Dinsdag 12/11/2019

Focus

De Gouden Schoen wil weleens wringen

Beeld Bart Leye

In 1954 kreeg het fenomeen Rik Coppens de allereerste Gouden Schoen uitgereikt. Het Belgische voetbal is sinds dat moment drastisch veranderd. Maar niet het concept van de Gouden Schoen. Wordt het, zoals Jan Vertonghen en Frank Raes zeggen, niet stilaan tijd voor verandering? De organiserende krant zegt neen.

Wordt het Dennis Praet (Anderlecht), Victor Vazquez (Club Brugge), of - als eerste Lokeren-speler in de geschiedenis - Hans Vanaken? De pronostieken van de connaisseurs doen een nek-aan-nekrace vermoeden waarvan de uitslag niet te voorspellen is. Toch staat één ding nu al vast. De man die vanavond met een Gouden Schoen naar huis mag, is niet de beste voetballer van België. De beste spelers van ons land - Hazard, Courtois, Kompany - die spelen vandaag in het buitenland. En Belgische voetballers die in het buitenland spelen komen volgens het reglement niet in aanmerking voor de Gouden Schoen.

Dom? Oneigentijds? Of integendeel een mooie vorm van steunverlening aan een kleine competitie, die het steeds moeilijker heeft om met de zoveel rijkere competities te concurreren? Straks meer over deze kwestie, maar eerst nog iets over een recente tweet van Jan Vertonghen, verdediger bij Tottenham, en dus een voetballer die de Gouden Schoen allicht nooit zal winnen.

Vertonghen (her)startte vorige week een polemiekje over de Gouden Schoen. In zijn tweet stelde hij een vraag die analisten als Marc Degryse al voor hem hadden gesteld. "Mag ik één goede reden waarom de Gouden Schoen in België wordt uitgereikt over twee helften van twee verschillende seizoenen?"

Vertonghen heeft, vanuit de voetballogica bekeken, absoluut een punt. Net als in andere sporten worden ook in het voetbal de prijzen en titels verdeeld aan de meet, aan het einde van het seizoen dus, en niet op een ogenblik dat we onze kerstballen nog aan het inpakken zijn. Dat de Gouden Schoen die logica doorbreekt, is merkwaardig, maar er bestaat een goede uitleg voor.

Voetbal- en perslogica

De Gouden Schoen werd eind 1953 bedacht door Charles Baete, een medewerker van Het Laatste Nieuws. Van hem kwam ook het idee om 'de prijs voor beste voetballer van het jaar' uit te reiken in de eindejaarsperiode. Minder dan met voetballogica had dat te maken met de logica van de pers in die tijd. "Anders dan nu was er in deze periode toen nauwelijks sportnieuws", vertelt Frank Depoorter, chef sport van de nog altijd organiserende krant Het Laatste Nieuws. "De winterstop duurde toen veel langer dan vandaag, en over veldrijden werd toen nog nauwelijks gesproken. De Gouden Schoen is ongetwijfeld ook in het leven geroepen om die nieuwsarme periode te overbruggen."

Maar zoals Depoorter zelf aangeeft: de tijd dat er in de eindejaarsperiode niks van de sport was, ligt ver achter ons. Waarom dan nog vasthouden aan die oude datum?

"We hebben daar uiteraard ook zelf al over nagedacht", zegt Depoorter. "De slotconclusie was telkens weer dat de voordelen, die er zeker zijn, niet opwegen tegen de nadelen. Stel je eens voor dat we de Gouden Schoen aan het eind van het seizoen zouden uitreiken, ergens in juni bijvoorbeeld, op het ogenblik dat we de landskampioen al kennen. Je moet geen dure studies bestellen om te weten dat belangstelling voor de Gouden Schoen op dat ogenblik een stuk kleiner zou zijn. Zodra de landskampioen bekend is, houdt het voetbal even op met leven. De Gouden Schoen zou een vijg na Pasen zijn.

