist te vluchten na een vuurgevecht met de politie. De hele tijd?

Kleine realitycheck. Het laatste spoor van Salah was zijn vriend Ali Oulkadi, die hem na zijn nachtelijke terugkeer uit Parijs een lift gaf en liet uitstappen aan het tramdepot aan het Poggeplein in Schaarbeek.

Op 26 november ontdekt de politie een eerste safehouse in Auvelais. Het huis is onder een valse naam gehuurd door Najim Laachraoui, de latere kamikaze van Zaventem. Op 9 december wordt in Charleroi een tweede safehouse ontdekt. Er liggen meerdere matrassen en het opzet achter het spreidingsplan lijkt helder. "Men wou voorkomen dat één arrestatie het hele netwerk in gevaar kon brengen", zegt een bij het onderzoek betrokken bron. "Dat is een les na de ontmanteling van hun eerste safehouse in Verviers."

Op 10 december valt de politie binnen in een derde safehouse aan de Henri Bergéstraat in Schaarbeek, vlak bij het Poggeplein. Ze vindt er drie bommengordels en een verse vingerafdruk van Salah. Dit moet in de eerste dagen zijn schuilplaats zijn geweest. Waar zat hij daarna, wetend dat de safehouses allesbehalve safe waren geworden?

Alarmfase 4

In de laatste weken van 2015 leek Salah Abdeslam 's werelds meest gezochte mens. Alsof de terreurdreiging stond of viel met zijn arrestatie.

Voor het federaal parket was dat helemaal niet zo, weten we intussen. Het was niet de nachtraaf uit café Les Béguines die de nationale veiligheidsraad deed overgaan tot alarmfase 4, er waren andere voortvluchtigen. De Algerijn Mohamed Belkaïd en Najim Laachraoui, allereerst. In Syrië getrainde kamikazes met een missie. Ze hadden tijdens de aanslagen in Parijs met de schutters in de Bataclan zitten sms'en. Het waren zij die op 17 november in de Western Union in Brussel langs een bewakingscamera liepen bij de storting aan Hasna Ait Boulahcen.

Er was Amine Choukry, een IS-strijder van wie sporen waren teruggevonden in Auvelais. Er was de met Belkaïd vanuit Syrië overgekomen Zweedse IS-strijder Osama Krayem, de man die werd verondersteld om zich mee op te blazen in de Brusselse metro. Verder waren er Mohamed Abrini, de latere 'man met het hoedje', en de broers Khalid en Ibrahim El Bakraoui.

Dat maakt zeven tot acht most wanted. Allemaal in staat geacht om vandaag of morgen met een lading TATP de metro of een luchthaventerminal binnen te stappen, zoals op 22 maart zou gebeuren.

Dat dit hele gezelschap drie maanden lang heeft geslapen en gegeten in een minuscuul flatje zonder elektriciteit in Vorst, strookt niet met de impressies van bovenbuurman Mohamed Hamad Amar. Hij heeft de eind november ingetrokken nieuwe bewoner(s) geen enkele keer gehoord of ontmoet: "Twee paar schoenen voor de deur, soms één. Meer heb ik niet gezien."

Wellicht was de Driesstraat in Vorst in de eerste plaats het onderduikadres voor Belkaïd en Choukry, mogelijk ook Krayem. Anders dan Abrini en de El Bakraoui's, die elk op hun manier via via wel een slaapplek wisten te vinden, kenden de vanuit het kalifaat gekomen IS-kamikazes in Brussel niets of niemand.

In Molenbeek zijn er nog altijd mensen, ook bij de politiezone Brussel-West, die volhouden dat Salah al in de maand december in zijn eigen quartier is gezien. Altijd met dat petje, en de kap van zijn jasje daar overheen. Door het soort mensen dat in regel in een wijde bocht om het politiecommissariaat heen loopt. Mensen met wie Hamid A. daarentegen wel eens een theetje ging drinken.

Een schepen in Molenbeek, off the record: "Mensen praten hier gewoon niet met de politie. Ook niet als ze Salah voorbij zien lopen. Ze draaien hun hoofd weg en zijn bezig met hun eigen problemen. En Salah is dus in december wel hier gezien, dat weten we intussen."

Telefoon uit Mechelen

Op donderdag 17 maart, tussen de raid in Vorst en de arrestatie van Salah in, wordt het lichaam van zijn in Parijs omgekomen broer Brahim begraven op de moslimbegraafplaats in Evere. Een van de dragers van de kist is Abid Aberkan. Het is uiteindelijk een van de aanwezigen op de uitvaart die de politie tipt. Salah zit bij Abid.

Abderrahim Lahlali: "Die uitvaart wijst toch op een band die verder gaat? Hoe men het ook draait of keert: Salah is aangetroffen op het adres dat mijn cliënt op 7 december al had doorgegeven. Men had een camera voor dat huis kunnen plaatsen, Aberkan schaduwen. Zoals men in elk politie-onderzoek doet, meerdere pistes volgen. Hoe meer ik naar dit dossier kijk, hoe moeilijker ik mij kan losmaken van het gevoel dat de aanslagen van 22 maart perfect hadden kunnen worden voorkomen. Ik hoop echt dat het Comité P antwoorden brengt."

Het had nog beter gekund.

Op 18 maart 2015, dag op dag een jaar voor de arrestatie van Salah, denkt Hamid A. zijn jongensdroom te hebben verwezenlijkt. Hij kan als inspecteur aan de slag bij de cel-Terreur van de federale politie in Brussel. Hij staat op het punt een veiligheidsmachtiging niveau 3 te bekomen, die hij vier maanden later ook krijgt. Het betekent dat hij is geslaagd voor de allerstrengste screenings en toegang krijgt tot de meest vertrouwelijke dossiers.

Lahlali: "Ze wilden hem daar heel graag. Ze zijn dun bezaaid, politiemensen met een vinger aan de pols in de milieus waar Syriëstrijders vandaan komen. Hamid wou niks liever dan deze job. Stel je voor dat hij vanuit die functie op zijn tip over Salah had kunnen werken.

"Op de dag dat hij zou beginnen, is er een telefoontje gekomen. Van wie weten we niet. Het staat in een verslag van een afgevaardigde van politievakbond NSPV: een telefoontje 'uit Mechelen'. Daarin werd gezegd dat mijn cliënt 'onbetrouwbaar' was, er hem een tuchtdossier boven het hoofd hing. Hij kon fluiten naar zijn job, er volgde een intrekkingsbeslissing. Op 3 september heeft commissaris-generaal Cathérine De Bolle die bevestigd. Je vraagt je af: wie heeft haar geadviseerd?"

Hamid A. vernam het pas achteraf dat zijn tip nooit was overgemaakt. Hij kon na 22 maart weinig anders dan met z'n hoofd tegen een muur bonken.

Valt er iets te herstellen? Kan Hamid A. ooit terug aan de slag?

Advocaat Abderrahim Lahlali: "Uitgesloten. Hij is langs twee kanten verbrand. Bij de politie is hij nu de lastpost die het systeem confronteert met z'n falen. In de milieus waar hij informatie sprokkelde, zien ze hem nu als iemand in wiens bijzijn je beter je mond houdt. Nee, voor hem is het voorgoed voorbij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234