"Vandaag reiken we de prijs uit in volle competitie. De gelauwerde speler moet enkele dagen later weer aan de slag in de competitie. Dat doet de prijs leven. Bovendien zitten we nu in een periode waarin we, ook meer in het algemeen, de balans opmaken. De Gouden Schoen is mee dankzij die datum een monument geworden. En monumenten dragen nu eenmaal het gewicht van de traditie met zich mee. Je moet al heel sterke argumenten hebben om aan zo'n monument te tornen. En voorlopig hebben we die argumenten niet gevonden."

Belgische competitie

De traditie weegt hier ook nog op andere vlakken door. Zoals eerder aangestipt: Belgen in het buitenland komen al van in den beginne niet in aanmerking voor een Gouden Schoen. Ooit was dat geen punt. Grote Belgische vedetten als Rik Coppens, Vic Mees, Paul Van Himst, Wilfried Van Moer, en later ook Jan Ceulemans en Erwin Vandenbergh, speelden op de Vlaamse velden. Pas in de jaren negentig begon een enkeling zijn geluk in het buitenland te beproeven, met wisselend succes. Vandaag is het helemaal omgekeerd, en zijn de Rode Duivels die in België spelen ook letterlijk op de vingers van een hand te tellen.

De Gouden Schoen heeft zich van die evolutie niks aangetrokken, bleef koppig vasthouden aan het oude reglement, en is om die reden wel eens als een anachronisme omschreven. Zo was er voetbalcommentator Frank Raes, die kort na de uitreiking van de Gouden Schoen vorig jaar over "een achterhaald concept" sprak. In een column voor Het Nieuwsblad riep Raes de organisatie op om het oude reglement in de vuilnisbak te smijten, en voortaan ook de Belgische spelers in het buitenland in de beoordeling mee te nemen. "Als je over Oscars wilt spreken, komt de Gouden Schoen alleen de enige echte beste toe," scheef Raes, "niet de op veertien na beste. Punt."

Klinkt logisch, al zijn er - ook dat is waar - wel enkele praktische bezwaren. "Vandaag is het helder en overzichtelijk", zegt Rudy Nuyens, voetbaljournalist bij Het Laatste Nieuws en auteur van een boek over vijftig jaar Gouden Schoen. "De Gouden Schoen is een onderscheiding voor de beste voetballer van de Belgische competitie. Dankzij die duidelijke afbakening kunnen de voetbaljournalisten min of meer objectief en met kennis van zaken oordelen.

"Je zou kunnen overwegen om dat uit te breiden naar alle competities, ja, alleen: hoe ga je dat allemaal beoordelen? De Engelse competitie kan je er misschien nog wel bijnemen. Maar wie van ons kan zeggen dat hij ook de Russische competitie goed genoeg kent om de prestaties van Axel Witsel of Nicolas Lombaerts precies in te schatten? En wie kan inschatten wat die competitie precies voorstelt, vergeleken bij al die andere competities waarin Belgen actief zijn?"

Frank Depoorter voert nog aan dat er sinds vorig jaar ook een Gouden Schoen bestaat voor de beste Belg in het buitenland. "Wellicht is dat een betere voetballer dan de winnaar van de echte Gouden Schoen, ja, maar is dat erg? Wat hier telt, is de vraag of de Gouden Schoen nog relevant is. Het antwoord op die vraag is ondubbelzinnig ja. Ik ken geen enkele speler die hem niet wil winnen."

Hetzelfde verhaal bij Rudy Nuyens. "Vorige week was ik nog mee op stage bij Anderlecht. Ik heb er gesproken met Steven Defour, de Gouden Schoen 2007. Hij vertelde me dat die bekroning zijn aanzien als speler echt wel heeft vergroot, tot in Portugal toe.

"Natuurlijk moet je altijd openstaan voor vernieuwing. Maar je moet ook opletten dat je de traditie niet schaadt. Sinds de allereerste editie in 1954 is er aan het concept van de Gouden Schoen niet zo veel veranderd. Een groot panel van echte specialisten geeft aan het eind van het jaar het lijstje waarop staat wie ze de beste speler in de Belgische competitie vinden. Op basis van die lijstjes wordt de eindwinnaar gekozen. Noem mij een conservatief, maar ik vind dat nog altijd een ijzersterk concept, iets waar destijds duidelijk goed over is nagedacht, en waar je volgens mij zo weinig mogelijk aan moet veranderen."

Showbizz

Op minstens één vlak is De Gouden Schoen de laatste zestig jaar wél meegegaan met de tijd. Voetbal werd de afgelopen decennia meer en meer showbizz. De Gouden Schoen heeft die evolutie gevolgd, en gretig.

In 1954 werd de allereerste Gouden Schoen uitgereikt aan Rik Coppens, de onbetwiste vedette van het Belgische voetbal van de jaren vijftig. De gebeurtenis was goed voor een halve pagina op de sportbladzijden van Het Laatste Nieuws. De toon van het stuk was nuchter, de focus lag integraal op het voetbal. "Het is werkelijk het eerste jaar dat Coppens zich op internationaal plan als grote vedette onderscheidde en dat hij de meest onbetwistbare bewijzen geeft van zijn talent", zo verantwoordde de krant de keuze voor Coppens. Over de nochtans zeer schilderachtige mens Coppens geen woord.

Nog tijdens de jaren vijftig begint de toon om te slaan, en krijgen de stukken opmerkelijk veel meer jus. In 1959 gaat de Gouden Schoen naar Roland Storme, centrale verdediger van La Gantoise. Behalve een analyse brengt Het Laatste Nieuws plots ook een uitgebreid portret. Zo komt de lezer te weten dat Storme, '"een dubbele meter" groot, op zijn vijftiende een enorme groeischeut had gekregen. "In die momenten zou hij slijk hebben gegeten om het merg in zijn veel te lange beenderen aan te vullen. Emmers kalk dronk hij, soms zigzagde hij halfdronken door het huis vanwege de rooie wijn met eierdooiers en zeer vaak kon men hem 's morgens in het slachthuis te Roeselare vinden, waar hij op de eerste gulp stierenbloed wachtte om er gulzig een volle pint van in zijn lange keel te gieten."

Van grote Gouden Schoen-gala's is aanvankelijk nog een sprake. Laureaten kregen een telefoontje van de organiserende krant, met het verzoek hun prijs te komen afhalen. Bij de uitreiking hoorde een kleine receptie en een kort fotomoment, en daarmee was de kous af.

Zo was het ook nog in 1982, toen de Gouden Schoen werd uitgereikt aan Lierse-aanvaller Erwin Vandenbergh. De laureaat, toen woonachtig in de buurt van Aarschot, werd telefonisch van de feiten op de hoogte gebracht vanuit een restaurant in de Brusselse deelgemeente Sint-Agatha-Berchem, waar het puikje van de toenmalige Belgische voetbalwereld zich had verzameld. De kersverse Gouden Schoen werd, ondanks zware sneeuwval, verzocht zich spoorslags naar het restaurant te begeven. Vandenbergh aarzelde niet. En arriveerde vijf uur later ter plekke.

Begin jaren negentig werd alles anders. De uitreiking van de Gouden Schoen wordt in 1991 voor het eerst live uitgezonden, aanvankelijk door de BRTN, vanaf 1998 door VTM. De televisie zorgt ervoor dat de show steeds belangrijker wordt, ten nadele van het voetbal. In 2000 gaat de Gouden Schoen naar Jan Koller, toen speler bij Anderlecht. Zijn verschijning tijdens het gala verzinkt in het niets naast die van zijn vrouw Hedvika, van wie toch vooral dat smaakvolle lichtblauwe kleedje in onze herinnering bleef hangen.

Voetballersvrouwen en in hun spoor een almaar uitdijende kudde BV's zorgden ervoor dat de Gouden Schoen steeds verder wegdreef van de kern. "Op een gegeven ogenblik was het zo erg dat een voetballer me tijdens het gala kwam vragen of ik misschien al ergens een voetballer had gezien", vertelt Rudy Nuyens. "Een begrijpelijke klacht, want uiteindelijk moet dit toch in de eerste plaats hun feestje zijn. Om aan die wens tegemoet te komen, zijn we sinds een jaar of drie selectiever geworden in de uitnodigingen. Met als gevolg dat De Gouden Schoen vandaag weer in de eerste plaats over voetbal gaat."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234